Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 267 artikelen

x
Artikel

Access_open Tien jaar mediation in de strafrechtelijke jurisprudentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden jurisprudentie, mediation, strafrecht, openbaar ministerie
Auteurs Corné van der Wilt
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is an analysis of about 350 decisions of Dutch criminal courts since mediation was introduced as an instrument in criminal law (art. 51h of the Dutch criminal code). It appears that mediation not only benefits the offender in terms of reduction of punishment, but also has significant effects on other aspects of the domain of criminal justice. For example on complaints about the decision of the Public Prosecutor not to prosecute a suspect, the eligibility of the Public Prosecutor in a criminal procedure, claims for compensation of the victim, compensation for damage of the offender being in preventive custody, and costs of the offender for a lawyer to defend him in a criminal procedure. Although much progress can be made in applying mediation in criminal procedures, it is concluded that mediation is now an important form of restorative justice in the Dutch criminal justice system.


Corné van der Wilt
Corné van der Wilt (mr. dr. C.J. van der Wilt) is als raadsheer werkzaam in de afdeling strafrecht van het gerechtshof Amsterdam. Tevens werkt hij sinds 2016 voor het mediationbureau van de rechtbank Zeeland-West-Brabant als MfN-geregistreerd mediator in strafzaken.

    Op 11 maart jongstleden is het conceptwetsvoorstel naar aanleiding van de evaluatie Wet OM-afdoening in consultatie gegaan. Dit conceptwetsvoorstel wijzigt de regeling van de buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten op vier onderdelen. Een van die onderdelen betreft de (hoge)transactieregeling. In deze bijdrage worden de belangrijkste door de minister voorgestelde wijzigingen van deze regeling besproken en daarbij enkele (kritische) opmerkingen gemaakt.


Mr. S. Kerssies
mr. S. Kerssies is senior juridisch medewerker bij de rechtbank Oost-Brabant.
Impressies

Wie wint de ‘battle of forms’ als beide partijen naar verkoopvoorwaarden verwijzen?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2021
Trefwoorden algemene voorwaarden, Battle of forms, First short rule, Knock out rule, uitleg
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    De battle of forms is een bekend terrein in het contractenrecht en geregeld in artikel 6:225 lid 3 BW. Normaliter verwijst de inkoper naar zijn inkoopvoorwaarden en de verkoper naar zijn verkoopvoorwaarden. Hoe werkt de battle of forms als ook de inkoper naar verkoopvoorwaarden verwijst? In dit artikel onderzoekt auteur die vraag naar het Nederlandse BW en het Weens Koopverdrag


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat in Aalsmeer onder de naam facily LAW advocatuur en adviseur bij La Gro Geelkerken Advocaten.
Praktijk

Zo moet het niet

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2021
Auteurs Floris Bakels
Auteursinformatie

Floris Bakels
Rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

Access_open Data, de Wet bescherming bedrijfsgeheimen en het contractenrecht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2021
Trefwoorden bedrijfsgeheim, data, geheimhouding, non disclosure agreement
Auteurs Mr. drs. M. Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Data kunnen een grote commerciële waarde hebben. Omdat data vaak niet worden beschermd door het intellectuele eigendomsrecht en het goederenrecht, is het van belang om waardevolle data contractueel goed te beschermen. In dit artikel staan daarvoor enkele tips.


Mr. drs. M. Kool
Mr. drs. M. Kool is advocaat bij The Data Lawyers B.V.
Artikel

Access_open Commerciële DNA-databanken: een mixed blessing of een bedreiging voor de forensische praktijk?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden commercial DNA databases, Dutch jurisdiction, legislation, forensic practice, Marianne Vaatstra case
Auteurs Amade M’charek en Peter de Knijff
SamenvattingAuteursinformatie

    In April 2018, serial killer Joseph DeAngelo, also known as the Golden State Killer, was spectacularly tracked down. After 13 years of groping in the dark, uploading his DNA profile to a commercial genetic genealogical DNA database helped to identify him within a few months. The use of such commercial DNA databases elicited both hope and dismay. In this contribution the authors address concerns about the use of this technology in the Dutch jurisdiction by situating it in the more than 25 years of careful legislation and forensic practice. They show that much care and attention has been given to the legal and societal aspects of forensic genetic technology and argue that the use of commercial DNA databases warrants a careful and thorough debate before it can be introduced in any sound way.


Amade M’charek
Prof. dr. A.A. M’charek is als hoogleraar Antropologie van de wetenschap verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Peter de Knijff
Prof. dr. P. de Knijff is als hoogleraar Populatie- en Evolutiegenetica verbonden aan het Leids Universitair Medisch Centrum.
Artikel

Publieke waarden en het gebruik van genetische gegevens

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden technological advances, sequencing DNA, internationalization, commercial use, public values
Auteurs Petra Verhoef, Yayouk Willems en Marc Groenen
SamenvattingAuteursinformatie

    Three developments – technological advances in sequencing DNA data, the booming market for commercial DNA tests, and internationalization of collecting and sharing DNA data – are accelerating the use of DNA data worldwide. The authors discuss the impact of the increase in international and commercial use of DNA data and the way it puts public values (like privacy, autonomy, fairness) under pressure. When collecting, analyzing, and translating DNA data, privacy should be guarded, genetic discrimination has to be prevented, digital citizenship could be strengthened, and responsibilities for those applying DNA data should be strongly defined. By doing so, we can thrive for a future in which we make valuable use of DNA data.


Petra Verhoef
Dr. ir. P. Verhoef is themacoördinator bij het Rathenau Instituut. Zij en haar team werken aan verschillende onderwerpen rondom technologie voor gezondheid en landbouw.

Yayouk Willems
Dr. Y.E. Willems is onderzoeker bij het Rathenau Instituut, en zij is gepromoveerd bij het Nederlands Tweelingen Register.

Marc Groenen
M. Groenen MSc werkte tot april 2021 bij het Rathenau Instituut als onderzoeker. Momenteel werkt hij als onderzoeker bij Wageningen Food Safety Research.
Artikel

Een goudmijn vol tips

Het gebruik van genealogische DNA-databanken bij opsporing en identificatie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden genealogical DNA databases, criminal investigation, Sweden, the Lisa project, Golden State Killer
Auteurs Lex Meulenbroek en Diederik Aben
SamenvattingAuteursinformatie

    The success of investigative genetic genealogy (IGG) in the US hasn’t gone unnoticed in Europe. After US police announced worldwide that the Golden State Killer had been identified with the application of IGG, the Swedish police and judiciary applied the same method to solve a double murder that had remained unsolved for sixteen years. How did this method come about? A young woman unfamiliar with her real name, age, parents, and origins came up with the idea that private genealogical DNA databases that allow customers to trace their distant relatives could also be used to discover her identity. Since then, in the US many cold cases have been solved with the help of these databases and also the identity of many unidentified human remains has been traced. Questions concerning this new method of investigation arise, to which the beginning of an answer is given here. What does the method entail? Is it allowed to use this method in the Netherlands as well?


Lex Meulenbroek
Drs. A.J. Meulenbroek is als forensisch deskundige humane biologische sporen en DNA-onderzoek verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Diederik Aben
Mr. D.J.C. Aben is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Genealogische DNA-databanken: consequenties van het delen van ons DNA

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden direct-to-consumer (DTC) genetic testing, spreading of DNA data, risks, function creep, ownership of DNA
Auteurs Nico Kaptein
SamenvattingAuteursinformatie

    This article aims to contribute to the public debate on the consequences and risks of the spreading of DNA data related to direct-to-consumer (DTC) genetic testing. Market developments drive DTC companies to find new business models. As a result of mergers and acquisitions and of the developments of new products and services, DNA data are often used differently than what they were originally collected for. Since DTC DNA data are not protected as well as health-related data generally are, it is hard to keep track of these data. This is partly due to legal and ethical issues such as unclarity of who owns DNA and problems with informed consent. Risks are identified with regards to privacy, information security, the right not to know, (un)equal opportunities, and national security. The author calls for an investment in knowledge and awareness in order to allow for a fair balance between opportunity and risk of DTC DNA products and services.


Nico Kaptein
Drs. N. Kaptein is directeur van advies- en onderzoeksbureau Maruda.
Artikel

Het gebruik van DNA in het opsporingsproces

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden criminal investigation, DNA, DNA analysis, crime scene, evidence
Auteurs Christianne de Poot
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes why forensic DNA research is so interesting for criminal investigation processes, and why DNA does not yet play the role in these processes that could be expected given its unique properties. To this end, the bottlenecks that arise in the forensic investigation process are discussed as well as the opportunities to solve these bottlenecks in the coming years with new technologies and new scientific insights. The article focuses on (1) finding biological traces, (2) determining the relevance and the success rate of these traces, (3) the learning process of criminal investigators, (4) the importance of integrating processes that are currently performed in different places by different professionals, and (5) the promises of rapid mobile DNA technologies in this development.


Christianne de Poot
Prof. dr. C.J. de Poot is als bijzonder hoogleraar Criminalistiek verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Daarnaast is zij lector Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam. Tot voor kort was zij tevens werkzaam als senior onderzoeker bij het WODC in Den Haag.

Jaap van den Herik
Jaap van den Herik was een van de grondleggers van de Kunstmatige Intelligentie in Nederland (1981) en is erelid van de NVKI. Als voltijds hoogleraar Informaticawas hij verbonden aan de Universiteit Maastricht (1987- 2008) en aan Tilburg University (2008-2016), en als parttime hoogleraar Informatica en Recht aan de Universiteit Leiden (1988-2019). Op dit moment is hij samen met Professor Jan Scholtes initiatiefnemer van de LCDS-CPL opleiding Leiden Legal Technologies Programma (LLTP) in Den Haag.
Artikel

Verslag jaarvergadering Vereniging voor Gezondheidsrecht 2020

Medische hulpmiddelen: eindelijk goed geregeld?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden MDR, IVDR, aansprakelijkheid hulpverlener, gunstbetoon, notified bodies
Auteurs Mr. S. Koelewijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 november 2020 vond de jaarvergadering van de Vereniging voor Gezondheidsrecht plaats, waar de preadviseurs de wetgeving rondom de medische hulpmiddelen breed uiteen hebben gezet. De nieuwe Europese Verordeningen, de aansprakelijkheid omtrent de medische hulpmiddelen en het verbod op gunstbetoon zijn uitvoerig belicht, waarbij de coreferenten scherpe kanttekeningen plaatsten.


Mr. S. Koelewijn
Simone Koelewijn is advocaat bij Nysingh advocaten & notarissen te Utrecht.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2020

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2021
Auteurs Robert Hendrikse, Floris-Jan Werners, Justin Interfurth e.a.

Robert Hendrikse

Floris-Jan Werners

Justin Interfurth

Bas van Zelst
Artikel

Access_open The ECHR and Private Intercountry Adoptions in Germany and the Netherlands: Lessons Learned from Campanelli and Paradiso v. Italy

Tijdschrift Family & Law, januari 2021
Trefwoorden Private intercountry adoptions, surrogacy, ECHR, UNCRC, the best interests of the child
Auteurs dr. E.C. Loibl
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the past half century, a market in adoptable children has emerged. The imbalance between the demand for and the supply of adoptable children, combined with the large sums of Western money, incite greedy actors in poor countries to illegally obtain children for adoption. This renders intercountry adoption conducive to abuses. Private adoptions are particularly prone to abusive and commercial practices. Yet, although they violate both international and national law, German and Dutch family courts commonly recognize them. They argue that removing the child from the illegal adopters would not be compatible with the rights and best interests of the individual child concerned. In 2017, the ECtHR rendered a ground-breaking judgement in Campanelli and Paradiso v. Italy. In this case, the Court dealt with the question as to whether removing a child from the care of an Italian couple that entered into a surrogacy agreement with a Russian clinic, given that surrogacy is illegal in Italy, violated Article 8 ECHR. Contrary to previous case law, in which the ECtHR placed a strong emphasis on the best interests of the individual child concerned, the Court attached more weight to the need to prevent disorder and crime by putting an end to the illegal situation created by the Italian couple and by discouraging others from bypassing national laws. The article argues that considering the shifting focus of the ECtHR on the prevention of unlawful conduct and, thus, on the best interests of children in general, the German and Dutch courts’ failure to properly balance the different interests at stake in a private international adoption by mainly focusing on the individual rights and interests of the children is difficult to maintain.

    ---

    In de afgelopen halve eeuw is er een markt voor adoptiekinderen ontstaan. De disbalans tussen de vraag naar en het aanbod van adoptiekinderen, in combinatie met grote sommen westers geld, zet hebzuchtige actoren in arme landen ertoe aan illegaal kinderen te verkrijgen voor adoptie. Dit maakt interlandelijke adoptie bevorderlijk voor misbruik. Particuliere adoptie is bijzonder vatbaar voor misbruik en commerciële praktijken. Ondanks het feit dat deze privé-adopties in strijd zijn met zowel internationaal als nationaal recht, worden ze door Duitse en Nederlandse familierechtbanken doorgaans wel erkend. Daartoe wordt aangevoerd dat het verwijderen van het kind van de illegale adoptanten niet verenigbaar is met de rechten en belangen van het individuele kind in kwestie. In 2017 heeft het EHRM een baanbrekende uitspraak gedaan in de zaak Campanelli en Paradiso t. Italië. In deze zaak behandelde het Hof de vraag of het verwijderen van een kind uit de zorg van een Italiaans echtpaar dat een draagmoederschapsovereenkomst met een Russische kliniek is aangegaan, in strijd is met artikel 8 EVRM, daarbij in ogenschouw genomen dat draagmoederschap in Italië illegaal is. In tegenstelling tot eerdere jurisprudentie, waarin het EHRM sterk de nadruk legde op de belangen van het individuele kind, hechtte het Hof meer gewicht aan de noodzaak om de openbare orde te bewaken en criminaliteit te voorkomen door een einde te maken aan de illegale situatie die door het Italiaanse echtpaar was gecreëerd door onder andere het omzeilen van nationale wetten. Het artikel stelt dat, gezien de verschuiving in de focus van het EHRM op het voorkomen van onwettig gedrag en dus op het belang van kinderen in het algemeen, de Duitse en Nederlandse rechtbanken, door met name te focussen op de individuele rechten en belangen van de kinderen, er niet in slagen om de verschillende belangen die op het spel staan ​​bij een particuliere internationale adoptie goed af te wegen.


dr. E.C. Loibl
Elvira Loibl is Assistant Professor Criminal Law and Criminology, Universiteit Maastricht.
Staatssteun

De zaak TenderNed: de reikwijdte van overheidsgezag en het staatssteunrechtelijke economische-activiteitenbegrip

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden economische activiteit, ondernemingsbegrip, overheidsgezag, overheidsaanbestedingen, staatssteun
Auteurs Mr. G.J. van Midden
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het arrest TenderNed besproken, waarin het Hof van Justitie oordeelde dat het aanbieden van applicaties ter ondersteuning van aanbestedende diensten bij de uitvoering van hun aanbestedingsactiviteiten niet onder de staatssteunregels valt. Met het aanbieden van TenderNed wordt namelijk uitvoering gegeven aan overheidsgezag en daarom is geen sprake van een economische activiteit waarop de staatssteunregels van toepassing zijn. In dit artikel onderzoekt de auteur de in deze arresten gegeven interpretatie van het begrip ‘overheidsgezag’.
    HvJ 7 november 2019, zaak C-687/17 P, ECLI:EU:C:2019:932 (Aanbestedingskalender BV e.a./Europese Commissie)


Mr. G.J. van Midden
Mr. G.J. (Gijs) van Midden is senior adviseur EU-recht bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open ‘Dividing the goods or dividing the beds?’ De dreiging van triage in de risicomaatschappij

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Risk society, Cosmopolitan solidarity, Refexive modernization, Healthcare regulation, COVID-19
Auteurs Mr. dr. Tobias Arnoldussen
SamenvattingAuteursinformatie

    The COVID-19 pandemic caused overcrowded IC units. In the Netherlands a discussion erupted on what category of patients should be granted a bed, if there would not be enough place to treat everybody. In this article the medical guidelines for this situation as well as the public discussion are examined and related to Ulrich Beck’s theory of reflexive modernization. It is argued that discussion and regulation of this dilemma follow reflexive patterns, albeit patchy. The discussion and regulation displayed reflective understanding of the perilous position of the elderly and frail but issues of class and ethnicity were not discussed. This research revealed that Beck’s theory holds its own when tested in an empirical situation, but it has weaknesses in regard to the predicted emergence of cosmopolitan solidarity.


Mr. dr. Tobias Arnoldussen
Tobias Arnoldussen is werkzaam als universitair docent rechtstheorie aan de Universiteit van Tilburg. Hij onderzoekt de invloed van groeiend milieubewustzijn op recht en regulering, zowel empirisch als theoretisch.

Dian Brouwer
Dian Brouwer is advocaat bij JahaeRaymakers te Amsterdam en bijzonder hoogleraar Verdediging aan de Universiteit Maastricht.
Asiel en migratie

Access_open Het nieuwe migratie- en asielpact: flexibele solidariteit, verplichte grensprocedures en nog meer dataverzameling

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden migratie, asielrecht, Europese Unie, grensprocedures, solidariteit
Auteurs Prof. dr. H. Battjes, Mr. dr. E.R. Brouwer en Mr. dr. M. den Heijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 23 september 2020 presenteerde de Europese Commissie het migratie- en asielpact. Dit pact beslaat 509 pagina’s aanbevelingen en wetgevende voorstellen op het gebied van migratie- en asielrecht, het Schengenacquis en grenscontrole. In deze bijdrage bespreken we onder meer de vraag in hoeverre de voorstellen een basis bieden voor solidaire, menswaardige, maar ook effectievere migratie- en asiel afspraken in de Europese Unie. De bijdrage gaat met name in op de voorgestelde grensprocedures en de hervorming van het Dublinsysteem. Ook bespreken we de plannen ter versterking van Schengen en de maatregelen op het gebied van persoonsgegevens en EU- datasystemen.
    Mededeling van de Commissie over een nieuw migratie- en asielpact COM(2020)609 def., 23 september 2020.


Prof. dr. H. Battjes
Prof. dr. H. (Hemme) Battjes is hoogleraar Europees asielrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. E.R. Brouwer
Mr. dr. E.R. (Evelien) Brouwer is universitair docent migratierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. M. den Heijer
Mr. dr. M. (Maarten) den Heijer is universitair docent internationaal recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het recht van de intellectuele eigendom 2000-2020

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden intellectuele eigendom, intellectuele eigendomsrechten
Auteurs Mr. C.A.D. Jänsch en Mr. J.A. de Baar
SamenvattingAuteursinformatie

    De rol van het intellectuele eigendomsrecht is de laatste jaren aanzienlijk toegenomen, niet in de laatste plaats door de toename van het gebruik van internet, sociale media en smartphones. Dit artikel is een bewerking van de laatste kroniek, gepubliceerd in TAR-Justicia 2000 nr. 4. De auteurs gaan in op relevante ontwikkelingen in de wetgeving en de rechtspraak, onder meer op het gebied van het auteursrecht, het merkenrecht en het octrooirecht sinds het begin van deze eeuw. Daarbij komen ook de verschillen in de vier jurisdicties binnen het Caribische deel van het Koninkrijk aan de orde. Tot besluit worden mogelijke ontwikkelingen in het komende decennium besproken.


Mr. C.A.D. Jänsch
Mr. C.A.D. Jänsch is advocaat-partner bij OX & WOLF legal partners te Curaçao.

Mr. J.A. de Baar
Mr. J.A. de Baar is advocaat-partner bij BBV Legal te Curaçao.
Artikel

Hoe kan sport bijdragen aan het re-integreren van delinquenten?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2020
Trefwoorden sport, delinquency, desistance, probation, prison
Auteurs Dr. Lianne Kleijer-Kool, Dr. Jacqueline Bosker en Mr. Moniek Zuurbier
SamenvattingAuteursinformatie

    The contribution of sport to reintegrating offenders receives limited attention, both in science and in the practice of probation and the prison system. From the perspective of desistance, this literature study concluded that sport can contribute to the development of individual capital, social capital and an alternative identity. However, the effect of sport is not necessarily positive. There are risks of negative influence or the reinforcement of problem behaviour. In counselling offenders, sport should be combined with other interventions to reduce recidivism. A personalized approach is required, based on the risk-need-responsivity model.


Dr. Lianne Kleijer-Kool
Dr. Lianne Kleijer-Kool is onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader en hogeschoolhoofddocent bij het Instituut voor Veiligheid van Hogeschool Utrecht.

Dr. Jacqueline Bosker
Dr. Jacqueline Bosker is lector Werken in Justitieel Kader van Hogeschool Utrecht en lid van de redactie van PROCES.

Mr. Moniek Zuurbier
Mr. Moniek Zuurbier is onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader en hogeschooldocent bij het Instituut voor Recht van Hogeschool Utrecht.
Toont 1 - 20 van 267 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 13 14
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.