Zoekresultaat: 214 artikelen

x
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2019

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2020
Auteurs Robert Hendrikse, Justin Interfurth, Floris-Jan Werners e.a.

Robert Hendrikse

Justin Interfurth

Floris-Jan Werners

Bas van Zelst
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM of Hof) heeft in de periode september 2018 tot en met augustus 2019 weer diverse uitspraken gedaan over gezondheidsrechtelijke vraagstukken. Naast uitspraken over de uitleg van ‘bekende’ rechten, zoals het recht op leven, het recht op toegang tot adequate zorg en de procedurele overheidsverplichtingen, waren er verschillende ‘nieuwe’ onderwerpen waarover het Hof zich moest buigen, waaronder de verplichting om een urinetest te ondergaan, de toegang tot een externe deskundige, het recht om te huwen van een onder curatele gestelde persoon en de rechten van naasten en nabestaanden. Het geheel geeft een beeld van de diverse tegen verdragsstaten ingediende klachten.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden aansprakelijkheid hulpverlener, causaal verband, behandelovereenkomst
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste uitspraken besproken in de periode van 15 juni 2017 tot en met 15 juni 2019. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid van de hulpverlener kan worden gebaseerd. Voorts wordt ingegaan op de productaansprakelijkheid, het causaal verband, en de jurisprudentie inzake polisdekking van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Andere uitspraken die in de kroniek worden besproken hebben betrekking op: (voorlopige) deskundigenberichten, inzage in het medisch dossier, het beëindigen c.q. niet-aangaan van de geneeskundige behandelovereenkomst en immateriële schadevergoeding.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.
Artikel

Access_open De vordering van de benadeelde partij in het strafproces: de Hoge Raad geeft college

Bijdrage naar aanleiding van het overzichtsarrest van de Hoge Raad van 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden benadeelde partij, schadevergoeding, strafprocedure, shockschade, rechtstreekse schade
Auteurs Mr. A.J.J.G. Schijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel bespreekt naar aanleiding van het overzichtsarrest van de Hoge Raad de belangrijkste aandachtspunten die bij de beoordeling van de vordering van de benadeelde partij een rol kunnen spelen, en gaat in op het belang van de uitspraak. Het arrest draagt bij aan de rechtseenheid tussen strafrechters en hun civiele collega’s, maar biedt ook aanknopingspunten voor creatieve vorderingen en procestactiek. De relevantie van het arrest zit verder in de onderstreping door de Hoge Raad dat een inhoudelijke beoordeling van de vordering in het strafproces voor de benadeelde partij van groot belang is.


Mr. A.J.J.G. Schijns
Mr. A.J.J.G. Schijns is advocaat bij Beer advocaten te Amsterdam en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij doet promotieonderzoek naar de compensatie van misdrijfschade.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 24 mei 2019 en 12 september 2019.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

Access_open Schadeveroorzakende toestanden

Wanneer begint de lange verjaringstermijn van twintig jaar te lopen bij een vordering op grond van art. 6:174 BW?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden verjaring, rechtsvordering, aansprakelijkheid, schade, art. 3:310 BW
Auteurs Mr. B.T. Berends en Mr. P.W. den Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Zandvoortse muur oordeelt de Hoge Raad dat de objectieve verjaringstermijn in het geval van een schadeveroorzakende gebeurtenis met een voortdurend karakter begint te lopen zodra deze gebeurtenis is opgehouden te bestaan. Dat is een nuancering van zijn rechtspraak, waarvan de reikwijdte volgens de auteurs echter beperkt lijkt.


Mr. B.T. Berends
Mr. B.T. Berends is advocaat bij Stibbe in Amsterdam.

Mr. P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is advocaat bij Stibbe in Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak Wet Bopz

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden psychiatrie, verstandelijkgehandicaptenzorg, psychogeriatrie, dwangbehandeling, gedwongen zorg
Auteurs Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek bevat een selectie van rechtspraak uit de periode van 1 september 2016 tot en met 31 december 2018. Er is aandacht voor uitspraken met betrekking tot de criteria voor opneming, procedurele vereisten, eisen rondom ‘bijzondere’ machtigingen en aspecten van onvrijwillig verblijf. Speciale aandacht is er voor de forensische setting.


Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is universitair docent gezondheidsrecht bij het Amsterdam UMC, locatie VUmc, en redacteur van dit tijdschrift.

Klaas Aantjes
Klaas Aantjes is cassatieadvocaat bij AantjesZevenberg Advocaten in Rijswijk.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 12 februari 2019 en 19 maart 2019.

Kees Pijnappels
Jurisprudentie

Welke gevolgen kan deelfraude hebben voor de vordering van de claimant op de aansprakelijke partij en diens verzekeraar?

HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1103

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2019
Trefwoorden sanctie, claimant, Deelfraude, fraude, Aansprakelijkheid
Auteurs Mr. J.G. Keizer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft duidelijk gemaakt dat de regel uit het verzekeringsrecht dat (deel)fraude tot algeheel verval van het recht op uitkering kan leiden (art. 7:941 lid 5 BW), niet analoog toegepast kan worden in de personenschadepraktijk als de claimant tegenover de verzekeraar van de aansprakelijke partij (deel)fraude pleegt. Is een aan artikel 7:491 lid 5 BW verwante wettelijke regel voor de personenschadepraktijk daarom nodig en wenselijk, of bestaan er al voldoende mogelijkheden om (deel)fraude effectief te sanctioneren?


Mr. J.G. Keizer
Mr. J.G. Keizer is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten te Amersfoort.
Serie-artikel

Access_open Het concept-Wetsvoorstel Instituut mijnbouwschade Groningen nader bekeken

Een artikel in de serie ‘Aardbevingen in Groningen en het vermogensrecht’

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden mijnbouwschade, schadevergoedingsrecht, regelgeving, aansprakelijkheidsrecht, bestuursrecht
Auteurs Mr. dr. J.E. van de Bunt
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het concept-Wetsvoorstel Instituut mijnbouwschade Groningen, dat een exclusieve publieke regeling voor het vergoeden van alle soorten schade door gaswinning in Groningen in het leven wil roepen, kritisch tegen het licht gehouden. Zal het wetsvoorstel de eerder gerezen problemen voor gedupeerden kunnen oplossen? Leidt publieke schadeafwikkeling niet tot nieuwe problemen?


Mr. dr. J.E. van de Bunt
Mr. dr. J.E. van de Bunt is universitair docent privaatrecht bij Tilburg University en zelfstandig adviseur op het gebied van schadefondsen.
Artikel

De scheidslijn tussen hoofd- en schadestaatprocedure in 7:611-zaken

Een analyse van het bijzondere procedureverloop leidend tot Autoster/Hendriks II

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden schadestaatprocedure, bindende eindbeslissing, werkgeversaansprakelijkheid, verzekeringsplicht, art. 7:611 BW
Auteurs Mr. P.E. Bloemendal
SamenvattingAuteursinformatie

    Het bijzondere procedureverloop leidend tot Autoster/Hendriks II geeft aanleiding tot een nadere beschouwing van de scheidslijn tussen de hoofd- en schadestaatprocedure in zaken over de 7:611-verzekeringsplicht. Geconcludeerd wordt dat in de hoofdprocedure niet alleen de aansprakelijkheidsgrond, maar steeds ook ten minste een deel van de causaliteit zou moeten worden beoordeeld.


Mr. P.E. Bloemendal
Mr. P.E. Bloemendal is advocaat bij Dirkzwager legal & tax te Arnhem.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2017-2018

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 1 2019
Auteurs Robert Hendrikse en Leonie Rammeloo

Robert Hendrikse

Leonie Rammeloo

Jan Willem de Groot
Mr. J.W. de Groot is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Artikel

Het VN-verdrag Handicap voor ouders met verstandelijke beperkingen

Verbindingen tussen wetenschap, praktijk en mensenrechten

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Ouders met verstandelijke beperking
Auteurs Dr. M.W. Hodes
SamenvattingAuteursinformatie

    Moeder of vader worden, het stichten van een gezin, is een belangrijke stap in het leven van veel mensen. De transitie naar het ouderschap betekent voor velen een verrijking van de kwaliteit van leven. Daarnaast is het een sociale rol die herkenbaarheid en maatschappelijk aanzien geeft. Steeds meer mensen met verstandelijke beperkingen maken deze transitie naar het ouderschap.
    Binnen onze maatschappij is er echter een voortdurende discussie of ouders met verstandelijke beperkingen wel kinderen mogen krijgen. Dergelijke discussies worden vooral vanuit de emotie gevoerd en gevoed door incidenten die in de media breed worden uitgemeten. Professionals, politici en beleidsmakers zijn daarbij vaak niet goed op de hoogte van de laatste stand van zaken op het gebied van wetenschappelijk onderzoek naar ouderschap bij mensen met verstandelijke beperkingen. Ook wordt daarbij voorbijgegaan aan het feit dat ouderschap een fundamenteel mensenrecht is.


Dr. M.W. Hodes
Dr. M.W. (Marja) Hodes is klinisch psycholoog/orthopedagoog generalist en werkt al meer dan 33 jaar met gezinnen waarvan de ouders een verstandelijke beperking hebben. Zij is in 2017 gepromoveerd aan de VU Amsterdam binnen het onderzoeksconsortium ‘Wat werkt voor ouders met verstandelijke beperkingen’, met het proefschrift: Testing the effect of parenting support for people with intellectual disabilities and borderline intellectual functioning. Marja is leidinggevende van het regionaal Diagnostiek- en Behandelteam van zorgaanbieder ASVZ.
Artikel

Deskundigenbewijs en equality of arms bij WIA-zaken

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2018
Auteurs Paulien Willemse en Ivo van der Helm
Auteursinformatie

Paulien Willemse
Paulien Willemsen is advocaat bestuursrecht bij LNW advocaten en mediators in Utrecht, universitair docent Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht en advocaatredactielid van dit blad.

Ivo van der Helm
Ivo van der Helm is universitair docent Arbeidsrecht en Sociaal Beleid aan de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 214 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.