Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1887 artikelen

x

    Eind 2019 wees de Hoge Raad twee arresten in zaken waarin de Mr. Big-methode is ingezet om bewijsmateriaal, in de zin van een bekennende verklaring van de verdachte, te vergaren. In beide zaken is de inzet van deze methode gebaseerd op artikel 126j Sv, het stelselmatig inwinnen van informatie. Naar aanleiding van voornoemde arresten staat de auteur stil bij de verschijningsvormen van de bevoegdheid tot het stelselmatig inwinnen van informatie anno nu en de (juridische) bijzonderheden die daaraan verbonden zijn. Tevens pleit de auteur voor meer transparantie over de inzet van deze undercovermethode als een noodzakelijke voorwaarde voor een effectieve rechtmatigheids- en betrouwbaarheidstoets.


Mr. dr. S. (Sven) Brinkhoff
Mr. dr. S. Brinkhoff is als hoogleraar straf(proces)recht verbonden aan de Open Universiteit.

    Op 21 april 2020 vernietigde de Hoge Raad het oordeel van de medische tuchtcolleges in de zaak van de verpleeghuisarts die het leven van een patiënte met dementie beëindigde zonder de levensbeëindiging eerst met de patiënte te bespreken. Volgens het Regionaal Tuchtcollege Den Haag en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg had de arts wel met de patiënte moeten praten over het voornemen om haar leven te beëindigen. Deze rechtsopvatting van de tuchtcolleges heeft een hechte grondslag in gezondheidsrechtelijke en mensenrechtelijke rechtsnormen. Daarom had de Hoge Raad de rechtsopvatting van de tuchtcolleges hierover niet moeten vernietigen, maar bevestigen.


Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond
Mr. dr. N. Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden zwijgrecht, bewijsrecht, prima facie-case, procespositie, nemo tenetur
Auteurs Mr. J.C. (Justus) Reisinger
SamenvattingAuteursinformatie

    In het straf(proces)recht is het zwijgrecht een fundamenteel recht voor de verdachte. De redenen om gebruik te maken van het zwijgrecht kunnen zeer divers en uiteenlopend zijn: van schuldige tot en met onschuldige, alle gradaties daartussen. Omdat de rechter normaliter niet weet wat de reden is, roept de auteur van het artikel op om niet langer gebruik te maken van het betrekken van het zwijgen van een verdachte in de bewijsvoering. Welbeschouwd is dat – bewijsrechtelijk gezien – ook helemaal niet nodig. Het voorkomt in elk geval (de schijn van) een afbreuk aan de wezenlijke belangen die aan het zwijgrecht ten grondslag liggen.


Mr. J.C. (Justus) Reisinger
Mr. J.C. Reisinger is advocaat bij Van Boom Advocaten.
Artikel

De Euthanasiearresten van de Hoge Raad: lessen voor de toekomst

Een analyse van het strafrechtelijk en tuchtrechtelijk arrest in de zaak ‘Kastanje’

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden euthanasie, dementie, artikel 293 Sr, wilsbekwaamheid
Auteurs Mr. J.T.E. (Tim) Vis
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur analyseert de in de zaak ‘Kastanje’ gewezen arresten, waarin de Hoge Raad heeft bepaald dat euthanasie bij door voortgeschreden dementie wilsonbekwaam geworden patiënten, op grond van een schriftelijke wilsverklaring, onder voorwaarden is toegestaan. De auteur bespreekt waarom de thematiek in zowel de medische als juridische praktijk tot discussie leidde, beschrijft de bijzondere rechtsgang en het normenkader dat de Hoge Raad heeft vastgesteld en destilleert lessen voor de toekomst. Daarbij gaat hij in op de herijking van de positie van het strafrecht in de euthanasiepraktijk, de rol van het openbaar ministerie daarbij en ontwikkeling van de ‘medisch-professionele norm’.


Mr. J.T.E. (Tim) Vis
J.T.E. Vis is advocaat bij Vis & Van Reydt advocaten in Amsterdam.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/93

HR 23 juni 2020, 19/03289, ECLI:NL:HR:2020:1092

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Wetenschap en praktijk

De uitkoopprocedure en afgeleide schade

Billijke verhoging in de uitkoopprocedure: the law is on the move

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden prijsvaststelling, vordering, Xeikon, Sirowa, uitkoopprijs
Auteurs Mr. O. Danismant
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staan twee spraakmakende uitkoopprocedures centraal: Xeikon en Sirowa. De Ondernemingskamer oordeelde in deze uitkoopzaken dat (mogelijke) vorderingen tot schadevergoeding van de vennootschap op derden – en daarmee samenhangend met de door de minderheidsaandeelhouder geleden afgeleide schade – van belang kunnen zijn bij het vaststellen van de uitkoopprijs. Om de (mogelijke) vorderingen op derden te betrekken bij de prijsvaststelling trok zij een parallel met de ratio van de billijke verhoging als bedoeld in art. 2:343 lid 4 BW. In dit artikel onderzoekt de auteur hoe deze benadering past in het leerstuk van de afgeleide schade en zoomt hij nader in op de manier waarop de Ondernemingskamer de uitkoopprijs vaststelde in deze uitkoopprocedures.


Mr. O. Danismant
Mr. O. (Onur) Danismant heeft recentelijk de master Ondernemingsrecht behaald aan de Radboud Universiteit.
Artikel

Bont en blauw: strafbaar en straffeloos geweldgebruik door de politie

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden politiegeweld, ambtsinstructie, wettelijk voorschrift, noodweer, feitenonderzoek
Auteurs Mr. dr. M.M. (Menno) Dolman
SamenvattingAuteursinformatie

    Van de politie wordt in beginsel verlangd dat zij zich vreedzaam van haar taken kwijt. Bij de uitoefening daarvan kan zij echter geconfronteerd worden met personen die deze frustreren, en genoopt worden geweld te gebruiken. Dat levert veelal een strafbaar feit op, dus rijst de vraag hoe recht gedaan moet worden aan de omstandigheid dat geweld gebruikt werd door een overheidsfunctionaris, onder moeilijke omstandigheden. De Wet geweldsaanwending opsporingsambtenaar markeert de keuze voor een nieuw perspectief op politiegeweld.


Mr. dr. M.M. (Menno) Dolman
Menno Dolman is rechter-plaatsvervanger in de rechtbanken Den Haag en Rotterdam.
Artikel

Access_open Corona en arbeidsrecht: hoe NOW verder met loon en werkplek?!

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2020
Trefwoorden COVID-19, Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud, overmacht, thuiswerken, Wet flexibel werken
Auteurs Prof. mr. A.R. Houweling
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur onderzoekt de reikwijdte van art. 7:628 BW in geval van niet werken vanwege corona. De conclusie is dat de wetsgeschiedenis alle ruimte biedt voor maatwerk en als uitgangspunt steun biedt voor het ‘overmachtsverweer’ van de werkgever. De feitenrechtspraak 2020 laat een ander beeld zien. Ook staat de auteur stil bij de vraag of werknemers een recht hebben op thuiswerken en/of werkgevers werknemers kunnen dwingen thuis te werken.


Prof. mr. A.R. Houweling
Prof. mr. A.R. Houweling is hoogleraar Arbeidsrecht verbonden aan de Erasmus School of Law (ESL), Rotterdam.
Artikel

Access_open De kwetsbare legitimaris, de langstlevende partner en de kantonrechter

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden legitieme portie, curatele, meerderjarigenbewind, minderjarigen, toezicht kantonrechter
Auteurs Mr. dr. J.H.M. ter Haar en Mr. G.A. Tuinstra
SamenvattingAuteursinformatie

    De kantonrechter heeft als toezichthouder op het beheer over het vermogen van kwetsbare legitimarissen een belangrijke taak. Dit geldt in het bijzonder als hun belang botst met dat van de langstlevende partner van de overledene. Hoe gaat de kantonrechter dan om met een schending van de legitieme portie? Maakt het verschil of de schending terloops blijkt of dat de schending aanleiding is voor het machtigingsverzoek? Schrijvers gaan in op uiteenlopende uitspraken en doen een handreiking aan de rechterlijke praktijk.


Mr. dr. J.H.M. ter Haar
Mr. dr. J.H.M. ter Haar is universitair docent Notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. G.A. Tuinstra
Mw. mr. G.A. Tuinstra is docent Notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

De doorwerking van de strafrechtelijke onschuldpresumptie in de civiele schadevergoedingsprocedure

Noot bij EHRM 28 mei 2020, appl.nr. 29620/07 (Farzaliyev t. Azerbeidzjan)

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden schadevergoedingsprocedure, onschuldpresumptie, wederzijdse relatie strafrecht privaatrecht, onrechtmatige daad, recht op een eerlijke behandeling
Auteurs Mr. dr. S.S. Buisman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze annotatie staat de wederzijdse relatie tussen het strafrecht en het privaatrecht centraal. In het bijzonder gaat het om de vraag in hoeverre strafrechtelijke waarborgen, zoals de onschuldpresumptie, kunnen doorwerken in niet-strafrechtelijke procedures, zoals de civiele schadevergoedingsprocedure.


Mr. dr. S.S. Buisman
Mr. dr. S.S. Buisman is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open Samenwerkingsverbanden en de strafrechtspleging

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden samenwerkingsverbanden, verdedigingsrechten, nemo tenetur-beginsel, onrechtmatig bewijs, convenanten
Auteurs Prof. mr. M.J.J.P. Luchtman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel ‘Gegevensuitwisseling in samenwerkingsverbanden’ beoogt kaders te bieden voor de multilaterale samenwerking tussen strafrechtelijke, bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke actoren ter bestrijding van ongewenste maatschappelijke fenomenen, waaronder de bestrijding van fraude. Het voorstel richt zich uitsluitend op de normering van de gegevensverwerking die onder de vlag van die samenwerkingsverbanden plaatsvindt. In dit artikel wordt betoogd dat die benadering te beperkt is. Dat wordt geïllustreerd met een analyse van de mogelijke gevolgen van het voorstel voor de verdedigingsrechten en het bewijsrecht, in het bijzonder het leerstuk van het onrechtmatig verkregen bewijs.


Prof. mr. M.J.J.P. Luchtman
Prof. mr. M.J.J.P. Luchtman is hoogleraar Transnationale rechtshandhaving en fundamentele rechten aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Partiële of geschoonde teruggave van gegevensdragers

Naar een gemoderniseerde beslagregeling voor elektronische gegevensdragers

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden inbeslagname gegevensdragers, partiële teruggave, geschoonde teruggave, verzoek om teruggave gegevens
Auteurs Mr. dr. D.A.G. van Toor en Mr. D. van Os
SamenvattingAuteursinformatie

    In strafzaken is het verzamelen van elektronisch bewijsmateriaal vaak essentieel voor de waarheidsvinding. Voor de gegevensdrager eindigt de strafrechtelijke reis echter niet als de informatie op de gegevensdrager is geanalyseerd en vervolgens eventueel als bewijsmateriaal in een strafzaak is gebruikt. Naar Nederlands recht rust het beslag op de gegevensdrager en niet op de (voor de strafzaak relevante) gegevens. Dit betekent dat – na inbeslagname van de gegevensdrager – de autoriteiten de beschikking verkrijgen over alle gegevens die op de gegevensdrager staan opgeslagen. Wanneer over de gegevensdrager een beslissing wordt genomen, volgen de daarop opgeslagen gegevens het lot van de gegevensdrager. De verdachte is bij verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer dan zowel zijn gegevensdrager als de daarop opgeslagen gegevens kwijt.
    Betwijfeld kan worden of die praktijk conform hogere normen is, zoals het recht op respect voor privéleven (art. 8 EVRM).


Mr. dr. D.A.G. van Toor
Mr. dr. D.A.G. van Toor is als universitair docent verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

Mr. D. van Os
Mr. D. van Os rondde recent haar Master Straf(proces)recht af aan de Universiteit Utrecht. Zij werkt inmiddels als parketsecretaris bij het Openbaar Ministerie.
Artikel

Access_open Moet de strafrechter ook de scheidsrechter zijn van het publieke debat?

De scheiding der machten in het licht van de vrijheid van meningsuiting voor volksvertegenwoordigers

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Freedom of speech, Separation of powers, Criminal law, Hate speech, Legal certainty
Auteurs Jip Stam
SamenvattingAuteursinformatie

    This article contains a critical review of the provisions in the Dutch penal code regarding group defamation and hate speech. It is argued that not only these provisions themselves but also their application by the Dutch supreme court, constitutes a problem for the legitimacy and functioning of representative democracy. This is due to the tendency of the supreme court to employ special constraints for offensive, hateful or discriminatory speech by politicians. Because such a special constraint is not provided or even implied by the legislator, the jurisprudence of the supreme court is likely to end up in judicial overreach and therefore constitutes a potential – if not actual – breach in the separation of powers. In order to forestall these consequences, the protection of particularly political speech should be improved, primarily by a revision of the articles 137c and 137d of the Dutch penal code or the extension of parliamentary immunity.


Jip Stam
Jip Stam is onderzoeker en docent bij de afdeling Encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Leidse rechtenfaculteit.

    Een rechtsstaat is gebaseerd op zelfbinding van de overheid aan het recht. Deze zelfbinding moet verankerd zijn in regels die onder meer de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht vastleggen. De ontwikkelingen in Polen en elders tonen echter aan dat juridische regels van zelfbinding geen blokkades maar verkeersdrempels zijn op de weg naar despotisch bestuur. Een rechtsstaat vereist vooral een cultuur van zelfbinding. De conceptualisering van deze rechtsstaatcultuur staat nog in de kinderschoenen.


Ronald Janse
Ronald Janse is hoogleraar Encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Open Universiteit.
Artikel

Access_open Nationale constitutie versus internationale jurisdictie?

De rol van de rechter vanuit internationaalrechtelijk perspectief

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2020
Auteurs Anneloes Kuiper-Slendebroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor het evenwicht tussen de staatsmachten, maar ook voor de ontwikkeling van internationaal recht, is de wijze waarop de nationale rechter zijn rol vervult van belang: gedraagt hij zich als rechtsvormer of als een rechtshandhaver? Zowel de legitimatie en vorming van het internationale recht als de handhaving van de internationale verplichtingen van de Staat op nationaal niveau zijn hiervan afhankelijk. Deze belangen worden bezien vanuit internationaal perspectief en uiteengezet aan de hand van recente jurisprudentie.


Anneloes Kuiper-Slendebroek
Anneloes Kuiper-Slendebroek is universitair docent privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open De aanpak van de COVID-19-epidemie: een juridische tussenbalans

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Wet publieke gezondheid, quarantaine, infectieziekten, noodverordeningen, machtigingswet
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de bestrijding van COVID-19 is de Wet publieke gezondheid van betrekkelijke betekenis gebleken. Met noodverordeningen is deze leemte opgevuld; deze schieten echter democratisch en grondrechtelijk tekort. Een nieuw hoofdstuk in de Wpg moet deze bezwaren ondervangen. De regeling laveert tussen slagvaardigheid en democratische controle.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is emeritus-hoogleraar gezondheidsrecht, Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. M.E.B. de Haseth
Mr. M.E.B. de Haseth is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

De gouverneur, landsorgaan én koninkrijksorgaan

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2020
Trefwoorden aanwijzing, gouverneur, koninkrijksorgaan, landsorgaan, toezicht
Auteurs Prof. mr. L.J.J. Rogier
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ambt van gouverneur van de Caribische landen van het Koninkrijk is één en ondeelbaar, maar de gouverneur is tegelijk landsorgaan én koninkrijksorgaan. De positie en de verantwoordelijkheden van de gouverneur als landsorgaan verschillen van die van koninkrijksorgaan, maar het object van bemoeienis en de wijze waarop beide rollen worden vervuld verschillen niet zo veel van elkaar. De belangrijkste vraag is wanneer en onder welke condities de gouverneur van rol wisselt. Het is van belang dat de gouverneur de regie daarover zo veel mogelijk in eigen hand houdt. Een aanwijzing door de koninkrijksregering kan daarbij een nuttige rol vervullen en de gouverneur een steuntje in de rug geven.


Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de University of Curaçao en redactievoorzitter van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

Kroniek Asiel- en Vreemdelingenrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2020
Auteurs Eva Bezem, Dora Brouwer, Anna Cleuters e.a.

Eva Bezem

Dora Brouwer

Anna Cleuters

Marieke van Eik

Wil Eikelboom

Isa van Krimpen

Rosa Vaalburg

Marq Wijngaarden
Artikel

Testcase Marengo

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2020
Auteurs Stijn Dunk

Stijn Dunk
Toont 1 - 20 van 1887 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.