Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 489 artikelen

x
Artikel

Access_open Professional Ethics for Judges – Lessons Learned from the Past. Dialogue as Didactics to Develop Moral Leadership for Judges

Special Issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juli 2021
Trefwoorden professional ethics, ethical dilemmas, judiciary, independence
Auteurs Alex Brenninkmeijer en Didel Bish
SamenvattingAuteursinformatie

    There is an intimate link between good conduct by judges and the rule of law. The quintessence of their role is that judges shape a trustworthy and fair legal system from case to case. Ethical trading is not carved in granite, and judges must determine their course on different levels. First, it concerns personal conduct and requires integrity and reliability. On the second level, the challenge is to achieve proper adjudication by conducting a fair trial in accordance with professional standards. Third, judges exercise discretion, in which normative considerations run the risk of becoming political. They should act independently as one of the players in the trias politica. A triptych of past cases illustrate moral dilemmas judges may encounter in their profession. Calibrating the ethical compass is not an abstract or academic exercise. A dialogue at the micro (internal), meso (deliberation in chambers) and macro levels (court in constitutional framework) could be incorporated in the legal reasoning as a didactic framework to make future judges aware of their ethical challenges.


Alex Brenninkmeijer
A.F.M. Brenninkmeijer, PhD is Member of the European Court of Auditors, Luxembourg. Professor of Institutional Aspects of the Rule of Law at Utrecht University.

Didel Bish
D.A. Bish, LLM is a trainee at the European Court of Auditors, Luxembourg.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Article

Access_open Invisible before the law

The legal position of persons with intellectual disabilities under the Dutch Care and Compulsion Act (Wzd) in light of Article 12 of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD)

Tijdschrift Family & Law, juni 2021
Trefwoorden dicrimination, guardianship, incapacitated adults, legal (in)capacity
Auteurs F. Schuthof LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the use of involuntary treatment in the mental health care sector is governed by the Dutch Care and Compulsion Act (Wzd). This study examines the legal position of persons with intellectual disabilities under this Act. The Wzd is analyzed in light of the human rights standards of Article 12 of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD). The findings of this study show that the Wzd does not meet the standards of Article 12 in several cases. The Wzd does not recognize the legal capacity of persons with intellectual disabilities, it continues to allow for substituted decision-making and support measures are not complemented by adequate safeguards. From a theoretical point of view, an imbalance between the protection of and the respect for the autonomy of persons with intellectual disabilities can be observed. This article formulates several recommendations in order to restore this balance.
    ---
    De Nederlandse Wet zorg en dwang (Wzd) ziet toe op de rechten van mensen met een verstandelijke beperking bij onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname. Dit artikel onderzoekt de juridische positie van mensen met een verstandelijke beperking ten aanzien van deze wet. De Wzd wordt geanalyseerd in relatie tot artikel 12 van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH). De bevindingen van dit onderzoek laten zien dat de Wzd in verschillende gevallen niet voldoet aan de normen van artikel 12 VRPH. Zo wordt onder andere de handelingsbekwaamheid, ofwel ‘legal capacity’, van mensen met een verstandelijke beperking niet erkend en blijft plaatsvervangende besluitvorming mogelijk. Vanuit theoretisch oogpunt is er sprake van een disbalans tussen de bescherming van en het respect voor de autonomie van mensen met een verstandelijke beperking. Dit artikel doet daarom meerdere aanbevelingen om dit evenwicht te herstellen.


F. Schuthof LLM
Fiore Schuthof conducts research into better empowerment and protection of the elderly as a PhD student at Utrecht University (UU).
Strafrecht

Access_open Zorgen om de rechtsstaat in Polen bij uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden Europees aanhoudingsbevel, overlevering, Rule of Law, onafhankelijkheid rechtspraak Polen
Auteurs Prof. mr. P.A.M. Verrest
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in een arrest van 17 december 2020 prejudiciële vragen beantwoord van de rechtbank Amsterdam. De rechtbank wilde weten of de aantasting van de onafhankelijkheid van de rechtspraak in Polen betekent dat de overlevering van personen aan die lidstaat op grond van een Europees aanhoudingsbevel dient te worden geweigerd, ook zonder de concrete omstandigheden in de desbetreffende zaak aan een gedetailleerd onderzoek te onderwerpen. Het Hof van Justitie herhaalt dat de dreiging van een mensenrechtenschending voor de opgeëiste persoon altijd moet worden beoordeeld op het niveau van de individuele zaak. Er is bovendien geen reden om een Poolse rechter niet langer als ‘rechterlijke autoriteit’ in de zin van het kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel aan te merken.
    HvJ 17 december 2020, gevoegde zaken C-354/20 PPU en C-412/20 PPU, ECLI:EU:C:2020:1033 (L. en P.).


Prof. mr. P.A.M. Verrest
Prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest is hoogleraar straf(proces)recht, in het bijzonder Europees en Internationaal strafrecht, aan Erasmus School of Law te Rotterdam.
Artikel

Het standstillbeginsel en de uitvoering van het VN-Verdrag Handicap

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, standstillbeginsel, Participatiewet, Kieswet, mensenrechten
Auteurs Mr. drs. E. Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Veel veranderingen die met het VN-verdrag Handicap worden beoogd, komen niet van de ene op de andere dag tot stand. Dat maakt ze echter niet vrijblijvend. Het internationaalrechtelijke standstillbeginsel leert dat verdragsstaten na het aangaan van dergelijke langetermijnverplichtingen niet mogen handelen op een wijze die afbreuk doet aan die verplichtingen. Een preliminair onderzoek in de database Legal Intelligence, dat ten grondslag ligt aan deze bijdrage, suggereert dat dit beginsel zelden aan bod komt bij de regelgeving en jurisprudentie omtrent de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. Deze bijdrage laat daarnaast zien dat hier wel aanleiding toe is. Nederland heeft namelijk ten aanzien van ten minste twee verdragsverplichtingen die in deze bijdrage behandeld worden – de toegankelijkheid van het verkiezingsproces en de sociale zekerheid – wellicht tegen deze verplichtingen in gehandeld. Het aankaarten van deze lacune wordt bemoeilijkt doordat Nederland zich nog niet heeft aangesloten bij het optionele protocol bij het verdrag.


Mr. drs. E. Dijkstra
Mr. drs. E. (Erwin) Dijkstra is docent/onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Kleine kroniek van het VN-verdrag Handicap in de rechtspraak van het EHRM

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden VN-Verdrag Handicap, EHRM, EVRM, doorwerking, mensenrechten
Auteurs Mr. G.J. Pulles
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) past regelmatig het VN-verdrag Handicap toe in zaken waarin de rechten van personen met een handicap in het geding zijn. Dit artikel geeft een overzicht van de uitspraken waarin het Verdrag een rol heeft gespeeld. Het inventariseert de rechtspraak waarin het Verdrag expliciet in de rechtsoverwegingen is aangehaald. Het komt tot de conclusie dat het gebruik van het Verdrag door het EHRM enerzijds een inconsistente indruk maakt. Het is niet gemakkelijk te achterhalen waarom het in sommige zaken een duidelijke rol speelt en in veel belangrijke andere zaken niet. Anderzijds blijkt uit de onderzochte rechtspraak dat het EHRM het Verdrag in toenemende mate gebruikt voor het aanscherpen van de normatieve inhoud van het EVRM en voor het invullen van een aantal belangrijke thema’s uit het internationale recht inzake personen met een handicap.


Mr. G.J. Pulles
Mr. G.J. (Gerrit Jan) Pulles is advocaat in Amsterdam en docent aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Climate Change Litigation: learning from the Urgenda case

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2021
Trefwoorden climate litigation, Urgenda, green criminology, climate justice, climate victims
Auteurs Yanna Hoek, Daan van Uhm en Damián Zaitch
SamenvattingAuteursinformatie

    Climate litigation is an understudied phenomenon in criminology. In this article we will discuss the rise of climate change litigation and growing recognition of global environmental harms from a green criminological perspective. More specifically, we will discuss both the legal reasoning and the impact of the Urgenda case in the Netherlands in the context of environmental, ecological and climate justice. We will conclude with how this case contributes for the recognition of diverse climate victims and strengthening of climate justice in the near future.


Yanna Hoek
Yanna Hoek, MA, werkt als ‘verbindend’ strateeg bij projecten die bijdragen aan vernieuwende ideeën en waardeverandering binnen klimaat & vergroening.

Daan van Uhm
Dr. Daan van Uhm is als universitair docent verbonden aan de sectie criminologie van het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Hij onderzoekt en publiceert over groene criminaliteit. D.P.vanUhm@uu.nl

Damián Zaitch
Dr. Damián Zaitch is universitair hoofddocent bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Hij onderzoekt en publiceert over drugshandel, drugsbeleid en georganiseerde misdaad in Nederland en Latijns-Amerika, en over diverse vormen van transnationale misdaad, globale criminele markten en organisatiecriminaliteit. D.Zaitch@uu.nl

Dr. Iris Sportel
Iris Sportel is Universitair Docent Rechtssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Article

Access_open Text-mining for Lawyers: How Machine Learning Techniques Can Advance our Understanding of Legal Discourse

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2021
Trefwoorden text mining, machine learning, law, natural language processing
Auteurs Arthur Dyevre
SamenvattingAuteursinformatie

    Many questions facing legal scholars and practitioners can be answered only by analysing and interrogating large collections of legal documents: statutes, treaties, judicial decisions and law review articles. I survey a range of novel techniques in machine learning and natural language processing – including topic modelling, word embeddings and transfer learning – that can be applied to the large-scale investigation of legal texts


Arthur Dyevre
Arthur Dyevre is Professor at the KU Leuven Centre for Empirical Jurisprudence, Leuven, Belgium. arthur.dyevre@kuleuven.be.
Artikel

What makes a sex crime?

A fair label for image-based sexual abuse

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Image-based sexual abuse, Revenge porn, Wraakporno, Fair labelling, Sexual autonomy
Auteurs M.L.R. (Marthe) Goudsmit LL.M. M.A
SamenvattingAuteursinformatie

    This article considers why image-based sexual abuse (‘ibsa’) should be classified as a sexual offence. The article briefly considers harmfulness, and then moves to discuss the principle of fair labelling. Classification of offences should be informed by the wrongdoing they address. A conceptual analysis of sexual offences shows that sexual wrongs warrant labelling as sexual offences. The infringement of the right to sexual autonomy in ibsa means the nature of the wrong is sexual. Ibsa should be a sex crime.


M.L.R. (Marthe) Goudsmit LL.M. M.A
Marthe Goudsmit is PhD candidate at the University of Oxford.
Artikel

Access_open De rechten van de verdediging in de context van omvangrijke datasets en geavanceerde zoekmachines in strafzaken: een suggestie voor uitbreiding

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Equality of arms, strafproces, Digitale datasets, e-discovery, Rechten van de verdediging
Auteurs Mr. dr. M. (Maša) Galič
SamenvattingAuteursinformatie

    Strafzaken draaien steeds meer om omvangrijke datasets die bestaan uit digitaal bewijs en geavanceerde technologische zoekinstrumenten zoals Hansken, een big data forensisch instrument. In deze context hebben advocaten en wetenschappers al aangevoerd dat geavanceerde zoekmachines de positie van het Openbaar Ministerie aanzienlijk versterken ten koste van de verdediging, die over het algemeen geen toegang heeft tot deze instrumenten. Met als gevolg dat de verdediging weinig invloed heeft op wat in een strafzaak als relevante informatie geldt en nauwelijks mogelijkheden geeft om ontlastend bewijs te vinden en de betrouwbaarheid van digitaal bewijs te toetsen. Dit leidt vervolgens tot een aanzienlijke machts- en kennisasymmetrie. Het beginsel van equality of arms in de zin van art. 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens biedt een goede basis voor de ontwikkeling van nieuwe of uitgebreidere rechten van de verdediging die nodig zijn in het digitale tijdperk. In dit artikel bespreek ik de bestaande rechten van de verdediging en bied ik suggesties voor een verdere uitbreiding van de rechten ten aanzien van omvangrijke datasets en geavanceerde zoekmachines in strafzaken. Deze suggesties kunnen ook worden gebruikt in het kader van de modernisering van het Nederlandse strafprocesrecht.


Mr. dr. M. (Maša) Galič
Maša Galič is universitair docent straf(proces)recht bij de Vrije Universiteit Amsterdam.

    In 2014, the ECJ was presented with a preliminary reference from the District Court in Kolding on the matter of whether EU law provides protection against discrimination on grounds of obesity with regard to employment and occupation. Following the ECJ’s ruling, first the District Court and later the High Court found that an employee’s obesity as such did not constitute a disability within the meaning of Directive 2000/78/EC establishing a general framework for equal treatment in employment and occupation since his obesity had not constituted a limitation or inconvenience in the performance of his job.


Christian K. Clasen
Christian K. Clasen is a partner at Norrbom Vinding.

    On 16 December 2020, the Supreme Court of Lithuania (Cassation Court) delivered a ruling in a case where an employee claimed that the employer, JSC ‘Lithuanian Railways’, did not apply the regulations of the company’s employer-level collective agreement and did not pay a special bonus – an anniversary benefit (i.e. a benefit paid to employees on reaching a certain age) – because the employee was not a member of the trade union which had signed the collective agreement. According to the employee, she was discriminated against because of her membership of another trade union, i.e membership of the ‘wrong’ trade union.
    The Supreme Court held that combatting discrimination under certain grounds falls within the competence and scope of EU law, but that discrimination on the grounds of trade union membership is not distinguished as a form of discrimination. Also, the Court ruled that in this case (contrary to what the employee claimed in her cassation appeal) Article 157 of the Treaty on the Functioning of the European Union (TFEU) is not applicable because it regulates the prohibition of discrimination on other (sex) grounds. Moreover, the Court found that there was no legal basis for relying on the relevant case law of the ECJ which provides clarification on other forms of discrimination, but not on discrimination based on trade union membership.


Vida Petrylaitė
Vida Petrylaitė is an associate professor at Vilnius university.
Article

Access_open Big Data Ethics: A Life Cycle Perspective

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2021
Trefwoorden big data, big data analysis, data life cycle, ethics, AI
Auteurs Simon Vydra, Andrei Poama, Sarah Giest e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The adoption of big data analysis in the legal domain is a recent but growing trend that highlights ethical concerns not just with big data analysis, as such, but also with its deployment in the legal domain. This article systematically analyses five big data use cases from the legal domain utilising a pluralistic and pragmatic mode of ethical reasoning. In each case we analyse what happens with data from its creation to its eventual archival or deletion, for which we utilise the concept of ‘data life cycle’. Despite the exploratory nature of this article and some limitations of our approach, the systematic summary we deliver depicts the five cases in detail, reinforces the idea that ethically significant issues exist across the entire big data life cycle, and facilitates understanding of how various ethical considerations interact with one another throughout the big data life cycle. Furthermore, owing to its pragmatic and pluralist nature, the approach is potentially useful for practitioners aiming to interrogate big data use cases.


Simon Vydra
Simon Vydra is a Researcher at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Andrei Poama
Andrei Poama is Assistant Professor at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Sarah Giest
Sarah Giest is Assistant Professor at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Alex Ingrams
Alex Ingrams is Assistant Professor at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Bram Klievink
Bram Klievink is Professor of Digitization and Public Policy at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.
Artikel

Access_open Het instellen van een medische tuchtprocedure: een ‘criminal charge’?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden beroepsverbod, tuchtrecht, strafrecht, Engel, EVRM
Auteurs Mr. M.F. Mooibroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de inwerkingtreding van de Wet modernisering tuchtrecht kan de medische tuchtrechter een absoluut beroepsverbod opleggen. Daarmee is het karakter van de medische tuchtprocedure fundamenteel gewijzigd en kan de vraag worden gesteld of de medische tuchtvervolging heeft te gelden als ‘criminal charge’ in de zin van artikel 6 EVRM.


Mr. M.F. Mooibroek
Maurice Mooibroek is advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht en buitenpromovendus Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Minder pagina’s, meer diepgang

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2021
Auteurs Christiaan Toorman, Patricia Arnoldus-Smit, Paul Glazener e.a.

Christiaan Toorman

Patricia Arnoldus-Smit

Paul Glazener

Frits de Vries
Annotatie

Goed nieuws: Hof van Justitie beschermt stakingsrecht voor de happy few

HvJ EU (Gerecht) 29 januari 2020, T-402/18 (Aquino e.a./Europees Parlement)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Recht op collectieve actie, Beperkingen bij wet voorgeschreven, Europese Unie, Ambtenarenrecht
Auteurs Prof. dr. Filip Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 29 januari 2020 vernietigde het Gerecht (Hof van Justitie) een bevel van het Europees Parlement als werkgever waarbij een aantal tolken en conferentietolken werd opgeëist. Het bevel kwam tot stand om het hoofd te bieden aan een staking. Het is de eerste maal dat het Hof van Justitie uitdrukkelijk erkent dat EU-ambtenaren een recht te staken hebben. Het arrest illustreert dat beperkingen van in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie gewaarborgde grondrechten bij wet moeten zijn voorzien. Dit veronderstelt dat een duidelijke en voldoende nauwkeurige juridische grondslag moet bestaan. Deze bijdrage werpt licht op het weinig gekende stelsel van collectieve arbeidsverhoudingen binnen de Europese instellingen.


Prof. dr. Filip Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is gewoon hoogleraar aan de Université Catholique de Louvain en gastprofessor aan de Vrije Universiteit Brussel.
Artikel

Access_open ILO-Conventie 190: een ‘geïntegreerde aanpak’ van geweld en intimidatie?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2021
Trefwoorden ILO-Conventie 190, Geweld en (seksuele) intimidatie, Gelijke behandeling, Arbeidsomstandigheden
Auteurs Mr. dr. Bas Rombouts
SamenvattingAuteursinformatie

    De twee meest recent aangenomen ILO-instrumenten – Conventie 190 en Aanbeveling 206 – reguleren de aanpak van geweld en intimidatie in de context van werk. Het fundament van deze instrumenten is een ‘inclusive, integrated and gender-reponsive approach’ die middels de routes van preventie en bescherming, handhaving en genoegdoening en advies en scholing dient te worden geïmplementeerd. Conventie 190 hanteert een brede definitie van ‘geweld en intimidatie’ en is van toepassing op formele werknemers, maar ook op andere groepen ‘werkenden’. Maar wat is de inhoud en het belang van deze geïntegreerde aanpak, bezien in nationaal en internationaal perspectief? Hoe verhoudt de bescherming tegen geweld en intimidatie onder gelijkebehandelingswetgeving en arbeidsomstandighedenrecht zich tot elkaar en voldoet het Nederlands juridisch raamwerk aan de voorgestelde ‘integrated approach’? Alhoewel de Conventie als normatieve basis gelijke behandeling en non-discriminatie neemt, geeft zij uitdrukkelijk de opdracht aan ratificerende lidstaten om een geïntegreerde aanpak toe te passen, waarbij geweld en intimidatie niet slechts onder gelijkebehandelingswetgeving, maar tevens onder arbeidsomstandighedenrecht en strafrecht worden ondergebracht om zo lacunes in de juridische bescherming voor slachtoffers te voorkomen. Alhoewel de juridische infrastructuur voor deze ‘integrated approach’ in Nederland aanwezig lijkt, is er nog een aantal aandachtspunten aangaande een effectieve implementatie hiervan, met name in relatie tot criteria voor zorgvuldige klachtbehandeling, risicoanalyse en aanpak en de rol van de vertrouwenspersoon.


Mr. dr. Bas Rombouts
Mr. dr. B. Rombouts is werkzaam als universitair hoofddocent aan het departement Private, Business and Labour Law van Tilburg Law School, Tilburg University. Hij is gespecialiseerd in internationaal arbeidsrecht, fundamentele arbeidsnormen, mensenrechten en duurzame ontwikkeling.
Artikel

The Crimmigration Trend in the Netherlands: Some Critical Reflections

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden crimmigration, immigration control, irregular migrants, the Netherlands, crimmigration critique
Auteurs Richard Staring en Ruben Timmerman
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the past decade, the concept of crimmigration has dominated legal and criminological understanding of contemporary immigration control. Drawing on the Netherlands as case study, this article provides a critical reflection on ‘crimmigration’ as both a policy trend and a scholarly trend. We argue that much of the existing scholarship has presented a one-dimensional understanding of crimmigration as a unilateral process singularly trending towards increasing punitiveness, securitization and exclusion. We examine a number of concrete examples illustrating the need for a more complex understanding that incorporates an analysis of the full range of actors and (counter)processes within the field of crimmigration.


Richard Staring
Prof. dr. R.H.J.M. Staring, sectie Criminologie, Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Ruben Timmerman
R.I. Timmerman LLM, MA, PhD candidate, sectie Criminologie, Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Art, Science and the Poetry of Justice – ­Pragmatist Aesthetics and Its Importance for Law and Legal Education

Special Issue on Pragmatism and Legal Education ­Sanne Taekema & Thomas Riesthuis (eds.)

Tijdschrift Law and Method, maart 2021
Trefwoorden legal research, legal education, epistemology, law, science and art
Auteurs Wouter de Been
SamenvattingAuteursinformatie

    Classic pragmatists like John Dewey entertained an encompassing notion of science. This pragmatic belief in the continuities between a scientific, ethical and cultural understanding of the world went into decline in the middle of the 20th century. To many mid-century American and English philosophers it suggested a simplistic faith that philosophy and science could address substantive questions about values, ethics and aesthetics in a rigorous way. This critique of classic pragmatism has lost some of its force in the last few decades with the rise of neo-pragmatism, but it still has a hold over disciplines like economics and law. In this article I argue that this criticism of pragmatism is rooted in a narrow conception of what science entails and what philosophy should encompass. I primarily focus on one facet: John Dewey’s work on art and aesthetics. I explain why grappling with the world aesthetically, according to Dewey, is closely related to dealing with it scientifically, for instance, through the poetic and aesthetic development of metaphors and concepts to come to terms with reality. This makes his theory of art relevant, I argue, not only to studying and understanding law, but also to teaching law.


Wouter de Been
Wouter de Been is a legal theorist who has written widely on pragmatism and legal realism. I would like to thank the reviewers for their comments. Their critical commentary made this a much better article. Any remaining shortcomings are of course my own. I dedicate this article to the memory of Willem Witteveen, who always saw the art in law.
Toont 1 - 20 van 489 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 24 25
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.