Zoekresultaat: 75 artikelen

x
Artikel

Van wet naar loket: bedrijfsregels en agile werken voor een transparante wetsuitvoering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2019
Trefwoorden bedrijfsregels, business rule management, agile, transparantie, motiveringsbeginsel
Auteurs Mr. dr. M.H.A.F. Lokin en Mr. J.M. van Kempen
SamenvattingAuteursinformatie

    Geautomatiseerde besluitvorming is bij grote uitvoeringsorganisaties als DUO, SVB en Belastingdienst aan de orde van de dag. Om rechtmatige besluiten te nemen is een vertaalslag nodig van de relevante wetgeving naar specificaties voor de daarbij in te zetten ICT-systemen. Uitvoeringsorganisaties passen daarvoor steeds vaker bedrijfsregels toe. Die bieden een geformaliseerde, maar voor alle betrokkenen begrijpelijke weergave van de wettelijke regels en vormen de basis voor de softwarecode in de applicaties. Werken met bedrijfsregels kan een bijdrage leveren aan naleving van de transparantie-eisen die wetgeving en jurisprudentie aan geautomatiseerde besluitvorming stellen. In dit artikel wordt ingegaan op wat bedrijfsregels zijn, hoe ze transparantie kunnen dienen, en hoe een andere samenwerking tussen wetgever en uitvoerder dat nog verder zou kunnen verbeteren.


Mr. dr. M.H.A.F. Lokin
Mr. dr. M.H.A.F. (Mariette) Lokin is juridisch adviseur bij het DG Belastingdienst van het ministerie van Financiën en promoveerde in oktober 2018 aan de Vrije Universiteit Amsterdam op onderzoek naar de wijze waarop regel- of kennisgebaseerd werken in de uitvoering ondersteund kan worden in wetgeving (proces en product).

Mr. J.M. van Kempen
Mr. J.M. (Matthijs) van Kempen is zelfstandig adviseur bij Knowbility en voerde regelbeheersingsprojecten uit bij DUO, het UWV en de Belastingdienst.

    Melkveehouderij. Regeling inzake hoogte meidoornhaag. Emissieplafond in plaats van dieraantallen.

    Intrekkingsbevoegdheden kunnen als voorschriften aan de vergunning worden verbonden.


Marieke Kaajan

Mr. Rachid Benhadi
Artikel

Omgevingswaarden: waardevol?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, omgevingswaarde, Omgevingswet, milieukwaliteitseis
Auteurs Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is een onderdeel van het themanummer naar aanleiding van de Vlaams-Nederlandse bijeenkomst over het omgevingsrecht met de titel: ‘Omgevingsrecht in de Lage Landen: Toren van Babel of Tuin der Lusten?’
    In dit artikel gaat de auteur in op milieukwaliteitseisen en de transitie naar omgevingswaarde onder de Omgevingswet.


Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse
Mr. dr. F.A.G. Groothuijse is als universitair hoofddocent Omgevingsrecht verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.

    Project heeft niet zodanig nadelige grensoverschrijdende milieugevolgen dat Duitsland bij de m.e.r. moest worden betrokken. Voor gevolgen ammoniakdepositie in Duitsland mag aansluiting worden gezocht bij Duitse beoordelingsmethodiek.

    Spuitzone. Bestrijdingsmiddelen. Fruitteelt en akkerbouw. Relativiteit. Locatiespecifiek onderzoek. Onderzoek deskundige.

Artikel

Het omgevingsplan in de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1-2 2016
Trefwoorden Omgevingswet, omgevingsplan, omgevingswaarde, omgevingsvergunning, bestemmingsplan
Auteurs Mr. J.R. (Jan Reinier) van Angeren
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het omgevingsplan besproken. Na een weergave van de totstandkomingsgeschiedenis van dit instrument wordt de inhoud van het omgevingsplan behandeld. Aan de orde komen de verschillende regels die het omgevingsplan moet bevatten, de bevoegdheid om het omgevingsplan vast te stellen, de omgevingswaarden en de programma’s. Ook wordt ingegaan op de wijze waarop het omgevingsplan als toetsingskader voor omgevingsvergunningen gaat functioneren.


Mr. J.R. (Jan Reinier) van Angeren
Mr. J.R. van Angeren is advocaat bij Stibbe.

    Conclusie dat Natura 2000-gebied niet zal worden aangetast, kan alleen worden gebaseerd op objectieve verifieerbare gegevens, verkregen uit (nader) onderzoek.


Marieke Kaajan

    Spuitzone. Aan te houden afstand. Driftreducerende spuittechniek. Vereisten Activiteitenbesluit.


Daniëlle Roelands-Fransen

Jelle van de Poel
Jelle van de Poel is senior juridisch medewerker bij de Rb. Midden-Nederland en lid van de werkgroep jurisprudentie van de Vereniging voor Milieurecht (VMR). Hij bedankt mr. Taco Leemans en mr. Frederik Mantel, beiden lid van de werkgroep jurisprudentie van de VMR, voor hun commentaar.
Artikel

Programma Aanpak Stikstof ter inzage

Spanning tussen natuur en economie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden PAS, Programma Aanpak Stikstof, Habitatrichtlijn, Natura 2000, stikstof
Auteurs Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz
SamenvattingAuteursinformatie

    Van 10 januari tot 20 februari jl. lagen voor zienswijzen ter inzage: het ontwerp voor het Programma Aanpak Stikstof (het PAS, te onderscheiden van de programmatische aanpak stikstof, de PAS), het bijbehorend plan-MER, inclusief passende beoordeling (met enkele achtergrondrapporten) en de gebiedsanalyses van alle Natura 2000-gebieden waar sprake is van (bedreiging van) habitats die gevoelig zijn voor stikstof (‘de gebiedsanalyses’). Tegelijkertijd zijn openbaar gemaakt: de ontwerpen voor het Besluit grenswaarden programmatische aanpak stikstof en de Regeling programmatische aanpak stikstof (ieder met een eigen toelichting), de Overeenkomst generieke maatregelen in verband met het programma aanpak stikstof en een groot aantal achtergronddocumenten. In deze bijdrage bespreek ik het systeem van de PAS en de bouwstenen ervan, de ter inzage gelegde documenten, op hun juridische merites. De kernvraag luidt of Nederland met de PAS, zoals geconcretiseerd in het PAS en gebiedsanalyses, in overeenstemming handelt met (art. 6 van) de Habitatrichtlijn.


Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz
Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz is advocaat bij Van der Feltz advocaten.

    Exceptieve toetsing van beleidsregel leidt tot buitentoepassingverklaring van deze beleidsregel wegens strijd met de NB-wet 1998.

Artikel

Het waarborgen van duurzaamheid in de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Duurzaamheid, Omgevingswet, Monitoring, Evaluatie, Participatie
Auteurs S. van ’t Foort BBA LLM (hons) en J. Kevelam LLB
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreken de auteurs hoe duurzaamheidsbelangen in het wetsvoorstel zijn gewaarborgd om te komen tot één ‘Omgevingswet’, aan de hand van een viertal criteria, te weten: (i) hoe duurzaamheid is opgenomen in de Omgevingswet en is uitgewerkt in concrete doelen; (ii) hoe integratie en coördinatie wordt bewerkstelligd; (iii) hoe monitoring en evaluatie in het wetsvoorstel worden vormgegeven; en (iv) hoe het publiek bij de besluitvorming wordt betrokken (participatie). Auteurs concluderen dat het wetsvoorstel veel mogelijkheden biedt om duurzaamheidsbelangen te waarborgen, maar dat van een daadwerkelijke waarborging (nog) geen sprake is.


S. van ’t Foort BBA LLM (hons)
S. (Sander) van ’t Foort is als junior onderzoeker verbonden aan de Nyenrode Business University.

J. Kevelam LLB
J. (Julian) Kevelam is masterstudent Staats- en bestuursrecht (track Omgevingsrecht) aan de Universiteit Utrecht.

    Uitbreiding varkenshouderij en oprichting vleeskuikenhouderij en bio-energiecentrale. Geen onlosmakelijke samenhang. Passende beoordeling. Gevolgen voor niet in Nederland gelegen natuurgebieden. Gevolgen per project. Gezondheid.

Artikel

Europese bankenresolutie (SRM). Institutionele perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bankenunie, afwikkeling, resolutie, SRM, SSM
Auteurs G. ter Kuile LLM Dr.
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Too Big to Fail’ banken waren een kostbaar probleem tijdens de crisis die in 2007 uitbrak. Een speciaal soort afwikkelingsrecht voor banken – ‘resolutierecht’ – bleek nodig om belastingbetalers voortaan te sparen. Met het oprichten van een gemeenschappelijk resolutiemechanisme stonden de EU-lidstaten voor een nieuwe uitdaging. Gemeenschappelijke regels, procedures en instellingen werden bij richtlijn en verordening geïntroduceerd, terwijl het resolutiefonds met een intergouvernementele overeenkomst werd bestendigd. Dit artikel bespreekt resolutie als concept, de verdragsgrondslag van de regelingen, de Single Resolution Board als agentschap en de Meroni-discussie, gedeelde bevoegdheden en significantiecriterium, interne en externe governance, het Resolutiefonds en ‘mutualisatie’, en rechtsbescherming. De hoop is uiteraard dat met een effectief Europees bankentoezicht het daadwerkelijk overgaan tot resolutie niet nodig is. Maar de voorbereiding op eventuele resoluties blijft vereist.
    Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (SRM-Verordening of SRMR).
    Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (BRRD-richtlijn of BRRD).
    Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, Brussel, 21 mei 2014, (8457/14), Trb. 2014, 146


G. ter Kuile LLM Dr.
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile, LLM, werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. en schrijft dit artikel op persoonlijke titel. Zijn opvattingen kunnen niet worden toegeschreven aan DNB of het Europees Stelsel van Centrale Banken.
Artikel

Het arrest Briels: begrippen mitigatie en compensatie Habitatrichtlijn nader verklaard

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden Habitatrichtlijn, mitigatie, compensatie, Milieu & Infrastructuur, voorzorgbeginsel
Auteurs Dr. mr. Floor Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich in de zaak Briels e.a. gebogen over een prejudiciële vraag in het kader van een procedure aangaande het tracébesluit Rijksweg A2. Deze wegverbreding heeft negatieve gevolgen voor het bestaande beschermde areaal blauwgraslanden. Het tracébesluit voorziet echter in een mitigatieplan, omvattende de aanleg van een groter areaal blauwgraslanden van hogere kwaliteit dan het bestaande. De kern van het arrest gaat over de vraag of de in het tracébesluit voorgestelde beschermingsmaatregelen de schadelijke gevolgen mitigeren of dat deze maatregelen moeten worden aangemerkt als compenserende maatregelen als bedoeld in artikel 6 lid 4 van de Habitatrichtlijn.
    In deze bijdrage worden de antwoorden van het Hof van Justitie besproken in het licht van eerdere rechtspraak over de beschermingsverplichtingen die artikel 6 lid 3 en 4 van de Habitatrichtlijn met zich meebrengen. In het bijzonder wordt daarbij ingegaan op de rol die het voorzorgbeginsel vervult bij de interpretatie van dit artikel en de betekenis van het begrip compensatie. De bijdrage sluit af met een korte bespreking van de opmerkelijke vervolgstappen die Nederland als reactie op het arrest heeft genomen.
    HvJ EU 15 mei 2014, zaak C-521/12, T.C. Briels e.a./Minister van Infrastructuur & Milieu, ECLI:EU:C:2014:330


Dr. mr. Floor Fleurke
Dr. mr. F.M. (Floor) Fleurke is als universitair docent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.

    Nu significante gevolgen van de activiteit voor Belgische Natura 2000-gebieden niet kunnen worden uitgesloten, heeft de provincie ten onrechte nagelaten om een passende beoordeling te maken in het kader van de milieuvergunningen.


M.M. Mr. drs. Kaajan

    De in de stikstofverordening opgenomen voorwaarden voor opname van milieuvergunningen in de depositiebank waarborgen onvoldoende dat een directe samenhang bestaat tussen de in de depositiebank op te nemen saldi en de aan de depositiebank te onttrekken saldi ten behoeve van de verlening van de NB-wetvergunning.


Marieke Kaajan
Toont 1 - 20 van 75 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.