Zoekresultaat: 17 artikelen

x
Artikel

Access_open Addressing Problems Instead of Diagnoses

Reimagining Liberalism Regarding Disability and Public Health

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2021
Trefwoorden Vulerability Theory, Liberalism, Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD), Public Health, Capabilities Approach
Auteurs Erwin Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The public health systems of liberal states systematically fail to meet the goals and obligations of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities, which aims to facilitate full societal participation and independent life choices by all impaired persons, as well as the unburdening of their private caretakers. This failure does not stem from a lack of money or effort by governments and other societal institutions, but flaws in the anatomy of these systems. As these systems confine institutional assistance to the needs of persons with certain delineated disabilities, they neglect the needs of other persons, whose disabilities do not fit this mould. The responsibility for the latter group thus falls to their immediate social circle. These private caretakers are in turn seldom supported. To remedy this situation, I will present the alternative paradigm of vulnerability theory as the possible foundation for a more inclusive approach to public health.


Erwin Dijkstra
Erwin Dijkstra LLM MA is lecturer and researcher at the Department of Jurisprudence of the Leiden Law School of Leiden University.
Artikel

Access_open De effecten van de coronamaatregelen voor mensen met een beperking vanuit een juridisch oogpunt

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, COVID-19, coronamaatregelen, lockdown, crisiscommunicatie
Auteurs Mr. M. Swaanenburg-van Roosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    Coronamaatregelen zijn zeer divers (zowel publiek als privaat) en kunnen verschillend uitpakken voor mensen met een beperking, al naar gelang hun omstandigheden, zoals de plaats waar zij wonen, werken en onderwijs volgen. Hoe verschillend individuele situaties van mensen met een beperking ook kunnen zijn, bij alle maatregelen rond corona moeten juridische analyses de rechten van mensen met een beperking betrekken: niet alleen in het licht van de Grondwet en wetgeving met waarborgen ter zake, maar ook van mensenrechtenverdragen en dan vooral het VN-verdrag Handicap. Het VN-verdrag Handicap is in coronatijd onverminderd van kracht. Uit het verdrag volgt dat ook bij de totstandkoming van coronamaatregelen nauw overleg geboden is met mensen met een beperking en hun representatieve organisaties. Deze bijdrage geeft aan welke aspecten bij het beoordelen van verschillende concrete coronamaatregelen in het bijzonder van belang zijn, gezien het VN-verdrag Handicap.


Mr. M. Swaanenburg-van Roosmalen
Mr. M. (Marjolein) Swaanenburg-van Roosmalen is lid van het College voor de Rechten van de Mens. Deze bijdrage geeft de opvattingen van de auteur weer en bindt het College op geen enkele wijze.

    The entry into force of the United Nations Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD) pushed state obligations to counter prejudice and stereotypes concerning people with disabilities to the forefront of international human rights law. The CRPD is underpinned by a model of inclusive equality, which views disability as a social construct that results from the interaction between persons with impairments and barriers, including attitudinal barriers, that hinder their participation in society. The recognition dimension of inclusive equality, together with the CRPD’s provisions on awareness raising, mandates that states parties target prejudice and stereotypes about the capabilities and contributions of persons with disabilities to society. Certain human rights treaty bodies, including the Committee on the Rights of Persons with Disabilities and, to a much lesser extent, the Committee on the Elimination of Discrimination against Women, require states to eradicate harmful stereotypes and prejudice about people with disabilities in various forms of interpersonal relationships. This trend is also reflected, to a certain extent, in the jurisprudence of the European Court of Human Rights. This article assesses the extent to which the aforementioned human rights bodies have elaborated positive obligations requiring states to endeavour to change ‘hearts and minds’ about the inherent capabilities and contributions of people with disabilities. It analyses whether these bodies have struck the right balance in elaborating positive obligations to eliminate prejudice and stereotypes in interpersonal relationships. Furthermore, it highlights the convergences or divergences that are evident in the bodies’ approaches to those obligations.


Andrea Broderick
Andrea Broderick is Assistant Professor at the Universiteit Maastricht, the Netherlands.

Kristin Henrard
Kristin Henrard is Professor International Human Rights and Minorities, Erasmus School of Law, Rotterdam, the Netherlands.

    In a recent Supreme Court decision, it was held by a 4-1 majority that there is no reason, in principle, why the provision of ‘reasonable accommodation’ for an employee with a disability should not involve the redistribution of duties.


Orla O’Leary
Orla O’Leary is an attorney-at-law at Mason Hayes & Curran, Dublin.
Artikel

Access_open Het individueel klachtrecht bij het VN-comité voor de rechten van mensen met een beperking

Slechts toekomstmuziek of ook nu al relevant?

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Facultatief Protocol, Individueel klachtrecht, VN-comité
Auteurs Mr. J.R.E. Stolk
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland heeft het Facultatief Protocol bij het VN-verdrag Handicap niet geratificeerd. Drie jaar na de inwerkingtreding van het VN-verdrag Handicap in Nederland neemt de roep om het protocol te ratificeren toe. Ratificatie van het protocol maakt namelijk individueel klachtrecht mogelijk bij het VN-comité. Dit artikel zal ingaan op de vraag wat dit individueel klachtrecht precies betekent en waarom de uitspraken van het Comité ook nu al relevant zijn.


Mr. J.R.E. Stolk
Mr. J.R.E. (Anne-Rose) Stolk is juridisch beleidsadviseur bij het College voor de Rechten van de Mens.
Artikel

De Wet verplichte ggz: over oud en nieuw bij dwangpsychiatrie

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden rechtsbescherming, dwangpsychiatrie, Wvggz
Auteurs Mr. drs. T.P. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wvggz, de opvolgster van de Wet Bopz voor de sector psychiatrie, treedt na de komende jaarwisseling in werking. Wat blijft hetzelfde, wat wordt er anders? Het artikel biedt een overzicht van kernaspecten van de wet: aan de orde komen relevante materiële en formele aspecten van rechtsbescherming bij psychiatrische dwangtoepassing.


Mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widdershoven is als jurist werkzaam bij de Stichting PVP te Utrecht.
Artikel

Schaduwrapporten bij het VN-verdrag Handicap

Hoe organisaties van personen met een handicap een rol kunnen spelen bij de beoordeling door het VN-Comité in Genève

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2019
Auteurs P. Vandelanotte en X. Deruytter
SamenvattingAuteursinformatie

    De beoordeling van een landenrapportage door het VN-Comité Handicap is een belangrijk ijkmoment voor de implementatie van het verdrag. Door het indienen van een schaduwrapport kunnen organisaties van mensen met een handicap inbreng hebben bij de beoordeling van het landenrapport door het Comité. De Vlaamse mensenrechtenorganisatie van mensen met een handicap, GRIP, heeft dat in 2011 gedaan. In deze bijdrage worden de vereisten voor het indienen van een schaduwrapport besproken. De auteurs beschrijven hoe GRIP de schaduwrapportage en de presentatie bij het VN-Comité heeft aangepakt. Daarnaast beschrijven zij welke impact het schaduwrapport heeft gehad op de uiteindelijke conclusies van het Comité.


P. Vandelanotte
Patrick Vandelanotte is coördinator van GRIP vzw, Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap. Hij volgt sinds tien jaar de implementatie van het VN-verdrag Handicap in Vlaanderen op de voet, samen met tal van ervaringsdeskundigen en experten binnen GRIP. Deze mensenrechtenorganisatie van en voor personen met een handicap streeft naar gelijke rechten en gelijke kansen en is in Vlaanderen de sterkste pleitbezorger voor inclusie.

X. Deruytter
Xavier Deruytter is vrijwillige stafmedewerker bij GRIP. Hij heeft academische expertise in europeanisering en internationalisering van beleid.
Artikel

The UN Convention on the Rights of Persons with Disabilities in Practice

A Comparative Analysis of the Role of Courts

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden CRPD, disabilities, discrimination, court, human rights
Auteurs Prof. Dr. L.B. Waddington en Dr. A.C. Broderick
SamenvattingAuteursinformatie

    On the 25th and 26th October 2018, the Faculty of Law of Maastricht University hosted a conference on The UN Convention on the Rights of Persons with Disabilities in Practice: A Comparative Analysis of the Role of Courts. This article presents some of the key findings of the conference and summarises several of the speakers’ contributions to the conference.


Prof. Dr. L.B. Waddington
Prof. Dr. L.B. (Lisa) Waddington is European Disability Forum Chair in European Disability Law, Maastricht University.

Dr. A.C. Broderick
Dr. A.C. (Andrea) Broderick is Assistant Professor at Maastricht University.
Artikel

Access_open Uitleg van het VN-verdrag Handicap

Toepassing van de General Comments van het VN-Comité Handicap in Nederland

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, uitleg, General Comments
Auteurs Mr. D.C. Houtzager
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland is sinds 2016 bezig met het implementeren van het VN-verdrag Handicap. De uitleg van sommige verdragsartikelen kan vragen opleveren. Omdat die vragen ook bij andere landen leven, publiceert het VN-Comité dat toezicht houdt op het verdrag Algemene Opmerkingen, of met de gangbare Engelse term General Comments. Die Comments geven uitleg aan bepalingen van het verdrag. Dit artikel gaat in op de totstandkoming en de betekenis van de General Comments die het Comité heeft uitgebracht. Daarbij wordt ingegaan op de vraag hoe groot het effect is op de wetgever, rechter en de samenleving. Het artikel besluit met een lijst van de zeven General Comments van het Comité.


Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager was tot februari 2019 lid van het College voor de Rechten van de Mens en is hoofdredacteur van het tijdschrift Handicap & Recht.
Article

Access_open A changing paradigm of protection of vulnerable adults and its implications for the Netherlands

Tijdschrift Family & Law, februari 2019
Auteurs H.N. Stelma-Roorda LLM MSc, dr. C. Blankman en prof. dr. M.V. Antokolskaia
SamenvattingAuteursinformatie

    The perception of how the interests of vulnerable adults should be protected has been changing over time. Under the influence of human and patient’s rights a profound shift of protection paradigms has taken place in the last decades. In the framework of this shift, in addition to traditional adult guardianship measures, new instruments have been developed allowing adults to play a greater role in the protection of their (future) interests. This has also been the case in the Netherlands, where adults in the course of the last decade have acquired the possibility to make a so-called living will, internationally better known as a continuing, enduring or lasting power of attorney. This article discusses this instrument, in comparison with the traditional adult guardianship measures currently in force in the Netherlands, from the perspective of the new protection paradigm based on a human rights approach.
    ---
    In de afgelopen decennia is de manier waarop naar de bescherming van kwetsbare meerderjarigen wordt gekeken, veranderd. Van een benadering waarbij de focus voornamelijk lag op bescherming is de nadruk steeds meer komen te liggen op het recht op autonomie en zelfbeschikking van de meerderjarige. De opkomst van mensen- en patiëntenrechten heeft geleid tot het ontstaan van een nieuw beschermingsparadigma. In dat kader zijn nieuwe instrumenten ontwikkeld, die meerderjarigen een grotere rol toekennen in de bescherming van hun (toekomstige) belangen. Dit is eveneens het geval in Nederland, waar meerderjarigen een levenstestament kunnen opstellen om voorzieningen te treffen voor een toekomstige periode van wilsonbekwaamheid. Dit artikel bespreekt het levenstestament, in samenhang met de traditionele rechterlijke beschermingsmaatregelen, vanuit het perspectief van het nieuwe beschermingsparadigma.


H.N. Stelma-Roorda LLM MSc
Rieneke Stelma-Roorda is PhD candidate at the Vrije Universiteit Amsterdam.

dr. C. Blankman
Kees Blankman is associate professor at the Vrije Universiteit Amsterdam.

prof. dr. M.V. Antokolskaia
Masha Antokolskaia is professor of family law at the Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. L. Kovudhikulrungsri
Dr. L. (Lalin) Kovudhikulrungsri is lecturer at Thammasat University, Bangkok, Thailand. This paper is summarized and rearranged from part of the doctoral dissertation ‘The Right to Travel by Air of Persons with Disabilities’, defended at Leiden University on 16 November 2017.
Artikel

VPH en dwangpsychiatrie: hoe verder?

Een aanzet voor een principieel debat

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden VPH, Dwangpsychiatrie, Discriminatie
Auteurs Mr. dr. S.P.K. Welie en mr. drs. T.P. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit VN-verband is aangegeven dat de regulering van dwangpsychiatrie zoals die in Nederland bestaat in het kader van de Wet Bopz en haar beoogde opvolgster, de Wvggz, strijdig is met het door Nederland geratificeerde VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VPH). Deze strijdigheid is vanuit het kabinet echter ontkend. Bij beide visies worden kanttekeningen geplaatst, waarna twee varianten voor een mogelijke alternatieve dwangregeling bespreking vinden. In de bedoelde varianten bestaat minder wrijving met het VPH en de noties die aan dit verdrag ten grondslag liggen, doordat het begrip ‘geestesstoornis’ daarin geen deel uitmaakt van de juridische criteria ter rechtvaardiging van dwang, te weten 1) wilsonbekwaamheid of 2) gevaar ‘sec’.


Mr. dr. S.P.K. Welie
Sander Welie is als jurist werkzaam bij de Stichting PVP te Utrecht.

mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widdershoven is als jurist werkzaam bij de Stichting PVP te Utrecht.

    The comparative discussions held during this seminar show that the different jurisdictions make use of – approximately – the same ingredients for their legislation on adult guardianship measures and continuing powers of attorney. Given the common international framework (for example the UN Convention on the Rights of Persons with Disabilities) and given the common societal context (cfr. the strong increase of the ageing population) this may not come as a surprise. Despite these common ingredients, the different jurisdictions have managed to arrive at different dishes spiced with specific local flavours. Given that each jurisdiction bears its own history and specific policy plans, this may not come as a surprise either. The adage ‘same same but different’ is in this respect a suitable bromide.
    For my own research, the several invitations – that implicitly or explicitly arose from the different discussions – to rethink important concepts or assumptions were of most relevance and importance. A particular example that comes to mind is the suggestion to ‘reverse the jurisprudence’ and to take persons with disabilities instead of healthy adult persons as a point of reference. Also, the invitation to rethink the relationship between the limitation of capacity and the attribution of a guard comes to mind as the juxtaposition of the different jurisdictions showed that these two aspects don’t need to be automatically combined. Also the discussion on the interference between the continuing powers of attorney and the supervision by the court, provoked further reflection on hybrid forms of protection on my part. Finally, the ethical and medical-legal approaches may lead to a reconsideration of the traditional underlying concepts of autonomy and the assessment of capacity.


Veerle Vanderhulst Ph.D.
Veerle Vanderhulst works at the Faculty of Law and Criminology, Vrije Universiteit Brussel
Article

Access_open The Right to Mental Health in the Digital Era

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2016
Trefwoorden E-health, e-mental health, right to health, right to mental health
Auteurs Fatemeh Kokabisaghi, Iris Bakx en Blerta Zenelaj
SamenvattingAuteursinformatie

    People with mental illness usually experience higher rates of disability and mortality. Often, health care systems do not adequately respond to the burden of mental disorders worldwide. The number of health care providers dealing with mental health care is insufficient in many countries. Equal access to necessary health services should be granted to mentally ill people without any discrimination. E-mental health is expected to enhance the quality of care as well as accessibility, availability and affordability of services. This paper examines under what conditions e-mental health can contribute to realising the right to health by using the availability, accessibility, acceptability and quality (AAAQ) framework that is developed by the Committee on Economic, Social and Cultural Rights. Research shows e-mental health facilitates dissemination of information, remote consultation and patient monitoring and might increase access to mental health care. Furthermore, patient participation might increase, and stigma and discrimination might be reduced by the use of e-mental health. However, e-mental health might not increase the access to health care for everyone, such as the digitally illiterate or those who do not have access to the Internet. The affordability of this service, when it is not covered by insurance, can be a barrier to access to this service. In addition, not all e-mental health services are acceptable and of good quality. Policy makers should adopt new legal policies to respond to the present and future developments of modern technologies in health, as well as e-Mental health. To analyse the impact of e-mental health on the right to health, additional research is necessary.


Fatemeh Kokabisaghi
Fatemeh Kokabisaghi, Iris Bakx and Blerta Zenelaj are Ph.D. candidates at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam. All authors contributed equally.

Iris Bakx
Fatemeh Kokabisaghi, Iris Bakx and Blerta Zenelaj are Ph.D. candidates at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam. All authors contributed equally.

Blerta Zenelaj
Fatemeh Kokabisaghi, Iris Bakx and Blerta Zenelaj are Ph.D. candidates at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam. All authors contributed equally.
Artikel

Access_open Waarom een tweesporenbeleid niet spoort met het recht op onderwijs

Het IVRPH en het recht op ‘inclusief onderwijs’

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2016
Auteurs J. Schoonheim JD, LL.M
Auteursinformatie

J. Schoonheim JD, LL.M
Jacqueline Schoonheim, JD, LL.M is zelfstandig onderzoeker en adviseur.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.