Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 181 artikelen

x

Artikel

Het groeiende doolhof van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën voor verplichtingen met drugsprecursoren

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden drugsprecursoren, chemicaliën, Wet voorkoming misbruik chemicaliën, WED, Opiumwet
Auteurs Mr. O.S. Pluimer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet voorkoming misbruik chemicaliën (Wvmc) bepaalt dat het verboden is om in strijd te handelen met uiteenlopende voorschriften uit Europese verordeningen over drugsprecursoren. Deze Europese voorschriften brengen met zich dat bij handelingen met bepaalde drugsprecursoren, in het bijzonder zogenoemde geregistreerde stoffen, allerlei verplichtingen in acht moeten worden genomen. Zo gelden onder andere vergunning-, documentatie-, registratie- en opslagplichten. Thans is in de Tweede Kamer een wetsvoorstel in behandeling om een nieuw verbod in de Wvmc op te nemen. Met dit verbod wordt beoogd handelingen strafbaar te stellen met stoffen die (nog) niet zijn geregistreerd op grond van de Europese verordeningen maar geen legale toepassing zouden hebben. In dit artikel wordt ingegaan op de verplichtingen met drugsprecursoren en het voorgestelde verbod. Bij het wetsvoorstel worden de nodige kanttekeningen geplaatst.


Mr. O.S. Pluimer
Mr. O.S. Pluimer is advocaat bij JahaeRaymakers te Amsterdam.
Artikel

Klachtdelicten: de stand van zaken in de wet en jurisprudentie

Hoe een uitdrukkelijk verzoek om twijfel uit te sluiten een dode letter geworden is

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden klacht, (klacht)termijn, persoonlijke levenssfeer, opportuniteit
Auteurs Mr. P.M. (Maaike) Kampen
SamenvattingAuteursinformatie

    De persoonlijke levenssfeer van een slachtoffer wordt beschermd door het klachtvereiste. De klacht was bedoeld als een uitdrukkelijk verzoek om vervolging. De vraag is hoe het er nu voor staat. In de wet lijkt het onderscheid tussen delicten die wel of geen klacht vereisen willekeurig en deels verouderd geworden. In de rechtspraak wordt behoudens contra-indicaties ruimhartig een bedoeling tot vervolging vastgesteld als de klacht ontbreekt. De wetgever wil de klacht behouden, maar lijkt niet enthousiast deze te eisen bij een nieuwe strafbaarstelling. De conclusie is dat het klachtvereiste ten dode opgeschreven is. Twee mogelijkheden in deze uitzichtloze situatie worden besproken.


Mr. P.M. (Maaike) Kampen
Mr. P.M. Kampen is officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
Artikel

Access_open Licht aan het einde van de tunnel voor wensouders?

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden wensouders, draagmoederschap, kinderrechten, ouderschap, afstamming
Auteurs Mr. N. van der Storm en Mr. M.Q.M. Mosk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op dit moment is er in Nederland geen wet- en regelgeving over draagmoederschap. Op 12 juli 2019 heeft het kabinet laten weten voornemens te zijn met een regeling te komen over draagmoederschap en inmiddels is op 24 april 2020 het Concept Wetsvoorstel Kind draagmoederschap en afstamming (Concept Wetsvoorstel Kind) openbaar gemaakt ten behoeve van een online consultatie. In dit artikel beschrijven de twee auteurs tegen welke uitdagingen zij aanlopen in hun hoedanigheid als familierechtadvocaat in draagmoederschapszaken en op welke wijze het wetsvoorstel een verbetering zal betekenen voor de rechtspraktijk.


Mr. N. van der Storm
Mr. N. van der Storm is advocaat & mediator bij De Boorder Familie- en Erfrecht Advocaten & Mediators.

Mr. M.Q.M. Mosk
Mr. M.Q.M. Mosk is advocaat bij De Boorder Familie- en Erfrecht Advocaten & Mediators.
Artikel

Levenstestament en bewind in relatie tot het VN-verdrag Handicap

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden verstandelijke beperking, levenstestament, bewind, VN-verdrag Handicap, beschermingsmaatregel
Auteurs J.S. Ogier
SamenvattingAuteursinformatie

    Beschermingsmaatregelen zijn van bijzonder belang voor mensen met een (verstandelijke) beperking die hun wil niet kunnen uiten. Daarmee is het VN-verdrag Handicap ook van toepassing op deze maatregelen. Met de opkomst van het notariële levenstestament kan men zich afvragen of deze nieuwe vorm van bescherming voldoet aan het Verdrag. Tegelijk werpt het de vraag op of huidige wettelijke beschermingsmaatregelen dat wel doen. In dit artikel onderzoek ik in hoeverre het levenstestament en beschermingsbewind in overeenstemming zijn met het Verdrag.


J.S. Ogier
J.S. (Jiska) Ogier is mede-initiatiefnemer en medeoprichter van Stichting Wij Staan Op! en bachelorstudent Notarieel Recht aan de Universiteit Leiden. Op persoonlijke titel is zij ervaringsdeskundige en spreker op het gebied van inclusie van mensen met een handicap.
Discussie, Nieuws en Analyse

De strafbaarstelling van gebruikers

Een onderzoek naar de legitimiteit en rechtvaardigheid van strafbaarstelling van harddrugsgebruik

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Drugsgebruik, Legitimiteit, Rechtvaardigheid, Criteria voor strafbaarstelling, Strafbaarstelling
Auteurs Mr. Y. (Yamit) Hamelzky
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van ontwrichtende criminaliteit ontstaat steeds meer aandacht voor de gebruikerskant. Zo ook voor de harddrugsgebruiker, die een ontwrichtende invloed op de samenleving heeft. Dit artikel beantwoordt daarom de vraag of strafbaarstelling van harddrugsgebruik legitiem en rechtvaardig is. Teneinde deze vraag te beantwoorden wordt getoetst aan de criteria voor strafbaarstelling en worden de argumenten die ten grondslag liggen aan de strafbaarstelling van de prostituant die misbruik maakt van prostituees die slachtoffer zijn van mensenhandel ter inspiratie gebruikt.


Mr. Y. (Yamit) Hamelzky
Yamit Hamelzky is docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Bespreking van het Hongaarse banken-arrest van het Hof van Justitie over het concept van de doelbeperking.


Ruben Elkerbout
Mr. R. Elkerbout is werkzaam bij Stek.
Artikel

Mediation in strafzaken: de werkstijl is de methode

Reflecties op de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden strafzaken, mediation, mediatorprofiel, mediationproces, psychologische veiligheid
Auteurs Makiri Mual
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the beginning of 2020 mediation in penal cases (mediation in strafzaken) has officially become the preferred intervention for victim-offender mediation in the criminal procedure in the Netherlands. Although mediation in general has a sound theoretical framework, the methodological elaboration appears pluriform and somewhat limited. In practice mediators in penal cases operate conform their own personal and professional standards and preferences, apparently without tailor made methodology. This article describes the current methodological directions such as transformative or narrative mediation and seeks for useful references. As a part of restorative practice, mediation in penal cases seems to remain secluded from insights and methodology developed in the domain of restorative justice practices. Educational institutes providing trainings for mediators barely refer to this theoretical framework. Besides a methodological reconnaissance this article offers a fundamental comparison of mediation styles and interventions, but is above all an incentive to further methodological research and development.


Makiri Mual
Makiri Mual is mediator in familie- en strafzaken en rechtbankmediator MfN. Hij verbindt in zijn werk interventies uit de mediationpraktijk en de systeemtherapie en richt zich vooral op geëscaleerde conflicten die in het civiele en strafrecht belanden. Hij is docent bij de stichting EFT Nederland, opleider en voorzitter van de vereniging van strafmediators, VMSZ.
Jurisprudentie

Schadelijk in de zin van artikel 174 Sr, maar niet opzettelijk

Noot bij ECLI:NL:RBROT:2020:7093

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Voedselfraude, voorwaardelijk opzet, schadelijkheid, aflatoxine, pinda’s
Auteurs Mr. L. Dallau
SamenvattingAuteursinformatie

    In een uitspraak van de rechtbank Rotterdam is de verdachte een groothandel in noten die partijen met aflatoxine verhandeld heeft. Aflatoxine vormt een gevaar voor de gezondheid als bedoeld in artikel 174 Sr. Er volgt echter een vrijspraak op grond van twee contra-indicaties voor opzet. In deze annotatie zal uiteen worden gezet waarom de rechtbank opzet niet heeft aangenomen en daarmee voorbij is gegaan aan jurisprudentie ten aanzien van opzet op het bestanddeel ‘wetende dat’ uit artikel 174 Sr en mee had moeten wegen dat de verdachte een professional is die bekend had moeten zijn met de risico’s van aflatoxine.


Mr. L. Dallau
Mr. L. Dallau is Senior Inspecteur, jurist, bij de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
Artikel

De strafrechtelijke aansprakelijkheid van de eigenaar of huurder van een henneppand

Een verkenning en analyse van de jurisprudentie van de Hoge Raad

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden strafrechtelijke aansprakelijkheid, eigenaar/huurder henneppand, hennepkwekerij, telen, opzettelijk aanwezig hebben
Auteurs Mr. N. (Nienke) Seijlhouwer-de Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    Door middel van een bespreking en analyse van de rechtspraak van de Hoge Raad worden in deze bijdrage de grote lijnen geschetst van de voorwaarden waaronder strafrechtelijke aansprakelijkheid van de eigenaren of huurders van henneppanden kan worden aangenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het telen van hennep en het opzettelijk aanwezig hebben daarvan. Daarnaast wordt het verschil tussen beide gedragingen belicht. Hiermee is beoogd de feitenrechter enige handvatten te bieden bij de beantwoording van de soms lastige vraag of de eigenaar of huurder van een pand in voorliggende zaken verantwoordelijk kan worden gehouden voor de daarin aangetroffen hennepkwekerij.


Mr. N. (Nienke) Seijlhouwer-de Visser
Mr. N. (Nienke) Seijlhouwer-de Visser is medewerker bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.

    Op 21 april 2020 vernietigde de Hoge Raad het oordeel van de medische tuchtcolleges in de zaak van de verpleeghuisarts die het leven van een patiënte met dementie beëindigde zonder de levensbeëindiging eerst met de patiënte te bespreken. Volgens het Regionaal Tuchtcollege Den Haag en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg had de arts wel met de patiënte moeten praten over het voornemen om haar leven te beëindigen. Deze rechtsopvatting van de tuchtcolleges heeft een hechte grondslag in gezondheidsrechtelijke en mensenrechtelijke rechtsnormen. Daarom had de Hoge Raad de rechtsopvatting van de tuchtcolleges hierover niet moeten vernietigen, maar bevestigen.


Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond
Mr. dr. N. Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De Euthanasiearresten van de Hoge Raad: lessen voor de toekomst

Een analyse van het strafrechtelijk en tuchtrechtelijk arrest in de zaak ‘Kastanje’

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden euthanasie, dementie, artikel 293 Sr, wilsbekwaamheid
Auteurs Mr. J.T.E. (Tim) Vis
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur analyseert de in de zaak ‘Kastanje’ gewezen arresten, waarin de Hoge Raad heeft bepaald dat euthanasie bij door voortgeschreden dementie wilsonbekwaam geworden patiënten, op grond van een schriftelijke wilsverklaring, onder voorwaarden is toegestaan. De auteur bespreekt waarom de thematiek in zowel de medische als juridische praktijk tot discussie leidde, beschrijft de bijzondere rechtsgang en het normenkader dat de Hoge Raad heeft vastgesteld en destilleert lessen voor de toekomst. Daarbij gaat hij in op de herijking van de positie van het strafrecht in de euthanasiepraktijk, de rol van het openbaar ministerie daarbij en ontwikkeling van de ‘medisch-professionele norm’.


Mr. J.T.E. (Tim) Vis
J.T.E. Vis is advocaat bij Vis & Van Reydt advocaten in Amsterdam.
Artikel

Het bewijs van excepties

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Bewijsrecht, Excepties, Formeel recht
Auteurs Mr. dr. W.H.B. (Wilma) Dreissen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt betoogd dat de stelling dat het bewijs van excepties een lagere bewijsdrempel niet juist is. De strafrechter geeft een oordeel over het bewijs van het tenlastegelegde én over de strafbaarheid van feit en dader. Voor elk van die oordelen geldt de eis dat de feiten buiten redelijke twijfel moeten vaststaan. Er is in die zin geen onderscheid tussen de eerste vraag zoals genoemd in artikel 350 Sv en de tweede en derde vraag die in die bepaling genoemd worden. Wel wijkt de wijze waarop de rechter tot zijn oordeel over de strafbaarheid komt af van de wijze waarop hij meestal tot het bewijsoordeel komt.


Mr. dr. W.H.B. (Wilma) Dreissen
Wilma Dreissen is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Open Universiteit.
Artikel

De wil van de wilsonbekwame dementiepatiënt

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden euthanasie, dementie, wilsonbekwaamheid, schriftelijk euthanasieverzoek, contra-indicaties
Auteurs Mr. M.J.J. de Bontridder
SamenvattingAuteursinformatie

    Iemand heeft schriftelijk een verzoek gedaan hem euthanasie te verlenen mocht hij diep-dement worden. In deze toestand gekomen maakt hij door uitingen of gedragingen kenbaar niet te willen sterven. Is verlenen van euthanasie dan toegestaan? Bepleit wordt dat een hierop gerichte clausule in de euthanasieverklaring voor de arts leidinggevend is.


Mr. M.J.J. de Bontridder
Miriam de Bontridder is raadsheer plaatsvervanger bij het Gerechtshof Amsterdam en was tot 2019 bestuurslid van Stichting De Einder.
Artikel

Een inhoudelijk kompas voor een uit koers geraakte voorlopigehechtenispraktijk

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden voorlopige hechtenis, onschuldpresumptie, ultimum remedium, theoretische grondslagen
Auteurs Mr. N. Hajjari
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel zal een inhoudelijk en operationeel normatief kader worden geformuleerd voor de toepassing van voorlopige hechtenis, waarbij de focus ligt op het zo veel mogelijk reduceren van het percentage onschuldigen dat aan het vrijheidsbenemende dwangmiddel wordt blootgesteld. Doel van de bijdrage is het inspireren van de wetgever om het moderniseringsproject te baat te nemen om de voorlopigehechtenisregeling grondig(er) te hervormen.


Mr. N. Hajjari
Mr. N. (Nordin) Hajjari is recent afgestudeerd in het strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 181 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.