Zoekresultaat: 232 artikelen

x
Artikel

Het contact tussen gedetineerden en interne en externe re-integratieprofessionals in Nederlandse penitentiaire inrichtingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden contact, professionals, gevangenis, re-integratie, casemanagement
Auteurs Amanda Pasma, Esther van Ginneken, Anouk Bosma e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Prisoners often encounter multiple barriers when returning to society, resulting in higher risks of recidivism. To overcome these barriers, prison-based and community-based professionals assist with preparation for release. Prison-based professionals, such as the case manager and mentor, screen and monitor the problems regarding work and income, housing, healthcare, financial debts and valid identification. Community-based professionals, such as municipal officials, parole officers, healthcare professionals and volunteers, can provide additional and specialized help. First, this research discusses the current policy of the Dutch Custodial Institutions Agency (DJI) and the role of different types of professionals. Second, it presents a nationwide picture of the extent to which prisoners report contact with prison-based and community-based professionals, and to what degree prisoners appreciate this contact. The results are specified for various types of regimes and time served and are based on 4308 prisoner surveys of the Dutch Prison Visitation Study (DPVS), part of the Life in Custody Study (LIC-study). It turns out that most prisoners seem to be in close contact with prison-based professionals and that prisoners positively value this contact. However, contact with community-based professionals is limited and prisoners are somewhat dissatisfied about their contact with parole officers and municipal officials. Furthermore, the amount of contact differs across various types of regimes and time served. In particular, individuals who recently entered prison report less contact. To conclude, policy implications will be discussed.


Amanda Pasma
Amanda J. Pasma is PhD-student aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

Esther van Ginneken
Esther van Ginneken is Universitair Docent Criminologie aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

Anouk Bosma
Anouk Bosma was ten tijde van het onderzoek Universitair Docent Criminologie aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

Hanneke Palmen
Hanneke Palmen is Universitair hoofddocent Criminologie aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

Paul Nieuwbeerta
Paul Nieuwbeerta is Hoogleraar Criminologie aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid.
Titel

De verstrekking van juridische voorwaarden in het voorportaal van de cloud

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2020
Trefwoorden account, cloudcontract, algemene voorwaarden, toestemming, gegevensbescherming
Auteurs Mr. dr. Evert Neppelenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Steeds meer particulieren maken gebruik van een cloudprovider voor het delen of bewaren van documenten. Bij het aanmaken van het account voor de toegang tot deze digitale dienst moeten deze gebruikers akkoord gaan met de juridische voorwaarden. In deze bijdrage wordt de terbeschikkingstelling van deze voorwaarden kritisch bekeken vanuit de regelingen over algemene voorwaarden in het Burgerlijk Wetboek en over toestemming als grond voor gegevensverwerking in de Algemene Verordening Gegevensbescherming.


Mr. dr. Evert Neppelenbroek
Mr. dr. E.D.C. Neppelenbroek is universitair docent IT-recht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij dankt masterstudent Maarten Bouwman, die als paralegal voorbereidend werk heeft verricht.
Recent

Einde van een sociaal advocaat

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2020
Auteurs Mark Hüsen

Mark Hüsen
Artikel

Mediation in strafzaken: de werkstijl is de methode

Reflecties op de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden strafzaken, mediation, mediatorprofiel, mediationproces, psychologische veiligheid
Auteurs Makiri Mual
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the beginning of 2020 mediation in penal cases (mediation in strafzaken) has officially become the preferred intervention for victim-offender mediation in the criminal procedure in the Netherlands. Although mediation in general has a sound theoretical framework, the methodological elaboration appears pluriform and somewhat limited. In practice mediators in penal cases operate conform their own personal and professional standards and preferences, apparently without tailor made methodology. This article describes the current methodological directions such as transformative or narrative mediation and seeks for useful references. As a part of restorative practice, mediation in penal cases seems to remain secluded from insights and methodology developed in the domain of restorative justice practices. Educational institutes providing trainings for mediators barely refer to this theoretical framework. Besides a methodological reconnaissance this article offers a fundamental comparison of mediation styles and interventions, but is above all an incentive to further methodological research and development.


Makiri Mual
Makiri Mual is mediator in familie- en strafzaken en rechtbankmediator MfN. Hij verbindt in zijn werk interventies uit de mediationpraktijk en de systeemtherapie en richt zich vooral op geëscaleerde conflicten die in het civiele en strafrecht belanden. Hij is docent bij de stichting EFT Nederland, opleider en voorzitter van de vereniging van strafmediators, VMSZ.
Artikel

Access_open Institutioneel misbruik en geweld uit het verleden

Een vergelijking van twee herstelgerichte responsmodellen in België

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden institutioneel misbruik en geweld, responsmodellen, rooms-katholieke kerk, Centrum voor Arbitrage inzake seksueel misbruik, Permanente Arbitragekamer
Auteurs Ivo Aertsen en Martien Schotsmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, an analysis is made of two response models for different forms of abuse and violence that occurred in the past on children in institutional settings. Two programmes are compared, as they operated during last 10 years in Belgium: on the one hand the Centre of Arbitration for sexual abuse and violence in the Catholic Church at the national level, on the other hand the Commission for Recognition and Mediation for various types of abuse and violence in youth and educational institutions and other organisational contexts in the Flemish Community. Both models are analysed and compared at the conceptual and empirical level from a restorative justice approach, looking at the elements that may reveal a certain form of restorative justice and/or may contain lessons for the further development of restorative justice. The background and origins of both programmes are presented into detail, followed by a comparison with respect to the political options on the basis of their creation, the composition of their boards, their scope of application and their procedures. Some numbers and characteristics of cases dealt with are presented.
    The analysis of both models points at the presence – in varying degrees – of important restorative justice elements as provided in the international literature. However, restorative justice standards are more prominent in the Flemish Commission for Recognition and Mediation as compared to the national Centre of Arbitration for sexual abuse in the Church. Both programmes also demonstrate that restorative action is needed at different, mutually interwoven levels: the personal (micro) level, the institutional (meso) level and the societal (macro) level. At the institutional and societal level the transformative potential of the interventions is very much needed, but also most challenging in terms of the development of effective restorative methods.


Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is emeritus hoogleraar criminologie aan de KU Leuven. Hij was aangesteld als expert bij de federale parlementaire Bijzondere Commissie in 2010-2011 en fungeerde vier jaar als lid van de Permanente Arbitragekamer inzake seksueel misbruik in de Kerk.

Martien Schotsmans
Martien Schotsmans is advocaat en verzoeningsexpert. Zij was als arbiter betrokken bij twee dossiers inzake seksueel misbruik in de kerk en was tot september 2020 coördinator van de Vlaamse Commissie voor Erkenning en Bemiddeling inzake misbruik en geweld uit het verleden.
Artikel

Welke samenleving in het herstelrecht?

Uitdagingen voor burgerschap en samenlevingsopbouw

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden burgerschap, samenlevingsopbouw, samenleving als actor, Vreedzame Wijk, Eigen Kracht-conferentie
Auteurs Ivo Aertsen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the concepts of society and community involvement as they appeared in the articles of the Dutch-Flemish Tijdschrift voor Herstelrecht (Journal of Restorative Justice) during last 20 years. It shows how the journal from its very beginning adopted a strong focus on criminal justice reform, although restorative practices within the community occupied a considerable space in the consecutive volumes as well. Studies on restorative justice programmes in Belgium and The Netherlands, such as victim-offender mediation and family-group conferences, revealed a predominant orientation on interpersonal relationships stressing the role of the community of care. In the same sense, also community mediation and other community oriented restorative practices focus on the personal well-being of people and the improvement of personal and social relationships. Hence, both theory and practice face two important challenges in developing restorative justice: (1) which role to give to a larger community and how to operationalize its involvement, and (2) how to deal with underlying causes of crime and social-structural injustices? Referring to European action-research projects and to conceptual models developed outside Europe, a case is made for designing restorative justice methodologies and programmes involving civil society in a more encompassing way and linking micro to macro societal levels. Developing strategic alliances with new social movements could be the way forward.


Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is redacteur van dit tijdschrift en hoofdredacteur van The International Journal on Restorative Justice.

Elaine Mak
Elaine Mak is hoogleraar Rechtstheorie en Enclyopedie van de rechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Anne Ruth Mackor
Anne Ruth Mackor is hoogleraar Hoogleraar professie-ethiek, in het bijzonder van juridische professies aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Iris van Domselaar
Iris van Domselaar is universitair hoofddocent aan de Amsterdamse rechtenfaculteit.
Artikel

De politie als nationale hulpverlener

Politieoptreden bij incidenten waarbij personen met verward gedrag betrokken zijn

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Verwarde personen Persons with confused behavior, GGZ Mental health service, Frontlijnwerkers Police officers, Lipsky
Auteurs Drs. Milou Janssen en Dr. Jelle van Buuren
SamenvattingAuteursinformatie

    Incidents involving persons with ‘confused behavior’ are an important and topical theme in Dutch society. The police are often the first to be involved in these incidents because they are the only public organization that has a 24/7 presence on the streets. In 2019, the police registered 96,000 reports of persons who showed confused behavior. It is therefore not surprising that the police have repeatedly drawn political-administrative attention to this situation and indicated that the limits have been reached. That raises the question of how police officers deal with a situation that has actually grown above their heads in daily practice. In this research, based on the theory of street-level bureaucracy introduced by Lipsky, it was investigated how police officers in The Hague use their discretion to cope with this difficult reality.


Drs. Milou Janssen
Drs. M. Janssen werkt bij de Koninklijke Marechaussee.

Dr. Jelle van Buuren
Dr. G.M. van Buuren is universitair docent Institute of Security and Global Affairs, Universiteit van Leiden.
Jurisprudentie

Access_open Stoian t. Roemenië: stap terug of status quo? Een EHRM-casus over het recht op inclusief onderwijs

EHRM 25 juni 2019, 289/14 (Stoian/Roemenië)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, (recht op) inclusief onderwijs, toegankelijkheid, redelijke aanpassingen
Auteurs Dra. M. Spinoy (M.Jur.) en Dr. J. Lievens (LL.M.)
SamenvattingAuteursinformatie

    In het recente arrest Stoian t. Roemenië oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over de onderwijssituatie van een jongen met een beperking in Roemenië. Het Hof beoordeelt de zaak vanuit de redelijke aanpassingsplicht en besluit dat die niet geschonden is. In deze bijdrage bespreken en analyseren de auteurs dit arrest dat het Hof op veel kritiek kwam staan. Ze houden daarbij in het bijzonder rekening met het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH) en relevante voorgaande rechtspraak van het EHRM. In het arrest krijgen de principes van het IVRPH (opnieuw) een centrale plaats. De toepassing van die principes is minder eenduidig. Het arrest doet immers belangrijke vragen rijzen over de manier waarop het EHRM twee belangrijke IVRPH-verplichtingen inzake onderwijs toepast. Het IVRPH omvat onder meer de verplichting tot het voorzien van een toegankelijk onderwijssysteem en de verplichting in redelijke aanpassingen te voorzien. Die verplichtingen zijn er beide op gericht onderwijs toegankelijk te maken voor kinderen met een handicap. Tussen de twee verplichtingen bestaan echter belangrijke verschillen, onder meer inzake afdwingbaarheid. Het EHRM lijkt deze verplichtingen niet correct van elkaar te onderscheiden en aan de twee tegelijk te toetsen. Daarnaast is niet duidelijk hoe streng het Hof de verplichtingen van staten toetst in deze materie. De toetsingsintensiteit lijkt in Stoian lager te liggen dan in eerdere zaken. De auteurs besluiten dan ook dat het arrest geen echte zekerheid brengt over de standaarden die het Hof in volgende zaken zal hanteren.


Dra. M. Spinoy (M.Jur.)
Dra. M. (Marie) Spinoy is doctoraatsonderzoeker aan het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven). Ze doet onderzoek op het gebied van non-discriminatie.

Dr. J. Lievens (LL.M.)
Dr. J. (Johan) Lievens is universitair docent staatsrecht en onderwijsrecht aan de VU Amsterdam. Hij is tevens verbonden aan de Université de Namur en het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven).
Artikel

Naar een maatschappelijk effectieve schuldenrechter

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2020
Trefwoorden judiciary, debt collection cases, local experiments, reorganization, legislation
Auteurs Prof. mr. Nick Huls
SamenvattingAuteursinformatie

    The corona crisis can be seen as an opportunity to facilitate a much wider access to the courts for a clean slate in the case of personal insolvency. This access was provided by the 1998 Dutch law on debt rescheduling Wsnp. After explaining the relapse of the law and the problems of the present system, an overview is given of the societal activities to turn the tide. The judiciary has started several local experiments to help overindebted citizens. Using the concept of societally effective courts the Council of the judiciary has backed this development. In the concluding part the author discusses several paths to improve the situation. First, the courts should organize themselves in such a way that debt collection and debt help are coordinated. Second, the courts must abandon their strict attitude towards the formalities for access that are now in place. The municipal assistance institutions should be given the possibility to suggest to the courts that their clients are ripe for a fresh start.


Prof. mr. Nick Huls
Prof. mr. N.J.H. Huls is emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Leiden.
Artikel

De deskundige in het gemoderniseerde Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden deskundige, technisch opsporingsambtenaar, modernisering Strafvordering, benoeming, schriftelijke stukken
Auteurs Mr. dr. R.A. Hoving
SamenvattingAuteursinformatie

    De modernisering van het Wetboek van Strafvordering biedt de mogelijkheid om aan de slag te gaan met de vragen en problemen inzake de inschakeling van deskundigen in het strafproces en het toezicht op het functioneren van deze deskundigen. In dit artikel wordt aandacht besteed aan de vraag in hoeverre enkele problemen die in de literatuur zijn benoemd, worden opgelost door de voorgestelde veranderingen van de regels over (1) de afbakening van het begrip deskundige, (2) de inschakeling van deskundigen en (3) het gebruik van deskundigenbewijs.


Mr. dr. R.A. Hoving
Mr. dr. R.A. (Rolf) Hoving is universitair docent straf- en strafprocesrecht Rijksuniversiteit Groningen.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden aansprakelijkheid hulpverlener, causaal verband, behandelovereenkomst
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste uitspraken besproken in de periode van 15 juni 2017 tot en met 15 juni 2019. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid van de hulpverlener kan worden gebaseerd. Voorts wordt ingegaan op de productaansprakelijkheid, het causaal verband, en de jurisprudentie inzake polisdekking van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Andere uitspraken die in de kroniek worden besproken hebben betrekking op: (voorlopige) deskundigenberichten, inzage in het medisch dossier, het beëindigen c.q. niet-aangaan van de geneeskundige behandelovereenkomst en immateriële schadevergoeding.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.

    In this article, the author discusses mediation law and practice in Australia, with a focus on commercial disputes. Statistical data collected in several Australian jurisdictions suggest that mandatory referral works out positively. The author concludes with some observations as to the potential usefulness of the Australian model for court-referred mediation in Europe.


Justus Hoefnagel
Justus Hoefnagel is advocaat bij Linklaters LLP in Amsterdam en werkte van eind 2017 tot eind 2019 in Australië bij Allens, een advocatenkantoor in Perth, West-Australië, in het kader van een tweejarig secondment. Hij werkte daar mee aan de behandeling van procedures ter zake commerciële geschillen bij Australische rechtbanken.

Annie de Roo
Annie de Roo is associate professor of ADR and comparative law at Erasmus University Law School in Rotterdam, editor-in-chief of TMD, and vice chair of the exams committee of the Mediators Federation of the Netherlands MFN. She has published extensively on mediation and has inter alia been a Rapporteur three times for the European Commission on the use of mediation in employment disputes.

Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is onder andere verbonden aan de Erasmus Universiteit en is TMD redactielid. Hij trad enkele malen op als rapporteur-generaal voor de Raad van Europa op het gebied van ADR/mediation.
Artikel

Zorg voor en zorgen om alleenstaande minderjarige vreemdelingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2019
Trefwoorden unaccompanied minor asylum seekers, mental health problems, mental health care, resilience, guardianship
Auteurs Prof. dr. Monika Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    Among the asylum seekers arriving in Europe are unaccompanied minors (UMAs). As a result of the often traumatic experiences before and during their flight, many have mental health problems. The question is how they cope in the country of destination. After the flight, the plight is not over: destination countries are often not welcoming in all respects, UMAs may encounter violence in reception facilities, and experience stress related to the asylum procedure and possible family reunification, as well as worries about relatives left behind. Although UMAs are also known to be resilient, and most are supported by family members and/or significant others, there are worries about their transition to adulthood. When they turn 18, they have to deal with the developmental tasks that come with that age, as well as to come to terms with past experiences. At the same time their guardianship ends, and they are supposed to manage on their own in the relatively new country. Many UMAs seem to manage, but it would be helpful if the 18 years age limit could be used flexible when necessary.


Prof. dr. Monika Smit
Prof. dr. M. Smit is hoofd van de Onderzoeksafdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en Vreemdelingenaangelegenheden van het WODC en bijzonder hoogleraar Psychosociale zorg voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Advocaten in Europa: vertegenwoordiging op het hoogste niveau?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Representation, Lawyers, European Court of Justice, Preliminary References, Relational Expertise
Auteurs Jos Hoevenaars PhD
SamenvattingAuteursinformatie

    Research on the significance of representation indicates that lawyers contribute to positive outcomes of legal procedures not only by their substantive expertise but also by the relational expertise they bring. The latter involves understanding how to navigate the relationships involved in getting work done. In this paper these insights are used to investigate the highly specific and atypical practise of the preliminary reference procedure in the European legal system in order to reveal how lawyers deal with such an unexpected change of (legal) context. The empirical data, collected through semi-structured interviews with twenty-eight lawyers with past experience with the procedure, reveals the significant ways in which lawyers’ positive contribution to such cases is undermined by their lack of both substantive and relational expertise in pleading a case before the European Court of Justice. The fact that such cases do not necessarily fall into the hands of the professionals best equipped to plead such disputes before the Court, and the inability of the less well-off parties in particular to hire further expertise, points in the direction of a disadvantaged position for this group of litigants in having their interest represented effectively at the European level.


Jos Hoevenaars PhD
Jos Hoevenaars is postdoc onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Niet-grensoverschrijdende zorgverlening en het EU-recht

Hoe het EU-recht ten onrechte een doorslaggevende invloed uitoefent op het zorgstelsel

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2019
Trefwoorden hinderpaal, vrij verkeer van diensten, zorgstelsel, naturapolis, restitutiepolis
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Verzekerden onder een naturapolis die een niet-gecontracteerde zorgaanbieder bezoeken, kunnen aanspraak maken op een door de zorgverzekeraar te bepalen vergoeding. Die vrijheid van de zorgverzekeraar is door de minister en in de rechtspraak sterk ingeperkt, maar in dat kader wordt ten onrechte geen onderscheid gemaakt tussen grensoverschrijdende en niet-grensoverschrijdende zorg.


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is als bedrijfsjurist werkzaam bij ING.
Contracten maken

Access_open Leren exonereren: een aantal gezichtspunten ten aanzien van het contractueel reguleren van aansprakelijkheid

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Exoneratie, Schadeplichtigheid, Verzuim, Opzet of bewuste roekeloosheid, Beperkende werking redelijkheid en billijkheid
Auteurs Prof. mr. T.H.M. van Wechem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de rol die exoneraties in b2b-verhoudingen spelen besproken en formuleert de auteur regels die bij het opstellen van een goede exoneratiebepaling van nut kunnen zijn. De auteur wijst op het belang van het juridisch (logistiek) kwalificeren van de overeenkomst, de vraag of de schadeplicht voortvloeit uit een temporeel of kwalitatief ten achter blijven en op de uitleg van exoneraties. Onderzocht wordt ook of toetsing van het beding aan de beperkende werking van de redelijkheid veel verschilt van de norm ‘onredelijk bezwarend’ uit artikel 6:233 sub a Burgerlijk Wetboek en de omstandigheden die in de rechtspraak een rol spelen bij de beantwoording van de vraag of een exoneratie terzijde moet worden gesteld.


Prof. mr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counseling aan de Open Universiteit, raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en zelfstandig juridisch adviseur te Amsterdam.
Artikel

Kan de aangepaste Belgische abortuswet ook Nederland inspireren?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden abortus, abortus in België, abortus in Nederland, Wet afbreking zwangerschap
Auteurs Mr. P.L. Garré
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt de recente wijzigingen aan de Belgische abortuswetgeving en gaat na of sommige aanpassingen ook nuttig kunnen zijn voor een hervorming van de Waz. Deze wijzigingen in de Belgische wetgeving dienen slechts in beperkte mate als inspiratiebron voor een mogelijke aanpassingen aan de Nederlandse wetgeving.


Mr. P.L. Garré
Patrick Garré is jurist en economist bij de Belgische Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid.
Toont 1 - 20 van 232 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.