Zoekresultaat: 353 artikelen

x
Artikel

Access_open The ECHR and Private Intercountry Adoptions in Germany and the Netherlands: Lessons Learned from Campanelli and Paradiso v. Italy

Tijdschrift Family & Law, januari 2021
Trefwoorden Private intercountry adoptions, surrogacy, ECHR, UNCRC, the best interests of the child
Auteurs dr. E.C. Loibl
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the past half century, a market in adoptable children has emerged. The imbalance between the demand for and the supply of adoptable children, combined with the large sums of Western money, incite greedy actors in poor countries to illegally obtain children for adoption. This renders intercountry adoption conducive to abuses. Private adoptions are particularly prone to abusive and commercial practices. Yet, although they violate both international and national law, German and Dutch family courts commonly recognize them. They argue that removing the child from the illegal adopters would not be compatible with the rights and best interests of the individual child concerned. In 2017, the ECtHR rendered a ground-breaking judgement in Campanelli and Paradiso v. Italy. In this case, the Court dealt with the question as to whether removing a child from the care of an Italian couple that entered into a surrogacy agreement with a Russian clinic, given that surrogacy is illegal in Italy, violated Article 8 ECHR. Contrary to previous case law, in which the ECtHR placed a strong emphasis on the best interests of the individual child concerned, the Court attached more weight to the need to prevent disorder and crime by putting an end to the illegal situation created by the Italian couple and by discouraging others from bypassing national laws. The article argues that considering the shifting focus of the ECtHR on the prevention of unlawful conduct and, thus, on the best interests of children in general, the German and Dutch courts’ failure to properly balance the different interests at stake in a private international adoption by mainly focusing on the individual rights and interests of the children is difficult to maintain.

    ---

    In de afgelopen halve eeuw is er een markt voor adoptiekinderen ontstaan. De disbalans tussen de vraag naar en het aanbod van adoptiekinderen, in combinatie met grote sommen westers geld, zet hebzuchtige actoren in arme landen ertoe aan illegaal kinderen te verkrijgen voor adoptie. Dit maakt interlandelijke adoptie bevorderlijk voor misbruik. Particuliere adoptie is bijzonder vatbaar voor misbruik en commerciële praktijken. Ondanks het feit dat deze privé-adopties in strijd zijn met zowel internationaal als nationaal recht, worden ze door Duitse en Nederlandse familierechtbanken doorgaans wel erkend. Daartoe wordt aangevoerd dat het verwijderen van het kind van de illegale adoptanten niet verenigbaar is met de rechten en belangen van het individuele kind in kwestie. In 2017 heeft het EHRM een baanbrekende uitspraak gedaan in de zaak Campanelli en Paradiso t. Italië. In deze zaak behandelde het Hof de vraag of het verwijderen van een kind uit de zorg van een Italiaans echtpaar dat een draagmoederschapsovereenkomst met een Russische kliniek is aangegaan, in strijd is met artikel 8 EVRM, daarbij in ogenschouw genomen dat draagmoederschap in Italië illegaal is. In tegenstelling tot eerdere jurisprudentie, waarin het EHRM sterk de nadruk legde op de belangen van het individuele kind, hechtte het Hof meer gewicht aan de noodzaak om de openbare orde te bewaken en criminaliteit te voorkomen door een einde te maken aan de illegale situatie die door het Italiaanse echtpaar was gecreëerd door onder andere het omzeilen van nationale wetten. Het artikel stelt dat, gezien de verschuiving in de focus van het EHRM op het voorkomen van onwettig gedrag en dus op het belang van kinderen in het algemeen, de Duitse en Nederlandse rechtbanken, door met name te focussen op de individuele rechten en belangen van de kinderen, er niet in slagen om de verschillende belangen die op het spel staan ​​bij een particuliere internationale adoptie goed af te wegen.


dr. E.C. Loibl
Elvira Loibl is Assistant Professor Criminal Law and Criminology, Universiteit Maastricht.
Discussie, Nieuws en Analyse

De strafbaarstelling van gebruikers

Een onderzoek naar de legitimiteit en rechtvaardigheid van strafbaarstelling van harddrugsgebruik

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Drugsgebruik, Legitimiteit, Rechtvaardigheid, Criteria voor strafbaarstelling, Strafbaarstelling
Auteurs Mr. Y. (Yamit) Hamelzky
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van ontwrichtende criminaliteit ontstaat steeds meer aandacht voor de gebruikerskant. Zo ook voor de harddrugsgebruiker, die een ontwrichtende invloed op de samenleving heeft. Dit artikel beantwoordt daarom de vraag of strafbaarstelling van harddrugsgebruik legitiem en rechtvaardig is. Teneinde deze vraag te beantwoorden wordt getoetst aan de criteria voor strafbaarstelling en worden de argumenten die ten grondslag liggen aan de strafbaarstelling van de prostituant die misbruik maakt van prostituees die slachtoffer zijn van mensenhandel ter inspiratie gebruikt.


Mr. Y. (Yamit) Hamelzky
Yamit Hamelzky is docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Witwassen als bedrijfsmatige activiteit: de verborgen netwerken van witwassers

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden money laundering, financial facilitators, networked criminology, organized crime
Auteurs Jo-Anne Kramer, Arjan Blokland en Melvin Soudijn
SamenvattingAuteursinformatie

    The Financial Action Task Force reported that money launderers may operate in professional money laundering networks. Whether such money laundering networks operate in the Netherlands is unclear. In this article the authors therefore explore whether professional money launderers collaborate in network structures and the business-like manner in which they offer their services. Business-like refers to their involvement in multiple cases, the amount of repeat customers, and excludes family relations. The research is based on Dutch police registrations of 236 professional money launderers. Our results suggest that professional money laundering networks are indeed active in the Netherlands and that money launderers in these networks offer their services in a business-like manner to a varying extent. An important caveat to the current findings is that the criminal cases analyzed predominantly pertain drug-related offenses, leaving the existence and professionalism of money laundering networks in other types of crime, like large-scale fraud, a question open for future research.


Jo-Anne Kramer
J. Kramer MSc is onderzoeker en docent Criminologie bij de Vrije Universiteit Amsterdam en was als junior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam.

Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Melvin Soudijn
Dr. M.R.J. Soudijn is research fellow bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en Operationeel Specialist bij de Nationale Politie.
Kroniek

Plattelandscriminologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Rural criminology, Policing, Critical criminology, Cultural criminology, Environmental crime
Auteurs Toine Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminology has traditionally focused on urban areas where crime visibly concentrates. However, since the 1990s, attention for ‘rural criminology’ has steadily increased. First, rural areas are confronted with partly different and less visible crime problems, such as environmental crimes. Second, public actors such as enforcement and other agencies are less present and ‘available’ in rural areas, and people on average trust the government less to provide support when necessary. This chronicle presents an overview of international and Dutch research in the context of rural criminology. The paper addresses cultural differences between urban and rural areas, high-volume crimes, gender-related violence, alcohol and drug abuse, environmental crime, and enforcement in rural areas.


Toine Spapens
Prof. dr. A.C.M. Spapens is hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Pro-cycling’s doping pentiti

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2020
Trefwoorden doping, cycling, cultural criminology, crime facilitative system, organisational crime
Auteurs Dr. mr. Roland Moerland en Giulio Soana
SamenvattingAuteursinformatie

    Throughout the last decade several cyclists have published memoirs in which they account for their doping use. In previous literature such autobiographical accounts have been characterized as attempts of fallen sports stars to sanitize their spoiled public image. In contrast, the analysis in this article will show that the accounts are of relevance when it comes to understanding the problem of doping in professional cycling. Their accounts break the omertà regarding doping, providing insights about the motivation and opportunity structures behind doping and how such structures are endemic to the system of professional cycling.


Dr. mr. Roland Moerland
Dr. mr. Roland Moerland is universitair docent criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht.

Giulio Soana
Giulio Soana is afgestudeerd Master Forensica, Criminologie en Rechtspleging, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht.
Artikel

De ‘criminele sponsor’ van het lokale amateurvoetbal

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2020
Trefwoorden georganiseerde misdaad, organisatiecriminaliteit, voetbal, witwassen, filantropie
Auteurs Professor Toine Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    The social role of criminals in local communities has so far received relatively little systematic academic attention. This applies more specifically to their involvement in philanthropic activities. This paper describes and analyses the role of dubious sponsors particularly in Dutch amateur football. Although it is difficult to estimate the scope of the problem, results indicate that criminal sponsorship is not incidental. It mainly concerns corporate criminals, persons involved in drug crimes and outlaw motorcycle gangs. The main goal is to enhance their public image. In most cases, their involvement in crimes or regulatory offenses is difficult to assess without a doubt, which complicates preventative measures. Our analysis shows several interacting factors which increase clubs’ vulnerability to criminal infiltration: setting overambitious sportive goals; dependence on volunteers and a lack of formal integrity policies and internal compliance mechanisms; financial problems; and external pressures associated with the club’s role as the ‘pride’ of the city, the village or the neighbourhood.


Professor Toine Spapens
Professor Toine Spapens is hoogleraar criminologie aan Tilburg University.
Artikel

Hoe kan sport bijdragen aan het re-integreren van delinquenten?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2020
Trefwoorden sport, delinquency, desistance, probation, prison
Auteurs Dr. Lianne Kleijer-Kool, Dr. Jacqueline Bosker en Mr. Moniek Zuurbier
SamenvattingAuteursinformatie

    The contribution of sport to reintegrating offenders receives limited attention, both in science and in the practice of probation and the prison system. From the perspective of desistance, this literature study concluded that sport can contribute to the development of individual capital, social capital and an alternative identity. However, the effect of sport is not necessarily positive. There are risks of negative influence or the reinforcement of problem behaviour. In counselling offenders, sport should be combined with other interventions to reduce recidivism. A personalized approach is required, based on the risk-need-responsivity model.


Dr. Lianne Kleijer-Kool
Dr. Lianne Kleijer-Kool is onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader en hogeschoolhoofddocent bij het Instituut voor Veiligheid van Hogeschool Utrecht.

Dr. Jacqueline Bosker
Dr. Jacqueline Bosker is lector Werken in Justitieel Kader van Hogeschool Utrecht en lid van de redactie van PROCES.

Mr. Moniek Zuurbier
Mr. Moniek Zuurbier is onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader en hogeschooldocent bij het Instituut voor Recht van Hogeschool Utrecht.
Artikel

Drie modellen voor eigen schuld bij strafuitsluitingsgronden

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Culpa in causa, Actio libera in causa, Eigen schuld, Strafuitsluitingsgronden, Vollrausch
Auteurs Mr. R.H. (Robert) Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Nederlandse rechtspraktijk kan de rechter een beroep op een strafuitsluitingsgrond verwerpen als blijkt dat de verdachte een zekere mate van eigen schuld heeft, ondanks dat de (overige) voorwaarden zijn vervuld. In de literatuur worden bezwaren aangevoerd tegen deze pragmatische benadering en zijn alternatieve aansprakelijkheidsmodellen tot stand gekomen: eigen schuld als zelfstandig strafbaar feit en de actio libera in causa. In deze bijdrage worden beide modellen beschreven en vergeleken met de Nederlandse benadering.


Mr. R.H. (Robert) Jansen
Robert Jansen is docent/onderzoeker strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht promotieonderzoek naar culpa in causa in het stelsel van strafuitsluitingsgronden.
Artikel

In(ternet)filtratie: een roep om meer waarborgen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden digitale infiltratie, infiltratie(bevoegdheid), Lijst Ia Opiumwet, Operatie Bayonet, Hansa Market
Auteurs Mr. S.B.H. van Overveld, Mr. I.C. Smits en Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius
SamenvattingAuteursinformatie

    Door middel van een grootschalige digitale infiltratieoperatie werd de dark market ‘Hansa’ in 2017 door de Nederlandse politie en het Openbaar Ministerie opgerold. De politie maakte gebruik van de bevoegdheid die haar op grond van artikel 126h Sv toekomt: de ‘klassieke’ infiltratiebevoegdheid. Kan deze infiltratiebevoegdheid zonder meer worden aangewend in een digitale context, of klinkt in dat geval een roep om meer waarborgen?


Mr. S.B.H. van Overveld
Mr. S.B.H. (Sophie) van Overveld is als docent Straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. I.C. Smits
Mr. I.C. (Isabel) Smits is als docent Straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius
Mr. C.M. (Celine) Taylor Parkins-Ozephius is als docent Straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Essay

Drugsgebruik, exces en criminaliteit

Een historisch perspectief

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2020
Trefwoorden history of drugs, tobacco, drug policy, civilizing process, opium
Auteurs Dr. Stephen Snelders
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the problem of excessive drug use from a historical perspective. Cultural ambivalence towards excessive use of alcohol, tobacco, and drugs has roots going back into the seventeenth century. A case study is presented of the introduction and adaptation of tobacco in the Dutch republic. Dutch national and colonial drug regulation is discussed. It is concluded that regulations have been primarily motivated by anxieties about excessive behaviour among the labouring classes, endangering public order, and non-white users in the colonies. This has led to criminalization of excessive behaviour, and to the creation of a criminal underground economy.


Dr. Stephen Snelders
Dr. S.A.M. (Stephen) Snelders is research fellow aan de Faculteit Bètawetenschappen en het Freudenthal Instituut/History and Philosophy of the Sciences van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Wie houdt de wacht?

Veranderingen in toezicht tijdens de jongvolwassenheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden parental monitoring, self-control, delinquency, social control
Auteurs Dr. Jessica Hill MSc en Prof. dr. mr. Arjan Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    In this study we examine whether parental monitoring remains a protective factor in the lives of emerging adults, as well as the extent to which monitoring in other settings replaces the protective role of the parents. We use data collected for the TransAM project, a longitudinal survey of 970 emerging adults (18-24 years) to examine monitoring in a range of different contexts using an instrument based on Stattin and Kerr’s parental monitoring scale (2000). Results indicate that whilst parental control plays a protective role in the first years of emerging adulthood, we find no evidence that monitoring in other settings replaces the protective role of parents. However, monitoring of the self, i.e., self-control, has an increasingly strong relationship with delinquency during emerging adulthood.


Dr. Jessica Hill MSc
Dr. J.M. Hill (MSc) is universitair docent criminologie aan de Vrije Universiteit, Amsterdam.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is als bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en als senior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Online jeugdcriminaliteit en ‘verkeerde vrienden’: wanneer is de samenhang het sterkst?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden cyber delinquency, cyber offenders, peer deviance, social network
Auteurs Yaloe van der Toolen MSc, Dr. Marleen Weulen Kranenbarg en Prof. dr. Frank Weerman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates whether cyber delinquent behaviour of school friends, other offline friends and online contacts is related to cyber delinquent behaviour of individuals, and whether this relation differs for cyber dependent, cyber enabled and traditional crime. We used both direct and indirect measures of cyber delinquency of friends. We employed data from the first wave of a large-scale study on the causes of online delinquency among Dutch juveniles (n=889; mean age=16.8 years). The results suggest that both direct and indirect measures of levels of friend delinquency were related to levels of individual cyber offending. However, indirect measures had a stronger association with individual online delinquency than direct measures. This suggests that respondents make incorrect estimates of their friends’ levels of online delinquency. Moreover, no differences were found in the strength of the relation between individual online offending and indirect measures of online offending of school friends, offline friends and online friends. This suggests that friends of different types all play an important role in individual online offending.


Yaloe van der Toolen MSc
Y. van der Toolen MSc is junior onderzoeker bij de sectie Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam.

Dr. Marleen Weulen Kranenbarg
Dr. M. Weulen Kranenbarg is universitair docent Criminologie bij de sectie Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Delinquentie, vrienden en ‘boosheid met liefde’

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden peer delinquency, authoritative control, working alliance, prevention
Auteurs Dr. Adriaan Denkers en Dr. Jan Dirk de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Young people’s delinquent behavior remains a social problem of concern to parents, local residents, teachers, police officers and administrators. With respect to effective interventions, the dominant focus is on ‘what works’. Relatively little is known about ‘who works’. In this study, based on a survey of 679 vmbo-pupils, it was investigated to what extent receiving ‘sternness with love’ from a professional may contribute to mitigating delinquency. For this research, unique graphically supported measuring instruments were developed that enable participants of the target group – including those who suffer from mild intellectual disabilities – to independently fill out the questionnaire. The results based on regression analyses suggest that there is no support for the supposed contribution of the interaction between sternness and love or of the three-way interaction between delinquent friends, sternness and love in explaining the variance of delinquent behavior. The results further show that having delinquent friends is related to participants’ delinquency. The results of these analyses also suggest that the relevant professional’s approach with ‘sternness’ or with ‘love’ moderates the relationship between delinquent friends and committing theft.


Dr. Adriaan Denkers
Dr. A.J.M. Denkers is zelfstandig sociaal wetenschapper en verbonden aan de sectie Criminologie, Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. Jan Dirk de Jong
Dr. J.D.A. de Jong is lector Aanpak Jeugdcriminaliteit aan de Hogeschool Leiden en verbonden aan de sectie Criminologie, Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Risicogedrag van jongeren

In hoeverre verschilt de invloed van leeftijdsgenoten op het beginnen met risicogedrag en aanpassen in risicogedrag?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden antisocial behavior, social network analysis, SIENA, subtance use, onset
Auteurs Dr. Aart Franken, Dr. Jan Kornelis Dijkstra, Dr. Zeena Harakeh e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Studies investigating peer influence on risk behaviors, such as antisocial behavior and substance abuse, mostly study the amount of change in which adolescents adapt their risk behavior to become more similar to their friends. Onset of risk behavior, changing form having no experience to having any experience with risk behavior, has been studies far less. This study investigates friends’ influence on the onset of risk behavior and their influence in changes in risk behavior. Hypotheses were tested using SNARE (Social Network Analysis of Risk behavior in Early adolescence) data (N=1.144), containing information on risk behavior (i.e. antisocial behavior, alcohol use, and tobacco use) and friendship networks at three timepoints during the first year of secondary education (Mage= 12.7; SD=0.47). Analyses, using longitudinal social network analysis (RSIENA), showed that although adolescents adapt their risk behavior to become more similar to their friends, they are not influence in by their friends in the onset of risk behavior. These findings suggest s more nuanced role of friends in the onset of risk behavior. Interventions aiming at friends might benefit from differentiating between the onset and further (dis)continuation of risk behavior as these friendship influence processes might be less relevant for the onset of risk behavior.


Dr. Aart Franken
Dr. A. Franken is psycholoog NIP (i.o.t. gz-psycholoog) bij de Praktijk voor leer- en gedragsadviezen.

Dr. Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is UHD Sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en senior-analist RIEC Noord.

Dr. Zeena Harakeh
Dr. Z. Harakeh is onderzoeker bij TNO, expertisegebied Child Health.

Dr. Wilma Vollebergh
Prof. dr. W.A.M. Vollebergh is emeritus hoogleraar Jeugdstudies aan de Universiteit Utrecht.
Kroniek

‘Partners in crime’? De rol van de antropologie in de criminologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden criminal anthropology, Criminology, anthropology
Auteurs Dr. Brenda Oude Breuil
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminology, as an inherently interdisciplinary field, has built on anthropology (and other social sciences) in its development. This contribution addresses the question which insights in criminology have most been inspired by anthropology. First, it looks into the ‘criminal anthropology’ of Lombroso; then it embarks on an appreciation of the ethnographic research design within criminology (as first adopted by the Chicago School); and, finally, it assesses the link between anthropology, and cultural and global criminology. I conclude that anthropology has been valuable to our discipline on four levels: methodologically (in the importance of the ethnographic research design), theoretically (in its role in the development of symbolic interactionism and structuralism, for example), geographically (in the global scope of anthropological research), and analytically, in its experience with ‘doing ethnography’ in economically, politically and culturally embedded ways.


Dr. Brenda Oude Breuil
Dr. B.C.M. Oude Breuil is universitair docent Criminologie aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen in Utrecht.
Article

Access_open Age Barriers in Healthcare

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden age discrimination, age equality, health care
Auteurs Rachel Horton
SamenvattingAuteursinformatie

    Age limits, minimum and maximum, and both explicit and ‘covert’, are still used in the National Health Service to determine access to a range of health interventions, including infertility services and cancer screening and treatment. Evidence suggests that chronological age is used as a proxy for a host of characteristics in determining access to healthcare: as a proxy for the capacity of an individual to benefit from an intervention; for the type of harm that may result from an intervention; for the likelihood of such benefit or harm occurring; and, in some cases, for other indicators used to determine what may be in the patient’s interest. Age is used as a proxy in this way in making decisions about both individual patients and wider populations; it may be used where no better ‘marker’ for the relevant characteristic exists or – for reasons including cost, practicality or fairness – in preference to other available markers. This article reviews the justifications for using age in this way in the context of the existing legal framework on age discrimination in the provision of public services.


Rachel Horton
Lecturer University of Reading.
Article

Access_open Characteristics of Young Adults Sentenced with Juvenile Sanctions in the Netherlands

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden young adult offenders, juvenile sanctions for young adults, juvenile criminal law, psychosocial immaturity
Auteurs Lise Prop, André van der Laan, Charlotte Barendregt e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 1 April 2014, young adults aged 18 up to and including 22 years can be sentenced with juvenile sanctions in the Netherlands. This legislation is referred to as ‘adolescent criminal law’ (ACL). An important reason for the special treatment of young adults is their over-representation in crime. The underlying idea of ACL is that some young adult offenders are less mature than others. These young adults may benefit more from pedagogically oriented juvenile sanctions than from the deterrent focus of adult sanctions. Little is known, however, about the characteristics of the young adults sentenced with juvenile sanctions since the implementation of ACL. The aim of this study is to gain insight into the demographic, criminogenic and criminal case characteristics of young adult offenders sentenced with juvenile sanctions in the first year after the implementation of ACL. A cross-sectional study was conducted using a juvenile sanction group and an adult sanction group. Data on 583 criminal cases of young adults, sanctioned from 1 April 2014 up to March 2015, were included. Data were obtained from the Public Prosecution Service, the Dutch Probation Service and Statistics Netherlands. The results showed that characteristics indicating problems across different domains were more prevalent among young adults sentenced with juvenile sanctions. Furthermore, these young adults committed a greater number of serious offences compared with young adults who were sentenced with adult sanctions. The findings of this study provide support for the special treatment of young adult offenders in criminal law as intended by ACL.


Lise Prop
Lise Prop is researcher at the Research and Documentation Centre (WODC), Den Haag, the Netherlands.

André van der Laan
André van der Laan is senior researcher at the Research and Documentation Centre (WODC), Den Haag, the Netherlands.

Charlotte Barendregt
Charlotte Barendregt is senior advisor at the Health and Youth Care Inspectorate, Utrecht, the Netherlands.

Chijs van Nieuwenhuizen
Chijs van Nieuwenhuizen is professor at Tilburg University, and treatment manager at the Centre for Child and Adolescent Psychiatry in Eindhoven, the Netherlands.
Uit het veld

Nut en noodzaak van toezicht op artificiële intelligentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden artificiële intelligentie (AI), algoritmes, data, AI-risico’s, ethiek
Auteurs Frans van Bruggen en Joep Beckers
SamenvattingAuteursinformatie

    Artificiële intelligentie (AI) is een revolutionaire technologie die een grote impact heeft op ons leven. Naast de aanzienlijke voordelen die AI ons oplevert, gaan ook significante risico’s met deze ontwikkeling gepaard. Tegen deze achtergrond zien we dat steeds meer toezichthouders zich aantoonbaar bezighouden met AI. De hamvraag voor veel toezichthouders is hoe zij zich moeten verhouden tot AI. Dit is geen eenvoudige zoektocht. Met onze bijdrage hopen wij deze zoektocht te faciliteren door de risico’s die gepaard gaan met AI-toepassingen overzichtelijk op een rijtje te zetten en vervolgens een zestal handvatten aan te reiken die toezichthouders kunnen gebruiken bij het inrichten van hun toezicht op AI.


Frans van Bruggen
Drs. F. van Bruggen is buitenpromovendus en toezichthouder integere bedrijfsvoering bij de NZa en redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.

Joep Beckers
Dr. J. Beckers is gedragswetenschapper en manager Toezicht Zorgaanbieders bij de NZa en hoofdredacteur van Tijdschrift voor Toezicht.

    In this article, the authors draw on a netnographic study conducted between May and July 2019 on phishing on Telegram Messenger. The results indicate that Telegram, just like cryptomarkets and online forums, seems to function as a criminal marketplace. In the groups analyzed the authors see users who both offer and are looking for specific goods and services related to the crime script of phishing. Furthermore, the information on Telegram contains specific modi operandi that are offering comprehensive and step-by-step guides to successfully complete specific financial cybercrimes. Therefore, based on this explorative study the authors argue that Telegram can be seen as a digital offender convergence setting.


Dr. Robby Roks
Dr. R.A. Roks is als universitair docent verbonden aan de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Nahom Monshouwer MSc
R.N. Monshouwer MSc is CCD Analist bij Rabobank.
Toont 1 - 20 van 353 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 17 18
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.