Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 497 artikelen

x
Artikel

Access_open De rechtsverhouding tussen erfpachter en erfverpachter

Bespreking van het proefschrift van mr. J. Broese van Groenou

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden erfpacht, toestemming, canon, redelijkheid en billijkheid, erfpachtvoorwaarden
Auteurs Mr. J.M. Milo
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze dissertatie analyseert het recht van erfpacht, in de individuele rechtsverhouding tussen de gerechtigden, eigenaar en erfpachter. Verbintenisrechtelijke normen – ook Europees-consumentenrechtelijke – vervullen een belangrijke functie in de beslechting van geschillen over toestemming, canon en beëindiging, en in de rechtsontwikkeling van erfpacht, zo blijkt uit een mooi en lezenswaardig onderzoek, empirisch-historisch van aard, aan twee eeuwen erfpacht, in doctrine en, met name rechtspraak.


Mr. J.M. Milo
Mr. J.M. Milo is universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht
Artikel

De burgemeester als ‘sheriff’ in de aanpak van ondermijnende misdaad: op weg naar een wettelijke grondslag?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2020
Trefwoorden burgemeester, ondermijning, openbare orde, georganiseerde criminaliteit
Auteurs Benny van der Vorm en Petrus C. van Duyne
SamenvattingAuteursinformatie

    Traditionally, the mayor has an important role as a citizen’s father and as a maintainer of public order. In the context of the so-called ‘undermining’ criminality, the mayor has been increasingly empowered with new legal instruments to combat undermining criminality. Some mayors see themselves as a sheriff. However, in the Dutch Municipal Act, the mayor only has a task of maintaining the public order. How does this task relate to combating undermining criminality? What is the role of the mayor in the combat of undermining criminality? Nowadays, there is no legal basis in the Dutch Municipal Act to equip the mayor with crime-fighting duties. This article proposes to equip the mayor with a legal duty as a crime fighter.


Benny van der Vorm
Benny van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Petrus C. van Duyne
Petrus C. van Duyne is emeritus hoogleraar Empirische aspecten van de strafrechtspleging aan de Universiteit van Tilburg.

Ruth de Bock
Mr. dr. R.H. de Bock is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en deeltijdhoogleraar Civiele rechtspleging aan de Universiteit van Amsterdam.
Rechtsbescherming

De toepasselijkheid van Uniegrondrechten op nationale verdergaande beschermingsmaatregelen

Nadere afbakening van het toepassingsgebied van Uniegrondrechten in het arrest TSN en AKT

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Uniegrondrechten, algemene beginselen van Unierecht, werkingssfeer van Unierecht, uitvoering van Unierecht
Auteurs Mr. dr. M. de Mol
SamenvattingAuteursinformatie

    De Uniegrondrechten zijn in beginsel van toepassing op nationale maatregelen die vallen binnen een Unierechtelijke bepaling die aan lidstaten een discretionaire bevoegdheid toekent. Het feit dat de lidstaten niet verplicht zijn om gebruik te maken van de bevoegdheid doet hier niet aan af. Hoe zit het echter met Unierechtelijke bepalingen die de lidstaten de ruimte geven om verdergaande bescherming te geven dan het EU-minimum? Als een lidstaat deze mogelijkheid benut door verdergaande bescherming te bieden, zijn de Uniegrondrechten dan ook van toepassing? Het arrest TSN en AKT geeft hierover duidelijkheid.
    HvJ 19 november 2019, gevoegde zaken C-609/17 en C-610/17, ECLI:EU:C:2019:981 (TSN en AKT)


Mr. dr. M. de Mol
Mr. dr. M. (Mirjam) de Mol is raadsheer-plaatsvervanger bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, onderzoeker aan de Universiteit Maastricht en docent SSR.
Wetenschap

Access_open Bestrijding van hybride mismatches in de Nederlandse vennootschapsbelasting

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2020
Trefwoorden fiscale kwalificatieverschillen, ATAD 2, cv/bv-structuur, ‘check the box’-regeling, Internationale belastingontwijking
Auteurs Prof. dr. J.N. Bouwman
SamenvattingAuteursinformatie

    Met ingang van 1 januari 2020 is de tweede EU-richtlijn tegen belastingontwijking, ATAD 2, in afdeling 2.2A van de Nederlandse vennootschapsbelasting geïmplementeerd. ATAD 2 bestrijdt fiscale voordelen – in de vorm van een aftrek zonder heffing dan wel een dubbele aftrek (hybride mismatches) – die ontstaan in grensoverschrijdende situaties omdat de belastingstelsels van landen niet op elkaar aansluiten. In de bijdrage worden de vanuit Nederlands perspectief meest in het oog lopende hybride mismatches besproken (waaronder de cv/bv-structuur en het gebruik van de Amerikaanse check-the-box-regeling). Tevens wordt ingegaan op de wijze waarop de mismatches worden bestreden. Voorts is er aandacht voor de documentatieverplichting die is ingevoerd om de maatregelen tegen hybride mismatches effectief te kunnen toepassen. Ten slotte is een aantal kanttekeningen geplaatst bij de wijze waarop de Nederlandse wetgever ATAD 2 heeft geïmplementeerd.


Prof. dr. J.N. Bouwman
Prof. dr. J.N. (Jan) Bouwman is hoogleraar Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De betekenis van grondwettelijke grondrechten voor de wetgever: dode letter of zelfstandig ijkpunt?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Grondwet, beperkingssystematiek, constitutionele toetsing
Auteurs Mr. dr. L.C. Groen en Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de letterlijke tekst van de grondrechtenbepalingen in de Grondwet volgt strikt genomen alleen de eis dat een grondrechtsbeperking op een formele wet moet zijn gebaseerd. Hieruit moet echter niet worden afgeleid dat er geen materiële vereisten gelden waaraan beperkingen van grondwettelijke grondrechten moeten voldoen: het grondwettelijk wetsbegrip leent zich voor een materiële invulling. Uit diverse passages in de parlementaire stukken blijkt dat de grondwetgever deze materiële invulling ook voor ogen had, en ook in de ontwikkelingen na de grondwetsherziening van 1983 zijn daarvoor aanknopingspunten te vinden. Met een dergelijke invulling kan de toetsing aan de Grondwet in het wetgevingsproces meer inhoud en diepgang krijgen. Het artikel beschrijft dit en biedt handvatten voor deze toetsing.


Mr. dr. L.C. Groen
Mr. dr. L.C. (Lisanne) Groen is wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. (Luc) Verhey is staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State en hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden (Kirchheiner-leerstoel).
Artikel

Afwijken en archipels

Afwijkingsbevoegdheden ten behoeve van noodsituaties in de wetgevingspraktijk sinds de motie-Jurgens c.s.

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, aanwijzing 2.31, delegatie, Verzamelwet Brexit, Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (IBES)
Auteurs Mr. drs. S.P. van Oort
SamenvattingAuteursinformatie

    In een hogere regeling wordt niet toegestaan dat daarvan bij lagere regeling wordt afgeweken. Uitzonderingen daarop zijn experimenteerregelgeving en regelingen ten behoeve van noodsituaties. In dit artikel wordt bekeken hoe deze laatste uitzondering is uitgelegd in de wetgevingspraktijk. De conclusie is dat het begrip ‘noodsituaties’ in die uitzondering extensief wordt uitgelegd. In de praktijk zijn voor regelingen ten behoeve van noodsituaties aanvullende criteria ontstaan, waarvan wordt voorgesteld deze in aanwijzing 2.31 te codificeren.


Mr. drs. S.P. van Oort
Mr. drs. S.P. (Simon) van Oort is wetgevingsadviseur en kwartiermaker wet open overheid bij de Raad van State.
Artikel

Smallsteps versus Heiploeg: wat is de stand van zaken?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2020
Trefwoorden pre-pack, overgang van onderneming, Richtlijn 2001/23/EG, werknemersbescherming, voortzetting activiteiten
Auteurs Mr. V.M. van Erpers Roijaards
SamenvattingAuteursinformatie

    Na het Europese Hof in het Smallsteps-arrest heeft de Hoge Raad zich in de Heiploeg-zaak onlangs uitgesproken over de arbeidsrechtelijke gevolgen van een doorstart die is voorbereid middels een pre-pack. Opvallend is dat deze uitspraken uiteenlopen. Daarom legt de auteur in deze bijdrage het Heiploeg-arrest langs de meetlat van het Smallsteps-arrest en beziet zij wat de implicaties van het Heiploeg-arrest zijn.


Mr. V.M. van Erpers Roijaards
Mr. V.M. van Erpers Roijaards is recent afgestudeerd aan Universiteit Utrecht en sinds 1 september 2020 werkzaam als advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Artikel

Inclusief inhoud?

‘Beter Wetgeven’ in de EU voorbij het wetgevingsproces: is er ook aandacht voor inhoudelijke kwaliteit?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Grondrechten, Delegatiegrondslagen, Evenredigheidsbeginsel, Nationale autonomie
Auteurs Prof. dr. A. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    Centraal in het Beter Wetgeven-beleid van de EU staat de verbetering van de kwaliteit van wetgevingsprocessen. Is er daarnaast aanleiding om de kwaliteit van de inhoud van Europese wetgeving te verbeteren? Beter Wetgeven omvat ook nu al inhoudelijke elementen. Via het evenredigheidsbeginsel worden bijvoorbeeld lidstatelijke belangen beschermd. Andere elementen, zoals de keuze voor de rechtshandeling en de keuze om regelgevende bevoegdheden aan de Commissie of de Raad te delegeren, zijn veel minder systematisch uitgewerkt. Dat geldt ook voor de wijze waarop grondrechten in de EU-wetgeving tot uitdrukking komen.


Prof. dr. A. van den Brink
Prof. dr. A. (Ton) van den Brink is hoogleraar EU wetgevingsvraagstukken aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Constructieve vergelding revisited

De grondslag van de straf vanuit herstelrechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden constructieve vergelding, communicatie, retributivisme, strafverlangens, ervaren erkenning
Auteurs Renée Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Is the concept of ‘retribution’ compatible with restorative justice? Starting from the perspective that retribution is an imperative given and that restorative justice should be a preferent option in coping with crime, the concept of retribution needs to be redesigned. Rethinking retribution needs to take into account the hypersensitive nature and complexity of modern society. Apparently incompatible interests need to be reconciled, paying tribute to the citizenship of both the victim and the perpetrator. Notwithstanding censure to be in place, implying the infliction of ‘pain’, the aim must lie in a reconstruction of civil relationships affirming the victim and the perpetrator to be part of the community. Standards applied must reflect objectivity, implying proportionate punishment, with a preference towards restorative justice because it is the more subsidiary option. Thus, retribution notwithstanding the imperative and painful nature of retribution, the execution should pursue the reconstruction of (civil) relationships.


Renée Kool
Renée Kool is als universitair hoofddocent werkzaam aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht.
Artikel

Over stromen, waterscheidingen en koudwatervrees: de overgang van strafrecht naar GGZ sinds de Wet forensische zorg

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Forensische zorg, Zorgmachtiging, Art. 2.3 Wfz, GGZ, Grensverkeer
Auteurs Prof.dr.mr. M.J.F. (Michiel) van der Wolf, Mr. A.W.T. (Astrid) Klappe en Prof.mr. P.A.M. (Paul) Mevis
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt in een vroeg stadium of het doel van de Wet forensische zorg (Wfz) om doorstroom vanuit het strafrecht naar de GGZ te bevorderen bereikt wordt. Daarbij wordt zowel gekeken naar de stelselwijziging van inkoop van forensische zorg door de minister van Justitie en Veiligheid vanaf 2008, zoals grotendeels gecodificeerd in de Wfz, als de directe overgangsmogelijkheid via de zorgmachtiging door de strafrechter (art. 2.3). Hierbij wordt beeldspraak uit het watermanagement gebruikt, met stromen, waterscheidingen en koudwatervrees.


Prof.dr.mr. M.J.F. (Michiel) van der Wolf
Michiel van der Wolf is hoogleraar forensische psychiatrie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en universitair hoofddocent strafrecht aan de Universiteit Groningen.

Mr. A.W.T. (Astrid) Klappe
Astrid Klappe is stafjurist strafrecht bij het Landelijk Bureau Vakinhoud rechtspraak.

Prof.mr. P.A.M. (Paul) Mevis
Paul Mevis is hoogleraar straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Op 21 april 2020 vernietigde de Hoge Raad het oordeel van de medische tuchtcolleges in de zaak van de verpleeghuisarts die het leven van een patiënte met dementie beëindigde zonder de levensbeëindiging eerst met de patiënte te bespreken. Volgens het Regionaal Tuchtcollege Den Haag en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg had de arts wel met de patiënte moeten praten over het voornemen om haar leven te beëindigen. Deze rechtsopvatting van de tuchtcolleges heeft een hechte grondslag in gezondheidsrechtelijke en mensenrechtelijke rechtsnormen. Daarom had de Hoge Raad de rechtsopvatting van de tuchtcolleges hierover niet moeten vernietigen, maar bevestigen.


Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond
Mr. dr. N. Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De Euthanasiearresten van de Hoge Raad: lessen voor de toekomst

Een analyse van het strafrechtelijk en tuchtrechtelijk arrest in de zaak ‘Kastanje’

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden euthanasie, dementie, artikel 293 Sr, wilsbekwaamheid
Auteurs Mr. J.T.E. (Tim) Vis
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur analyseert de in de zaak ‘Kastanje’ gewezen arresten, waarin de Hoge Raad heeft bepaald dat euthanasie bij door voortgeschreden dementie wilsonbekwaam geworden patiënten, op grond van een schriftelijke wilsverklaring, onder voorwaarden is toegestaan. De auteur bespreekt waarom de thematiek in zowel de medische als juridische praktijk tot discussie leidde, beschrijft de bijzondere rechtsgang en het normenkader dat de Hoge Raad heeft vastgesteld en destilleert lessen voor de toekomst. Daarbij gaat hij in op de herijking van de positie van het strafrecht in de euthanasiepraktijk, de rol van het openbaar ministerie daarbij en ontwikkeling van de ‘medisch-professionele norm’.


Mr. J.T.E. (Tim) Vis
J.T.E. Vis is advocaat bij Vis & Van Reydt advocaten in Amsterdam.
Wetenschap

Het wetsvoorstel wettelijke bedenktijd beursvennootschappen onderzocht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden bedenktijd, openbaar bod, bestuurstaak, Aandeelhoudersrichtlijn, beursvennootschap
Auteurs Prof. mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2019 is het wetsvoorstel over het inroepen van een bedenktijd door het bestuur van een beursvennootschap bij de Tweede Kamer ingediend. De voorgestelde wettelijke regeling behelst dat het bestuur op basis van het voorgestelde art. 2:114b BW de mogelijkheid heeft een bedenktijd van maximaal 250 dagen in te roepen. Hiermee krijgt het bestuur de tijd voor inventarisatie en weging van de belangen van de onderneming en de stakeholders als zich bepaalde omstandigheden voordoen. Daarnaast bevat het wetsvoorstel een codificerende aanvulling van de wettelijke omschrijving van de bestuurstaak in art. 2:129 lid 1 BW. In dit artikel onderzoekt de auteur dit voorstel.


Prof. mr. H. Koster
Prof. mr. H. (Harold) Koster is verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling Ondernemingsrecht) van de Universiteit van Leiden als hoogleraar Ondernemingsrecht. Hij is tevens verbonden aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

(On)geschreven excepties

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Excepties, Codificatie, Strafuitsluitingsgrond, Kwalificatie-uitsluitingsgrond, Ontbreken van materiële wederrechtelijkheid
Auteurs Mr. S.R. (Sven) Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    Naast de geschreven algemene en bijzondere strafuitsluitingsgronden en de ongeschreven algemene strafuitsluitingsgronden ontbreken van materiële wederrechtelijkheid en afwezigheid van alle schuld, zijn in de jurisprudentie ook verschillende ongeschreven contextgebonden excepties aanvaard, bijvoorbeeld de medische exceptie, de kunstexceptie en de sport- en spelexceptie. In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag of c.q. in hoeverre er aanleiding bestaat dergelijke ongeschreven excepties in de wet te verankeren.


Mr. S.R. (Sven) Bakker
Sven Bakker is als docent en onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en verricht promotieonderzoek naar contextgebonden excepties in het Nederlandse strafrecht. Tevens is hij redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open Corona en arbeidsrecht: hoe NOW verder met loon en werkplek?!

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2020
Trefwoorden COVID-19, Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud, overmacht, thuiswerken, Wet flexibel werken
Auteurs Prof. mr. A.R. Houweling
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur onderzoekt de reikwijdte van art. 7:628 BW in geval van niet werken vanwege corona. De conclusie is dat de wetsgeschiedenis alle ruimte biedt voor maatwerk en als uitgangspunt steun biedt voor het ‘overmachtsverweer’ van de werkgever. De feitenrechtspraak 2020 laat een ander beeld zien. Ook staat de auteur stil bij de vraag of werknemers een recht hebben op thuiswerken en/of werkgevers werknemers kunnen dwingen thuis te werken.


Prof. mr. A.R. Houweling
Prof. mr. A.R. Houweling is hoogleraar Arbeidsrecht verbonden aan de Erasmus School of Law (ESL), Rotterdam.

Marek Zilinsky
Mr. M. Zilinsky is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en als adviseur verbonden aan Houthoff.
Artikel

Hetzelfde ≠ gelijk

Aandachtspunten bij elektronische zittingen: een arbitragerechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Auteurs Bas van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse arbitragerecht geeft een scheidsgerecht de discretionaire bevoegdheid om te beslissen dat een hoorzitting ‘langs elektronische weg’ wordt gevoerd. Deze bijdrage beoordeelt het idee dat deze bevoegdheid van verplichte aard is. De bevoegdheid van arbiters om voor een elektronische hoorzitting te kiezen, is volgens haar beperkt door de fundamentele beginselen van het procesrecht, met name het gelijkheidsbeginsel. Het artikel somt relevante overwegingen op bij de keuze voor een elektronische hoorzitting in arbitrageprocedures met Nederlandse zetel en is van mening dat dergelijke overwegingen, gezien hun fundamentele karakter, ook van toepassing kunnen zijn in procedures voor de Nederlandse nationale rechtbanken.


Bas van Zelst
Prof. mr. B. van Zelst is advocaat bij Van Doorne en hoogleraar Dispute Resolution and Arbitration aan Maastricht University.
Toont 1 - 20 van 497 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 24 25
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.