Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 544 artikelen

x

    Enige tijd terug zijn verschillende samenstellers van aandelenindices consultatieprocedures gestart over de opname van beursvennootschappen met een dual class-aandelenstructuur. In deze bijdrage wordt de opkomst van het fenomeen indexbeleggen beschreven en betoogd dat het uitsluiten van dual class-vennootschappen het rendement van beleggers negatief zal beïnvloeden.


Mr. T.A. Keijzer
Mr. T.A. Keijzer is als promovendus verbonden aan de Sectie Ondernemingsrecht & Financieel recht van de Erasmus School of Law, het Instituut voor Ondernemingsrecht (IvO) en het IvO Center for Financial Law & Governance (ICFG).
Artikel

De geschatte waarde van het preventieprogramma Brandveilig Leven op basis van de contingente waarderingsmethode (CV – Contingent Valuation)

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden willingness-to-pay, contingent valuation, impact assessment, community fire safety
Auteurs David Bornebroek, Ron de Wit, Marc van Buiten e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Regional Fire Services collectively aim at preventing fire, casualties and damage. The main activity is informing citizens about fire risks and the appropriate measures they can take. From both a political and social perspective, it is valuable to know what the return of the Community Fire Safety program is. One way to chart the return of the program is a comparison of the cost of, and society’s willingness-to-pay for, the program. To estimate this willingness-to-pay, this article applies the contingent valuation method to a national representative sample of 806 Dutch citizens. The results show that willingness-to-pay of an average Dutch household is estimated to be between € 25.00 and € 35.67 per year provided the Community Fire Safety program improves the fire safety by 10%. At the national level, this amounts to 200 – 270 million euro annually. This value is seven to ten times more than the approximate costs of the current Community Fire Safety program.


David Bornebroek
David Bornebroek is manager/directeur van Twente Safety Campus en Teamleider (Brand) Veilig Leven en projectleider Risk Factory bij Brandweer Twente.

Ron de Wit
Ron de Wit is plaatsvervangend commandant van de Brandweer Twente.

Marc van Buiten
Marc van Buiten is universitair docent aan de faculteit Engeneering Technology aan de Universiteit Twente.

Ira Helsloot
Ira Helsloot is hoogleraar Besturen van Veiligheid aan de Radboud Universiteit.

Marnix Croes
Marnix Croes is als onderzoeker verbonden aan het WODC van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Deregulering van prestaties in de zorg (wetsvoorstel 34445) – nut en noodzaak

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden Wet marktordening gezondheidszorg, prestatie- en tariefregulering, wetsvoorstel 34445
Auteurs Mr. B.A. van Schelven en mr. drs. C.J. de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel Wet deregulering Wmg laat de Wmg beter aansluiten bij de – nog altijd beoogde – marktwerking in de zorg. Onder de huidige omstandigheden komen evenwel weinig zorgsectoren in aanmerking voor deregulering, waardoor het praktische nut van het wetsvoorstel de komende jaren beperkt is. Hamvraag is daarom of op dit moment een krachtig signaal naar verdere deregulering nodig is of dat met het oog op regelrust temporisering gewenst is.


Mr. B.A. van Schelven
Bas van Schelven is advocaat bij Van Doorne.

mr. drs. C.J. de Boer
Cees Jan de Boer is advocaat bij Van Doorne.
Annotatie

Wat is een nadeel voor de mededinging en wie bepaalt dat? Over de rol van deskundigen en de bewijsstandaard in het kader van discriminatie door een dominant platform

Rechtbank Amsterdam 21 maart 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1654

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden misbruik van een economische machtspositie, deskundigenrapport, discriminatie, uitsluiting, digitale economie, platform markt
Auteurs Jotte Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze uitspraak van de rechtbank Amsterdam ziet op een langslepend conflict tussen Funda en VBO makelaars. De rechtbank stelt op basis van een deskundigenrapport vast dat Funda in het bezit is van een machtspositie. De uitspraak is interessant vanwege de belangrijke rol van het deskundigenrapport en de centraal staande schadetheorie die atypisch is en aanleiding geeft tot enige reflectie op de verhouding tussen zogenoemde uitsluitings- en exploitatie/discriminatoire vormen van misbruik en de verschillende bewijsstandaarden die daarvoor gelden.


Jotte Mulder
Mr. dr. J. Mulder is werkzaam bij de ACM en tevens universitair docent aan de Universiteit van Utrecht.
Consumenten

Oude wijn in nieuwe zakken? Modernisering van het Europese consumentenrecht (II)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden consumentenbescherming, Fitness check
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
Auteursinformatie

Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Kroniek

Kroniek wetgeving gezondheidsrecht 2016-2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden patiëntenrechten, derdenbelangen, kwaliteit van zorg, geneesmiddelen, medische hulpmiddelen
Auteurs Mr. drs. J.J. Rijken en mr. W.F. van der Wel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Kroniek wetgeving gezondheidsrecht geeft de lezer een overzicht van de ontwikkelingen op het gebied van Nederlandse wetgeving in het gezondheidsrecht. De selectie van wetgeving is gemaakt met behulp van de zoekmachine op de website van de Eerste Kamer, en behelst aanhangige en aangenomen wetsvoorstellen van 1 januari 2016 t/m 1 juni 2018 van de ministeries van VWS en VenJ, en consultaties van beide ministeries.


Mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij AKD en redacteur van dit tijdschrift.

mr. W.F. van der Wel
Willemijn van der Wel is advocaat bij AKD.
Redactioneel

Inleiding

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2018
Auteurs Mr. drs. Marit Scheepmaker
Auteursinformatie

Mr. drs. Marit Scheepmaker
Mr. drs. Marit Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.
Artikel

Access_open Experimentenwet: carte blanche verdient nadere overweging

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Experimenteren, Fundamentele beginselen van procesrecht, Innovatie, Artikel 86 Rv
Auteurs Mr. P. Ingelse
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot 1 juni lag een wetsvoorstel Experimentenwet rechtspleging ter consultatie voor. Volgens dit voorstel krijgt de regering met het oog op innovatie van de rechtspraak voor onbepaalde tijd de bevoegdheid om bij AMvB te experimenteren met het Nederlands burgerlijk procesrecht. Concreet wordt onder meer gedacht aan experimenten met een eenvoudige procedure voor het MKB, met een deskundige lekenrechter naast de gewone rechter en met een harmonieuze alternatieve echtscheidingsprocedure. De experimenten moeten blijven binnen de grenzen van EU-recht, verdragen en de fundamentele beginselen van procesrecht, maar verder is de bevoegdheid vrijwel ongeclausuleerd.
    Het is de vraag of deze bevoegdheid strookt met (de strekking van) de Grondwet en past binnen de staatrechtelijke verhoudingen. De bevoegdheid is hoe dan ook te ruim doordat het experimenten mogelijk maakt en ook daadwerkelijk beoogt die de verwezenlijking van burgerlijke rechten en verplichtingen – tegen de wil van (een van) partijen – kan aantasten.
    De wetgever moet zich driemaal bedenken voordat hij een dergelijke twijfelachtige en grotendeels onnodige carte blanche in handen van de AMvB-regelgever speelt.
    Dat neemt niet weg dat de rechtspraak er zeker naar moet streven de civiele procedure eenvoudiger, sneller, flexibeler en effectiever te maken, waar nodig en aanvaardbaar met experimenten. Nog lang niet alle inventiviteit en creativiteit is uitgeput. Die experimenten hebben echter alleen zin, indien de financiële middelen worden verschaft om de consequenties te trekken uit een geslaagd experiment.


Mr. P. Ingelse
Mr. P. Ingelse is mediator/arbiter bij ReulingSchutte te Amsterdam. Tot begin 2015 was hij lid van het Gerechtshof Amsterdam, laatstelijk als voorzitter van de Ondernemingskamer.
Interview

Experimenteren met de vrederechter is de moeite waard!

Een gesprek met kantonrechter Rik Kruisdijk en vrederechter Lode Vrancken

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2018
Auteurs Emese von Bóné
Auteursinformatie

Emese von Bóné
Emese von Bóné is als rechtshistorica verbonden aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Artikel

Access_open Oververtegenwoordiging van jongeren met een migratieachtergrond in de strafrechtketen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden disproportionate minority contact, DMC, juvenile justice, ethnicity, adolescents
Auteurs Dr. Albert Boon, Melissa van Dorp MSc en Drs. Sjouk de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    In the United States, the term disproportionate minority contact (DMC) is used to refer to the disproportionate number of minority youth who come into contact with the juvenile justice system. Statistics on DMC in the United States put the issue on the political agenda and measures have been taken to reduce the inequality. In the Netherlands, there are some studies on the representation of ethnic minority groups in suspect statistics, but data regarding all ethnic groups at various stages of the juvenile justice chain are lacking. Due to this lack of information, DMC is not mentioned in Dutch research literature and is not a political issue. Therefore, the purpose of this article was to explore whether DMC existed in the Netherlands and whether elements of the US policy could be applied to the Dutch situation. To investigate this, the likelihood (odds ratio (OR)) was calculated for young people with a migration background to be registered and held as a suspect, to participate in an alternative punishment program (Halt) and their likelihood of incarceration. It turned out that the OR for young people with a non-Western migration background to be registered as a suspect was more than three times as high, with an OR of 5 or higher for some ethnic groups. The chances of a Halt-settlement were much lower for young people with a non-Western background. The odds of ending up in a youth prison was over six times higher for youngsters with a non-Western background compared to their Dutch native peers. For young people of Caribbean and Moroccan origin the likelihood was more than ten times higher. These results showed that DMC is present at all examined stages in the Dutch juvenile justice chain. The large overrepresentation of young people with a migration background (especially of Moroccan and Caribbean origin) shows that further research is needed in order to develop programs to reduce DMC. To establish this, it is important to register the ethnic origin of the individuals at all stages of the juvenile justice chain.


Dr. Albert Boon
Dr. A.E. Boon is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep) en bij Curium-LUMC, de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie Universiteit Leiden.

Melissa van Dorp MSc
M. van Dorp, MSc is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep) en bij de Academische Werkplaats Risicojeugd.

Drs. Sjouk de Boer
Drs. S.B.B. de Boer is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep).
Artikel

Het verloop van de partnerrelaties van gedetineerden tijdens en na detentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden detention, partnerships, relationship quality, longitudinal
Auteurs Anne Brons MSc, Prof. dr. Paul Nieuwbeerta en Dr. Anja Dirkzwager
SamenvattingAuteursinformatie

    In the current criminological literature surprisingly little is known about the development of partnerships of detainees during and after detention. In particular, it is unknown to what extent existing differences in the relationship quality at the start of the detention period continue. Therefore, this study examined how the partnerships of detainees developed by using data from the Prison Project. This is a longitudinal study in which 747 detainees with a partner were interviewed at various moments during detention and six months after detention. The results show that bad partnerships at the beginning of detention remain in general bad or end during and/or after detention, while the average to good relationships remain the same.


Anne Brons MSc
M.D. Brons, MSc is PhD student bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI).

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Overnachten in een politiecel

Een onderzoek naar het psychisch welzijn en slaapproblemen van verdachten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden police detention centres, police suspects, psychological wellbeing, sleep problems, environmental psychology
Auteurs Koen Geijsen MSc, Dr. Nicolien Kop en Prof. dr. Corine de Ruiter
SamenvattingAuteursinformatie

    This study explores the influence of police detention centres environments on police suspects’ psychological wellbeing and sleep problems. Results showed that suspects detained in a police cell experience a decreased psychological wellbeing, that they sleep poorly, and that their psychological wellbeing is related to sleep problems. Implications for police detention in relation to suspects’ psychological wellbeing and sleep problems, as well as directions for future research on police detention centre environments, are discussed.


Koen Geijsen MSc
K. Geijsen, MSc is promovendus aan de Universiteit Maastricht en de Politieacademie en tevens werkzaam bij de politie.

Dr. Nicolien Kop
Dr. N. Kop is lector Criminaliteitsbeheersing en Recherchekunde aan de Politieacademie.

Prof. dr. Corine de Ruiter
Prof. dr. C. de Ruiter is hoogleraar Forensische Psychologie aan de Universiteit Maastricht.
Boekbespreking

Reserve-onderdelen

Inzichten in de orgaanhandel en een pleidooi voor de vermarkting van orgaandonatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Auteurs Dr. Michelle Habets
Auteursinformatie

Dr. Michelle Habets
Dr. M.G.J.L. Habets is medisch-ethicus en onderzoeker bij het Rathenau Instituut.
Onderzoeksnotities

Verschillen in steekproeven verkregen via offline en online afnamemodi binnen de context van zelfrapportageonderzoek naar jeugddelinquentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden juvenile delinquency, mode, CAWI, CAPI/CASI, self-report
Auteurs Dr. Marinus Beerthuizen, Prof. dr. Barry Schouten, Dr. Josja Rokven e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines whether samples obtained through offline and online modes, within the context of juvenile delinquency research, differ from one another, when in principle the same population of youths could be reached. Youths participating through a computer-assisted web interviewing mode (CAWI) report less delinquent behaviour, fewer risk factors for delinquency, and exhibit a lower prevalence in police registration, compared to youths participating through a mixed computer-assisted personal interviewing and computer-assisted self-interviewing mode (CAPI/CASI).


Dr. Marinus Beerthuizen
Dr. M.G.C.J. Beerthuizen is onderzoeker bij het WODC.

Prof. dr. Barry Schouten
Prof. dr. J.G. Schouten is methodoloog bij het CBS en hoogleraar bij de Universiteit Utrecht.

Dr. Josja Rokven
Dr. J.J. Rokven is onderzoeker bij het WODC.

Dr. Gijs Weijters
Dr. G. Weijters is senior onderzoeker bij het WODC.

Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der Laan is senior onderzoeker bij het WODC.
Artikel

Businessmodel in ontwikkeling

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2018
Auteurs Nathalie Gloudemans-Voogd

Nathalie Gloudemans-Voogd
Peer reviewed

Collectief leren van professionals zorg en strafrecht

Betekenisvol interdisciplinair samenwerken bij huiselijk geweld

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2018
Trefwoorden collectief leren professionals, strafrecht en zorg, huiselijk geweld, Good Work
Auteurs Dr. Sietske Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    This article concerns an experiment involving three learning communities of professionals cooperating across institutional boundaries to address domestic violence cases in multiple complementary ways. Providers of social services interacted with law enforcement in a juridical context to achieve an integrated approach. This alliance indicates the potential for values-based Good Work based on safety, professional care, and compassionate treatment. Playing with time and capacity can be a strategy, and each professional can benefit from multiple viewpoints for recognising and anticipating patterns of domestic violence before it (re)occurs.
    A lack of funding has suspended embedding this Good Work, slowing progress toward achieving long-term goals and making this interdisciplinary approach to assuring sustainable safety unavailable to prevent repeated outbreaks of domestic violence.


Dr. Sietske Dijkstra
Dr. Sietske Dijkstra is als senior onderzoeker verbonden aan het KSI van de Hogeschool Utrecht en werkzaam als onderzoeker, adviseur en docent bij Bureau Dijkstra (www.sietske-dijkstra.nl). Zij dankt haar co-onderzoekers Lous Krechtig en Anneke Menger voor de samenwerking in dit project.
Artikel

Access_open Democratische weerbaarheid vanuit radicale openheid

Impliciete religie in extremisme én contra-extremisme

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden extremisme, radicalisering, democratie, impliciete religie
Auteurs Drs. Saskia Tempelman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates the role of ‘implicit religion’ in extremism, including those forms that do not explicitly call upon formal religion. Extremist quasi-religious narratives expose an exclusionary logic, which is mirrored by radical ways of thinking about counter-extremism. This unfailingly leads to more polarization. Extremism can only be countered by radical openness. Resilient democracy requires that citizens, politicians and professionals are willing and able to maintain open hearts and minds. Implicit religion can support this. Spiritual counselors and scientists of religion need to support the creation of spiritual narratives and rituals that strengthen democratic resilience.


Drs. Saskia Tempelman
Drs. S.G. Tempelman is strategisch adviseur bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, met vijftien jaar ervaring in het contra-extremismebeleid. Voorheen was zij onderzoeker in de politieke theorie op het snijvlak van cultuur, religie, recht en beleid bij de Rijksuniversiteit Leiden. Email: s.g.tempelman@nctv.minjenv.nl.
Artikel

Empirisch-juridisch onderzoek in Nederland

Bespiegelingen over de stand van zaken in de rechtswetenschap, het juridisch onderwijs en de rechtspraktijk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Empirical methods, Legal research, Legal education, Legal practice, Legislation
Auteurs Dr. Nieke Elbers, Mr. dr. Marijke Malsch, Dr. Peter van der Laan e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Empirical Legal Studies (ELS) is research in which legal questions are answered using empirical research methods. Traditionally, lawyers conduct normative, non-empirical research. Lately the legal discipline is increasingly interested in ELS. It is argued that we need more ELS. This raises the question to what extent Dutch researchers and practitioners conduct and apply ELS. In this article, we investigate the state of affairs of ELS in the Netherlands. We look at three different areas: legal research, legal education and legal practice. The data we use are legal PhD theses, legal course material, legislative proposals, and questionnaire data from legal practitioners. The methods are a systematic review, a quantitative content analysis, and a questionnaire research. Our study on legal research shows that researchers do apply empirical methods, but mainly the researchers with an education in social science. Our study on legal education shows that lawyers receive hardly any training on empirical research methods. Finally, our research on legal practice shows that practitioners and legislators struggle to apply empirical legal research. We plead for investments to enhance the production and usage of ELS, to prevent wrongful judicial decision-making, to generate effective legislation, and to create scientific innovation.


Dr. Nieke Elbers
Nieke Elbers is als postdoc onderzoeker verbonden aan het NSCR als projectleider Empirical Legal Studies (ELS).

Mr. dr. Marijke Malsch
Marijke Malsch werkt als senior onderzoeker bij het NSCR.

Dr. Peter van der Laan
Peter van der Laan werkt als senior onderzoeker bij het NSCR. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar sociaal pedagogische hulpverlening aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit.

Prof. dr. Arno Akkermans
Arno Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Catrien Bijleveld
Catrien Bijleveld is hoogleraar methoden en technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en directeur van het NSCR.
Artikel

Access_open Vergelijkende rechtscultuur en aansprakelijkheidsrecht – een verkennend experiment

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Legal culture, Civil law, Justice, Experiment, Empirical Legal Research
Auteurs Prof. dr. Willem van Boom, Dr. Chris Reinders Folmer en Dr. Pieter Desmet
SamenvattingAuteursinformatie

    A common conception in the legal literature holds that in a given country, the law in force is to be understood against the background of shared beliefs about justice in that particular country. If that conception holds true, the applicable civil law in a particular country should reflect the shared views on ‘civil justice’ within that country and, as a result, citizens should reveal a preference for domestic civil law over the civil law of another country for a given case. In this research we empirically investigated to what extent the applicable law in particular cases corresponds to actual beliefs about what is seen as just in those situations. Does Dutch liability law in a particular case correspond with what citizens in the Netherlands consider to be just in that case? And does the applicable English liability law correspond to what English people consider fair in that case?
    In an experiment we compared Dutch and English respondents’ views on the fairness of legal solutions in three different, hypothetical cases where Dutch and English legal solutions to the same case would diverge. We find that at the aggregate level, respondents indeed reveal a preference for the legal solution that is applicable in their own country, regardless of whether the different legal solutions are presented as applicable or not: Dutch respondents prefer Dutch civil solutions and English respondents prefer English civil solutions. However, we also observe differences between cases that make strong conclusions about a structural correspondence premature.


Prof. dr. Willem van Boom
Willem van Boom is hoogleraar civiel recht aan de Leiden Law School.

Dr. Chris Reinders Folmer
Chris Reinders Folmer is postdoc rechtspsychologie aan de Erasmus School of Law, Rotterdam.

Dr. Pieter Desmet
Pieter Desmet is hoofddocent rechtspsychologie aan de Erasmus School of Law, Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 544 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 27 28
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.