Zoekresultaat: 90 artikelen

x
Artikel

Digitale data en retentierecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2019
Trefwoorden opschortingsrechten, software, kwalificatie, zaken
Auteurs Mr. M.A. Heilbron
SamenvattingAuteursinformatie

    Een schuldeiser die weigert digitale data aan zijn schuldenaar af te geven totdat hij is betaald, heeft geen retentierecht. Het retentierecht is immers alleen mogelijk op zaken. Deze kwalificatievraag heeft gevolgen voor de rechtspositie van de opschortende schuldeiser en zijn schuldenaar (of diens curator), want de regeling van het retentierecht verschilt van het algemene opschortingsrecht.


Mr. M.A. Heilbron
Mr. M.A. Heilbron is Professional Support Lawyer bij Lydian in Brussel.

Marek Zilinsky
Mr. M. Zilinsky is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan Houthoff.
Artikel

Derde wetsvoorstel voor personenvennootschappen: modernisering nu echt in zicht?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden personenvennootschappen, wetsvoorstel, ondernemingsrecht, modernisering, rechtspersoonlijkheid
Auteurs Mr. M.F.E. de Waard-Preller en Mr. S.S.M. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 februari 2019 is het wetsvoorstel ter modernisering van de personenvennootschappen met een nieuwe titel 13 voor Boek 7 BW ter consultatie voorgelegd. In deze bijdrage bespreken de auteurs de hoofdlijnen van het consultatievoorstel en een aantal voor hen opvallende thema’s. Waar relevant maken zij hierbij een vergelijking met het huidige recht en het voorstel van de Werkgroep Personenvennootschappen.


Mr. M.F.E. de Waard-Preller
Mr. M.F.E. de Waard-Preller is notaris en Partner Corporate M&A bij NautaDutilh, Rotterdam.

Mr. S.S.M. Rutten
Mr. S.S.M. Rutten is Professional Support Lawyer Corporate M&A bij NautaDutilh, Amsterdam.
Artikel

Wijziging van de onderlinge rangorde van pandrechten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden prioriteitsbeginsel, rangorde, pandrecht, rangwijziging, rangwisseling
Auteurs Mr. C.F.B. Groot Rouwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk blijkt dikwijls dat pandhouders hun onderlinge rangorde wensen te wijzigen. De wettelijke regeling van het pandrecht voorziet evenwel niet in een mogelijkheid daartoe. Deze bijdrage behandelt de mogelijkheid tot rangwijziging van pandrechten door analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW, wijziging van de inhoud van het pandrecht, eigenlijke achterstelling en herverpanding.


Mr. C.F.B. Groot Rouwen
Mr. C.F.B. Groot Rouwen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Kroniek Vennootschapsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2019
Auteurs Bas Visée en Rik Analbers
Auteursinformatie

Bas Visée
Bas Visée is advocaat bij Rutgers & Posch in Amsterdam.

Rik Analbers
Rik Analbers is advocaat bij Rutgers & Posch in Amsterdam.
Artikel

Het wagonstelsel terug van niet-weggeweest.

Over de rechtskeuze ex nunc en de Nederlandse gemeenschap van goederen

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 8 2019
Trefwoorden Huwelijkse voorwaarden
Auteurs Mr. G.A. Tuinstra

Mr. G.A. Tuinstra
Objets trouvés

Recht is niet alleen recht als er recht op staat

Over het (h)erkennen van de rechtskracht van private normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden normalisatie, meetinstructie, prejudiciële vragen, status en rechtsgevolgen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het Achmea/Rijnberg-arrest van de Hoge Raad leek een doorbraak te zijn bereikt inzake de doorwerking van private regelgeving in het recht. Wanneer partijen het onderling eens zijn over de toepasselijkheid van bijvoorbeeld gedragscodes, toetst de Hoge Raad er ook aan zonder de juridische status ervan te beoordelen. De vraag wat te doen wanneer de relevantie van private regelgeving tussen partijen wordt betwist, blijkt echter een veel lastiger te nemen hobbel. Recente jurisprudentie over normalisatienormen toont aan dat het in zo’n geval buitengewoon complex is om te bepalen welke rechtsgevolgen aan private regels moeten worden verbonden. Wettelijke (h)erkenningsregels die de rechter behulpzaam kunnen zijn bij het kwalificeren en waarderen van private regels worden in die situatie node gemist. Hier ligt ook een taak voor wetgevingsjuristen. De vraag is alleen of één algemeen wettelijk kader voor uiteenlopende vormen van private regelgeving momenteel al haalbaar is. Werken met experimenteerbepalingen zou wel eens vruchtbaarder kunnen blijken te zijn. Dergelijke bepalingen zullen alleen werken wanneer wetgevingsjuristen, die ze moeten opstellen, zich eerst verdiepen in de schaduwwereld van private normen waarop deze bijdrage enig licht probeert te werpen.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2018
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort
Auteursinformatie

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Mw. mr. E.M.A. van Amersfoort is als docent/promovenda verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en werkzaam als kandidaat-notaris bij Blankhart & Bronkhorst Netwerk Notarissen, aangesloten bij Netwerk Notarissen.

J. de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.
Artikel

Op afstand bestuurbaar eigendom

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden overdraagbaarheid, Internet of Things, eigendom, technoregulering, IoT
Auteurs Mr. A. Berlee
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de positie van de eigenaar wanneer zijn apparaat op afstand kan worden bestuurd, onbruikbaar kan worden gemaakt, of zodanig beveiligd dat men het niet mag repareren als het stuk gaat. Wie heeft er dan eigenlijk de controle: de eigenaar of een ander?


Mr. A. Berlee
Mr. A. Berlee is universitair docent goederenrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Hoe verkrijg ik een executoriale titel?

De deugdelijkheid van twee constructies onderzocht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Executoriale titel, Schikking, Proces-verbaal, Rechterlijke uitspraak
Auteurs Mr. M.W. Knigge
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien partijen ter zitting een schikking bereiken, kunnen zij een executoriale titel verkrijgen door de schikking op grond van artikel 87 lid 3 Rv /artikel 30 m lid 1 Rv (KEI) neer te leggen in een proces-verbaal. De vraag is wat geldt indien partijen buiten de zitting tot een schikking komen. In dit artikel staan twee constructies centraal die tot doel hebben om partijen in een dergelijk geval een executoriale titel te verschaffen. De eerste constructie houdt in dat de rechter uitspraak doet conform de schikking, waarbij hij een onderhandse akte aan het vonnis of de beschikking kan hechten. In de tweede constructie maakt de rechter een proces-verbaal in executoriale vorm op, waaraan hij een door partijen opgemaakte onderhandse akte met daarin de schikking hecht. In dit artikel wordt verdedigd dat beide constructies geschikt zijn om partijen een executoriale titel te verschaffen. Wel verdient de tweede constructie duidelijk de voorkeur boven de eerste.


Mr. M.W. Knigge
Mr. M.W. Knigge is universitair docent Burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden. Met dank aan prof. mr. H.B. Krans en mr. G.M. Veldt voor hun commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
Artikel

Kroniek Aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2018
Auteurs Caspar Janssens, Petra Chao en Vincent Hofman

Caspar Janssens

Petra Chao

Vincent Hofman
Artikel

Over frauderende slachtoffers en WAM-verzekeraars

En de vraag of civielrechtelijke sanctionering mogelijk, of zelfs gewenst is

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2018
Trefwoorden WAM-verzekeraar, fraude, verval van uitkering, frauderende claimant
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek en Mr. M. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij fraude door hun verzekerden kunnen verzekeraars ontkomen aan hun dekkingsplicht. Kan dat ook in de verhouding tussen WAM-verzekeraars en verkeersslachtoffers die ageren op grond van artikel 6 WAM? De kantonrechter te Amsterdam zag geen grond voor (analoge) toepassing van artikel 7:941 lid 5 BW of voor verval van het recht op uitkering via de band van de redelijkheid en billijkheid. Naar aanleiding van het kantonvonnis bespreken de auteurs in deze bijdrage of het verval van het recht op uitkering het door verzekeraars gewenste effect sorteert en of fraude in de aansprakelijkheidsverhouding kan derogeren aan het recht op schadevergoeding.


Mr. F.M. Ruitenbeek
Mr. F.M. Ruitenbeek is promovenda bij de sectie Burgerlijk Recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. M. de Vries
Mr. M. de Vries is promovenda aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam, bij het Verzekeringsinstituut.
Artikel

Zekerheidsrechten vanuit rechtseconomisch perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden zekerheidsrechten, rechtseconomie
Auteurs Mr. R. Bloemink
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op de rechtseconomische rechtvaardiging voor de beschikbaarheid van zekerheidsrechten. Op basis van rechtseconomische inzichten wordt een aantal veelgebruikte argumenten voor de beschikbaarheid van (ruime) zekerheidsrechten ter discussie gesteld. Tegelijk wordt een drietal alternatieve argumenten voor de beschikbaarheid van ruime en gemakkelijk te vestigen zekerheidsrechten naar voren gebracht, bestaande uit het transparantieaspect, het exclusiviteitsaspect en het verruimingsaspect.


Mr. R. Bloemink
Mr. R. Bloemink is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

    Aan de hand van twee arresten van de Hoge Raad wordt stilgestaan bij de zorgplicht die op een beroepsbeoefenaar bij het opstellen van een rapport voor een cliënt jegens derden kan rusten en de manier waarop de beroepsbeoefenaar met die zorgplicht kan omgaan.


Mr. P.H. Kramer
Mr. P.H. Kramer is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Casus

Klagen over rechters: goed geregeld?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden klachtprocesrecht rechterlijke macht, artikel 6 EVRM, onafhankelijkheid tuchtrechtspraak, onpartijdigheid tuchtrechtspraak
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van twee concrete zaken de behandeling van klachten tegen staatsraden, raadsheren en advocaten-generaal besproken. De Wet op de rechterlijke organisatie en de Wet op de Raad van State schrijven hiervoor verschillende procedures voor. Die procedures hebben echter gemeenschappelijk dat de instantie waarvan de rechter, staatsraad of advocaat-generaal deel uitmaakt ook de klacht tegen diegene behandelt. De auteur wil met deze bijdrage een discussie aanzwengelen over de vraag of dat wel zo gelukkig is. Tevens werpt hij in deze bijdrage de vraag op of het wenselijk is dat de procedures voor de behandeling van klachten bij de Hoge Raad en de Raad van State van elkaar verschillen, terwijl zij gaan over hetzelfde, namelijk de behandeling van klachten tegen rechterlijke functionarissen. De twee concrete voorbeelden roepen fundamentele vragen op over de huidige procedures. Dit zou aanleiding moeten geven om het externe klachtrecht grondig te evalueren, waarbij ook de mogelijkheid tot het instellen van een apart tuchtcollege voor de gehele rechterlijke macht moet worden bezien.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

    Het leerstuk van ambtshalve toetsing in consumentenzaken heeft zich ontwikkeld tot een gewichtige factor, waarbij een aantal nationale begrenzingen van het processueel debat in eerste aanleg en appel is losgelaten. Ambtshalve toetsing is gestoeld op de veronderstelling dat de consument zich tegenover zijn professionele wederpartij in een zwakke onderhandelingspositie bevindt en over minder informatie beschikt. Dit artikel gaat in op de vraag of er voldoende rechtvaardiging bestaat voor ambtshalve toetsing als de processuele belangen van een consument worden behartigd door een belangenorganisatie.


Mr. F.E. Vermeulen
Mr. F.E. Vermeulen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. T.L. Schasfoort
Mr. T.L. Schasfoort is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Derdenwerking van exoneratiebedingen: een inkadering van het redelijkheidsoordeel

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Derdenwerking, Exoneratiebedingen, Rechtszekerheid, Engels contractenrecht
Auteurs Mr. P.F. Salome
SamenvattingAuteursinformatie

    Derdenwerking van exoneratiebedingen dient te worden gerechtvaardigd door de ‘aard van het desbetreffende geval’. Gezichtspunten spelen daarbij een rol. De literatuur is kritisch op de rechtspraak van de Hoge Raad en de door hem geformuleerde gezichtspunten: het zou resulteren in een gebrek aan houvast. In deze bijdrage wordt ingegaan op de toepassing van de gezichtspunten in de rechtspraak. Hieruit volgt een ‘diffuus beeld’. Na een uitstap naar het Engelse contractenrecht wordt een aanbeveling gedaan om het leerstuk van (meer) rechtszekerheid te voorzien.


Mr. P.F. Salome
Mr. P.F. Salome is advocaat bij Van Traa Advocaten N.V. te Rotterdam. De auteur bedankt prof. mr. H.N. Schelhaas, prof. mr. M.H. Claringbould, mr. dr. J.A. Kruit en mr. O. Böhmer voor hun commentaar op een eerdere versie.

Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.
Toont 1 - 20 van 90 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.