Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1824 artikelen

x
Vrij verkeer

Beperkingen van het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden in de lidstaten van de EU: Uit het oog, maar niet uit het hart?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden EU-burgerschap, Burgerschapsrichtlijn, voldoende middelen eis, uitzettingsmogelijkheden, gezinshereniging
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en H.H.C. Kroeze LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van vrij verkeer en verblijf van EU-burgers en hun familieleden in de EU wordt geregeld door de Burgerschapsrichtlijn. Dit recht is echter niet absoluut en kan worden geweigerd of ingetrokken wanneer een EU-burger onvoldoende inkomsten heeft om voor zichzelf en voor zijn familie te zorgen. Familieleden die geen EU-nationaliteit bezitten, hebben een recht om te verblijven in een gastlidstaat, wanneer zij hun familielid, die EU-burger is, begeleiden of zich bij deze EU-burger voegen. In de twee zaken die in dit artikel centraal staan, worden deze twee voorwaarden voor het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden door het Hof van Justitie nader uitgelegd.
    HvJ 2 oktober 2019, zaak C-93/18, ECLI:EU:C:2019:809 (Ermira Bajratari/Secretary of State for the Home Department)
    HvJ 10 september 2019, zaak. C-94/18, ECLI:EU:C:2019:692 (Nalini Chenchooliah/Minister for Justice and Equality)


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is onderzoeker bij the Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF) en the Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht.

H.H.C. Kroeze LLM
H.H.C. (Hester) Kroeze LLM is promovenda Europees recht aan de Universiteit Gent, Ghent European Law Institute.
Objets trouvés

De wetgever als oorzaak van een dikastocratie?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Wetgever-plaatsvervanger, Trias politica, Rechter, Samenwerking
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Is het juist dat in het opgelaaide dikastocratiedebat de verantwoordelijkheid primair bij de wetgever wordt gelegd? Ook al biedt de wetgever de rechter de nodige ruimte, is de rechterlijke beslissingsmacht vooral gevolg van de door de rechtsleer gedragen wijzen van interpretatie en toepassing van de wet. Dat de wetgever zou stilzitten en lastige beslissingen aan de rechter (als plaatsvervanger) zou overlaten, lijkt een onjuist beeld, evenals het beeld dat de wetgever een onwenselijke uitspraak van de rechter altijd nog kan corrigeren. Typerend voor de verhouding wetgever – rechter is (rechtsvormende) samenwerking. Obsolete kaders als de triasleer en de Wet AB brengen de werkelijkheid niet dichterbij.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

OV-verboden: tussen publiekrecht en privaatrecht

Het rechtskarakter van toegangsverboden op stations en in het openbaar vervoer

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden reisverbod, private regulering, buitengewoon opsporingsambtenaar, handhaving, sancties
Auteurs Mr. dr. A.E. van Rooij en Mr. S.O. Visch
SamenvattingAuteursinformatie

    OV-verboden worden opgelegd om overlast in het openbaar vervoer en op stations te bestrijden. Zowel het privaatrechtelijke huisrecht en contractenrecht als de Wet personenvervoer 2000 bieden vervoerders en hun veiligheidspersoneel een juridische basis voor dit optreden. Bij de totstandkoming van de wettelijke regeling is onduidelijk gebleven wat het rechtskarakter van de OV-verboden is. Dit heeft gevolgen voor de toepasselijkheid van de beginselen van behoorlijk bestuur, grondrechten en de laagdrempelige bestuursrechtelijke rechtsbeschermingsprocedure. Om onduidelijkheid in de (rechts)praktijk te voorkomen, zou in algemene zin nagegaan moeten worden wat privaatrechtelijk al kan en wat de noodzaak is van nadere publiekrechtelijke bevoegdheden, voordat wordt overgegaan tot wettelijke regeling van sancties die worden opgelegd door private partijen.


Mr. dr. A.E. van Rooij
Mr. dr. A.E. (Mandy) van Rooij is wetgevingsjurist bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij is tevens docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. S.O. Visch
Mr. S.O. Visch is advocaat te Den Haag en werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Artikel

‘Maximov’ revisited

Naar een ruimere bevoegdheid van de rechter om een vernietigd buitenlands arbitraal vonnis alsnog van verlof tot tenuitvoerlegging te voorzien

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden internationale arbitrage, partiële nietigheid, nietigheid van rechtswege, contractsvrijheid, verdragsinterpretatie
Auteurs Mr. C.J.W. Baaij
SamenvattingAuteursinformatie

    Is een buitenlands arbitraal vonnis vatbaar voor tenuitvoerlegging als het is vernietigd in het land van origine? In beginsel niet, zo wordt thans in de literatuur aangenomen op basis van de beschikking van de Hoge Raad uit 2017 inzake Maximov/NMLK. Deze beschikking staat echter een ruimere lezing toe die beter aansluit bij de tendens in het Nederlandse vermogensrecht om de oorzaken en gevolgen van nietigheden zo veel mogelijk te beperken.


Mr. C.J.W. Baaij
Mr. C.J.W. Baaij is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Asiel en migratie

Menselijke waardigheid en een waardige levensstandaard; de uitspraak van het Hof van Justitie inzake Zubair Haqbin

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden opvang, asiel, menselijke waardigheid, rechten van het kind
Auteurs Prof. mr. A.B. Terlouw en Mr. dr. K.M. Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 2013/33/EU (de Opvangrichtlijn) regelt welke opvangvoorzieningen aan asielzoekers moeten worden verstrekt en ook hun rechten op documenten, onderwijs en toegang tot de arbeidsmarkt en gezondheidszorg. In de uitspraak HvJ 12 november 2019, zaak C-233/18 inzake Zubair Haqbin oordeelt het Hof van Justitie dat de intrekking – al was het maar tijdelijk – van alle materiële opvangvoorzieningen of van de materiële opvangvoorzieningen die betrekking hebben op huisvesting, voeding of kleding, onverenigbaar is met de verplichting om ervoor te zorgen dat Haqbin een waardige levensstandaard geniet. Een dergelijke sanctie ontneemt hem immers de mogelijkheid om te voorzien in zijn meest elementaire behoeften.
    HvJ 12 november 2019, zaak C-233/18, ECLI:EU:C:2019:956 (Zubair Haqbin/Federaal Agentschap voor de opvang van asielzoekers, België)


Prof. mr. A.B. Terlouw
Prof. mr. A.B. (Ashley) Terlouw is hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. dr. K.M. Zwaan
Mr. dr. K.M. (Karin) Zwaan is universitair hoofddocent migratierecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De toepassing van de Wet Bibob in de milieusector

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Wet Bibob, Milieu, Vergunning, Ernstig gevaar, Evenredigheid
Auteurs Mr. R. (Rutger) ten Ham en Mr. F. (Frederike) Ahlers
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren ziet ongeveer 10% van de circa 300 jaarlijkse adviesaanvragen aan het Landelijk Bibob Bureau op adviezen in verband met milieuactiviteiten. In onze praktijk zien we recentelijk een groeiende aandacht bij het bevoegd gezag en het OM voor de mogelijkheden die de Wet Bibob biedt om milieuovertredingen te voorkomen. Tegelijkertijd is het aantal milieuregels in de afgelopen jaren alleen maar groter geworden. Voor ondernemingen kan de Wet Bibob grote gevolgen hebben, want zonder vergunning geen activiteiten.
    In dit nummer van Strafblad dat geheel gewijd is aan het thema milieu staan wij dan ook graag stil bij de Wet Bibob toegespitst op de milieusector.


Mr. R. (Rutger) ten Ham
R. (Rutger) Ham is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.

Mr. F. (Frederike) Ahlers
F. (Frederike) Ahlers is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.
Artikel

Access_open Klimaatverandering en strafrecht: een verkenning

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Milieustrafrecht, Klimaatverandering, Handhaving klimaatwetgeving, Broeikasgas, Co2
Auteurs Mr. S.J. (Sjoerd) Lopik en Mr. S.H. (Seppe) Stax
SamenvattingAuteursinformatie

    Klimaatverandering is niet meer weg te denken uit het publieke debat. In het afgelopen jaar stond het onderwerp vaak op de politieke agenda, werd Greta Thunberg uitgeroepen tot Time Person of the Year en was het Urgenda-arrest een van de meest besproken gerechtelijke uitspraken van het jaar. Binnen het strafrecht wordt nog weinig aandacht aan klimaatverandering besteed, maar dat zal op korte termijn veranderen. Dit artikel bevat een verkenning naar de strafrechtelijke aansprakelijkheid van partijen die bijdragen aan klimaatverandering en de strafrechtelijke handhaving van klimaatwetgeving.


Mr. S.J. (Sjoerd) Lopik
Mr. S.J. (Sjoerd) Lopik is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. S.H. (Seppe) Stax
Mr. S.H. (Seppe) Stax is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Jurisprudentie

Afwijzing verzoek tot beëindiging gezag van een ongeboren baby: Een verstandelijke beperking van ouders is op zich geen bepalende factor voor falend ouderschap

Rechtbank Amsterdam 26 april 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:3375)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden uithuisplaatsing, verstandelijke beperking, VN-verdrag Handicap, gezagsbeëindiging
Auteurs Mr. E.B. van de Loo
SamenvattingAuteursinformatie

    De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt de beëindiging van het ouderlijk gezag van een ongeboren baby omdat de ouders een verstandelijke beperking hebben. Volgens de Raad mist de moeder vanwege haar verstandelijke beperking de sensitiviteit die nodig is voor de opvoeding. De moeder heeft een beroep gedaan op artikel 23 VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH). Daarin staat dat een kind niet gescheiden mag worden van zijn ouders enkel op basis van een handicap van de ouders en dat alle passende hulp geboden dient te worden om de opvoeding, eventueel met ondersteuning, mogelijk te maken. Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2019:3375) wijst het verzoek af. De rechtbank kijkt naar de meerwaarde van de toepassing van dit verdrag ten opzichte van reeds bestaande bepalingen in internationale verdragen.


Mr. E.B. van de Loo
Mr. E.B. (Elsa) van de Loo is advocaat te Amsterdam.
Jurisprudentie

Access_open Stoian t. Roemenië: stap terug of status quo? Een EHRM-casus over het recht op inclusief onderwijs

EHRM 25 juni 2019, 289/14 (Stoian/Roemenië)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, (recht op) inclusief onderwijs, toegankelijkheid, redelijke aanpassingen
Auteurs Dra. M. Spinoy (M.Jur.) en Dr. J. Lievens (LL.M.)
SamenvattingAuteursinformatie

    In het recente arrest Stoian t. Roemenië oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over de onderwijssituatie van een jongen met een beperking in Roemenië. Het Hof beoordeelt de zaak vanuit de redelijke aanpassingsplicht en besluit dat die niet geschonden is. In deze bijdrage bespreken en analyseren de auteurs dit arrest dat het Hof op veel kritiek kwam staan. Ze houden daarbij in het bijzonder rekening met het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH) en relevante voorgaande rechtspraak van het EHRM. In het arrest krijgen de principes van het IVRPH (opnieuw) een centrale plaats. De toepassing van die principes is minder eenduidig. Het arrest doet immers belangrijke vragen rijzen over de manier waarop het EHRM twee belangrijke IVRPH-verplichtingen inzake onderwijs toepast. Het IVRPH omvat onder meer de verplichting tot het voorzien van een toegankelijk onderwijssysteem en de verplichting in redelijke aanpassingen te voorzien. Die verplichtingen zijn er beide op gericht onderwijs toegankelijk te maken voor kinderen met een handicap. Tussen de twee verplichtingen bestaan echter belangrijke verschillen, onder meer inzake afdwingbaarheid. Het EHRM lijkt deze verplichtingen niet correct van elkaar te onderscheiden en aan de twee tegelijk te toetsen. Daarnaast is niet duidelijk hoe streng het Hof de verplichtingen van staten toetst in deze materie. De toetsingsintensiteit lijkt in Stoian lager te liggen dan in eerdere zaken. De auteurs besluiten dan ook dat het arrest geen echte zekerheid brengt over de standaarden die het Hof in volgende zaken zal hanteren.


Dra. M. Spinoy (M.Jur.)
Dra. M. (Marie) Spinoy is doctoraatsonderzoeker aan het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven). Ze doet onderzoek op het gebied van non-discriminatie.

Dr. J. Lievens (LL.M.)
Dr. J. (Johan) Lievens is universitair docent staatsrecht en onderwijsrecht aan de VU Amsterdam. Hij is tevens verbonden aan de Université de Namur en het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven).

Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is senior programmamanager bij ZonMw en hoofdredacteur van Handicap & Recht.

David de Knijff
Mr. D.M. de Knijff is advocaat bij Ekelmans & Meijer te Den Haag.
Artikel

Access_open De waarheidsplicht en de geraden gevolgtrekking anno 2020: een zoektocht naar proportionaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2020
Trefwoorden waarheidsplicht, waarheidsbeginsel, artikel 21 Rv, artikel 22 Rv, artikel 85 Rv
Auteurs Cindy Seinen
SamenvattingAuteursinformatie

    De waarheidsplicht komt in procedures steeds vaker aan de orde, ofwel omdat een partij om sanctionering ervan vraagt, dan wel omdat de rechter ambtshalve oordeelt dat sanctionering nodig is. Deze bijdrage behandelt de ontwikkelingen aan de hand van de typen gevolgtrekking die rechters sinds 2014 aan schendingen hebben verbonden.


Cindy Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is rechter in de rechtbank Den Haag en buitenpromovenda aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Strafvorderlijke kaders voor burgeropsporing

Wezenlijke handvatten voor politie, OM en strafrechter om op een zuivere manier om te gaan met informatie van opsporende burgers in strafzaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Burgeropsporing, Strafvordering, Politie, Particuliere recherche
Auteurs Sven Brinkhoff
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focusses on the use of information of citizens who conducted their own investigation in a criminal procedure. Three questions are important in such a situation: 1) is the prosecution of the suspect based largely or entirely on the information of the civilian?, 2) was this information obtained lawfully? and 3) is the information reliable? In this article these questions are discussed.


Sven Brinkhoff
Sven Brinkhoff is o.a. universitair hoofddocent strafrecht en strafprocesrecht aan de Open Universiteit.
Actualia

IPR

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 2 2020
Auteurs Mr. T. de Vette
Auteursinformatie

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 9 maart 2020 en 24 april 2020.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 9 maart 2020 en 24 april 2020.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 9 maart 2020 en 24 april 2020.
Artikel

Access_open De wachtlijstproblematiek ‘knaagt’ aan de rechten van kinderen in gesloten jeugdhulp

Een gesloten plaatsing slechts baseren op art. 3 lid 1 IVRK is geen oplossing

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden gesloten jeugdhulp, wachtlijsten, artikel 3 lid 1 IVRK, jurisprudentieonderzoek, General Comment no. 14
Auteurs Mr. dr M.P. de Jong-de Kruijf
SamenvattingAuteursinformatie

    Er is sprake van een forse wachtlijstproblematiek in de gesloten jeugdhulp. Het gebrek aan een passende (doorstoom)plek voor kinderen in gesloten jeugdhulp is soms zo nijpend dat kinderrechters een machtiging voor gesloten jeugdhulp verlengen in weerwil van het ontbreken van een materiële rechtsgrond of formele rechtswaarborgen uit de Jeugdwet. Er wordt daarbij een beroep gedaan op art. 3 lid 1 IVRK. Het is maar zeer de vraag of dit een wenselijke praktijk is. Er worden handvatten aangereikt vanuit General Comment no. 14 van het VN-Kinderrechtencomité.


Mr. dr M.P. de Jong-de Kruijf
Mr. dr. M.P. de Jong-de Kruijf is familie- en jeugdrechtadvocaat bij BVD advocaten.
Artikel

Upperdogs Versus Underdogs

Judicial Review of Administrative Drug-Related Closures in the Netherlands

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Eviction, War on drugs, Party capability, Empirical legal research, Drug policy
Auteurs Mr. Michelle Bruijn en Dr. Michel Vols
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, mayors are entitled to close public and non-public premises if drug-related activities are being conducted there. Using data from the case law of Dutch lower courts, published between 2008 and 2016, this article examines the relative success of different types of litigants, and the influence of case characteristics on drug-related closure cases. We build on Galanter’s framework of ‘repeat players’ and ‘one-shotters’, to argue that a mayor is the stronger party and is therefore more likely to win in court. We categorise mayors as ‘upperdogs’, and the opposing litigants as ‘underdogs’. Moreover, we distinguish stronger mayors from weaker ones, based on the population size of their municipality. Similarly, we distinguish the stronger underdogs from the weaker ones. Businesses and organisations are classified as stronger parties, relative to individuals, who are classified as weaker parties. In line with our hypothesis, we find that mayors win in the vast majority of cases. However, contrary to our presumptions, we find that mayors have a significantly lower chance of winning a case if they litigate against weak underdogs. When controlling for particular case characteristics, such as the type of drugs and invoked defences, our findings offer evidence that case characteristics are consequential for the resolution of drug-related closure cases in the Netherlands.


Mr. Michelle Bruijn
Michelle Bruijn is promovendus en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar onderzoek richt zich op de regulering van cannabis en de sluiting van drugspanden.

Dr. Michel Vols
Michel Vols is hoogleraar Openbare-Orderecht aan Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoek richt zich op Openbare orde en veiligheid, en het gebruik van data science (machine learning) bij het bestuderen van juridische data.
Artikel

De rechtsontwikkeling in het tuchtrecht: van kindermishandeling tot euthanasie

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden tuchtrecht, Centraal Tuchtcollege, euthanasie bij dementie
Auteurs Mr. W.R. Kastelein
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de tuchtrechtelijke jurisprudentie in het licht van het debat dat Jos Dute vele malen voerde over de rechtsontwikkeling in het tuchtrecht in de zorg en de rol en positie van het Centraal Tuchtcollege. Daarbij wordt aandacht geschonken aan de recente tuchtrechtelijke jurisprudentie, onder andere inzake euthanasie bij dementie in het licht van de conclusie van de PG bij de Hoge Raad.


Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is advocaat/compagnon bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. en hoofdredacteur van dit tijdschrift.
Toont 1 - 20 van 1824 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.