Zoekresultaat: 82 artikelen

x
Artikel

Access_open De verklaring voor recht, voldoende belang(rijk)?

Over het belang bij declaratoire vordering na afwijzing condemnatoire vordering

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2020
Trefwoorden proceseconomie, processueel belang, genoegdoening, rechtsherstel, subjectief recht
Auteurs Dr. P. Gillaerts en Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    Een recent arrest van de Hoge Raad bevestigt het zelfstandige belang bij een verklaring voor recht als genoegdoening voor een rechtsschending, ook indien de daarop voortbouwende veroordelende vorderingen stranden. In dit licht duiden de auteurs de speelruimte bij de declaratoire vordering in het verbintenissenrecht.


Dr. P. Gillaerts
Dr. P. Gillaerts is advocaat aan de balie van Brussel en onderwijsassistent aan het Leuven Centre for Public Law van de KU Leuven.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is raadsheer bij het gerechtshof Amsterdam en als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Urgenda als civielrechtelijk geschil

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2020
Trefwoorden cassatie, rechterlijk bevel, executiegeschil, beleidsvrijheid
Auteurs Prof. mr. A.G. Castermans en Mr. W.Th. Nuninga
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de Urgenda-procedure als civielrechtelijk geschil. Waarom leent het Nederlands privaatrecht zich zo goed voor dit oordeel? Hoe goed past het in de civielrechtelijke traditie? En – wellicht belangrijker – hoe zou een eventueel vervolg hierop er binnen dat civielrechtelijk kader uit kunnen zien?


Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden en rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Den Haag.

Mr. W.Th. Nuninga
Mr. W.Th. Nuninga is verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden als Meijers PhD Fellow.
Jurisprudentie

Kansschade: een bewogen leerstuk

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1223 en Rb. Den Haag 8 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2020
Trefwoorden (letsel)schade, kansschade, zorgvuldigheidsnorm, proportionele aansprakelijkheid, condicio sine qua non-verband
Auteurs Mr. J. den Hoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in het Srebrenica-arrest als in het Faro-vonnis, twee tamelijk verschillende zaken, is een veroordeling tot vergoeding van kansschade uitgesproken voor onzorgvuldig handelen. In zijn Srebrenica-uitspraak stelde de Hoge Raad de kleine, maar niet verwaarloosbare kans voor de bewuste groep mannelijke vluchtelingen om uit handen te blijven van Bosnische Serviërs (als Dutchbat naar behoren zou zijn opgetreden) vast op 10%, waar het hof nog was uitgekomen op 30%. De rechtbank kwam in de Faro-zaak tot een kleine, maar niet verwaarloosbare kans van 20% op een beter resultaat bij de destijds met Martinair gevoerde onderhandelingen als de Raad voor de Luchtvaart niet onzorgvuldig zou hebben gehandeld. Een algemeen, voor alle gevallen toepasbaar, minimumpercentage voor kansschade lijkt niet aanwijsbaar.


Mr. J. den Hoed
Mr. J. den Hoed is cassatieadvocaat bij Köster advocaten.
Artikel

Van Duwbak Linda naar Schietincident Alphen aan den Rijn

HR 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1409

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden relativiteit, overheidsaansprakelijkheid, onrechtmatige daad, toerekening naar redelijkheid, causaal verband
Auteurs Prof. mr. A.J. Verheij
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad deed vorig jaar uitspraak in de procedure naar aanleiding van het Schietincident in Alphen aan den Rijn. In deze bijdrage staat vooral het oordeel omtrent de relativiteit centraal, maar tevens wordt aandacht besteed aan het condicio sine qua non-verband en art. 6:98 BW.


Prof. mr. A.J. Verheij
Prof. mr. A.J. Verheij is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder het verbintenissenrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Die zivilrechtliche Haftung für Mitspielerverletzungen bei Sport und Spiel

Bespreking van het proefschrift van Philipp Dördelmann

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden onrechtmatige daad, zorgvuldigheidsnorm, sport en spel, onderlinge aansprakelijkheid, eigen aard van de beoefende activiteit en wederzijds risico van letselschade
Auteurs Dr. P.C.J. De Tavernier
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn dissertatie verkent de Duitse jurist Philipp Dördelmann de problematiek van de aansprakelijkheid voor schade die deelnemers aan sport en spel elkaar toebrengen. Met behulp van een helder referentiekader, namelijk de eigen aard van de beoefende sport- of spelactiviteit (‘Typizität’) enerzijds en de wederzijdse kans van deelnemers om bij sport en spel schade te lijden (‘Reziprozität’) anderzijds, tracht hij antwoord te geven op de vraag waarom er in geval van aansprakelijkheid voor schade van deelnemers die tijdens sport en spel met elkaar wedijveren, kan worden afgeweken van de zorgvuldigheidsnorm die in het aansprakelijkheidsrecht van toepassing zou zijn bij schadegevallen die zich buiten sport- en spelsituaties voordoen.


Dr. P.C.J. De Tavernier
Dr. P.C.J. De Tavernier is universitair docent aan de Universiteit Leiden, meer bepaald aan de Afdeling Burgerlijk Recht (Instituut voor Privaatrecht). Hij is als bijzonder academisch personeelslid ook verbonden aan de Universiteit Antwerpen.
Artikel

Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade

Bespreking van het proefschrift van mr. D.A. van der Kooij

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden verbintenissenrecht, aansprakelijkheidsrecht, schadevergoedingsrecht, leer Smits, leer Demogue-Besier
Auteurs Mr. P.W. den Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    Van der Kooij ontwikkelt een model om te bepalen wie recht heeft op vergoeding van welke schade. Deze bijdrage gaat met name over de prominente rol voor de relativiteitsleer in dit model, de afschaffing van de correctie-Langemeijer en de inzet van de leren Smits en Demogue-Besier ter nadere begrenzing van aansprakelijkheid.


Mr. P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is advocaat bij Stibbe in Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Relativiteit en causaliteit naar aanleiding van het schietincident Alphen aan den Rijn

HR 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1409

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden relativiteit, overheidsaansprakelijkheid, causale toerekening, letselschade, veiligheidsnorm
Auteurs Mr. drs. I. Haazen
SamenvattingAuteursinformatie

    De relativiteit bleek in eerdere jurisprudentie vaak een struikelblok bij overheidsaansprakelijkheid. Vooral bij publiekrechtelijke regelgeving heeft de wetgever zich dikwijls nauwelijks uitgelaten over de bescherming van individuele vermogensbelangen van burgers. De Hoge Raad onderzoekt in het hierna te bespreken arrest het doel en de strekking van de geschonden norm in de zaak over het schietincident in Alphen aan den Rijn. De overtreden norm die ziet op de veiligheid van de samenleving strekt zich ook uit tot de individuele vermogensbelangen van burgers. Bovendien rechtvaardigt een veiligheidsnorm een verregaande toerekening van schade en beperkt zich in beginsel niet tot letsel- en overlijdensschade.


Mr. drs. I. Haazen
Mevr. mr. drs. I. Haazen is docent bij de sectie Burgerlijk Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming en Recht.
Artikel

De (Belgische) Wet Medische Ongevallen en het medisch ongeval zonder aansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Belgische Wet Medische Ongevallen, Fonds Medische Ongevallen, abnormale schade, medisch ongeval zonder aansprakelijkheid (MOZA), vermijdbare schade
Auteurs Dr. W. Buelens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 juni 2018 verdedigde de auteur succesvol zijn doctoraal proefschrift over het medisch ongeval zonder aansprakelijkheid. Dit begrip omvat een nieuw, subjectief vergoedingsrecht voor slachtoffers van medische ongevallen, los van de aansprakelijkheid van een zorgverlener, en werd ingevoerd door de wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg. Deze bijdrage bevat enkele krachtlijnen met betrekking tot de invulling van dit begrip.


Dr. W. Buelens
Dr. W. Buelens is praktijkassistent Gezondheidsrecht aan de Universiteit Gent, vrijwillig academisch medewerker aan de Universiteit Antwerpen en advocaat.

    In dit themanummer wordt bijzondere aandacht gegeven aan sanctiewetgeving. In dit redactioneel wordt ingegaan op de mogelijkheden om betrokkenheid van ondernemingen bij ernstige mensenrechtenschendingen aan te pakken, naast het gebruik van de Sanctiewet. Verkend wordt wat de aard en omvang van dit fenomeen is en welke juridische en niet-juridische middelen worden ingezet om de betrokkenheid van ondernemingen bij ernstige mensenrechtenschendingen te voorkomen en wat daarvan het effect kan zijn. Vervolgens zullen de beschikbare juridische middelen en quasi-juridische reacties en het gebruik daarvan worden geïnventariseerd. Ten slotte wordt gereflecteerd op de mogelijke effecten van het gebruik van deze instrumenten ter preventie van de betrokkenheid van ondernemingen bij ernstige mensenrechtenschendingen.


Prof. dr. mr. W. Huisman
Prof. dr. mr. W. Huisman is hoogleraar Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

Schadevergoeding onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden AVG, schadevergoeding, privacy, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. F.C. van der Jagt-Vink
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre de mogelijkheden om bij een schending van de privacywetgeving schadevergoeding te vorderen, worden versterkt door de komst van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Hierbij wordt specifiek aandacht besteed aan de mogelijkheid om een collectieve schadevergoedingsactie te starten.


Mr. F.C. van der Jagt-Vink
Mr. F.C. van der Jagt-Vink is advocaat bij Hunter Legal te Amsterdam en fellow bij het Onderzoekscentrum voor Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

Dat de Hoge Raad in 2019 arrest moge wijzen

Hof Arnhem-Leeuwarden 27 november 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10336

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2019
Trefwoorden aansprakelijkheid hulpverlener, ongeschikte hulpzaak, toerekening, objectieve onbekendheid, afweging factoren
Auteurs Mr. dr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. dr. R.P. Wijne
Mr. dr. R.P. Wijne is docent gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, lid-jurist bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam, medewerker bij het wetenschappelijk bureau van Holla Advocaten (praktijkgroep gezondheidsrecht) en voorzitter van de Geschilleninstantie Verloskunde.
Artikel

Access_open Risicoaansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2019
Trefwoorden aansprakelijkheid, wanprestatie, hulpzaken, medische hulpmiddelen, ongeschikt
Auteurs Mr. dr. J.T. Hiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In haar recent verschenen proefschrift onderzoekt de auteur in hoeverre het risico dat voortvloeit uit het gebruik van ongeschikte medische hulpzaken voor rekening van de hulpverlener dient te komen. In dit artikel worden de belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek uiteengezet. De auteur komt tot de conclusie dat het risico dat voortvloeit uit het gebruik van ongeschikte medische hulpzaken in beginsel voor rekening van de hulpverlener komt. De redelijkheid zal niet snel gebieden dat het risico dient te worden verschoven naar de patiënt.


Mr. dr. J.T. Hiemstra
Mr. dr. J.T. Hiemstra is advocaat te Amsterdam.
Artikel

De aansprakelijkheid voor medische hulpzaken

Bespreking van het proefschrift van mr. J.T. Hiemstra

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden medische aansprakelijkheid, gebrekkige hulpzaken, ongeschikte hulpzaken, medische hulpzaken, productaansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    Hiemstra concludeert dat het risico dat voortvloeit uit het gebruik van een hulpzaak in beginsel voor rekening van de hulpverlener dient te komen. In het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 28 november 2018 in de Miragel-casus is deze conclusie gevolgd. Toegelicht wordt dat andere rechtspolitieke keuzes mogelijk zijn.


Mr. M.J.J. de Ridder
Mr. M.J.J. de Ridder is advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht
Artikel

Angst voor de dood als schade(post)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2018
Trefwoorden angstschade, doodsangst, angst, dood, overlijden
Auteurs A.M. Overheul LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over angst voor de dood als schade(post) in het Nederlandse recht. Aanleiding hiervoor is een arrest van het Franse Cour de Cassation, waarin het Hof arrest wijst over angst voor de dood. De auteur spitst angst als schade toe op de dood, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen drie verschillende situaties: het slachtoffer weet niet óf hij doodgaat; het slachtoffer heeft het ongeval – tegen de verwachting in – overleefd en het slachtoffer weet dat hij gaat overlijden.


A.M. Overheul LLM
Mw. A.M. Overheul LLM is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Hoge Raad der Nederlanden.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, Schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM of Hof) heeft in de periode januari 2017 tot en met augustus 2018 een groot aantal uitspraken gedaan die van belang zijn voor gezondheidsjuristen. Naast uitspraken over onderwerpen waarover het Hof zich in het verleden eerder heeft uitgesproken, zoals het recht op schadevergoeding na een medische fout, de omgang met medische persoonsgegevens en het waarborgen van toegang tot adequate medische zorg, liet het Hof zich uit over onderwerpen als het recht op patiëntveiligheid, het optreden van de autoriteiten jegens psychiatrische patiënten, het recht op cannabis en het voortzetten van levensverlengend handelen in situaties waarin de artsen dat niet langer zinvol achten.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Het hoger beroep inzake het schietincident in Alphen aan den Rijn: hoe gerechtigheid zegevierde, en de geest in de fles bleef

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden secundaire aansprakelijkheid, Alphen aan den Rijn, schietpartij, relativiteit, zorgplicht
Auteurs Mr. K.L. Maes
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 27 maart 2018 is de politie door het Gerechtshof Den Haag aansprakelijk gehouden voor de door de slachtoffers en nabestaanden geleden letsel- en overlijdensschade vanwege het ten onrechte verstrekken van de wapenvergunning aan Tristan van der V., nadat deze aansprakelijkheid eerder op relativiteitsgronden strandde bij de Rechtbank Den Haag. In het onderhavige artikel worden beide uitspraken besproken en de afwijkende oordelen tegen elkaar afgezet. De kritieken waarmee met name het vonnis is ontvangen, geven bovendien aanleiding om de daarmee verweven secundaire aansprakelijkheidsproblematiek nader onder de loep te nemen. Want waarom hield de rechtbank de aansprakelijkheidsdeur zo krampachtig dicht, en zet het hof deze desondanks (meer) open?


Mr. K.L. Maes
Mr. K.L. Maes is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht en als buitenpromovenda verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht. Zij werkt aan een proefschrift over de zorgplicht van secundaire, private partijen jegens bezoekers van openbare ruimten.
Artikel

Kroniek vermogensrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2018
Auteurs Coen Drion, Anna Zwalve, Bastiaan Kout e.a.

Coen Drion

Anna Zwalve

Bastiaan Kout

Sid Pepels
Artikel

Over de zoektocht naar en de grenzen van secundaire aansprakelijkheid na het schietincident in Alphen aan den Rijn

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2017
Trefwoorden secundaire aansprakelijkheid, zorgplicht, ouders, schietincident, Alphen aan den Rijn
Auteurs Mr. K.L. Maes
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 juni 2017 heeft de Rechtbank Den Haag zich uitgelaten over de vraag of de ouders van Tristan van der V. aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het schietincident in Alphen aan den Rijn. Meer in het bijzonder gaat het daarbij om de vraag of de ouders de relevante autoriteiten hadden behoren te informeren over de geestestoestand van hun zoon, in plaats van een gevaarlijke situatie te laten voortduren. In deze bijdrage wordt de uitspraak van de rechtbank – mede in het licht van haar eerdere uitspraak over de aansprakelijkheid van de politie naar aanleiding van hetzelfde schietincident – geanalyseerd, waarbij aandacht wordt besteed aan de civielrechtelijke, secundaire zorgplicht van de ouders.


Mr. K.L. Maes
Mr. K.L. Maes is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht en als buitenpromovenda verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht. Zij werkt aan een proefschrift over de thematiek van deze bijdrage.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2016

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2017
Auteurs Robert Hendrikse, Leonie Rammeloo, Marianne Valk e.a.

Robert Hendrikse

Leonie Rammeloo

Marianne Valk

Hans Vestjens
Toont 1 - 20 van 82 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.