Zoekresultaat: 414 artikelen

x
Artikel

Access_open The ECHR and Private Intercountry Adoptions in Germany and the Netherlands: Lessons Learned from Campanelli and Paradiso v. Italy

Tijdschrift Family & Law, januari 2021
Trefwoorden Private intercountry adoptions, surrogacy, ECHR, UNCRC, the best interests of the child
Auteurs dr. E.C. Loibl
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the past half century, a market in adoptable children has emerged. The imbalance between the demand for and the supply of adoptable children, combined with the large sums of Western money, incite greedy actors in poor countries to illegally obtain children for adoption. This renders intercountry adoption conducive to abuses. Private adoptions are particularly prone to abusive and commercial practices. Yet, although they violate both international and national law, German and Dutch family courts commonly recognize them. They argue that removing the child from the illegal adopters would not be compatible with the rights and best interests of the individual child concerned. In 2017, the ECtHR rendered a ground-breaking judgement in Campanelli and Paradiso v. Italy. In this case, the Court dealt with the question as to whether removing a child from the care of an Italian couple that entered into a surrogacy agreement with a Russian clinic, given that surrogacy is illegal in Italy, violated Article 8 ECHR. Contrary to previous case law, in which the ECtHR placed a strong emphasis on the best interests of the individual child concerned, the Court attached more weight to the need to prevent disorder and crime by putting an end to the illegal situation created by the Italian couple and by discouraging others from bypassing national laws. The article argues that considering the shifting focus of the ECtHR on the prevention of unlawful conduct and, thus, on the best interests of children in general, the German and Dutch courts’ failure to properly balance the different interests at stake in a private international adoption by mainly focusing on the individual rights and interests of the children is difficult to maintain.

    ---

    In de afgelopen halve eeuw is er een markt voor adoptiekinderen ontstaan. De disbalans tussen de vraag naar en het aanbod van adoptiekinderen, in combinatie met grote sommen westers geld, zet hebzuchtige actoren in arme landen ertoe aan illegaal kinderen te verkrijgen voor adoptie. Dit maakt interlandelijke adoptie bevorderlijk voor misbruik. Particuliere adoptie is bijzonder vatbaar voor misbruik en commerciële praktijken. Ondanks het feit dat deze privé-adopties in strijd zijn met zowel internationaal als nationaal recht, worden ze door Duitse en Nederlandse familierechtbanken doorgaans wel erkend. Daartoe wordt aangevoerd dat het verwijderen van het kind van de illegale adoptanten niet verenigbaar is met de rechten en belangen van het individuele kind in kwestie. In 2017 heeft het EHRM een baanbrekende uitspraak gedaan in de zaak Campanelli en Paradiso t. Italië. In deze zaak behandelde het Hof de vraag of het verwijderen van een kind uit de zorg van een Italiaans echtpaar dat een draagmoederschapsovereenkomst met een Russische kliniek is aangegaan, in strijd is met artikel 8 EVRM, daarbij in ogenschouw genomen dat draagmoederschap in Italië illegaal is. In tegenstelling tot eerdere jurisprudentie, waarin het EHRM sterk de nadruk legde op de belangen van het individuele kind, hechtte het Hof meer gewicht aan de noodzaak om de openbare orde te bewaken en criminaliteit te voorkomen door een einde te maken aan de illegale situatie die door het Italiaanse echtpaar was gecreëerd door onder andere het omzeilen van nationale wetten. Het artikel stelt dat, gezien de verschuiving in de focus van het EHRM op het voorkomen van onwettig gedrag en dus op het belang van kinderen in het algemeen, de Duitse en Nederlandse rechtbanken, door met name te focussen op de individuele rechten en belangen van de kinderen, er niet in slagen om de verschillende belangen die op het spel staan ​​bij een particuliere internationale adoptie goed af te wegen.


dr. E.C. Loibl
Elvira Loibl is Assistant Professor Criminal Law and Criminology, Universiteit Maastricht.
Artikel

Boulevard Zuid in Rotterdam: een onderzoek naar het vertrouwen van winkeliers in politie en gemeente

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2020
Trefwoorden shopkeepers, procedural justice, the Netherlands, ethnic minorities, performance theory
Auteurs Marc Schuilenburg, Laura Messie en Darnell de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, we analyze which aspects of performance theory and the procedural justice-based model are explaining the trust of shopkeepers in the police and local government. Utilizing a survey of 156 shopkeepers and 94 semi-constructed interviews with shopkeepers, which are located at the South Shopping Boulevard in Rotterdam (The Netherlands), the study finds that shopkeepers have a relatively high trust in the police and local government. This is surprising because various attempts in the past 30 years to revive the high street by the government have failed to improve its bad image, as dwindling visitor numbers, poor turnover, limited range of retailers, empty shops and high crime and offence levels show only too plainly. The findings also highlight that ethnic minority respondents have more trust in local government than Dutch shopkeepers. The explanation therefor is sought in the dual frame of reference theory.


Marc Schuilenburg
Marc Schuilenburg is universitair docent Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Laura Messie
Laura Messie, MSc was ten tijde van het initiële onderzoek masterstudente aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Darnell de Vries
Darnell de Vries, MSc was ten tijde van het initiële onderzoek masterstudente aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De burgemeester als ‘sheriff’ in de aanpak van ondermijnende misdaad: op weg naar een wettelijke grondslag?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2020
Trefwoorden burgemeester, ondermijning, openbare orde, georganiseerde criminaliteit
Auteurs Benny van der Vorm en Petrus C. van Duyne
SamenvattingAuteursinformatie

    Traditionally, the mayor has an important role as a citizen’s father and as a maintainer of public order. In the context of the so-called ‘undermining’ criminality, the mayor has been increasingly empowered with new legal instruments to combat undermining criminality. Some mayors see themselves as a sheriff. However, in the Dutch Municipal Act, the mayor only has a task of maintaining the public order. How does this task relate to combating undermining criminality? What is the role of the mayor in the combat of undermining criminality? Nowadays, there is no legal basis in the Dutch Municipal Act to equip the mayor with crime-fighting duties. This article proposes to equip the mayor with a legal duty as a crime fighter.


Benny van der Vorm
Benny van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Petrus C. van Duyne
Petrus C. van Duyne is emeritus hoogleraar Empirische aspecten van de strafrechtspleging aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Access_open ‘Ik verblijf in een gevangenis, daar is niets moreels aan.’ Ervaren procedurele rechtvaardigheid bij binnenkomst in vreemdelingenbewaring.

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden procedurele rechtvaardigheid, legitimiteit, vreemdelingenbewaring, binnenkomstprocedure, vreemdelingen
Auteurs Nicolien de Gier MSc, Mieke Kox MA, Prof. mr. dr. Miranda Boone e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Qualitative research in an immigration detention center in the Netherlands shows that detained unauthorized migrants consider the entry procedure in Immigration Centre Rotterdam procedurally just. These migrants are generally positive on the fairness of the entry procedure as their safety and welfare are guaranteed and existing procedural justice criteria are respected. However, they believe that immigration detention in itself is illegitimate and that they do not deserve to be detained. This shows that the focus on procedures and interactions is insufficient to understand the perceived legitimacy of immigration detention if shared values and consent with the legal basis of immigration detention are lacking.


Nicolien de Gier MSc
C.N. de Gier MSc is docent Criminologie bij de Universiteit Leiden.

Mieke Kox MA
M.H. Kox MA is postdoc Sociale Geografie bij de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. dr. Miranda Boone
Prof. mr. dr. M.M. Boone is hoogleraar Criminologie en Vergelijkende Penologie bij de Universiteit Leiden.

Dr. Gabry Vanderveen
Dr. G.N.G. Vanderveen is universitair docent Erasmus School of Law bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open De duistere wereld van hondengevechten

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2020
Trefwoorden hondengevechten, statushonden, milieuzaken
Auteurs Dr. mr. Anton van Wijk, Dr. Nienke Endenburg, Dr. Daan van Uhm e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Organizing dog fights is prohibited in the Netherlands. In such fights, two dogs have to fight each other, sometimes to the death. The animal suffering behind this is enormous. Little is known in the Netherlands about the phenomenon of dog fighting, both from a scientific point of view and through criminal cases. In this contribution, we outline the world behind dog fights by describing how dog fights work, who are part of the entourage and within which criminal infrastructure the dog fights take place. Finally, the problem is discussed and the current approach by the appropriate authorities is discussed and which gaps can be discovered.


Dr. mr. Anton van Wijk
Dr. mr. Anton van Wijk is criminoloog en directeur van Bureau Beke.

Dr. Nienke Endenburg
Dr. Nienke Endenburg is psycholoog en werkzaam bij de faculteit Diergeneeskunde Universiteit Utrecht.

Dr. Daan van Uhm
Dr. Daan van Uhm is als criminoloog verbonden aan het Willem Pompe Instituut.

Prof. dr. Dina Siegel
Prof. dr. Dina Siegel is hoogleraar Criminologie aan het Willem Pompe Instituut.
Artikel

Access_open Witwassen als bedrijfsmatige activiteit: de verborgen netwerken van witwassers

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden money laundering, financial facilitators, networked criminology, organized crime
Auteurs Jo-Anne Kramer, Arjan Blokland en Melvin Soudijn
SamenvattingAuteursinformatie

    The Financial Action Task Force reported that money launderers may operate in professional money laundering networks. Whether such money laundering networks operate in the Netherlands is unclear. In this article the authors therefore explore whether professional money launderers collaborate in network structures and the business-like manner in which they offer their services. Business-like refers to their involvement in multiple cases, the amount of repeat customers, and excludes family relations. The research is based on Dutch police registrations of 236 professional money launderers. Our results suggest that professional money laundering networks are indeed active in the Netherlands and that money launderers in these networks offer their services in a business-like manner to a varying extent. An important caveat to the current findings is that the criminal cases analyzed predominantly pertain drug-related offenses, leaving the existence and professionalism of money laundering networks in other types of crime, like large-scale fraud, a question open for future research.


Jo-Anne Kramer
J. Kramer MSc is onderzoeker en docent Criminologie bij de Vrije Universiteit Amsterdam en was als junior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam.

Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Melvin Soudijn
Dr. M.R.J. Soudijn is research fellow bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en Operationeel Specialist bij de Nationale Politie.
Artikel

Een netwerkbenadering van de prostitutiesector in Noord-Nederland op basis van politie­registraties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden social network analysis, hidden population estimation, subgroup detection, key player problem, prostitution
Auteurs Johan Hiemstra, Gijs Huitsing en Jan Kornelis Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this study was to investigate the scale and network structure of prostitution in the northern provinces of the Netherlands. This study tries to answer three research questions – using a social network analysis – about (1) the size of the prostitution network, (2) the formation of subgroups, and (3) key positions within the networks. The findings show that approximately two thirds of the researched prostitution networks is still unregistered, while there are indications that the outcome of the estimate is in line with the actual situation. Furthermore, results show that prostitutes have a tendency to form subgroups on the basis of the same nationality, which indicates that homophily plays a role in the formation of subgroups. The identification of the actors who occupy key positions in the network were based on the key player problem (KPP). A striking finding was that organizers of prostitution (such as pimps) did not have a central position in the networks. These findings provide insight into the way in which prostitution is registered, and provide points of departure for interventions to disrupt the network or, on the contrary, to strengthen it.


Johan Hiemstra
J.H.J. Hiemstra MSc is werkzaam als onderzoeker bij de afdeling Analyse en Onderzoek van de Dienst Regionale Informatieorganisatie (DRIO) binnen de eenheid Oost-Nederland van de Nationale Politie en is als PhD-student verbonden aan de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Gijs Huitsing
Dr. G. Huitsing is werkzaam als universitair docent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is werkzaam als senior analist bij het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Noord-Nederland en als universitair hoofddocent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Article

Access_open Can Non-discrimination Law Change Hearts and Minds?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden law and society, social change, discrimination, non-discrimination law, positive action
Auteurs Anita Böcker
SamenvattingAuteursinformatie

    A question that has preoccupied sociolegal scholars for ages is whether law can change ‘hearts and minds’. This article explores whether non-discrimination law can create social change, and, more particularly, whether it can change attitudes and beliefs as well as external behaviour. The first part examines how sociolegal scholars have theorised about the possibility and desirability of using law as an instrument of social change. The second part discusses the findings of empirical research on the social working of various types of non-discrimination law. What conclusions can be drawn about the ability of non-discrimination law to create social change? What factors influence this ability? And can non-discrimination law change people’s hearts and minds as well as their behaviour? The research literature does not provide an unequivocal answer to the latter question. However, the overall picture emerging from the sociolegal literature is that law is generally more likely to bring about changes in external behaviour and that it can influence attitudes and beliefs only indirectly, by altering the situations in which attitudes and opinions are formed.


Anita Böcker
Anita Böcker is associate professor of Sociology of Law at Radboud University, Nijmegen.
Artikel

Pro-cycling’s doping pentiti

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2020
Trefwoorden doping, cycling, cultural criminology, crime facilitative system, organisational crime
Auteurs Dr. mr. Roland Moerland en Giulio Soana
SamenvattingAuteursinformatie

    Throughout the last decade several cyclists have published memoirs in which they account for their doping use. In previous literature such autobiographical accounts have been characterized as attempts of fallen sports stars to sanitize their spoiled public image. In contrast, the analysis in this article will show that the accounts are of relevance when it comes to understanding the problem of doping in professional cycling. Their accounts break the omertà regarding doping, providing insights about the motivation and opportunity structures behind doping and how such structures are endemic to the system of professional cycling.


Dr. mr. Roland Moerland
Dr. mr. Roland Moerland is universitair docent criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht.

Giulio Soana
Giulio Soana is afgestudeerd Master Forensica, Criminologie en Rechtspleging, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht.
Artikel

De vechter en de bierkaai

Kickboksbiografie in context

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2020
Trefwoorden kickboxing, criminal and sporting career, biography in context
Auteurs Dr. Frank van Gemert
SamenvattingAuteursinformatie

    Hesdy Gerges is a heavyweight kickboxer whose career was interrupted because of his involvement in an cocaine transport. This article is analyzes the biography of this top fighter, describing the macro context of an expanding market for full-contact martial arts, the meso level of the gym and its relation to the criminal milieu, and the fighter and his body on the micro level. Hesdy is used to set an example, and since it takes more than seven years to reach a verdict, the impact on his private life and his career as a fighter is large. The study is based on participant observation and 33 interviews, twenty of which with the protagonist.


Dr. Frank van Gemert
Dr. Frank van Gemert is universitair docent bij de afdeling criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Hoe kan sport bijdragen aan het re-integreren van delinquenten?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2020
Trefwoorden sport, delinquency, desistance, probation, prison
Auteurs Dr. Lianne Kleijer-Kool, Dr. Jacqueline Bosker en Mr. Moniek Zuurbier
SamenvattingAuteursinformatie

    The contribution of sport to reintegrating offenders receives limited attention, both in science and in the practice of probation and the prison system. From the perspective of desistance, this literature study concluded that sport can contribute to the development of individual capital, social capital and an alternative identity. However, the effect of sport is not necessarily positive. There are risks of negative influence or the reinforcement of problem behaviour. In counselling offenders, sport should be combined with other interventions to reduce recidivism. A personalized approach is required, based on the risk-need-responsivity model.


Dr. Lianne Kleijer-Kool
Dr. Lianne Kleijer-Kool is onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader en hogeschoolhoofddocent bij het Instituut voor Veiligheid van Hogeschool Utrecht.

Dr. Jacqueline Bosker
Dr. Jacqueline Bosker is lector Werken in Justitieel Kader van Hogeschool Utrecht en lid van de redactie van PROCES.

Mr. Moniek Zuurbier
Mr. Moniek Zuurbier is onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader en hogeschooldocent bij het Instituut voor Recht van Hogeschool Utrecht.
Artikel

Access_open Uit- en overlevering van EU-burgers bij overtreding van het kartelverbod – op het snijvlak van straf- en mededingingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2020
Trefwoorden uit- en overlevering, kartelverbod, mededingingswet, lijstfeiten, dubbele strafbaarheid
Auteurs Mr. W.W. Geursen en Mr. J. Boonstra-Verhaert
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland wordt het mededingingsrecht (nog steeds) bestuursrechtelijk afgedaan. De strafrechtelijke handhaving van dit rechtsgebied heeft de laatste jaren in andere landen een opmars gemaakt; ook in verschillende lidstaten van de Europese Unie. Hoewel in Nederland het mededingingsrecht een ‘strafrechtelijk verleden’ kent, werd deze handhavingsvorm weinig benut en/of was deze weinig succesvol en is hiervan afscheid genomen. Dat Nederland overtredingen van de mededingingswet nu niet strafrechtelijk sanctioneert, wil echter niet zeggen dat aan mededingingsrechtelijke overtredingen voor Nederlanders geen strafrechtelijke risico’s kleven. Indien dergelijke overtredingen door Nederlandse onderdanen in het buitenland effect hebben, omdat daar bijvoorbeeld de klanten van een kartel zijn gevestigd, kunnen Nederlanders alsnog – zij het in het buitenland – tegen strafrechtelijke vervolging en een veroordeling aanlopen.


Mr. W.W. Geursen
Mr. W.W. Geursen is werkzaam als Senior Legal Adviser bij De Brauw Blackstone Westbroek en is als buitenpromovendus verbonden aan de Vrije Universiteit.

Mr. J. Boonstra-Verhaert
Mr. J. Boonstra-Verhaert is initiator van actualiteitenwebsite BijzonderStrafrecht.nl, werkzaam als Senior Legal Adviser bij De Brauw Blackstone Westbroek en is als eindredacteur verbonden aan TBS&H.
Artikel

Grondslag en grenzen van noodweer(exces)

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden noodweer, noodweerexces, grondslag, proportionaliteit, subsidiariteit
Auteurs Mr. R. (Rob) ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Noodweer berust op een dubbele grondslag: zelfverdediging en rechtsordeverdediging. In de praktijk bestaat onduidelijkheid over de precieze verhouding tussen beide pijlers. In dit artikel wordt een aanzet gegeven die verhouding te verduidelijken, om vervolgens enkele recente moeilijke noodweerzaken te bezien in het licht van die verhouding. Tevens is getracht de grondslag van noodweerexces bloot te leggen.


Mr. R. (Rob) ter Haar
Rob ter Haar is docent strafrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

In(ternet)filtratie: een roep om meer waarborgen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden digitale infiltratie, infiltratie(bevoegdheid), Lijst Ia Opiumwet, Operatie Bayonet, Hansa Market
Auteurs Mr. S.B.H. van Overveld, Mr. I.C. Smits en Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius
SamenvattingAuteursinformatie

    Door middel van een grootschalige digitale infiltratieoperatie werd de dark market ‘Hansa’ in 2017 door de Nederlandse politie en het Openbaar Ministerie opgerold. De politie maakte gebruik van de bevoegdheid die haar op grond van artikel 126h Sv toekomt: de ‘klassieke’ infiltratiebevoegdheid. Kan deze infiltratiebevoegdheid zonder meer worden aangewend in een digitale context, of klinkt in dat geval een roep om meer waarborgen?


Mr. S.B.H. van Overveld
Mr. S.B.H. (Sophie) van Overveld is als docent Straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. I.C. Smits
Mr. I.C. (Isabel) Smits is als docent Straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius
Mr. C.M. (Celine) Taylor Parkins-Ozephius is als docent Straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Essay

Drugsgebruik, exces en criminaliteit

Een historisch perspectief

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2020
Trefwoorden history of drugs, tobacco, drug policy, civilizing process, opium
Auteurs Dr. Stephen Snelders
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the problem of excessive drug use from a historical perspective. Cultural ambivalence towards excessive use of alcohol, tobacco, and drugs has roots going back into the seventeenth century. A case study is presented of the introduction and adaptation of tobacco in the Dutch republic. Dutch national and colonial drug regulation is discussed. It is concluded that regulations have been primarily motivated by anxieties about excessive behaviour among the labouring classes, endangering public order, and non-white users in the colonies. This has led to criminalization of excessive behaviour, and to the creation of a criminal underground economy.


Dr. Stephen Snelders
Dr. S.A.M. (Stephen) Snelders is research fellow aan de Faculteit Bètawetenschappen en het Freudenthal Instituut/History and Philosophy of the Sciences van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Wie zijn jeugdige veelplegers?

Een onderzoek naar aantallen en kenmerken op basis van politieregistraties en zelfrapportage

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Juvenile delinquency, Frequent offending, Research methods, Self reports, Police registrations
Auteurs Prof. dr. Frank Weerman, Prof. dr. Gerben Bruinsma, Prof. dr. Wim Bernasco e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this study was to provide more insight in prevalence and aetiology of juvenile frequent offending, employing police registered data as well as self-report information. We combined data about 519 youths that participated in a self-report study in the region of The Hague with police register data (the HKS system) from the police unit of The Hague. The results indicate that a substantial part of youths that report a large amount of offenses themselves are not formally known as ‘juvenile frequent offender’. Causal factors derived from four major criminological theories can be found in a more pronounced way among juvenile frequent offenders than among youths that incidentally commit offenses. In general, there are similarities between the characteristics of juvenile frequent offenders defined by police register data and those defined by self-reports, but, on average, frequent offenders that are known by the police spend more time unstructured socializing with friends. We conclude that research using the method of self-report is well capable to find juvenile frequent offenders, and that this method also leads to useful information about the causes of their delinquent behaviour.


Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. Gerben Bruinsma
Prof. dr. G.J.N. Bruinsma is emeritus directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en emeritus hoogleraar Omgevingscriminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Wim Bernasco
Prof. dr. W. Bernasco is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Ruimtelijke analyse van criminaliteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Lieven Pauwels
Prof. dr. L. Pauwels is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Gent.
Onderzoeksnotities

Prevalentie van slachtofferschap van seksueel grensoverschrijdend gedrag onder universiteitsstudenten

Eerste resultaten van een Belgisch cohorteonderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden longitudinal design, sexual aggression, victimization, male victims, reporting
Auteurs Aude Fieuw BSc, Joke Depraetere MSc, Prof. dr. Lieven Pauwels e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper we describe the first results of a recent cohort study conducted at Ghent University and focus on the applied study design. Existing cross-sectional studies regarding sexual victimization are not able to make causal statements about its risk and outcome factors. This cohort study aims to answer these questions. Results of this study confirmed that students are often confronted with sexual assault and seldom consult existing support services. This paper emphasizes the advantages of a longitudinal design within victimological research including the possibilities and difficulties that accompany it.


Aude Fieuw BSc
A. Fieuw BSc is masterstudent Criminologische Wetenschappen aan de Universiteit Gent.

Joke Depraetere MSc
J. Depraetere MSc is Aspirant Fundamenteel Onderzoek van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen (FWO).

Prof. dr. Lieven Pauwels
Prof. dr. L. Pauwels is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Gent.

Tom Vander Beken PhD
T. Vander Beken PhD is professor Criminologie en Strafrecht aan de Universiteit Gent.

Christophe Vandeviver PhD
C. Vandeviver PhD is onderzoeksprofessor Criminologie en Senior Postdoctoraal Onderzoeker van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen (FWO).
Artikel

Jonge veelplegers en hun worsteling om te stoppen met criminaliteit

Een vierfasenmodel

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden desistance, young repeat offenders, maturation, longitudinal study
Auteurs Prof. dr. Ido Weijers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents findings from a longitudinal study of 81 young recidivists examined over fifteen years. By the age of 25, 50 percent had desisted for at least three years. 60 percent had had no new police contacts during the last two years. Four stages could be distinguished in the desistance process. Apart from a small number of explicit persisters, all of the young adults did consciously consider whether the benefits of their criminal activities outweighed the disadvantages. With just a few exceptions, the decision to quit was not motivated by an altruistic goal, nor by extreme fear, but mainly motivated by the feeling of being too old for criminal life and by striving for a pleasant self-esteem. It is concluded that when young adult recidivists give up crime, this must be seen as an extreme and extremely late form of maturation.


Prof. dr. Ido Weijers
Prof. dr. I. Weijers is emeritus hoogleraar jeugdstrafrecht en jeugdbescherming aan de Universiteit Utrecht.
Article

Access_open Age Barriers in Healthcare

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden age discrimination, age equality, health care
Auteurs Rachel Horton
SamenvattingAuteursinformatie

    Age limits, minimum and maximum, and both explicit and ‘covert’, are still used in the National Health Service to determine access to a range of health interventions, including infertility services and cancer screening and treatment. Evidence suggests that chronological age is used as a proxy for a host of characteristics in determining access to healthcare: as a proxy for the capacity of an individual to benefit from an intervention; for the type of harm that may result from an intervention; for the likelihood of such benefit or harm occurring; and, in some cases, for other indicators used to determine what may be in the patient’s interest. Age is used as a proxy in this way in making decisions about both individual patients and wider populations; it may be used where no better ‘marker’ for the relevant characteristic exists or – for reasons including cost, practicality or fairness – in preference to other available markers. This article reviews the justifications for using age in this way in the context of the existing legal framework on age discrimination in the provision of public services.


Rachel Horton
Lecturer University of Reading.
Toont 1 - 20 van 414 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 20 21
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.