Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2763 artikelen

x

    In recent years, big data technology has revolutionised many domains, including policing. There is a lack of research, however, exploring which applications are used by the police, and the potential benefits of big data analytics for policing. Instead, literature about big data and policing predominantly focuses on predictive policing and its associated risks. The present paper provides new insights into the police’s current use of big data and algorithmic applications. We provide an up-to-date overview of the various applications of big data by the National Police in the Netherlands. We distinguish three areas: uniformed police work, criminal investigation, and intelligence. We then discuss two positive effects of big data and algorithmic applications for the police organization: accelerated learning and the formation of a single police organization.


Marc Schuilenburg
Marc Schuilenburg is bijzonder hoogleraar Digital Surveillance aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en universitair docent aan Vrije Universiteit Amsterdam. m.b.schuilenburg@vu.nl.

Melvin Soudijn
Melvin Soudijn is senior onderzoeker bij de afdeling Analyse & Onderzoek van de Landelijke Eenheid Nationale Politie en research fellow bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

    Artikel 15 aanhef en onder c Richtlijn 2011/95/EU (de Kwalificatierichtlijn) bevat de criteria voor het bestaan van ‘ernstige schade’ met het oog op zogenoemde ‘subsidiaire bescherming’. Subsidiaire bescherming is een van de twee vormen van internationale bescherming; vluchtelingschap is de andere vorm. Subsidiaire bescherming wordt verleend indien aannemelijk is dat bij uitzetting van de vreemdeling gegronde redenen bestaan op een reëel risico om te worden onderworpen aan: (a) doodstraf of executie, (b) folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen, of (c) ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. In deze uitspraak bevestigt het Hof van Justitie dat de beoordeling van de vraag of sprake is van een artikel 15c-situatie een algemene beoordeling betreft waarbij de verschillende relevante elementen in samenhang moeten worden beoordeeld. Een beoordeling die alleen ziet op het aantal doden en gewonden wordt in strijd geacht met het Unierecht. Het Hof van Justitie gaat met name in op factoren uit het eerdere arrest Diakité; deze worden in dit arrest nogmaals benadrukt.
    HvJ 10 juni 2021, zaak C-901/19, ECLI:EU:C:2021:472 (CF en DN/Bundesrepublik Deutschland).


M. van Harn LLB
M. (Mayke) van Harn LLB is masterstudent Staats- en bestuursrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. dr. K.M. Zwaan
Mr. dr. K.M. (Karin) Zwaan is universitair hoofddocent migratierecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Mededinging

Toegangsweigering in de digitale economie na de Slovak Telekom-uitspraak en onder de voorgestelde Digital Markets Act

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2021
Trefwoorden Slovak Telecom, misbruik, leveringsweigering, digitale economie, platform
Auteurs Mr. S.J. The en Mr. W.W. Geursen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel analyseert de duiding van de Bronner-criteria in het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Slovak Telekom a.s./Commissie. Het artikel onderzoekt of het arrest parallel toegepast kan worden op de digitale economie en of er nog een rol voor de Bronner-criteria is nadat de voorgestelde regulering van de digitale economie van kracht wordt.
    HvJ 25 maart 2021, zaak C-165/19 P, ECLI:EU:C:2021:239 (Slovak Telekom a.s./Commissie).


Mr. S.J. The
Mr. S.J. (Stephanie) The is advocaat-partner bij De Brauw Blackstone Westbroek.

Mr. W.W. Geursen
Mr. W.W. (Wessel) Geursen is senior legal adviser bij De Brauw Blackstone Westbroek en buitenpromovendus aan de Vrije Universiteit.

Kroniek rechtspraak

Kroniek Rechtspraak Tuchtrecht 2021

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden tuchtmaatregelen, regiebehandelaar, ontvankelijkheid, COVID, dossiervoering
Auteurs Mr. C.A. Bol, mr. W.R. Kastelein en mr. D. Zwartjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Kroniek Rechtspraak Tuchtrecht zijn de voor de rechtsontwikkeling interessante uitspraken verwerkt over de periode van 1 november 2019 tot en met 15 mei 2021. Het gaat om uitspraken over ontvankelijkheid en aanverwante procesrechtelijke onderwerpen, vraagstukken rond ouderlijk gezag, samenwerkingsproblemen, dossiervoering, bekwaamheden en bevoegdheden, de zwaarte van de door tuchtcolleges opgelegde maatregelen. Prioriteit is daarbij gegeven aan die onderwerpen die in een significant aantal zaken tot een tuchtrechtelijke beslissing hebben geleid. Tot slot komen ook de eerste COVID-gerelateerde uitspraken aan bod.


Mr. C.A. Bol
Caressa Bol is docent en onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam aan de Erasmus School of Health Policy & Management.

mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein was tot 1 april 2021 advocaat/compagnon Zorg bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Utrecht en hoofdredacteur van dit tijdschrift.

mr. D. Zwartjens
Danielle Zwartjens is advocaat Zorg bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Utrecht.
Artikel

De Overleveringswet op de helling: de herimplementatie van Kaderbesluit 2002/584/JBZ

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2021
Trefwoorden Kaderbesluit 2002/584/JBZ, EAB, Overleveringswet, Herimplementatiewet, kaderbesluitconforme uitleg
Auteurs Prof. mr. dr. V.H. (Vincent) Glerum
SamenvattingAuteursinformatie

    De Overleveringswet strekt tot uitvoering van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Deze wet bevatte een groot aantal gebreken. Een deel daarvan was aangetoond in arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De op 1 april 2021 in werking getreden Herimplementatiewet beoogde de Overleveringswet in overeenstemming met die arresten te brengen. Deze bijdrage
    toont aan dat de Herimplementatiewet maar ten dele in die opzet is geslaagd, dat deze wet een aantal gebreken die (nog) niet in arresten van het Hof van Justitie zijn aangetoond ongemoeid heeft gelaten en dat deze wet bovendien een aantal nieuwe gebreken heeft gecreëerd.


Prof. mr. dr. V.H. (Vincent) Glerum
Prof. mr. dr. V.H. (Vincent) Glerum is bijzonder hoogleraar internationaal en Europees strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en stafjurist Europees strafrecht bij de rechtbank Amsterdam.
Artikel

Access_open Het Europees Openbaar Ministerie in de Nederlandse rechtsorde

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2021
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie, Europees strafrecht, Europese Unie, vervolging, beklag niet (verdere) vervolging
Auteurs Mr. M.J. (Matthias) Borgers
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juni 2021 is het Europees Openbaar Ministerie (EOM) operationeel geworden. Bij een vervolging door het EOM voor de Nederlandse strafrechter treedt een gedelegeerde Europese aanklager op die tevens aan het Nederlandse openbaar ministerie is verbonden. Deze aanklager heeft in de strafzaak alle bevoegdheden van een lid van het Nederlandse openbaar ministerie. Voor het optreden van het EOM in de deelnemende lidstaten wordt dus gebruikgemaakt van de bestaande juridische infrastructuur. In deze bijdrage wordt ingegaan op de vervolging van strafzaken door het EOM voor de Nederlandse strafrechter. Het gaat daarbij om de vraag of er verschillen of bijzonderheden bestaan in vergelijking met een ‘gewone’ strafzaak waarin het Nederlandse openbaar ministerie het vervolgingsrecht uitoefent en, zo ja, welke die zijn.


Mr. M.J. (Matthias) Borgers
Mr. M.J. (Matthias) Borgers is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/81

HR 5 oktober 2021, 20/02430, ECLI:NL:HR:2021:1406

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2021
Artikel

Kennismaken met de ‘onbekende derde’ als medepleger

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2021
Trefwoorden medeplegen, grondfeit, opzet, samenwerkingsverband, deelnemingsvormen
Auteurs Mr. dr. F.C.W. (Fanny) de Graaf en Mr. dr. E.M. (Eelco) Moerman
SamenvattingAuteursinformatie

    In HR 13 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1606 (Enschedese Voogdijmoord) heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan over de deelnemingsvorm medeplegen. In het arrest is onder meer antwoord gegeven op de vraag of een veroordeling voor het medeplegen van (in dit geval) moord mogelijk is, terwijl een niet in de bewezenverklaring genoemde derde mogelijk als enige een delictsbestanddeel heeft vervuld. Het bevestigende antwoord van de Hoge Raad op die vraag vormt het startpunt voor deze bijdrage. In het artikel beantwoorden de auteurs de vraag of met dit arrest de reikwijdte van de deelnemingsvorm medeplegen is verruimd en zo ja, hoe wenselijk dat is. Zij bespreken in dat verband enkele casusposities.


Mr. dr. F.C.W. (Fanny) de Graaf
Mr. dr. F.C.W. (Fanny) de Graaf is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Mr. dr. E.M. (Eelco) Moerman
Mr. dr. E.M. (Eelco) Moerman is rechter in opleiding in de rechtbank Rotterdam.
Artikel

Factuurfraude: wie betaalt de prijs?

Bevrijdend betalen na het Devante/Hascor-arrest (HR 28 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:783)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 11 2021
Trefwoorden internetcriminaliteit, digitalisering, fraude in het betalingsverkeer, artikel 6:34 BW, Kamerman/Aro Lease-arrest
Auteurs Mr. D.M.H. de Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Devante/Hascor-arrest heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de te hanteren maatstaf bij beantwoording van de vraag of bevrijdend is betaald in het geval van factuurfraude. In dit artikel wordt onder meer ingegaan op de vraag welke omstandigheden een uitzondering op de in dit arrest gegeven hoofdregel kunnen rechtvaardigen en welke concrete handvatten voor het bestuur van vennootschappen uit dit arrest kunnen worden afgeleid.


Mr. D.M.H. de Leeuw
Mr. D.M.H. de Leeuw is advocaat bij Wijn & Stael Advocaten te Utrecht.

Willem Heemskerk
Mr. W. Heemskerk is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Access_open Hoger beroep en cassatie in een collectieve actie op grond van de WAMCA: een blik vooruit

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2021
Trefwoorden class action, massaschade, afwikkeling, exclusieve belangenbehartiger, rechtsmiddel
Auteurs Elselique Hoogervorst, Carla Klaassen en Albert Knigge
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan het instellen van een rechtsmiddel in een WAMCA-procedure is weinig aandacht besteed in de parlementaire geschiedenis en literatuur. In deze bijdrage wordt een aantal vragen met betrekking tot hoger beroep en cassatie in een collectieve actie besproken, zoals welke partijen een rechtsmiddel kunnen instellen, wat rechtens is als niet door of tegen alle partijen hoger beroep wordt ingesteld, tegen welke beslissingen een rechtsmiddel kan worden ingesteld, welke complicaties tussentijds hoger beroep meebrengt en of de bijzondere procedureregels van titel 14A Rv ook in hoger beroep en cassatie moeten gelden. Geconcludeerd wordt dat nadere wetgeving gewenst is.


Elselique Hoogervorst
Mr. drs. E.M. Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff.

Carla Klaassen
Prof. mr. C.J.M. Klaassen is hoogleraar Burgerlijk recht en Burgerlijk procesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Albert Knigge
Mr. A. Knigge is advocaat en partner bij Houthoff.
Artikel

Een staatsrechtelijke verbouwing van de Eerste Kamer: het terugzendrecht in perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2021
Trefwoorden novelle, staatscommissie parlementair stelsel, verkapt amendementsrecht, gedifferentieerde inwerkingtreding, vetorecht
Auteurs L. Dragstra en G. Boogaard
SamenvattingAuteursinformatie

    De staatscommissie parlementair stelsel heeft eind 2018 voorgesteld de Eerste Kamer naast haar bestaande vetorecht een voorwaardelijk terugzendrecht toe te kennen. Als het aan de staatscommissie ligt, mag de Eerste Kamer voortaan wetsvoorstellen amenderen en vervolgens terugzenden naar de Tweede Kamer. De regering heeft het terugzendrecht inmiddels omarmd, maar het is nog altijd wachten op de indiening van een voorstel tot grondwetswijziging. In dit artikel wordt geanalyseerd hoe het terugzendrecht kan worden vormgegeven, welke keuzes hierbij moeten worden gemaakt, en hoe die zich verhouden tot de taak en verkiezingswijze van de Eerste Kamer.


L. Dragstra
Dr. L. (Laurens) Dragstra is raadadviseur/plaatsvervangend griffier bij de Eerste Kamer.

G. Boogaard
Prof. mr. G. (Geerten) Boogaard is hoogleraar decentrale overheden (Thorbeckeleerstoel) en docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie en wetgeving

Godsdienst en gelijke behandeling

De uitspraak van het Hof van Justitie van de EU in de zaken WABE en Müller

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2021
Trefwoorden gelijke behandeling, godsdienstvrijheid, Hof van Justitie, EU, Islam
Auteurs Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In its ruling in these prejudicial procedures, the EU Court of Justice clarifies the extent to which private employers are allowed to prohibit visual expressions of inter alia religious beliefs in the workplace. This contribution critically discusses the Court’s interpretation of the concepts of direct and indirect discrimination as well as its definition of the criteria that the employer must meet to objectively justify a difference of treatment of employees indirectly based on inter alia religion. Furthermore, it discusses the room that the Court allows in this respect for national provisions that protect freedom of religion.


Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit en redacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Access_open De erkenning van het boeddhisme en andere levensbeschouwingen in België

Op naar het Nederlandse model?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2021
Trefwoorden boeddhisme, financiering religies/levensbeschouwingen, geestelijke verzorgers, godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs, België – Nederland
Auteurs Leni Franken
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2020, the Belgian federal Government announced that it will recognize Buddhism as a non-confessional worldview. This recognition will give the Buddhists several privileges: the salaries and pensions of lama’s as well as of Buddhist consultants in prisons, hospitals and the army will be paid for by the state. In addition, state schools will be required to organize Buddhist education at parental request. From the perspective of equal treatment and within the current constitutional framework, the recognition of Buddhism can only be welcomed. But is this constitutional framework, which is amongst others indebted to the concordat between Napoleon and the Holy See (1801), still up to date? In 1983, the Dutch Government abolished this Napoleonic model of state financing and opted for a profound reform of the system. In this article, I will show why such a reform could also be useful and inspiring in the Belgian context.


Leni Franken
Leni Franken studeerde filosofie en godsdienstwetenschappen en promoveerde aan de UAntwerpen op een proefschrift rond overheidsneutraliteit en financiering van levensbeschouwingen. Momenteel is ze als onderwijsbegeleider verbonden aan het Centrum Pieter Gillis (UAntwerpen).
Jurisprudentie

Geestelijk letsel naar objectieve maatstaven; een in de psychiatrie erkend ziektebeeld is niet vereist

HR (strafkamer) 29 juni 2021, ­ECLI:NL:HR:2021:1024

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2021
Trefwoorden smartengeld, vordering benadeelde partij, artikel 6:106 BW, psychisch letsel
Auteurs Mr. L.A.J. Kock
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 29 juni 2021 heeft de Hoge Raad zich (opnieuw) uitgelaten over de vraag wanneer sprake is van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’, als bedoeld in artikel 6:106 aanhef en onder b BW. In het bijzonder heeft de Hoge Raad zich nader uitgelaten over de invulling van het vereiste dat het bestaan van geestelijk letsel naar objectieve maatstaven moet zijn vastgesteld.


Mr. L.A.J. Kock
Mr. L.A.J. Kock is juridisch medewerker bij Dolderman Letselschade Advocaten te Utrecht.
Artikel

Spraakmakende zaken

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2021
Auteurs Nathalie de Graaf en Erik van der Burgt
Auteursinformatie

Nathalie de Graaf

Erik van der Burgt
Beeld
Artikel

Kroniek Straf(proces)recht 2021

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2021
Auteurs Nikki Alberts, Rachel Bruinen, Dirk Dammers e.a.

Nikki Alberts

Rachel Bruinen

Dirk Dammers

Alexandra Emsbroek

Jan Hoek

Geert-Jan Kruizinga

Rick van Leusden

Robert Malewicz

Patrick van der Meij

Carlijn Nieuwenhuis

Paul van Putten

Diederick van Rinsum

Melissa Slaghekke

Aimée Timorason

Paul Verweijen
Annotatie

Wijziging van collectieve arbeidsvoorwaarden na overgang van onderneming

HR 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9386 (Rode Kruis Ziekenhuis/Te Riet), ArA 2003/1, m.nt. R.M. Beltzer

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Overgang van onderneming, Rode Kruis Ziekenhuis/Te Riet, Collectieve arbeidsvoorwaarden, Wijziging, Doorwerking
Auteurs Matthijs van Schadewijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van het mijlpaalarrest Rode Kruis Ziekenhuis/Te Riet uit 2003 onderzoekt de auteur welke invloed de verschillende wijzigingsmogelijkheden uit de Richtlijn Overgang van onderneming uitoefenen op de wijziging van collectieve arbeidsvoorwaarden na een overgang in het Nederlandse recht. Waar de Richtlijn namelijk voorziet in verschillende wijzigingsmogelijkheden al naar gelang het individuele of collectieve arbeidsvoorwaarden betreft, heeft Rode Kruis Ziekenhuis/Te Riet dit onderscheid in het Nederlandse recht doen vervagen.


Matthijs van Schadewijk
Mr. M.A.N. van Schadewijk is als promovendus en docent verbonden aan de vaksectie Sociaal Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen (Onderzoekcentrum Onderneming & Recht).
Annotatie

Rechtstreekse horizontale werking van het EU Handvest in getrapte vorm

HvJ EU 6 november 2018, gevoegde zaken C-569/16 en C-570/16, ECLI:EU:C:2018:871 (Stadt Wuppertal/Maria Elisabeth Bauer; Volker Willmeroth/Martina Broßonn), ArA 2019/2, m.nt. J.R. Vos

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Bauer en Willmeroth, TSN en AKT, Artikel 31 lid 2 EU Handvest, Rechtstreekse horizontale werking, Minimumvoorschrift
Auteurs Beryl ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2018 en 2019 kwam het Hof van Justitie van de EU met een aantal zaken waarin het Hof rechtstreekse horizontale werking toekent aan grondrechten in het EU Handvest. Een van die arresten betreft de gevoegde zaken Bauer en Willmeroth, waarin artikel 31 lid 2 van het Handvest rechtstreekse horizontale werking toegekend krijgt. Uit het iets later gewezen arrest over de gevoegde zaken TSN en AKT valt echter op te maken dat die rechtstreekse werking wellicht niet zo rechtstreeks is als het Hof doet voorkomen.


Beryl ter Haar
Prof. mr. B.P. ter Haar is hoogleraar en directeur van het Centre for International and European Labour Law Studies (CIELLS) aan de Universiteit van Warschau en bijzonder hoogleraar Europees en Vergelijkend Arbeidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Toont 1 - 20 van 2763 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.