Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 729 artikelen

x
Annotatie

Google Shopping en het verbod op self-preferencing – een nieuwe norm voor Big Tech?

Gerecht 10 november 2021, T-612/17, ECLI:EU:T:2021:763 (Google en Alphabet/Commissie)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2022
Auteurs Jotte Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    De Google shopping-uitspraak heeft veel te bieden. Self-preferencing kwalificeert onder omstandigheden als misbruik. Die omstandigheden vereisen niet dat Google een onmisbare dienst aanbiedt maar enkel dat het gedrag tot potentiële uitsluiting kan leiden. Daarbij lijkt het Gerecht ook een nieuwe standaard te introduceren, namelijk dat ‘onnatuurlijk gedrag van Google dat in potentie tot uitsluiting kan leiden moet worden gerechtvaardigd’. Het Gerecht heeft er echter zorg voor gedragen veel van de ‘nieuwe normen’ in de uitspraak te verbinden aan de ‘ultradominante’ positie die Google als poortwachter in de markt inneemt. De bredere relevantie en impact van de uitspraak is om die reden reeds beperkt, ook in het licht van de DMA-regulering, op basis waarvan vergelijkbaar gedrag van Google straks ex-ante verboden is.


Jotte Mulder
Mr. dr. J. Mulder is advocaat bij Pels Rijcken en universitair docent bij de Universiteit Utrecht. Deze annotatie is op persoonlijke titel geschreven. Met dank aan Kaj Heesakkers voor waardevol onderzoek bij het schrijven van de annotatie.
Artikel

Homofobe en transfobe haatuitingen onder het IVBPR en EVRM

Ontwikkelingen en reflecties

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2022
Trefwoorden homofobe haatuitingen, lhbtiq-rechten, transfobe haatuitingen, vrijheid van meningsuiting, IVBPR en EVRM
Auteurs Jeroen Temperman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates if and in what manner international human rights treaties provide a mandate for state parties to combat hateful homophobic and transphobic speech. It is concluded that under the ICCPR, the path to inclusive readings of its incitement provision is principally paved by state parties. The UN Human Rights Committee welcomes states’ going beyond the codified (Art. 20) prohibition grounds of ‘national, racial or religious hatred’, thus including such grounds as sexual orientation and gender identity. Within the regional context of the ECHR, it is the European Court of Human Rights that functions as a catalyst. In recent jurisprudence, the latter court has developed a positive duty to investigate instances of hateful homophobic speech. Under both regimes a similarly steadfast approach to combating transphobic speech cannot yet be detected.


Jeroen Temperman
Prof. J.D. Temperman is hoogleraar International Recht & Religie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en lid van het OSCE Panel of Experts on Freedom of Religion or Belief.
Sociaal beleid

Gelijke beloning voor mannen en vrouwen: geen woorden meer maar daden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2022
Trefwoorden handhaving, toezicht, effectieve rechtsbescherming, transparantie
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden en Drs. R. Hesdahl
SamenvattingAuteursinformatie

    De loonkloof m/v is een hardnekkig probleem ondanks lang bestaande wetgeving. Dat komt onder meer doordat naleving van het recht op gelijke beloning vooral als een individueel probleem is beschouwd van de klaagster. Het richtlijnvoorstel over meer loontransparantie en betere handhaving van gelijkebeloningswetgeving m/v vormt een welkome trendbreuk doordat het niet alleen individuele rechtsbescherming versterkt maar ook toezicht en handhaving. Het voorstel maakt de loonkloof tot een gedeelde verantwoordelijkheid van werkgevers, sociale partners, gelijke behandelingsorganen, arbeidsinspectie, rechters en een aan te wijzen toezichtsorgaan. Daarmee zet het de lidstaten aan om eindelijk de daad bij het woord te voegen en de loonkloof daadwerkelijk te dichten.
    Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid door middel van beloningstransparantie en handhavingsmechanismen, Brussel, 4 maart 2021, COM(2021)93 final.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. (Linda) Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht, RENFORCE en IOS Gender and Diversity Hub.

Drs. R. Hesdahl
Drs. R. (Rian) Hesdahl, LL.M is onderzoeksassistent aan de Universiteit Utrecht, ­RENFORCE.
Peer-reviewed artikel

‘Denkfouten, die heb ik niet’

Aandacht voor de blinde vlek van toezichthouders

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden besluitvorming, bias, blinde vlek, denkfouten, psychologie
Auteurs Tessa Coffeng, Elianne F. van Steenbergen, Femke de Vries e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Een denkfout (of bias) ontstaat wanneer mensen op basis van aannames onbewust een verkeerde conclusie trekken. Onder toezichthouders (Ntotaal = 339) is onderzocht in hoeverre zij een potentiële ‘blinde vlek’ vertonen voor hun eigen denkfouten en hoe deze blinde vlek kan worden beïnvloed. Uit dit onderzoek bleek dat toezichthouders inderdaad inschatten dat denkfouten meer bij anderen voorkomen dan bij henzelf, en dat zelfwaargenomen objectiviteit deze blinde vlek kan vergroten. Ook bleek dat toezichthouders die waakzamer zijn in mindere mate een blinde vlek hebben voor hun eigen denkfouten. Toezichthouders geruststellen over het risico op denkfouten in de besluitvorming maakte hen juist minder waakzaam.


Tessa Coffeng
T. Coffeng, MSc. is promovenda bij de Universiteit Utrecht, toezichthouder bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en redacteur van Tijdschrift voor Toezicht.

Elianne F. van Steenbergen
Prof. dr. E.F. van Steenbergen is bijzonder hoogleraar Psychologie van Toezicht aan de Universiteit Utrecht, senior toezichthouder bij de AFM en redacteur van Tijdschrift voor Toezicht.

Femke de Vries
Prof. mr. dr. F. de Vries is bijzonder hoogleraar Toezicht bij de Rijksuniversiteit Groningen en managing partner bij &samhoud.

Naomi Ellemers
Prof. dr. N. Ellemers is universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht.
Forum

Access_open Een gemankeerde wereld

Theorieën over (on)toegankelijkheid

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2021
Auteurs Erwin Dijkstra
Auteursinformatie

Erwin Dijkstra
Erwin Dijkstra is docent/onderzoeker aan de Rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden en redacteur bij het juridisch-wetenschappelijke tijdschrift Handicap & Recht. Zijn onderzoek focust op de maatschappelijke positie van gehandicapten. Daarnaast schrijft hij een proefschrift over de mogelijkheden om discriminatie te bestrijden binnen de rechtsstaat.
Jurisprudentie en wetgeving

Godsdienst en gelijke behandeling

De uitspraak van het Hof van Justitie van de EU in de zaken WABE en Müller

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2021
Trefwoorden gelijke behandeling, godsdienstvrijheid, Hof van Justitie, EU, Islam
Auteurs Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In its ruling in these prejudicial procedures, the EU Court of Justice clarifies the extent to which private employers are allowed to prohibit visual expressions of inter alia religious beliefs in the workplace. This contribution critically discusses the Court’s interpretation of the concepts of direct and indirect discrimination as well as its definition of the criteria that the employer must meet to objectively justify a difference of treatment of employees indirectly based on inter alia religion. Furthermore, it discusses the room that the Court allows in this respect for national provisions that protect freedom of religion.


Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit en redacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Annotatie

Rechtstreekse horizontale werking van het EU Handvest in getrapte vorm

HvJ EU 6 november 2018, gevoegde zaken C-569/16 en C-570/16, ECLI:EU:C:2018:871 (Stadt Wuppertal/Maria Elisabeth Bauer; Volker Willmeroth/Martina Broßonn), ArA 2019/2, m.nt. J.R. Vos

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Bauer en Willmeroth, TSN en AKT, Artikel 31 lid 2 EU Handvest, Rechtstreekse horizontale werking, Minimumvoorschrift
Auteurs Beryl ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2018 en 2019 kwam het Hof van Justitie van de EU met een aantal zaken waarin het Hof rechtstreekse horizontale werking toekent aan grondrechten in het EU Handvest. Een van die arresten betreft de gevoegde zaken Bauer en Willmeroth, waarin artikel 31 lid 2 van het Handvest rechtstreekse horizontale werking toegekend krijgt. Uit het iets later gewezen arrest over de gevoegde zaken TSN en AKT valt echter op te maken dat die rechtstreekse werking wellicht niet zo rechtstreeks is als het Hof doet voorkomen.


Beryl ter Haar
Prof. mr. B.P. ter Haar is hoogleraar en directeur van het Centre for International and European Labour Law Studies (CIELLS) aan de Universiteit van Warschau en bijzonder hoogleraar Europees en Vergelijkend Arbeidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Dividing the Beds: A Risk Community under ‘Code Black’?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Cosmopolitan solidarity, COVID-19, Health care regulation, Risk society, Argumentative discourse analysis
Auteurs Tobias Arnoldussen
SamenvattingAuteursinformatie

    During the COVID-19 crisis a risk of ‘code black’ emerged in the Netherlands. Doctors mentioned that in case of code black, very senior citizens might not receive intensive care treatment for COVID-19 due to shortages. Sociologist Ulrich Beck argued that palpable risks lead to the creation of new networks of solidarity. In this article this assumption is investigated by analyzing the different storylines prevalent in the public discussion about ‘code black’. Initially, storylines showing sympathy with the plight of the elderly came to the fore. However, storylines brought forward by medical organizations eventually dominated, giving them the opportunity to determine health care policy to a large extent. Their sway over policymaking led to a distribution scheme of vaccines that was favourable for medical personnel, but unfavourable for the elderly. The discursive process on code black taken as a whole displayed a struggle over favourable risk positions, instead of the formation of risk solidarity.


Tobias Arnoldussen
Tobias Arnoldussen is Assistant Professor of Jurisprudence at Tilburg Law School.
Artikel

Access_open Suffering from Vulnerability

On the Relation Between Law, Contingency and Solidarity

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Vulnerability, Contingency, Freedom and Anxiety, Solidarity, Legal concept of inclusion
Auteurs Benno Zabel
SamenvattingAuteursinformatie

    The COVID-19 crisis has produced or amplified disruptive processes in societies. This article wants to argue for the fact that we understand the meaning of the COVID-19 crisis only if we relate it to the fundamental vulnerability of modern life and the awareness of vulnerability of whole societies. Vulnerability in modernity are expressions of a reality of freedom that is to some extent considered contingent and therefore unsecured. It is true that law is understood today as the protective power of freedom. The thesis of the article, however, boils down to the fact that the COVID-19 crisis has resulted in a new way of thinking about the protection of freedom. This also means that the principle of solidarity must be assigned a new social role. Individual and societal vulnerability refer thereafter to an interconnectedness, dependency, and a future perspective of freedom margins that, in addition to the moral one, can also indicate a need for legal protection. In this respect, law has not only a function of delimitation, but also one of inclusion.


Benno Zabel
Benno Zabel is Professor of Criminal Law and Philosophy of Law at the University of Bonn.

    An Employment Tribunal (ET) decision involving an advertising agency has highlighted the dangers for employers of taking an overly aggressive approach to reducing gender pay gaps. It also provides a reminder that all discrimination is unlawful, even where the victims are from a historically privileged group.


Colin Leckey
Colin Leckey is a partner at Lewis Silkin LLP.

    Building upon the ECJ case law qualifying stand-by time with significant availability obligations of volunteer firefighters as working time, the Belgian Court of Cassation has upheld a system of compensation by which stand-by time pays less than regular working time.


Gautier Busschaert
Gautier Busschaert is an attorney-at-law at Van Olmen & Wynant, Brussels.
Pending Cases

Case C-650/21, Age Discrimination

FW, CE, reference lodged by the Verwaltungsgerichtshof (Austria) on 27 October 2021

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2021
Trefwoorden Age Discrimination
Pending Cases

Case C-681/21, Age Discrimination, Pension

Versicherungsanstalt öffentlich Bediensteter, Eisenbahnen und Bergbau, B, reference lodged by the Verwaltungsgerichtshof (Austria) on 11 November 2021

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2021
Trefwoorden Age Discrimination, Pension
Case Reports

Access_open 2021/36 No discrimination of reduced hours employees (DK)

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2021
Trefwoorden Disability Discrimination
Auteurs Christian K. Clasen
SamenvattingAuteursinformatie

    In four recent cases, the Danish Eastern High Court addressed the question of whether it was indirect disability discrimination to dismiss four reduced hours employees (fleksjobbere) as part of a cost-saving process because they lacked essential core skills. The High Court ruled in favour of the employer, stating that the employer was not required to maintain the employees’ employment as it would be incompatible with the new demands for qualifications caused by the cutbacks. Consequently, the dismissals did not constitute indirect disability discrimination.


Christian K. Clasen
Christian K. Clasen is a partner at Norrbom Vinding, Copenhagen.

    The Irish High Court has determined that, pursuant to the definitions of ‘employment contract’ and ‘fixed-term employee’ in the Protection of Employees (Fixed-Term Work) Act 2003 (the ‘2003 Act’), a permanent employee temporarily upgrading to a more senior role on a fixed-term basis, was entitled to protection under the 2003 Act as a fixed-term employee despite the fact that he had the right to revert to his substantive terms and conditions as a permanent employee. The Court held that Council Directive 1999/70/EC on fixed-term work (the ‘Directive’) was not only concerned with an employee’s entitlement to continued employment, but also the nature, quality and terms and conditions of that employment. While Member States have the discretion to provide more favourable treatment to a broader category of employees than the Directive required, they could not define terms left undefined in the Directive or framework agreement on fixed-term contracts so as to arbitrarily exclude certain categories of workers from protection as ‘fixed-term workers’.


Sarah O’Mahoney
Sarah O’Mahoney is a General Knowledge Lawyer at Mason Hayes & Curran.
Discussie, Nieuws en Analyse

Procedurele rechtvaardigheid bij de politierechter: empirisch-juridisch inzicht in het belang van een als eerlijk ervaren behandeling

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 6 2021
Trefwoorden Procedurele rechtvaardigheid, politierechterzittingen, Empirisch-juridisch onderzoek
Auteurs Mr. dr. L. (Lisa) Ansems, Prof. dr. C. (Kees) van den Bos en Prof. mr. dr. E. (Elaine) Mak
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft een overzicht van enkele recent uitgevoerde kwalitatieve en kwantitatieve empirische studies waarin het belang van ervaren procedurele rechtvaardigheid op een kritische manier wordt getoetst. Dit gebeurt onder meer door na te gaan of ervaren procedurele rechtvaardigheid ertoe doet bij politierechterzittingen, waarin voor verdachten veel op het spel kan staan. Daartoe zijn drie empirisch-juridische deelstudies uitgevoerd: (1) kwalitatieve interviews met 100 verdachten in politierechterzaken, (2) een vragenlijstonderzoek onder 198 verdachten in politierechterzaken en (3) een experiment onder 239 burgers die zich inleefden in de positie van de verdachte tijdens een politierechterzitting.
    In dit artikel gaan we nader in op de achtergronden van deze studies, beschrijven we de manier waarop de studies zijn opgezet en uitgevoerd, en bespreken we de bevindingen op hoofdlijnen. Door de verschillende deelstudies met elk hun eigen methode in onderlinge samenhang te bespreken, en door te reflecteren op de vraag hoe de empirische onderzoeksbevindingen zich verhouden tot het normatieve domein van het recht, beoogt dit artikel een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling en maatschappelijke impact van empirisch-juridisch onderzoek in zowel de Nederlandse strafrechtcontext als daarbuiten.


Mr. dr. L. (Lisa) Ansems
Lisa Ansems is postdoctoraal onderzoeker bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. C. (Kees) van den Bos
Kees van den Bos is hoogleraar Sociale Psychologie en hoogleraar Empirische Rechtswetenschap aan de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. dr. E. (Elaine) Mak
Elaine Mak is hoogleraar Encyclopedie van de rechtswetenschappen en Rechtstheorie aan de Universiteit Utrecht.
Article

Access_open A Comparative Perspective on the Protection of Hate Crime Victims in the European Union

New Developments in Criminal Procedures in the EU Member States

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2021
Trefwoorden hate crime, victims, victim rights, procedural justice, EU Member States, criminal procedure
Auteurs Suzan van der Aa, Robin Hofmann en Jacques Claessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Hate crime victims involved in a criminal procedure experience difficulties that are different from problems encountered by other victims. In trying to meet the specific procedural needs of hate crime victims many EU Member States have introduced protective measures and services in criminal proceedings, but the adopted approaches are widely disparate. By reporting the results of an EU-wide comparative survey into hate crime victims within national criminal procedures the authors aim to: (1) make an inventory of the national (legal) definitions of hate crime and the protection measures available (on paper) for hate crime victims; and (2) critically discuss certain national choices, inter alia by juxtaposing the procedural measures to the procedural needs of hate crime victims to see if there are any lacunae from a victimological perspective. The authors conclude that the Member States should consider expanding their current corpus of protection measures in order to address some of the victims’ most urgent needs.


Suzan van der Aa
Suzan van der Aa, PhD, is Professor of Criminal Law at Maastricht University, the Netherlands.

Robin Hofmann
Robin Hofmann is Assistant Professor at Maastricht University, the Netherlands.

Jacques Claessen
Jacques Claessen is Professor at Maastricht University, the Netherands.
Artikel

Over schade en schande

Shaming en stigmatisering van ondernemingen

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2021
Trefwoorden naming and shaming, organisatiecriminaliteit, stigma, reputatie, Shell
Auteurs Judith van Erp
SamenvattingAuteursinformatie

    Naming-and-shaming campaigns, in which civil society groups publicly call upon corporations to end harmful behavior via social media, are a powerful mechanism for social control of corporations. This article investigates naming and shaming in modern, global markets through a case study of Shell - one of the most stigmatized corporations of our time. First, the perspective of organizational sociology is used to answer the question why Shell is receiving such significant attention. Next, the article addresses how shaming manifests itself in global markets. The example of Shell illustrates reintegrative shaming, aiming to end harmful activities, as well as stigmatizing shaming that undermines a corporation’s license to operate.
    Finally, this article discusses the potential consequences of naming and shaming for corporate reputations. In the case of Shell, Goffman’s concept of courtesy stigma appears to form the greatest reputational risk, as stigmatization of Shells business partners will create status anxiety and will limit opportunities to develop business.


Judith van Erp
Prof. dr. Judith van Erp bekleedt de leerstoel ‘Regulatory Governance’ aan de Universiteit Utrecht, binnen het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap. j.g.vanerp@uu.nl
Artikel

Naming and shaming seksueel geweld

#MeToo als politieke beweging?

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2021
Trefwoorden MeToo, naming and shaming, seksueel geweld, feminism
Auteurs Martina Althoff
SamenvattingAuteursinformatie

    #MeToo is a social movement that started on social media and spread from the US all over the world in 2017. The social movement behind #MeToo is characterised by publicly naming and shaming those who exhibit everyday misconduct in the workplace. This is done by spreading naming and shaming stories via Twitter messages. A question that arises here is whether naming and shaming is a suitable and successful tool for a political movement that aims to bring about social change with regard to sexual violence. Has #MeToo changed the social perspective on sexual violence and social norms of behaviour for sexual encounters? To answer these questions, first a historical sketch of the feminist movements against sexual violence will be provided. What is characteristic of these movements and what are possible parallels with the #MeToo movement? From a feminist perspective, are there any dilemmas that a judicial response to sexual violence entails? In order to provide background to these insights, the characteristics of the #MeToo movement, and the associated dilemmas surrounding naming and shaming, will be discussed next. Finally, it will be discussed if #MeToo has led to social changes.


Martina Althoff
Dr. Martina Althoff is universitair hoofddocent criminologie in de Faculteit Rechtsgeleerdheid, Vakgroep Strafrecht en Criminologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit. m.althoff@rug.nl
Sociaal beleid

Gelijk loon voor gelijk werk: beginsel heeft ook voor gelijkwaardig werk directe werking

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden gelijk loon voor gelijk werk, gelijkheid, EU-verdrag, Hof van Justitie, arbeidsvoorwaarden
Auteurs D. De Meyst
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Tesco Stores sprak het Hof van Justitie zich op 3 juni 2021 uit over de directe werking van artikel 157 VWEU, dat het beginsel van gelijk loon voor gelijke en gelijkwaardige arbeid bevat. In de praktijk is het voor individuen vaak niet gemakkelijk om het beginsel voor de nationale rechter af te dwingen. In het Tesco-arrest kent het Hof van Justitie expliciet directe werking toe aan het beginsel, zowel voor gelijke als gelijkwaardige arbeid. Hoewel de uitspraak slechts een bevestiging is van de bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie, is de uitspraak toch van symbolisch belang. Ze schept nieuwe mogelijkheden om de afdwinging van het beginsel van gelijk loon voor gelijk(waardig) werk te vergemakkelijken.
    HvJ 3 juni 2021, zaak C-624/19, Tesco Stores, ECLI:EU:C:2021:429.


D. De Meyst
Mevr. D. (Dominique) De Meyst is doctoraal onderzoekster sociaal recht aan de UHasselt/KULeuven.
Toont 1 - 20 van 729 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 36 37
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.