Zoekresultaat: 25 artikelen

x
Artikel

De OK-functionaris: ervaringen uit het veld

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden lege holding, vormvoorschriften, enquêteprocedure, hindsight bias, aandeelhouders
Auteurs Mr. W.G. Van Hassel
SamenvattingAuteursinformatie

    Veertig jaar OK-ervaring levert een bont palet van opmerkelijke casus en getroebleerde relaties, en ook lege holdings, beursfondsen, familiebedrijven en zelfs een artikel 12 Sv-procedure. Deze terugblik rondt de auteur af met enkele gedachten over vormvoorschriften, hindsight bias, gesprekstechniek van onderzoekers, en een oplossing voor duurzaam ontwrichte relaties tussen aandeelhouders.


Mr. W.G. Van Hassel
Mr. W.G. van Hassel is vice-voorzitter van de Raad van Commissarissen van AMG te Amsterdam.
Artikel

Moeders, let op uw dochters! Over multinationals en human rights due diligence

Hof Den Haag 29 januari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:132 (Oguru c.s./Shell Petroleum NV c.s. en Royal Dutch Shell Plc c.s.)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden concernaansprakelijkheid, foreign direct liability, business and human rights, duty of care
Auteurs Prof. mr. M.L. Lennarts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het gerechtshof Den Haag heeft recent in een spraakmakend arrest geoordeeld dat Royal Dutch Shell moet zorgen voor een adequaat lekdetectiesysteem op een pijpleiding die wordt geëxploiteerd door een Nigeriaanse (klein)dochtervennootschap. De auteur laat zien welke rol Engelse precedenten hebben gespeeld bij de beslissing van het hof en bespreekt de invloed die mandatory human rights due diligence kan hebben op dit type zaken.


Prof. mr. M.L. Lennarts
Prof. mr. M.L. Lennarts is als hoogleraar vergelijkend ondernemingsrecht verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Kroniek internationaal privaatrecht Caribische koninkrijksdelen 2010-2020

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Internationaal privaatrecht, internationaal bevoegdheidsrecht, conflictenrecht, internationaal erkennings- en executierecht, internationaal privaatrecht
Auteurs Dr. mr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de belangrijkste ontwikkelingen binnen het internationaal privaatrecht van de Caribische koninkrijksdelen die zich in de periode 2010-2020 hebben voorgedaan besproken.


Dr. mr. M.V.R. Snel
Dr. mr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht.
Titel

De Arubaanse rechter oog-in-oog met het ontvoerde kind

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2020
Trefwoorden internationale bevoegdheidsrecht, internationale kinderontvoering, Haags Kinderbeschermingsverdrag, artikel 429c Rv, Koninkrijk
Auteurs Mr. G. Jacobs
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft de resultaten weer van een literatuurstudie naar de rechterlijke bevoegdheid in zaken van internationale ouderlijke kinderontvoering voor de periode 1965-2019. Hierbij is het oude en huidige internationale bevoegdheidsrecht van Nederland geanalyseerd en is ook onderzocht of deze regelingen door de Arubaanse rechter gebruikt kunnen worden.
    Uit het onderzoek is gebleken dat de rechters van Aruba en Sint Maarten enkel het HKV 1961 kunnen gebruiken als grondslag voor hun internationale bevoegdheid. Dit omdat een beslissing op een teruggeleidingsverzoek een kinderbeschermingsmaatregel is die binnen het materieel toepassingsgebied van het HKV 1961 valt. Valt de ontvoering ook binnen het formeel toepassingsgebied van het verdrag, dan betekent dit dat de rechters van Aruba en Sint Maarten hun internationale bevoegdheid kunnen vaststellen op grond van artikel 9 HKV 1961.
    Ook kan de Arubaanse rechter zijn internationale bevoegdheid ontlenen aan artikel 429c lid 3 RvNA (met toepassing van het ‘distributie bepaalt attributie’-beginsel).


Mr. G. Jacobs
Mr. G. Jacobs is jurist en klachtenfunctionaris bij het Instituto Medico San Nicolas te Aruba.

    Aruba, Curaçao en Sint Maarten kennen, anders dan Nederland, geen uitgebreid stelsel van geschreven regels van commuun internationaal privaatrecht. In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre de Caribische rechtspraktijk bij het in Nederland geldend commuun internationaal privaatrecht te rade kan, mag of moet gaan om de leemtes in de eigen rechtsorde op te vullen.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht. Tevens is hij lid van de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Article

Access_open The New Dutch Model Investment Agreement

On the Road to Sustainability or Keeping up Appearances?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Dutch model BIT, foreign direct investment, bilateral investment treaties, investor-to-state dispute settlement, sustainable development goals
Auteurs Alessandra Arcuri en Bart-Jaap Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2019, the Dutch government presented a New Model Investment Agreement that seeks to contribute to the sustainability and inclusivity of future Dutch trade and investment policy. This article offers a critical analysis of the most relevant parts of the revised model text in order to appraise to what extent it could promote sustainability and inclusivity. It starts by providing an overview of the Dutch BIT (Bilateral Investment Treaty) programme, where the role of the Netherlands as a favourite conduit country for global FDI is highlighted. In the article, we identify the reasons why the Netherlands became a preferred jurisdiction for foreign investors and the negative implications for governments and their policy space to advance sustainable development. The 2019 model text is expressly set out to achieve a fairer system and to protect ‘sustainable investment in the interest of development’. While displaying a welcome engagement with key values of sustainable development, this article identifies a number of weaknesses of the 2019 model text. Some of the most criticised substantive and procedural provisions are being reproduced in the model text, including the reiteration of investors’ legitimate expectation as an enforceable right, the inclusion of an umbrella clause, and the unaltered broad coverage of investments. Most notably, the model text continues to marginalise the interests of investment-affected communities and stakeholders, while bestowing exclusive rights and privileges on foreign investors. The article concludes by hinting at possible reforms to better align existing and future Dutch investment treaties with the sustainable development goals.


Alessandra Arcuri
Alessandra Arcuri is Professor at Erasmus School of Law and Erasmus Initiative Dynamics of Inclusive Prosperity, Erasmus University Rotterdam.

Bart-Jaap Verbeek
Bart-Jaap Verbeek is Researcher at Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) and PhD Candidate Political Science at the Radboud University.
Article

Access_open The Singapore International Commercial Court: The Future of Litigation?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden international commercial court, Singapore, dispute resolution, litigation
Auteurs Man Yip
SamenvattingAuteursinformatie

    The Singapore International Commercial Court (‘SICC’) was launched on 5 January 2015, at the Opening of Legal Year held at the Singapore Supreme Court. What prompted the creation of SICC? How is the SICC model of litigation different from litigation in the Singapore High Court? What is the SICC’s track record and what does it tell us about its future? This article seeks to answer these questions at greater depth than existing literature. Importantly, it examines these questions from the angle of reimagining access of justice for litigants embroiled in international commercial disputes. It argues that the SICC’s enduring contribution to improving access to justice is that it helps to change our frame of reference for international commercial litigation. Hybridisation, internationalisation, and party autonomy, the underpinning values of the SICC, are likely to be the values of the future of dispute resolution. International commercial dispute resolution frameworks – typically litigation frameworks – that unduly emphasise national boundaries and formalities need not and should not be the norm. Crucially, the SICC co-opts a refreshing public-private perspective to the resolution of international commercial disputes. It illuminates on the public interest element of the resolution of such disputes which have for some time fallen into the domain of international commercial arbitration; at the same time, it introduces greater scope for self-determination in international commercial litigation.


Man Yip
BCL (Oxon).
Article

Access_open The Court of the Astana International Financial Center in the Wake of Its Predecessors

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden international financial centers, offshore courts, international business courts, Kazakhstan
Auteurs Nicolás Zambrana-Tévar
SamenvattingAuteursinformatie

    The Court of the Astana International Financial Center is a new dispute resolution initiative meant to attract investors in much the same way as it has been done in the case of the courts and arbitration mechanisms of similar financial centers in the Persian Gulf. This paper examines such initiatives from a comparative perspective, focusing on their Private International Law aspects such as jurisdiction, applicable law and recognition and enforcement of judgments and arbitration awards. The paper concludes that their success, especially in the case of the younger courts, will depend on the ability to build harmonious relationships with the domestic courts of each host country.


Nicolás Zambrana-Tévar
LLM (LSE), PhD (Navarra), KIMEP University.
Article

Access_open The Emergence of International Commercial Courts in India: A Narrative for Ease of Doing Business?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Commercial contracts, Enforcement, Jurisdiction, Specialized courts, India
Auteurs Sai Ramani Garimella en M.Z. Ashraful
SamenvattingAuteursinformatie

    The liberal globalised order has brought increased focus on the regulation of international commerce, and especially dispute resolution. Enforcement of contracts has been a concern largely owing to the insufficiencies of the legal systems, especially relating to the institutional structure, and it holds true for India as well. The commercial courts mechanism – international and domestic – with innovative features aimed at providing expedited justice is witnessing much traction. India, similar to many other jurisdictions, legislated in favour of specialized dispute resolution mechanisms for commercial disputes that could help improve the procedures for enforcement of contracts. This research attempts to critique the comparable strengths and the reform spaces within the Indian legislation on commercial courts. It parses the status of commercial dispute resolution in India especially in the context of cross-border contracts and critiques India’s attempt to have specialised courts to address commercial dispute resolution.


Sai Ramani Garimella
Sai Ramani Garimella, PhD, is assistant professor of the faculty of legal studies at the South Asian University in New Delhi.

M.Z. Ashraful
M.Z. Ashraful is the research student at South Asian University in New Delhi.
Artikel

De herschikte EEX-Vo en derde landen: het formele toepassingsgebied van de Verordening nader bezien

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Formeel toepassingsgebied, Herschikte EEX-Vo, Derde landen, Forumkeuze, Exclusieve bevoegdheden
Auteurs Mr. dr. L.M. van Bochove
SamenvattingAuteursinformatie

    De vraag naar het toepassingsbereik van de Europese bevoegdheidsregels in civiele zaken die aanknopingspunten hebben met derde landen is al vele decennia punt van discussie. Deze bijdrage behandelt de wijzigingen die de herschikking van de EEX-Vo op dit punt heeft gebracht en besteedt tevens aandacht aan de resterende controverses. Betoogd wordt dat, wanneer de verweerder woonplaats heeft in een lidstaat, de rechter zijn bevoegdheid moet bepalen op basis van de Verordening. Omwille van de rechtszekerheid en partijautonomie dient hierop echter een uitzondering te worden gemaakt voor de forumkeuze ten gunste van het gerecht van een niet-lidstaat.


Mr. dr. L.M. van Bochove
Mr. dr. L.M. van Bochove is universitair docent Internationaal Privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Finaliteit, representativiteit en kwaliteitsborging door de rechter

De sleutelbegrippen van het collectief actierecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden 305a-organisatie, massaschade, WCAM, gezag van gewijsde, finaliteit
Auteurs Mr. drs. T.M.C. Arons
SamenvattingAuteursinformatie

    De sleutelbegrippen bij massaschade(geschilbeslechting): representativiteit, finaliteit en kwaliteitsborging door de rechter. De schadevergoedingeisende organisatie moet representatief zijn ter waarborging van de belangen van de achterban. Finaliteit betekent binding van deze achterban. Het gezag van gewijsde en het EVRM vereisen een opt-inmodel.


Mr. drs. T.M.C. Arons
Mr. drs. T.M.C. Arons is universitair docent Financieel Recht bij het Instituut voor Financieel Recht (IFR), onderdeel van het Onderzoek­cen‍trum Onderneming & Recht (OO&R) aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. W.E. Haak
Mr. W.E. Haak is oud-president van de Hoge Raad der Nederlanden, oud-president van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart in Straatsburg, heeft zitting genomen in de Hof van Discipline voor de advocatuur en is Appointing Authority ten behoeve van het Iran-United States Claims Tribunal geweest.
Article

Access_open Faith and Scepticism in Private International Law: Trust, Governance, Politics, and Foreign Judgments

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2014
Trefwoorden private international law, conflict of laws, foreign judgments, European Union, United States
Auteurs Christopher Whytock M.S., Ph.D., J.D.
SamenvattingAuteursinformatie

    In both the European Union (EU) and the United States (US), the law governing the enforcement of foreign judgments is evolving, but in different directions. EU law, especially after the elimination of exequatur by the 2012 ’Recast’ of the Brussels I Regulation, increasingly facilitates enforcement in member states of judgments of other member states’ courts, reflecting growing faith in a multilateral private international law approach to foreign judgments. In US law, on the other hand, increasingly widespread adoption of state legislation based on the 2005 Uniform Foreign-Country Money Judgments Recognition Act (2005 Act), which adds new case-specific grounds for refusing enforcement, suggests growing scepticism. In this essay, I explore possible reasons for these diverging trends. I begin with the most obvious explanation: the Brussels framework governs the effect of internal EU member state judgments within the EU, whereas the 2005 Act governs the effect of external foreign country judgments within the US. One would expect more mutual trust – and thus more faith in foreign judgment enforcement – internally than externally. But I argue that this mutual trust explanation is only partially satisfactory. I therefore sketch out two other possible explanations. One is that the different trends in EU and US law are a result of an emphasis on ’governance values’ in EU law and an emphasis on ’rights values’ in US law. Another explanation – and perhaps the most fundamental one – is that these trends are ultimately traceable to politics.


Christopher Whytock M.S., Ph.D., J.D.
Christopher Whytock is Professor of Law and Political Science at the University of California, Irvine School of Law.
Article

Access_open The Role of Private International Law in Corporate Social Responsibility

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2014
Trefwoorden CSR, conflicts of law, Kiobel, Shell
Auteurs Geert Van Calster Ph.D.
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution firstly reviews developments in the EU and in the United States on corporate social responsibility and conflict of laws. It concludes with reference to some related themes, in particular on the piercing of the corporate veil and with some remarks on compliance strategy, and compliance reality, for corporations.


Geert Van Calster Ph.D.
Geert van Calster is professor at the University of Leuven and Head of Leuven Law's department of European and international law.

Dr. G.C.C. Lewin
Artikel

Collectieve acties in het algemeen en de WCAM in het bijzonder

Verslag van de voorjaarsvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden WCAM, collectieve actie, art. 3:305a BW, nadeelcompensatie, motie Dijksma
Auteurs Mr. J.H. van Dam-Lely en Mr. A.N.L. de Hoogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van de voorjaarsvergadering 2012 van de Nederlandse Vereniging van Procesrecht over ‘Collectieve acties in het algemeen en de WCAM in het bijzonder’. In drie inleidingen wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan (1) de toepassing van de WCAM vanuit het perspectief van de rol en de taak van de rechter, (2) knelpunten rond de oproeping en aankondiging als bedoeld in art. 1013 lid 5 en 1017 lid 3 Rv en de vraag of het verbod van art. 3:305a BW zou moeten worden afgeschaft (motie Dijksma), en (3) de afwikkeling van massaschade in het bestuursrecht, in het bijzonder door nadeelcompensatie.


Mr. J.H. van Dam-Lely
Mr. J.H. van Dam-Lely is werkzaam als wetenschappelijk docent aan de Erasmus School of Law, sectie burgerlijk recht.

Mr. A.N.L. de Hoogh
Mr. A.N.L. de Hoogh is werkzaam als wetenschappelijk docent aan de Erasmus School of Law, sectie burgerlijk recht.
Artikel

‘The way forward in Europe’: een verslag van het lustrumcongres van PEOPIL

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Grensoverschrijdende letselschadezaken, standaardisatie, Haags Verkeersongevallen Verdrag, Rome II, Brussel I
Auteurs Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt verslag gedaan van het jaarcongres van the Pan European Organisation for Personal Injury Lawyers. Aan de orde komen de standaardisatie bij de vaststelling van schade in letselschadezaken in Noorwegen en Denemarken en recente ontwikkelingen in Spanje en Italië. Tevens wordt ingegaan op de vereisten die in Engeland worden gesteld aan expertiserapporten. Tot slot wordt verslag gedaan van de bevoegdheid van rechters in grensoverschrijdende letselschadezaken, op grond van Brussel I en het toepasselijke recht op grond van Rome II. Ook wordt ingegaan op de wisselwerking tussen Rome II en het Haags Verkeersongevallen Verdrag.


Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga is advocaat bij Legaltree en specialiseert zich in grensoverschrijdende aansprakelijkheids- en letselschadezaken. Zij is tevens voorzitter van PEOPIL.
Artikel

‘Supplier codes of conduct’ en mensenrechten in een keten van contracten

Over enige vermogensrechtelijke implicaties van gedragscodes met betrekking tot mensenrechten en milieu in contractuele relaties

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2011
Trefwoorden gedragscode, mensenrechten, ketenaansprakelijkheid, zelfregulering, transnationaal privaatrecht
Auteurs Mr. M.-J. van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van ernstige mensenrechtenschendingen van toeleveranciers in ontwikkelingslanden en sterk groeiende economieën, zoals China en India, stellen steeds meer ondernemingen supplier codes of conduct agreements (gedragsregels voor hun leveranciers in overeenkomsten) op als zelfregulerende mechanismen die mensenrechtenschendingen zouden moeten tegengaan in een internationale context waarin ondernemingen niet door de internationale gemeenschap of gastlanden aansprakelijk gehouden worden. De achtergrond van het opstellen van de codes en daarmee de relevantie van het onderwerp worden kort in de inleiding besproken. Vervolgens wordt aangegeven wat de inhoud van deze gedragscodes is en hoe de verschillende codes zich tot elkaar verhouden in een context van een proliferatie van gedragscodes. Ondanks de diversiteit van codes is een proces van standaardisering zichtbaar, zodat enige algemene opmerkingen mogelijk zijn. Daarna wordt de vraag behandeld wat de juridische impact van de codes kan zijn, enerzijds door hun effect op de relatie tussen de contractspartijen en op de positie van werknemers in ontwikkelingslanden aan de hand van verschillende situatieschetsen te toetsen, en anderzijds door de status van de codes onder Nederlands recht te beoordelen. Afsluitend volgt een aantal slotopmerkingen over mogelijke (toekomstige) implicaties en hoe supplier codes of conduct agreements passen in ontwikkelingen van transnationaal privaatrecht, constitutionalisering van privaatrecht, zelfregulering, en aansprakelijkheid in een web van relaties.


Mr. M.-J. van der Heijden
Mr. M.-J. van der Heijden is werkzaam aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.