Zoekresultaat: 22 artikelen

x
Contracten maken

Access_open Leren exonereren: een aantal gezichtspunten ten aanzien van het contractueel reguleren van aansprakelijkheid

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Exoneratie, Schadeplichtigheid, Verzuim, Opzet of bewuste roekeloosheid, Beperkende werking redelijkheid en billijkheid
Auteurs Prof. mr. T.H.M. van Wechem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de rol die exoneraties in b2b-verhoudingen spelen besproken en formuleert de auteur regels die bij het opstellen van een goede exoneratiebepaling van nut kunnen zijn. De auteur wijst op het belang van het juridisch (logistiek) kwalificeren van de overeenkomst, de vraag of de schadeplicht voortvloeit uit een temporeel of kwalitatief ten achter blijven en op de uitleg van exoneraties. Onderzocht wordt ook of toetsing van het beding aan de beperkende werking van de redelijkheid veel verschilt van de norm ‘onredelijk bezwarend’ uit artikel 6:233 sub a Burgerlijk Wetboek en de omstandigheden die in de rechtspraak een rol spelen bij de beantwoording van de vraag of een exoneratie terzijde moet worden gesteld.


Prof. mr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counseling aan de Open Universiteit, raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en zelfstandig juridisch adviseur te Amsterdam.
Recent

Gezien

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2018
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Artikel

Derdenwerking van exoneratiebedingen: een inkadering van het redelijkheidsoordeel

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Derdenwerking, Exoneratiebedingen, Rechtszekerheid, Engels contractenrecht
Auteurs Mr. P.F. Salome
SamenvattingAuteursinformatie

    Derdenwerking van exoneratiebedingen dient te worden gerechtvaardigd door de ‘aard van het desbetreffende geval’. Gezichtspunten spelen daarbij een rol. De literatuur is kritisch op de rechtspraak van de Hoge Raad en de door hem geformuleerde gezichtspunten: het zou resulteren in een gebrek aan houvast. In deze bijdrage wordt ingegaan op de toepassing van de gezichtspunten in de rechtspraak. Hieruit volgt een ‘diffuus beeld’. Na een uitstap naar het Engelse contractenrecht wordt een aanbeveling gedaan om het leerstuk van (meer) rechtszekerheid te voorzien.


Mr. P.F. Salome
Mr. P.F. Salome is advocaat bij Van Traa Advocaten N.V. te Rotterdam. De auteur bedankt prof. mr. H.N. Schelhaas, prof. mr. M.H. Claringbould, mr. dr. J.A. Kruit en mr. O. Böhmer voor hun commentaar op een eerdere versie.
Artikel

Tussen kunst en kitsch

Over de aansprakelijkheid van kunstexperts

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2016
Trefwoorden kunst, beroepsaansprakelijkheid, authenticiteit, provenance, exoneratie
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
Auteursinformatie

Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is als gerechtsauditeur verbonden aan de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Een gebouw van contracten: de contractengroep als juridisch kader voor bouwprocessen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden contractengroep, relativiteitsbeginsel, bouwcontracten, samenhangende overeenkomsten
Auteurs Mr. S. van Gulijk en Mr. L.H. Muller
SamenvattingAuteursinformatie

    De positie van derden in het contractenrecht heeft zich sterk ontwikkeld. Zo zijn door de rechtspraak bij samenhangende rechtsverhoudingen uitzonderingen op het relativiteitsbeginsel aangenomen. Samenhangende rechtsverhoudingen komen veel voor in het bouwcontractenrecht, waardoor problemen kunnen ontstaan bij het vestigen van aansprakelijkheid. Mogelijk biedt de contractengroep als overkoepelend juridisch kader voordelen voor de regulering van samenhangende rechtsverhoudingen in het bouwcontractenrecht.


Mr. S. van Gulijk
Mr. S. van Gulijk is universitair hoofddocent privaatrecht aan Tilburg University.

Mr. L.H. Muller
Mr. L.H. Muller is advocaat bouwrecht te Nijmegen.
Casus

Remedies bij inbreuken op garanties in overnamecontracten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Garantie, Non-conformiteit, Remedies, Schadevergoeding, SPA
Auteurs Prof. mr. R.J. Tjittes
Auteursinformatie

Prof. mr. R.J. Tjittes
Prof. mr. Rieme-Jan Tjittes is advocaat en partner bij BarentsKrans, hoogleraar Privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van dit blad.
Artikel

Over de rol van leemtes in de wet bij de ontwikkeling van concordante rechtspraak

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Concordantie van rechtspraak, Leemte in de wet
Auteurs Dr. G.C.C. Lewin
SamenvattingAuteursinformatie

    In welke gevallen ontwikkelt de burgerlijk rechter in het Caribische deel van het Koninkrijk concordante rechtspraak? Schr. onderzoekt deze vraag aan de hand van rechtspraak over de begrippen ‘leemte in de wet’ en ‘concordantie van rechtspraak’. De conclusie is dat leemtes in de wet er in soorten en maten zijn en dat de aard van de leemte in de wet in sommige gevallen direct of indirect gezichtspunten kan opleveren die van belang zijn bij de beoordeling van deze vraag.


Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Draagplicht en regres bij concernfinanciering na twee verrassende uitspraken van de Hoge Raad

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2013
Trefwoorden concernfinanciering, draagplicht, regresrecht, profijtbeginsel
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur aan de hand van twee recente arresten die de Hoge Raad heeft gewezen (HR 6 april 2012, LJN BU3784 en HR 13 juli 2012, LJN BW4206) de problematiek omtrent draagplicht en regres bij concernfinanciering. Uit het laatstgenoemde arrest valt af te leiden dat indien er bij of naar aanleiding van concernfinanciering geen afspraken omtrent de draagplicht of het niet-ontstaan van regresrechten zijn gemaakt, de vraag of (en in welke mate) de concernschuld een concernmaatschappij aangaat aan de hand van het profijtbeginsel dient te worden vastgesteld. Het gaat daarbij om het antwoord op de vraag aan wie overeenkomstig de bedoeling van partijen de tegenwaarde van de geldlening ten goede is gekomen. Dat een concernvennootschap toegang heeft tot het krediet betekent nog niet dat zij hier ook van heeft geprofiteerd in die zin dat haar ‘de tegenwaarde van die schuld ten goede is gekomen’. De auteur concludeert dat met dit arrest het dwaalspoor naar het aannemen van solidariteit – draagplicht voor gelijke delen – is afgesneden.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De overeenkomst tot het verlenen van beleggingsadvies

Een gereguleerde contractuele verhouding

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden overeenkomst, opdracht, advies, beleggingsadvies, financieel toezicht, MiFID
Auteurs Mr. B. Bierens
SamenvattingAuteursinformatie

    De contractuele verhouding tussen een beleggingsonderneming en haar cliënt heeft een hybride karakter: verbintenisrechtelijk van aard, maar nader ingevuld door het financiële toezichtsrecht waaraan de beleggingsonderneming is onderworpen. Aan de hand van de overeenkomst tot het verlenen van beleggingsadvies belicht deze bijdrage een rechtsverhouding op het snijvlak van het BW en de Wft.


Mr. B. Bierens
Mr. B. Bierens is jurist bij Rabobank Nederland en als fellow verbonden aan het Instituut voor Financieel Recht (IFR), onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Onevenwichtige contractvoorwaarden bij overheidsaanbestedingen en het beroep op artikel 6:248 lid 2 BW

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2010
Trefwoorden aanbesteding, overheidscontracten, onevenwichtige contractvoorwaarden, beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. S. Mutluer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het door overheidsaanbesteders opleggen van onevenwichtige contractvoorwaarden die een afwijking vormen van breed geaccepteerde standaardvoorwaarden, leidt in de aanbestedingspraktijk geregeld tot ongenoegen van inschrijvers. Aangezien het in de regel gaat om professionele verhoudingen en de jurisprudentie voor dergelijke verhoudingen een sterk belang toekent aan de contractvrijheid en de rechtszekerheid, rijst de vraag of inschrijvers hier contractenrechtelijk iets tegen kunnen ondernemen. In deze bijdrage wordt onderzocht of inschrijvers via een beroep op art. 6:248 lid 2 BW vermeend onevenwichtige contractvoorwaarden na sluiting van het contract door de rechter terzijde kunnen laten schuiven. Tevens wordt de vraag opgeworpen in hoeverre het aanbestedingsrecht grenzen stelt aan die bevoegdheid van de rechter.


Mr. S. Mutluer
Songül Mutluer is als promovenda verbonden aan de afdeling privaatrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht haar promotieonderzoek binnen het onderzoeksprogramma van het VU University Amsterdam, Centre for Law and Governance.
Artikel

Access_open Wie niet waagt, die niet wint

De spanning tussen autonomie en bescherming van de sporter in het aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2010
Trefwoorden aansprakelijkheid, sport, zorgplicht, onrechtmatige daad, exoneratie
Auteurs Mr. R.H.C. van Kleef
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de spanning tussen de eigen verantwoordelijkheid van de sporter en de omvang van de zorgplicht van organisaties in het aansprakelijkheidsrecht behandeld. Hierbij zal de stelling worden ingenomen dat schade opgelopen in zogenaamde niet-contactsportsituaties niet enkel aan de algemene gevaarzettingscriteria moet worden getoetst, maar dat hierbij aan de ‘sportomstandigheid’ speciale waarde moet worden toegekend.


Mr. R.H.C. van Kleef
Mw. mr. R.H.C. van Kleef studeert sportrecht (LLM, droit du sport) aan de Universiteit van Neuchâtel (Zwitserland).

Prof. mr B. Sluyters
Artikel

Grenzen aan aansprakelijkheid voor uitgifte van verontreinigde grond?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2008
Trefwoorden gemeente, latere verkrijger, onrechtmatige daad, schade, verontreinigde grond, levering, bij uitgifte, aansprakelijkheid, koop, verkrijger
Auteurs T.F.E. Tjong Tjin Tai

T.F.E. Tjong Tjin Tai
Artikel

'Terughoudende toetsing bij beroep op derogerende werking redelijkheid en billijkheid in geval van professionele partijen'

Hof Den Bosch 5 februari 2008, LJN BC4957

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2008
Trefwoorden gemeente, algemene voorwaarden, redelijkheid en billijkheid, beding, voorwaarde, verjaringstermijn, verjaring, overeenkomst, professionele partij, beperkende werking
Auteurs C. te Ronde

C. te Ronde
Artikel

Twee aanvullende internationale aspecten van art. 7:25 BW

het regres van de verkoper op diens voorschakel

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2003
Auteurs I. Driehuis

I. Driehuis

H.B. Krans

T.F.E. Tjong Tjin Tai
Jurisprudentie

Access_open Toepasselijkheid van algemene voorwaarden in het internationale kooprecht. Kan het Holleman/De Klerk-verweer in het internationale kooprecht gevoerd worden? HR 28 januari 2005, C03/290HR (Vergo/Grootscholten)

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 03 2005
Trefwoorden Algemene voorwaarden, Verdrag, Overeenkomst, Voorwaarde, Contract, Koopovereenkomst, Toepasselijk recht, Burgerlijk recht, Toestemming, Aanvaarding
Auteurs Wissink, M.H. en Wechem, T.H.M. van

Wissink, M.H.

Wechem, T.H.M. van
Artikel

Access_open Tussentijdse beëindiging van duurovereenkomsten voor bepaalde tijd

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2010
Trefwoorden duurovereenkomsten voor bepaalde tijd, opzegging, onvoorziene omstandigheden, artikel 6:258 BW, artikel 6:248 BW, Mondia/Calanda, Vereniging voor de Effectenhandel/CSM
Auteurs D.J. Beenders en P.W. den Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    Duurovereenkomsten voor bepaalde tijd kunnen tussentijds worden beëindigd door onder meer opzegging op grond van artikel 6:248 BW en ontbinding door de rechter op grond van artikel 6:258 BW. Steeds geldt daarbij het criterium van onvoorziene – in de zin van niet-verdisconteerde – omstandigheden, die van dusdanige aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. In dit overzichtsartikel wordt allereerst ingegaan op de verhouding tussen de hiervoor genoemde grondslagen voor tussentijdse beëindiging en wordt betoogd dat een partij in beginsel vrij is om een van beide grondslagen te kiezen. Vervolgens wordt het voornoemde criterium van onvoorziene omstandigheden nader onder de loep genomen en worden, mede aan de hand van recente rechtspraak, drie gezichtspunten geformuleerd die relevant lijken bij de invulling van dit criterium: inhoud en aard van de overeenkomst, aard en onderlinge verhouding van partijen en de gewichtigheid van de belangen over en weer.


D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is als PhD-fellow verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 22 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.