Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1141 artikelen

x
Article

Access_open A changing paradigm of protection of vulnerable adults and its implications for the Netherlands

Tijdschrift Family & Law, februari 2019
Auteurs H.N. Stelma-Roorda LLM MSc, dr. C. Blankman en prof. dr. M.V. Antokolskaia
SamenvattingAuteursinformatie

    The perception of how the interests of vulnerable adults should be protected has been changing over time. Under the influence of human and patient’s rights a profound shift of protection paradigms has taken place in the last decades. In the framework of this shift, in addition to traditional adult guardianship measures, new instruments have been developed allowing adults to play a greater role in the protection of their (future) interests. This has also been the case in the Netherlands, where adults in the course of the last decade have acquired the possibility to make a so-called living will, internationally better known as a continuing, enduring or lasting power of attorney. This article discusses this instrument, in comparison with the traditional adult guardianship measures currently in force in the Netherlands, from the perspective of the new protection paradigm based on a human rights approach.
    ---
    In de afgelopen decennia is de manier waarop naar de bescherming van kwetsbare meerderjarigen wordt gekeken, veranderd. Van een benadering waarbij de focus voornamelijk lag op bescherming is de nadruk steeds meer komen te liggen op het recht op autonomie en zelfbeschikking van de meerderjarige. De opkomst van mensen- en patiëntenrechten heeft geleid tot het ontstaan van een nieuw beschermingsparadigma. In dat kader zijn nieuwe instrumenten ontwikkeld, die meerderjarigen een grotere rol toekennen in de bescherming van hun (toekomstige) belangen. Dit is eveneens het geval in Nederland, waar meerderjarigen een levenstestament kunnen opstellen om voorzieningen te treffen voor een toekomstige periode van wilsonbekwaamheid. Dit artikel bespreekt het levenstestament, in samenhang met de traditionele rechterlijke beschermingsmaatregelen, vanuit het perspectief van het nieuwe beschermingsparadigma.


H.N. Stelma-Roorda LLM MSc
Rieneke Stelma-Roorda is PhD candidate at the Vrije Universiteit Amsterdam.

dr. C. Blankman
Kees Blankman is associate professor at the Vrije Universiteit Amsterdam.

prof. dr. M.V. Antokolskaia
Masha Antokolskaia is professor of family law at the Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Loyaliteitsregelingen; lessen uit Frankrijk en Delaware

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden loyaliteitsstemrecht, loyaliteitswinstrecht, rechtsvergelijking, aandeel, aandeelhouder
Auteurs Mr. K.J. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    Een aantal Nederlandse beursvennootschappen heeft een loyaliteitsregeling, bedoeld om aandeelhouders te prikkelen op lange termijn betrokken te blijven bij de vennootschap. In deze bijdrage onderzoekt de auteur welke lessen daarvoor kunnen worden ontleend aan de ervaringen met loyaliteitsregelingen in Frankrijk en Delaware.


Mr. K.J. Bakker
Mr. K.J. Bakker is promovendus en docent (notarieel) ondernemingsrecht bij het Van der Heijden Instituut, dat deel uitmaakt van het OO&R van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Consumentenbescherming door informatie?

Bespreking van het proefschrift van mr. C. de Jager

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden informatieplichten, PRIIPs-verordening, Key Information Document, beleggersbescherming, beleidstheorie
Auteurs Mr. dr. J.J.A. Braspenning
SamenvattingAuteursinformatie

    De Jager gaat in haar proefschrift in op de ontwikkeling en werking van gestandaardiseerde informatieplichten op het gebied van beleggersbescherming. De Jager concludeert dat dergelijke informatieplichten niet in staat zijn om complexe financiële producten voor beleggers begrijpelijk en vergelijkbaar te maken.


Mr. dr. J.J.A. Braspenning
Mr. dr. J.J.A. Braspenning is advocaat bij Linssen cs Advocaten te Tilburg.
Artikel

Een kritische beschouwing over het Wetsvoorstel ter vereenvoudiging en modernisering van het bewijsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden modernisering, bewijsrecht, procesrecht, partijautonomie, KEI
Auteurs Ralph Ubels en Tom van Amsterdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recent gepubliceerde ‘Wetsvoorstel tot aanpassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de vereenvoudiging en modernisering van het bewijsrecht’ beoogt het civiele bewijsrecht te vereenvoudigen en te moderniseren. Hiertoe doet de minister voor Rechtsbescherming onder meer de volgende drie voorstellen: (1) partijen worden voorafgaande aan een procedure verplicht bewijs te verzamelen en te delen, (2) de regierol van de rechter wordt vergroot, en (3) de normen voor de verschillende voorlopige bewijsverrichtingen worden gelijkgetrokken. De minister voor Rechtsbescherming streeft naar efficiëntere civiele rechtspleging, maar de auteurs vrezen dat met deze voorstellen het tegenovergestelde wordt bereikt. Zij verwachten dat een bewijsverzamel- en -aandraagplicht en het gelijktrekken van de normen voor voorlopige bewijsverrichtingen zullen leiden tot meer, langere en duurdere procedures. De auteurs vrezen ook dat de voorgestelde bevoegdheid voor de rechter ambtshalve gronden en verweren aan te dragen afbreuk doet aan de meest gewenste rolverdeling tussen de procespartijen enerzijds en de rechter anderzijds. Bovendien kan het afbreuk doen aan de objectieve en subjectieve onpartijdigheid van de rechter.


Ralph Ubels
Mr. R.L. Ubels is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Tom van Amsterdam
Mr. T.A. van Amsterdam is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Access_open De civiele kamer en de prejudiciële procedure: kritisch doch loyaal aan het Hof van Justitie

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, nationale rechters, motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Jasper Krommendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De civiele kamer van de Hoge Raad treedt steeds vaker op als Unierechter en schuwt niet om te verwijzen. Er is echter weinig bekend over de motieven van de kamer om prejudiciële vragen te stellen en de manier waarop de antwoorden van het HvJ vervolgens worden gebruikt door de kamer. Om deze twee vragen te beantwoorden is er een uitgebreide analyse van de rechtspraak van de kamer uitgevoerd in combinatie met acht interviews met (oud-)raadsheren en A-G’s. Dit artikel toont aan dat de kamer uiterst loyaal is wat betreft het verwijzen en de inbedding ondanks dat raadsheren niet met alle antwoorden van het HvJ even tevreden waren.


Jasper Krommendijk
Dr. J. Krommendijk, LLM is universitair hoofddocent internationaal en Europees Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Article

Access_open The Conduit between Technological Change and Regulation

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 01 2019
Auteurs Marta Katarzyna Kolacz en Alberto Quintavalla LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses how the law has approached disparate socio-technological innovations over the centuries. Precisely, the primary concern of this paper is to investigate the timing of regulatory intervention. To do so, the article makes a selection of particular innovations connected with money, windmills and data storage devices, and analyses them from a historical perspective. The individual insights from the selected innovations should yield a more systematic view on regulation and technological innovations. The result is that technological changes may be less momentous, from a regulatory standpoint, than social changes.


Marta Katarzyna Kolacz

Alberto Quintavalla LL.M.
Marta Katarzyna Kołacz, Ph.D. Candidate in the Department of Private Law, Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam, The Netherlands. Alberto Quintavalla, Ph.D. Candidate in the Rotterdam Institute of Law and Economics, Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam, The Netherlands. The authors would like to thank Orlin Yalnazov and the two anonymous reviewers for their valuable comments as well as Luuk Hoogenboom for his excellent research assistance. The usual disclaimer applies.

    This article presents a perspective which focuses on the right to access information as a mean to ensure a non-discriminatory character of algorithms by providing an alternative to the right to explanation implemented in the General Data Protection Regulation (GDPR). I adopt the evidence-based assumption that automated decision-making technologies have an inherent discriminatory potential. The example of a regulatory means which to a certain extent addresses this problem is the approach based on privacy protection in regard to the right to explanation. The Articles 13-15 and 22 of the GDPR provide individual users with certain rights referring to the automated decision-making technologies. However, the right to explanation not only may have a very limited impact, but it also focuses on individuals thus overlooking potentially discriminated groups. Because of this, the article offers an alternative approach on the basis of the right to access information. It explores the possibility of using this right as a tool to receive information on the algorithms determining automated decision-making solutions. Tracking an evolution of the interpretation of Article 10 of the Convention for the Protection of Human Right and Fundamental Freedoms in the relevant case law aims to illustrate how the right to access information may become a collective-based approach towards the right to explanation. I consider both, the potential of this approach, such as its more collective character e.g. due to the unique role played by the media and NGOs in enforcing the right to access information, as well as its limitations.


Joanna Mazur M.A.
Joanna Mazur, M.A., PhD student, Faculty of Law and Administration, Uniwersytet Warszawski. This research was supported by National Science Centre, Poland: Project number 2018/29/N/HS5/00105 titled Automated decision-making versus prohibition of discrimination in the European law.

    These days, it appears to be common ground that what is illegal and punishable offline must also be treated as such in online formats. However, the enforcement of laws in the field of hate speech and fake news in social networks faces a number of challenges. Public policy makers increasingly rely on the regu-lation of user generated online content through private entities, i.e. through social networks as intermediaries. With this privat-ization of law enforcement, state actors hand the delicate bal-ancing of (fundamental) rights concerned off to private entities. Different strategies complementing traditional law enforcement mechanisms in Europe will be juxtaposed and analysed with particular regard to their respective incentive structures and consequential dangers for the exercise of fundamental rights. Propositions for a recommendable model honouring both pri-vate and public responsibilities will be presented.


Katharina Kaesling LL.M. Eur.
The author is research coordinator at the Center for Advanced Study ‘Law as Culture’, University of Bonn.

    In recent years, there has been growing policy support for expanding worker ownership of businesses in the European Union. Debates on stimulating worker ownership are a regular feature of discussions on the collaborative economy and the future of work, given anxieties regarding the reconfiguration of the nature of work and the decline of standardised employment contracts. Yet, worker ownership, in the form of labour-managed firms such as worker cooperatives, remains marginal. This article explains the appeal of worker cooperatives and examines the reasons why they continue to be relatively scarce. Taking its cue from Henry Hansmann’s hypothesis that organisational innovations can make worker ownership of firms viable in previously untenable circumstances, this article explores how organisational innovations, such as those embodied in the capital and governance structure of Decentralised (Autonomous) Organisations (D(A)Os), can potentially facilitate the growth of LMFs. It does so by undertaking a case study of a blockchain project, Colony, which seeks to create decentralised, self-organising companies where decision-making power derives from high-quality work. For worker cooperatives, seeking to connect globally dispersed workers through an online workplace, Colony’s proposed capital and governance structure, based on technological and game theoretic insight may offer useful lessons. Drawing from this pre-figurative structure, self-imposed institutional rules may be deployed by worker cooperatives in their by-laws to avoid some of the main pitfalls associated with labour management and thereby, potentially, vitalise the formation of the cooperative form.


Morshed Mannan LLM (Adv.)
Morshed Mannan, LLM (Adv.), PhD Candidate, Company Law Department, Institute of Private Law, Universiteit Leiden. I wish to thank the anonymous referees, the issue editors and my PhD supervisor for their helpful comments on drafts of this article. I wish to show my appreciation to my wife for her support. Usual disclaimers apply.
Boekbespreking

Access_open Kestemont, Handbook on Legal Methodology. A Review

(Book review of Kestemont, L. (2018). Handbook on Legal Methodology. From Objective to Method. Cambridge: Intersentia, xiii + 97 pp.)

Tijdschrift Law and Method, januari 2019
Auteurs Wibren van der Burg
Auteursinformatie

Wibren van der Burg
Wibren van der Burg, Erasmus School of Law, Erasmus University of Rotterdam and School of Law, Queen Mary University of London.

    In legal education, criticism is conceived as an academic activity. As lecturers, we expect from students more than just the expression of their opinion; they have to evaluate and criticize a certain practice, building on a sound argumentation and provide suggestions on how to improve this practice. Criticism not only entails a negative judgment but is also constructive since it aims at changing the current state of affairs that it rejects (for some reason or other). In this article, we want to show how we train critical writing in the legal skills course for first-year law students (Juridische vaardigheden) at Vrije Universiteit Amsterdam. We start with a general characterization of the skill of critical writing on the basis of four questions: 1. Why should we train critical writing? 2. What does criticism mean in a legal context? 3. How to carry out legal criticism? and 4. How to derive recommendations from the criticism raised? Subsequently, we discuss, as an illustration to the last two questions, the Dutch Urgenda case, which gave rise to a lively debate in the Netherlands on the role of the judge. Finally, we show how we have applied our general understanding of critical writing to our legal skills course. We describe the didactic approach followed and our experiences with it.


Bart van Klink
Bart van Klink is Professor of Legal Methodology, Department of Legal Theory and History, Faculty of Law, Vrije Universiteit Amsterdam, The Netherlands.

Lyana Francot
Lyana Francot is Associate Professor of Legal Theory, Department of Legal Theory and History, Faculty of Law, Vrije Universiteit Amsterdam, The Netherlands.
Artikel

Access_open Drie jaar nieuwe arbitragewet: tien suggesties voor verbetering

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Arbitrage, Internationale arbitrage, Handelsarbitrage
Auteurs Niek Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden tien suggesties gedaan ter verbetering van de nieuwe arbitragewet.


Niek Peters
Mr. N. Peters is advocaat te Amsterdam bij Cleber en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Hans den Tonkelaar
Prof. mr. J.D.A. den Tonkelaar is oud-seniorrechter bij de Rechtbank Gelderland en emeritus hoogleraar Rechtspraak aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Partnerdoding in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Partnerdoding, Epidemiologie, Moord, Nederland
Auteurs Marieke Liem, Inge de Jong en Jade van Maanen
SamenvattingAuteursinformatie

    Intimate partner homicide (IPH) constitutes one of the most prevalent types of homicide. This study aims to assess the nature and prevalence of intimate partner homicide in the Netherlands in the period 2009-2014. In doing so, we make use of police data, court data, and media articles. Findings show that IPH occurs 29 times per year, resulting in a victimization rate of 0.20 per 100,000, similar to other Western-European countries. Our results further show a decline in IPH in the last years. IPH in the Netherlands mostly occurs in heterosexual relationships, and involves male perpetrators and female victims. Finally, we reflect on possible causes for the decline of this type of homicide.


Marieke Liem
Marieke Liem is Universitair Hoofddocent, verbonden aan het Institute of Security and Global Affairs, Faculteit Governance & Global Affairs van de Universiteit Leiden.

Inge de Jong
Inge de Jong is thans werkzaam bij de Nationale Politie als adviseur bij de dienst Informatie Management en tijdens het uitvoeren van deze studie student Crisis & Security Management aan de Universiteit Leiden.

Jade van Maanen
Jade van Maanen isthans werkzaam bij Rijkswaterstaat als technisch projectleider bij de dienst Centrale Informatievoorziening en tijdens het uitvoeren van deze studie student Crisis & Security Management aan de Universiteit Leiden.
Annotatie

Het Hof van Justitie oordeelt over de reikwijdte van de Europese standstillverplichting

HvJ EU 31 mei 2018, zaak C-633/16, ECLI:EU:C:2018:371 (Ernst & Young P/S)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2018
Trefwoorden standstill, concentratiecontrole, concentratie, gun-jumping, Hof van Justitie
Auteurs Stijn de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt in de zaak Ernst & Young P/S over de reikwijdte van de Europese standstillverplichting. Stijn de Jong annoteert dit arrest en geeft enkele praktische handvatten.


Stijn de Jong
Mr. S. de Jong is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

De gunfactor van herstelrecht

Clementie, compassie en de zorg om de dader

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Clementie, Vergeving, recht doen, tweede kans
Auteurs Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the willingness of the victim to judge the offender more mildly after the latter apologized for his wrongdoing and shows that he is involved in behavioral change. A large group of victims wants to help (young) perpetrators and offer them a second chance, even victims who have been treated violently. It is argued that these forms of compassion express a caring attitude, the wish that the offender will be rehabilitated and that a change in behaviour is more important than compensation. This attitude can also be referred to as ‘forbearance’, in terms that a less severe sanction is sufficient. This goodwill factor may well be the most important aspect of ‘doing justice’ in restorative meetings.


Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is hoofdredacteur van dit tijdschrift. Hij is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. Tot de thema’s die in zijn onderzoek aan bod komen behoren politie, burgerschap en lokale veiligheidszorg, straftheorie en herstelrecht. www.basvanstokkom.nl

    The Czech Supreme Court has ruled that the concept of good moral conduct must be taken into account when assessing whether an employee has breached his or her non-compete obligation and thus whether it is fair to demand that the employee pay a contractual penalty for the breach. The Court annulled the penalty.


Anna Diblíková
Anna Diblíková is an attorney at Noerr in Prague, www.noerr.com.
Pending cases

Case C-37/18, Miscellaneous

Vueling Airlines SA – v – Jean-Luc Poignan, reference lodged by the the Cour de cassation (France) on 19 January 2018

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2018

    A provision of Dutch law, according to which employees who lose their jobs upon retirement are excluded from the right to statutory severance compensation, is not in breach of the Framework Directive.


Peter C. Vas Nunes
Peter Vas Nunes is Of Counsel at BarentsKrans N.V., The Hague, the Netherlands.

    The Danish Supreme Court has held there was no discrimination against four part-time teachers at a university in that they did not receive pension contributions. Their positions could not be compared to those of full-time teachers, who were entitled to pension contributions. However, it did constitute a violation of the Danish rules on fixed-term work that the teachers had, for a number of years, been employed on several fixed-term contracts, as they had, in effect, been continuously employed in the same position. Consequently, the teachers were awarded compensation.


Christian K. Clasen
Christian K. Clasen is a partner at Norrbom Vinding, Copenhagen.
Toont 1 - 20 van 1141 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.