Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 855 artikelen

x
Artikel

Over emancipatie en de rechtspositie van gedetineerden

Levensomstandigheden in gevangenis ernstig verslechterd tijdens corona

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2021
Trefwoorden detainees, emancipation, Right of complaint and appeal, corona measures, resocialization
Auteurs Judith Serrarens
SamenvattingAuteursinformatie

    In the second half of the last century, the position of detainees in the Netherlands improved considerably. As far as is possible in the case of persons deprived of their freedom, there has been a certain emancipation of detainees. A well-functioning right of complaint and appeal has been created, for example, that offers detainees the possibility to have decisions of the government, in particular those of the director of the institution and the selection official, that are unfavourable to them, reviewed by an independent judicial authority. Their living conditions have also improved during this period. However, in recent years there has also been a tendency for the government to make ever greater demands on the behaviour of detainees, in return for fewer opportunities for activities and freedoms aimed at resocialisation. Since last year, the corona pandemic and the way in which it is dealt with in prisons have put further pressure on the already vulnerable position of detainees. Since March 2020, prisoners have had their opportunities for phasing in and resocialising further reduced by the virtual prohibition of leave. Furthermore, the visiting possibilities and the activity programmes within the penitentiary institutions have been minimal for over a year.


Judith Serrarens
Mr. J.J. Serrarens is advocaat bij Keulers & Partners Advocaten in Beek (Limburg).
Artikel

Civilisatie en emancipatie, maar van wie precies?

Twee eeuwen gevangen dertig jaar later

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2021
Trefwoorden civilization process, emancipation of prisoners, penality, history of the prison system, modernity and late modernity
Auteurs René van Swaaningen
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1990, criminologist Herman Franke published a seminal book on 200 years detention in the Netherlands. For the occasion of the reissue of this book in 2020, the question is posed to what extent Franke’s vision of a gradual ‘emancipation’ of prisoners, in the realm of a societal ‘civilization process’, as it is put forward by Norbert Elias, still holds today. The author confronts the civilization perspective with the three main competing paradigms in penology, derived from the work of Émile Durkheim, Max Weber and Michel Foucault. After describing some recent developments in penal practices, he concludes that despite the fact that sanctioning is increasingly taking place within society, which can well be analyzed from an eliasian perspective, there is little reason to still adhere to the progress optimism, implicit in Franke’s book, and that today we rather witness an emancipation of the ‘angry citizen’, in which vulnerable groups in society, such as prisoners, are despised rather than ‘emancipated’.


René van Swaaningen
Prof. dr. R. van Swaaningen is als hoogleraar Criminologie verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Van zelfdwang naar zachte macht

Civilisatie slokt emancipatie op

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2021
Trefwoorden stimulating responsibility (of detainees), the civilization theory, self-compulsion, promote and relegate, Punishment and Protection Act
Auteurs Miranda Boone
SamenvattingAuteursinformatie

    In his famous dissertation Twee eeuwen gevangen (Two centuries of imprisonment), Franke explains the history of imprisonment in the Netherlands as a development from external to internal coercion, based on the civilization theory of Norbert Elias. Central question of this contribution is in how far the pursuit of responsibilization of prisoners as described by modern penologists can be conceived as a continuation of this process and what the consequences of this pursuit are. It is concluded that the forces behind these two processes differ, but that both rehabilitation strategies are modelled on a new citizenship ideal. In so far the introduction of the responsibilization strategy illustrates Franke’s main thesis, namely that developments within the penitentiaries can only be understood in their social and historical context. It is argued that responsibilization can lead to the erosion of the legal position of prisoners, while emancipation was precisely described by Franke as an achievement of the Dutch prison system.


Miranda Boone
Prof. mr. dr. M.M. Boone is als hoogleraar Criminologie en Vergelijkende Penologie verbonden aan de Universiteit Leiden.
Uit het veld

Toezicht in het sociaal domein, door samenwerken bereik je meer

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden lokaal toezicht, regionaal toezicht, rijktoezicht, samenwerken, proeftuinen
Auteurs Nelleke Verdonk, Muzaffer Yuksekyildiz en Gerrie van Gent
SamenvattingAuteursinformatie

    Het toezicht in het sociaal domein is verdeeld over meerdere toezichthouders, die allemaal op een andere manier georganiseerd zijn (op lokaal, regionaal of rijksniveau). Goed toezicht houden, waarbij de zorg- en ondersteuningsbehoefte van de inwoner centraal staat, vraagt van deze toezichthouders dat ze samenwerken. In dit artikel worden twee voorbeelden gegeven van de wijze waarop die samenwerking tot stand kan komen. Met daarbij een overzicht wat de samenwerking oplevert en welke inspanning het kost om het voor elkaar te krijgen. Het artikel eindigt met enkele wensen en hartenkreten van de auteurs.


Nelleke Verdonk
Drs. N. Verdonk is projectcoördinator Toezicht Sociaal Domein en projectleider traject ‘vernieuwen van integraal toezicht in het sociaal domein’.

Muzaffer Yuksekyildiz
M. Yuksekyildiz, MMI, is toezichthouder Wmo bij de GGD Rotterdam-Rijnmond (kwaliteit).

Gerrie van Gent
G. van Gent, bc., is sociaal rechercheur en toezichthouder Wmo/Jeugdwet bij de gemeente Zoetermeer (rechtmatigheid).

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Access_open Het Cornelius Haga Lyceum in gevecht met de overheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden onderwijsrecht, onderwijsvrijheid, islamitische scholen, burgerschapsonderwijs
Auteurs Miek Laemers
SamenvattingAuteursinformatie

    Since – and even before – the start of the Cornelius Haga Lyceum (islamic secondary school in Amsterdam) in 2017, the school board has been involved in legal procedures against the government to fight for their right to exist as an islamic school. The difficult way the school was established, the illustrious history in the last ten years and the director’s retreat are described based on literature, media reports, and jurisprudence. The events are placed in the light of the pursuit from the government to fight radicalisation – may be even islamisation – in Dutch society and specially in Dutch schools. Special attention is paid to relevant themes of education law, like freedom of education in article 23 of the Dutch Constitution and citizeneducation.


Miek Laemers
Prof. mr. dr. M.T.A.B. Laemers is sedert 2019 emeritus hoogleraar Onderwijsrecht aan de Vrije Universiteit. Zij vervult thans enkele functies op het terrein van onderwijsrecht, zoals die van voorzitter van het College van Beroep voor de Examens van de Universiteit van Amsterdam, lid van de Commissie uitingen maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef, redactielid van het Nederlands Tijdschrift voor Onderwijsrecht en voorzitter van de landelijke klachtencommissie geschillen medezeggenschap ouders/studenten in het middelbaar beroepsonderwijs.
Artikel

Groen van Prinsterer las Tocqueville

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Tocqueville, Groen van Prinsterer, democratie, revolutie
Auteurs Jurn de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    The books by the French writer Alexis Tocqueville attracted great interest, also in the Netherlands, including Groen van Prinsterer and his friends. Groen frequently quotes from it, often with approval – for example about the vulnerability of democracy –, sometimes with critical commentary – about democracy as the fruit of revolutionary concepts, for example. This article contains the result of an investigation into intercourse of Groen with the works of Tocqueville. This research was carried out as part of the Tocqueville project of Prof. Sophie van Bijsterveld, professor of Law, Religion and Society at Radboud University in Nijmegen (https://www.ru.nl/tocqueville/).


Jurn de Vries
Dr. J.P. de Vries was hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad, lid van de Eerste Kamer en postdoc-onderzoeker publieke theologie aan de Theologische Universiteit in Kampen.
Artikel

De geestelijk verzorger in het perspectief van de verhouding tussen kerk en staat

Noodzaak van heldere verantwoordelijkheden

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden spiritual care, chaplaincy, labour law, church and state, secularisation
Auteurs Ryan van Eijk en Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Spiritual caregivers in the Netherlands are available in the military and in penitentiary institutions, in health care institutions and, recently, in the police. Within the military and the justice system, the spiritual care is traditionally characterised by a clear division of responsibilities between church and state. Due to domain specific developments in health care institutions and within the police, positions and responsibilities are less clear-cut. Developments such as the increased number of denominations that provide spiritual care tends to regard spiritual caregivers as ‘ordinary employees’. This article analyses the position of spiritual caregivers in the various domains and discusses current developments. It asserts that the church-state arrangement in the classic spiritual care areas requires respect and that the gist thereof should be taken into account in legal arrangements in the other domains.


Ryan van Eijk
Dr. mr. R. van Eijk is hoofdaalmoezenier bij de Dienst Geestelijke Verzorging van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Hij promoveerde op het proefschrift Menselijke waardigheid tijdens detentie. Een onderzoek naar de taak van de justitiepastor, WLP 2013. Hij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.

Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit en redacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Strafrecht

Access_open Zorgen om de rechtsstaat in Polen bij uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden Europees aanhoudingsbevel, overlevering, Rule of Law, onafhankelijkheid rechtspraak Polen
Auteurs Prof. mr. P.A.M. Verrest
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in een arrest van 17 december 2020 prejudiciële vragen beantwoord van de rechtbank Amsterdam. De rechtbank wilde weten of de aantasting van de onafhankelijkheid van de rechtspraak in Polen betekent dat de overlevering van personen aan die lidstaat op grond van een Europees aanhoudingsbevel dient te worden geweigerd, ook zonder de concrete omstandigheden in de desbetreffende zaak aan een gedetailleerd onderzoek te onderwerpen. Het Hof van Justitie herhaalt dat de dreiging van een mensenrechtenschending voor de opgeëiste persoon altijd moet worden beoordeeld op het niveau van de individuele zaak. Er is bovendien geen reden om een Poolse rechter niet langer als ‘rechterlijke autoriteit’ in de zin van het kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel aan te merken.
    HvJ 17 december 2020, gevoegde zaken C-354/20 PPU en C-412/20 PPU, ECLI:EU:C:2020:1033 (L. en P.).


Prof. mr. P.A.M. Verrest
Prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest is hoogleraar straf(proces)recht, in het bijzonder Europees en Internationaal strafrecht, aan Erasmus School of Law te Rotterdam.
Artikel

Access_open Wat betekenen advocaten voor het gezondheidsrecht?

Confraternele bijdragen voor Willemien Kastelein en Jaap Sijmons

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2021
Auteurs Mr. A.C. De Die, Mr. dr. L.A.P. Arends, Mr. W.K. Bischot e.a.
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. A.C. De Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.

Mr. dr. L.A.P. Arends
Luuk Arends is advocaat bij Dirkzwager te Nijmegen.

Mr. W.K. Bischot
Willemien Bischot is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.

Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is advocaat bij KBS te Utrecht.

Mr. dr. W.I. Koelewijn
Wouter Koelewijn is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.

Mr. dr. M.F. Vermaat
Matthijs Vermaat is advocaat bij Van der Woude De Graaf te Amsterdam.

Mr. T.A.M. van den Ende
Tessa van den Ende is advocaat bij Nysingh te Utrecht.
Artikel

Access_open Langlopende letselschadezaken: wat zijn de belangrijkste kenmerken?

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Langlopende letselschadezaken, Personenschade, Letselschade, Schadeafwikkeling
Auteurs Dr. mr. R. Rijnhout, D.W. van Maurik LLB, Mr. dr. E.G.D van Dongen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Langlopende letselschadezaken kunnen om meerdere redenen nog openstaan. Het is niet mogelijk om één dominante omstandigheid te benoemen als hét kenmerk van een langlopend letselschadedossier. In dit artikel worden de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek gepresenteerd.


Dr. mr. R. Rijnhout
Dr. mr. R. Rijnhout LLM is als Universitair hoofddocent verbonden aan Ucall en het onderzoekscluster Empirical legal research into institutions for conflict resolution, en was projectleider van dit onderzoek.

D.W. van Maurik LLB
D.W. van Maurik LLB is student-assistent bij Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) en heeft tevens als onderzoeksstudent een bijdrage geleverd aan de uitvoering van het onderzoek.

Mr. dr. E.G.D van Dongen
Mr. dr. E.G.D. van Dongen LLM is als Universitair docent verbonden aan Ucall.

Prof. mr. I. Giessen
Prof. mr. I. Giesen is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan Ucal.
Artikel

Enige contractenrechtelijke aspecten naar aanleiding van de juridische strijd tussen Epic Games en Apple over de Fortnite-app

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2021
Trefwoorden digitale inhoud, contractdwang, contractsvrijheid, online platform, consument
Auteurs Dr. D. Op Heij en Prof. mr. S. van Gulijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het geschil tussen Epic Games en Apple over de Fortnite-app geeft aanleiding om enige contractenrechtelijke aspecten naar Nederlands recht nader te onderzoeken. Met name de machtspositie van een groot platform en het mogelijke nadeel dat consumenten als eindgebruiker ondervinden bij het gebruik van digitale inhoud staan in deze bijdrage centraal.


Dr. D. Op Heij
Dr. D. Op Heij is als docent/onderzoeker verbonden aan Tilburg Law School en in april 2021 gepromoveerd op het proefschrift getiteld ‘De overeenkomst over digitale inhoud in een B2C-rechtsverhouding’.

Prof. mr. S. van Gulijk
Prof. mr. S. van Gulijk is als hoogleraar privaatrecht verbonden aan Tilburg Law School en is raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Amsterdam.
Artikel

Access_open Pleidooi voor de terugdringing van de korte gevangenisstraf

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden korte gevangenisstraf, (herstelgerichte) taakstraf, (herstelgerichte) thuisdetentie, elektronische detentie, herstelrecht
Auteurs Prof. mr. J.A.A.C. (Jacques) Claessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een pleidooi voor de terugdringing van de korte gevangenisstraf. De positieve effecten van deze straf wegen namelijk niet op tegen de negatieve effecten ervan. Daarom wordt gepleit voor een ruimere inzet van de herstelgerichte taakstraf en de invoering van herstelgerichte thuisdetentie. Uit onderzoek blijkt dat de recidive na een taakstraf of thuisdetentie significant lager ligt dan na een korte gevangenisstraf. Bovendien dient vanuit herstelrechtelijk perspectief de nadruk te liggen op actieve verantwoordelijkheid en omgekeerde vergelding: de dader dient iets goed te maken richting slachtoffer en gemeenschap en dat doet hij niet door in de cel te zitten.


Prof. mr. J.A.A.C. (Jacques) Claessen
Prof. mr. J.A.A.C. Claessen is bijzonder hoogleraar herstelrecht en universitair hoofddocent strafrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Limburg.
Wetenschap

Access_open De commanditaire matador revisited

Enkele opmerkingen over de interne en externe positie van commanditaire vennoten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2021
Trefwoorden cv, beheersverbod, aansprakelijkheid, UBO, personenvennootschapsrecht
Auteurs J.B. Wezeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft de afgelopen jaren meer licht geworpen op de positie van commanditaire vennoten. De contouren van het beheersverbod (art. 20 WvK) zijn wat verduidelijkt en de strenge aansprakelijkheid bij overtreding daarvan is aanzienlijk verzacht. Commandieten hebben daardoor meer speelruimte gekregen. Dit komt de inzetbaarheid van cv’s ten goede. De bemoeienis van de commandiet met het beleid van de cv mag echter niet zover gaan dat hij binnen de cv de gewone vennoten volledig overrulet. De auteur gaat verder in op de kabinetsplannen om het personenvennootschapsrecht te moderniseren en het beheersverbod af te schaffen. Voorts komt aan de orde de verplichte UBO-registratie, waardoor commandieten soms hun anonimiteit verliezen.


J.B. Wezeman
Prof. mr. J.B. (Jan Berend) Wezeman is hoogleraar Handelsrecht en Ondernemingsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht.
Het ambacht

Departementale herindeling en ministers zonder portefeuille

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden formatie, artikel 44 Grondwet, portefeuilleverdeling, ministeries, benoemings-KB
Auteurs T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Vaste jurisprudentielijn is dat de op grond van artikel 43 of 44 Grondwet bij koninklijk besluit vastgestelde departementale indeling of taakomschrijving van een minister bepalend is voor diens bevoegdheid. Dat betekent dat soms een andere minister bevoegd is dan de minister die in de wet wordt genoemd. Het actueel houden van benamingen in wetgeving verdient aanbeveling, maar het betere is hier al snel de vijand van het goede. Bij ministers zonder portefeuille doet zich de moeilijkheid voor dat hun taak in het benoemings-KB slechts in zeer algemene termen pleegt te worden omschreven. Dat kan vragen oproepen over de reikwijdte van hun bevoegdheden. De auteur pleit voor een gedetailleerdere vaststelling van taken van ministers zonder portefeuille in hun benoemings-KB. Verder is er veel voor te zeggen om in de wet uit 1951 die enkele regels bevat over het ambt van minister zonder portefeuille, de tot misverstanden aanleiding gevende aanduiding “minister zonder portefeuille” te moderniseren.


T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Marianne Meijssen
Mr. M.A. Meijssen is advocaat bij Scott+Scott.

Stefan Tuinenga
Mr. S. Tuinenga is advocaat bij Scott+Scott.
Artikel

Evoluties in het Vlaams herstelrechtelijke beleid sinds 2000

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Vlaams justitieel beleid, Vlaamse wetgeving, detentie, herstelgerichte, herstelrecht
Auteurs Ivo Aertsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Restorative justice practices and policies have been growing in Belgium during last three decades. This article looks in particular at policy developments in the Flemish Community. It reconstructs how restorative justice has adopted a legal basis in 2005 and 2006 respectively in adult criminal law and juvenile justice. The rise and fall of the Belgian model of ‘restorative prisons’ is discussed. Special attention goes to the role of the Belgian State reform process, where the regions were given more competencies also in restorative justice matters. We investigate how this process of devolution has shaped the restorative justice landscape for the sectors of penal mediation, restorative mediation and conferencing. Some ambivalences in policy making are shown. Moreover, in recent years there are signs of a declining political interest in restorative justice.


Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is emeritus hoogleraar KU Leuven, Leuvens Instituut voor Criminologie.
Artikel

Het Monitoring Rapport Corporate Governance Code over boekjaar 2019: tijd voor vernieuwing?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden Corporate Governance Code 2016, Monitoring Rapport 2019, corporate governance, beursvennootschap, Monitoring Commissie
Auteurs Mr. S. Rietveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het op 14 december 2020 gepubliceerde Rapport monitoring boekjaar 2019 van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code. In dit Rapport wordt verslag gedaan over de Corporate Governance Code 2016 en de naleving daarvan over boekjaar 2019. Daarnaast besteedt de Monitoring Commissie aandacht aan enkele specifieke governance-onderwerpen en geeft zij guidance bij het begrip beloningsverhoudingen.


Mr. S. Rietveld
Mr. S. Rietveld is Staff Associate bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Ernstig verwijt revisited bij Wet bestuur en toezicht rechtspersonen 2020 en de evaluatie van de Wet bestuur en toezicht 2011

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden onbehoorlijk bestuur, bestuurdersaansprakelijkheid, collegialiteitsbeginsel, collectieve verantwoordelijkheid, Artikel 2:9 BW
Auteurs Mr. dr. W.A. Westenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    De ‘ernstig verwijt’-problematiek binnen het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht is nog steeds onderwerp van discussie. In deze bijdrage wordt ingegaan op hoe deze problematiek aan de orde is gekomen bij de evaluatie van de Wet bestuur en toezicht 2011 en bij de behandeling van de eind 2020 aangenomen Wet bestuur en toezicht rechtspersonen.


Mr. dr. W.A. Westenbroek
Mr. dr. W.A. Westenbroek is advocaat bij WestLegal te Amsterdam en verbonden aan Erasmus School of Law.

Barbora Holá
Dr. mr. B. Holá is Senior Researcher at the NSCR and Associate Professor at the Department of Criminology, Vrije Universiteit Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 855 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 42 43
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.