Zoekresultaat: 8 artikelen

x
Annotatie

Op reis met de vakantiewetgeving: het Handvest biedt nieuw uitzicht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Vakantie, Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Horizontale directe werking, Inspanningsplicht, Richtlijn 2003/88
Auteurs Mr. drs. J.R. Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    In november 2018 wees het Hof van Justitie van de Europese Unie twee belangrijke arresten: Bauer en Max-Planck. Het Hof van Justitie kent hierin horizontale directe werking toe aan het recht op vakantie dat in artikel 31 lid 2 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is opgenomen. Eveneens introduceert Max-Planck een inspanningsplicht voor de werkgever om ervoor te zorgen dat de werknemer vakantie opneemt voordat het recht op vakantie kan vervallen. In deze bijdrage worden de arresten kritisch besproken.


Mr. drs. J.R. Vos
Mr. drs. Jan-Pieter Vos is wetenschappelijk docent en promovendus op de sectie Arbeidsrecht van de Erasmus School of Law.
Artikel

Wo viel Licht ist, ist starker Schatten?

Het recht op een effectieve (civiele) remedie naar Unierecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden effectiviteitsbeginsel, effectieve rechtsbescherming, doorwerking, Unierecht, civiele remedie
Auteurs Mr. I.V. Aronstein
SamenvattingAuteursinformatie

    Het effectiviteitsbeginsel en het beginsel van effectieve rechtsbescherming vormen het fundament van de doorwerkingsvormen van Unierecht in privaatrechtelijke rechtsverhoudingen. Deze bijdrage geeft globaal inzicht in hoe private partijen Unierecht kunnen inroepen tegen een andere private partij, welke voorwaarden gesteld worden aan civiele remedies en hoe in die context de bovengenoemde beginselen andere beginselen beperken.


Mr. I.V. Aronstein
Mr. I.V. Aronstein is onderzoeker aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht, Radboud Universiteit en daarnaast verzorgt zij postacademisch onderwijs op het gebied van de invloed van het Unierecht op de civiele rechtspraktijk.
Artikel

Tenant vs. owner: deriving access to justice from the right to housing

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2015
Trefwoorden tenants’ rights, adequate housing, discrimination, effectiveness of law
Auteurs Nico Moons
SamenvattingAuteursinformatie

    The right to adequate housing has since long been established in international and European human rights law and has been (constitutionally) incorporated into many domestic legal systems. This contribution focuses on the extent to which this fundamental right influences rental law and the horizontal relationship between tenant and landlord and how it contributes to the tenant’s access to justice. The right to housing certainly accounts for tenant’s rights, but since international and European human rights law evidently centres around state obligations, any possible impact on the position of tenants remains indirect. This is of course different on the national plane. In Belgium, the constitutional right to housing has been implemented through regional Housing Codes, complementing private law measures and creating additional protection to tenants. Nonetheless, many challenges still remain in increasing access to justice for tenants, both top-down and bottom-up: lack of knowledge and complexity of law, imbalance in power and dependency, discrimination, etc.


Nico Moons
Nico Moons is a PhD student at the Faculty of Law of the University of Antwerp (research group Government & Law). His research topic involves the effectiveness of the right to adequate housing. Previously, he has worked at the Council for Alien Law Litigation.

Mr. M.J.C. van der Heijden LL.M. M.Phil
Mr. M.J.C. van der Heijden LL.M. M.Phil is verbonden aan het UD Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open De Drittwirkung van grondrechten

Retorisch curiosum of vaandel van een paradigmatische omwenteling in ons rechtsbestel?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Drittwirkung, horizontal effect of human rights, constitutionalisation of private law
Auteurs Stefan Somers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses whether the horizontal effect of human rights marks a new paradigm in legal systems or is merely a new style in legal rhetoric. In doing so, much attention is paid to the differences between direct and indirect horizontal effect. Departing from social contract theory the article explains that the protection of human right values in horizontal relations is an essential feature of modern constitutionalism. It also analyses whether these values in horizontal relations should be protected by private law or by human rights. This question is looked at from a substantial, a methodological and an institutional perspective. In the end, because of institutional power balancing, the article argues in favor of an indirect horizontal effect of human rights.


Stefan Somers
Stefan Somers is a researcher at the Department of Interdisciplinary Studies at the VUB (Free University of Brussels) and prepares a PhD on the relationship between human rights and tort law.
Jurisprudentie

Vrijheid van meningsuiting op de werkplek in twee maten en gewichten: de werknemer mag blaffen, de ‘watchdog’ wordt gemuilkorfd

EHRM 21 juli 2011, Application nr. 28274/08 (Heinisch/Duitsland) en EHRM 12 september 2011, Application nr. 28955/06, 28957/06, 28959/06 en 28964/06 (Palomo Sanchez e.a./Spanje)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden klokkenluiders, vrijheid van meningsuiting op de werkplek, private en publieke sector, vakverenigingsvrijheid, EVRM
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de zomermaanden oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over twee verzoekschriften waarin de vrijheid van meningsuiting van werknemers centraal stond. De eerste zaak (Heinisch/ Duitsland) betrof naar de woorden van het Hof een zaak van whistle-blowing (klokkenluiders). Een werkneemster maakte van haar vrijheid van meningsuiting gebruik om extern wantoestanden in de onderneming aan te klagen die een kwestie van algemeen belang raken. In de tweede zaak (Sanchez e.a./Spanje) onderzocht een Grote Kamer het ontslag op staande voet van enkele vakbondsleden wegens een naar de mening van de werkgever diffamerende cartoon in een interne vakbondspublicatie. Deze cartoon hield verband met een juridisch geschil tussen de vakbond en de werkgever dat in de Spaanse rechtbanken werd uitgevochten. In deze zaak wordt ook aan de vakverenigingsvrijheid getoetst. Een onderliggende vergelijking van beide zaken laat toe te appreciëren of werknemers in de uitoefening van een vertegenwoordigend mandaat dat zij van aangesloten vakbondsleden hebben gekregen, over een grotere dan wel een kleinere expressievrijheid beschikken dan geïsoleerde werknemers die ‘onrecht’ aanklagen. De relevantie van de aard van de ondernemingsactiviteit (publieke of private sector) en de arbeidsverhouding (ambtenaar/contractueel) wordt bekeken. Na een afzonderlijke analyse van beide zaken, een beschouwing over de tussenkomst van de vakbond in de zaak Heinisch en een beschouwing over de formele methodologie van het Hof worden beide arresten vanuit enkele kernvragen rond expressievrijheid op de werkplek op een meer vergelijkende wijze beschouwd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is als hoogleraar verbonden aan onderzoekscentrum Crides Jean Renauld van de Université catholique de Louvain.
Artikel

Access_open Transnational Fundamental Rights: Horizontal Effect?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2011
Trefwoorden fundamental rights, societal constitutionalism, inclusionary and exclusionary effects, anonymous matrix
Auteurs Gunther Teubner
SamenvattingAuteursinformatie

    Violations of human rights by transnational corporations and by other ‘private’ global actors raise problems that signal the limits of the traditional doctrine of ‘horizontal effects’. To overcome them, constitutional law doctrine needs to be complemented by perspectives from legal theory and sociology of law. This allows new answers to the following questions: What is the validity basis of human rights in transnational ‘private’ regimes – extraterritorial effect, colère public or external pressures on autonomous law making in global regimes? Do they result in protective duties of the states or in direct human rights obligations of private transnational actors? What does it mean to generalise state-directed human rights and to respecify them for different social spheres? Are societal human rights limited to ‘negative’ rights or is institutional imagination capable of developing ‘positive’ rights – rights of inclusion and participation in various social fields? Are societal human rights directed exclusively against corporate actors or can they be extended to counteract structural violence of anonymous social processes? Can such broadened perspectives of human rights be re-translated into the practice of public interest litigation?


Gunther Teubner
Gunther Teubner is Professor of Private Law and Legal Sociology and Principal Investigator of the Excellence Cluster ‘The Formation of Normative Orders’ at the Goethe-University, Frankfurt/Main. He is also Professor at the International University College, Torino, Italy.
Discussie

Access_open Against the ‘Pestilential Gods’

Teubner on Human Rights

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2011
Trefwoorden semiosphera, paranomia, Drittwirkung, matrix argument
Auteurs Pasquale Femia
SamenvattingAuteursinformatie

    Examining the function of human rights in the semiosphere requires a strategy of differentiation: the dissolution of politics into political moments (politics, it is argued, is not a system, but a form of discourse); the distinction between discourse and communication; the concept of systemic paranomic functionings. Paranomia is a situation generated by the pathological closure of discourses, in which knowledge of valid and observed norms obscures power. Fundamental rights are the movement of communication, claims about redistributing powers, directed against paranomic functionings. Rethinking the debate about the third party effect implies that validity and coherence must be differentiated for the development of the ‘matrix argument’.


Pasquale Femia
Pasquale Femia is Professor of Private Law at the Faculty of Political Studies of the University of Naples II, Italy.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.