Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 329 artikelen

x
Article

Access_open Autonomy in old age

Tijdschrift Family & Law, mei 2019
Auteurs prof. dr. Tineke Abma en dr. Elena Bendien
SamenvattingAuteursinformatie

    Background: In many European countries caring responsibilities are being reallocated to the older people themselves to keep the welfare state affordable. This policy is often legitimized with reference to the ethical principle of autonomy. Older people are expected to be autonomous, have freedom to make their own decisions, and be self-reliant and self-sufficient as long as possible.
    Aim: The purpose of this article is to explore whether and how older people can remain autonomous in order to continue living their lives in accordance with their own values in the context of declining professional caring facilities and shrinking social networks, and which concepts of autonomy can guide professionals and other involved parties in facilitating the choices of older people.
    Method: An empirical-ethical approach is used to interpret the moral values enacted in the caring practice for older people. Two cases are presented. One is the narrative of a woman who lives by herself; she has been hospitalized after a fall and hip fracture, but does not want to be operatied. The second is the narrative of man living in a residential home; he wants to be actively involved, doing good deeds like he always did as a Scout. The cases are evaluated with the help of two concepts of autonomy: autonomy as self-determination and relational autonomy.
    Results: In both cases the enactment of autonomy remains problematic. In the case of the woman there was not enough care at home to live up to her own values. After she was admitted to a hospital her wish not to be operated was questioned but ultimately honoured due to compassionate interference by close relatives and her oncologist. In the second case there was not enough space for the man to lead his life in the way he always had; his plans for improving the social environment in the care home were torpedoed by management and ultimately the man decided to step back.
    Conclusion: In order to do justice to the complexity of each empirical case that involves autonomy of an older person more than one concept of autonomy needs to be applied. Relying on self-determination or relational autonomy exclusively will give professionals and all involved parties a restricted view on the situation, where the wishes of older people are at stake. In both cases autonomy was overruled by system procedures and stereotypical ideas about old people as being weak and not able to make their own decisions. Both cases show, however, that older people - even if they are physically and mentally frail - long to remain morally responsible for the direction their lives are taking, in accordance with their own values. They communicate their wish to determine their own future and at the same time they are interdependent on others to realize their (relational) autonomy and require support in their attempt to maintain their identity. This conclusion has implications for the normative behaviour of the professionals who are involved in care and treatment of older people.
    ---
    Achtergrond: In veel landen wordt de verantwoordelijkheid voor de zorg voor ouderen naar de ouderen zelf verplaatst, dit teneinde de welvaartstaat betaalbaar te houden. Dit beleid wordt veelal gelegitimeerd met referentie naar het ethische principe van autonomie. Oudere mensen worden geacht autonoom te zijn, vrij te zijn om hun eigen beslissingen te nemen, en om zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven.
    Doel: Het doel van dit artikel is om te onderzoeken of en hoe oudere mensen autonoom kunnen blijven teneinde hun leven in overeenstemming met hun eigen waarden te kunnen voortzetten in de context van teruglopende professionele zorgactiviteiten en krimpende sociale netwerken, en welke concepten van autonomie zorgprofessionals en andere betrokken partijen kunnen helpen bij het faciliteren van de keuzes door ouderen.
    Methode: Een empirisch-ethische benadering wordt gebuikt om de morele waarden in de zorgpraktijk voor ouderen te interpreteren. Twee casussen worden gepresenteerd. De eerste is het verhaal van een vrouw die op zichzelf woont. Ze is na een val waarbij haar heup is gebroken, in een ziekenhuis opgenomen, maar ze wil niet geopereerd worden. De tweede is het verhaal van een man die in een verzorgingshuis woont. Hij wil actief betrokken worden en goede dingen doen zoals hij die altijd heeft gedaan toen hij padvinder was. Beide verhalen worden met behulp van twee concepten van autonomie geëvalueerd: autonomie als zelfbeschikking en relationele autonomie.
    Resultaat: In beide casussen blijft de verwezenlijking van autonomie problematisch. In het geval van de vrouw was er thuis onvoldoende zorg om volgens haar waarden te kunnen leven. Toen zij in het ziekenhuis was opgenomen werd haar wens om niet te worden geopereerd tegen gehouden, maar uiteindelijk ingewilligd als gevolg van bemoeienis uit hoofde van barmhartigheid door directe verwanten en haar oncoloog. In het tweede geval was er voor de man onvoldoende ruimte om zijn leven te leiden op de manier zoals hij dat altijd had gedaan. Zijn plannen om de sociale omgeving in het verzorgingshuis te verbeteren werden door het management getorpedeerd en uiteindelijk heeft hij zich ervan teruggetrokken.
    Conclusie: Teneinde recht te doen aan de complexiteit van beide casussen die betrekking hebben op de autonomie van een oudere, dient meer dan één concept voor autonomie te worden ingezet. Het vertrouwen in zelfbeschikking of relationele autonomie alleen zal aan de professionals en alle andere betrokken partijen een beperkt zicht geven van de situatie wanneer het de wensen van ouderen betreft. In beide gevallen werd de autonomie ter zijde geschoven door protocollen en stereotypische ideeën over ouderen als kwetsbare personen die niet in staat zouden zijn om zelf hun beslissingen te nemen. Echter tonen beide voorbeelden aan dat ouderen, zelfs als ze fysiek en mentaal kwetsbaar zijn, de wens hebben om moreel verantwoordelijk te blijven voor de richting die hun leven zal nemen, in overeenstemming met hun eigen waarden. Zij geven de wens aan om hun eigen toekomst te bepalen en tegelijkertijd zijn ze onderling afhankelijk van anderen om hun (relationele) autonomie te verwezenlijken, én hebben ze behoefte aan steun bij hun poging om hun identiteit te behouden. Deze conclusie heeft gevolgen voor het normatieve handelen van professionals die bij de zorg en behandeling van ouderen betrokken zijn.


prof. dr. Tineke Abma
Professor dr. Tineke A. Abma is a full professor of Participation and Diversity at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

dr. Elena Bendien
Dr. Elena Bendien is a social gerontologist and a senior researcher at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.
Rulings

ECJ 6 December 2018, case C-675/17 (Preindl), Free movement, Other forms of free movement

Ministero della Salute – v – Hannes Preindl, Italian case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Free movement, Other forms of free movement
Samenvatting

Rulings

ECJ 13 March 2019, case C-437/17 (Gemeinsamer Betriebsrat EurothermenResort Bad Schallerbach GmbH), Free movement

Gemeinsamer Betriebsrat EurothermenResort Bad Schallerbach GmbH – v – EurothermenResort Bad Schallerbach GmbH, Austrian case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Free movement
Samenvatting

Law Review

2019/1 EELC’s review of the year 2018

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2019
Auteurs Ruben Houweling, Catherine Barnard, Filip Dorssemont e.a.
Samenvatting

    For the second time, various of our academic board analysed employment law cases from last year. However, first, we start with some general remarks.


Ruben Houweling

Catherine Barnard

Filip Dorssemont

Jean-Philippe Lhernould

Francesca Maffei

Niklas Bruun

Anthony Kerr

Jan-Pieter Vos

Luca Ratti

Daiva Petrylaite

Andrej Poruban

Stein Evju
Vrij verkeer

Een overwinning voor vrijverkeersrechten van regenboogfamilies in Europa: het langverwachte Coman-arrest

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden vrij verkeer van Unieburgers, artikel 21 VWEU, koppels van hetzelfde geslacht, Burgerschapsrichtlijn 2004/38/EG, recht op familieleven (art. 7 Handvest)
Auteurs H.H.C. Kroeze LL.M. en B. Safradin LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In Coman heeft het Hof van Justitie voor het eerst uitspraak gedaan over het recht op gezinshereniging van een EU-burger met zijn partner van hetzelfde geslacht op basis van de Burgerschapsrichtlijn (Richtlijn 2004/38/EG). De vraag van de verwijzende Roemeense rechter heeft betrekking op de kwestie of een derdelander die gehuwd is met een EU-burger van hetzelfde geslacht als ‘echtgenoot’ van een Unieburger in de zin van het EU-recht aangemerkt kan en moet worden. Het Hof van Justitie beantwoordt die vraag bevestigend. Het arrest Coman is een overwinning voor de LHBTI-gemeenschap, omdat het Hof van Justitie met dit arrest lidstaten verplicht de burgerlijke staat van getrouwde homoseksuele koppels te erkennen voor wat betreft de uitoefening van de vrijverkeersrechten. Deze annotatie bespreekt zowel de implicaties als de beperkingen van het arrest. Het is bijvoorbeeld nog onduidelijk hoe ver de gelijke behandeling van koppels van hetzelfde geslacht strekt en of zij via het EU-recht ook toegang kunnen krijgen tot andere rechten die aan het huwelijk gekoppeld zijn, zoals socialezekerheidsrechten. Daarnaast legt het arrest de kwestie van omgekeerde discriminatie opnieuw bloot.
    HvJ 5 juni 2018, zaak C-676/16, Relu Adrian Coman e.a./Inspectoratul General pentru Imigrari, Ministerul Afacerilor Interne, ECLI:EU:C:2018:385.


H.H.C. Kroeze LL.M.
H.H.C. (Hester) Kroeze LL.M. is promovenda in het Europees recht aan de Universiteit van Gent.

B. Safradin LL.M.
B. (Barbara) Safradin LL.M. is junior onderzoeker verbonden aan het ETHOS-project en docente Europees recht aan de Universiteit van Utrecht.
Discussie

Access_open Europe Kidnapped

Spanish Voices on Citizenship and Exile

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2019
Trefwoorden migration, exile, citizenship, Europe, Spanish civil war
Auteurs Massimo La Torre
SamenvattingAuteursinformatie

    Exile and migration are once more central issues in the contemporary European predicament. This short article intends to discuss these questions elaborating on the ideas of two Spanish authors, a novelist, Max Aub, and a philosopher, María Zambrano, both marked by the tragic events of civil war and forced expatriation. Exile and migration in their existential perspective are meant as a prologue to the vindication of citizenship.


Massimo La Torre
Massimo La Torre is Professor of Legal Philosophy, Magna Græcia University of Catanzaro (Italy).
Artikel

Access_open Mobile Individualism: The Subjectivity of EU Citizenship

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2019
Trefwoorden individualism, EU citizenship, depoliticisation, mobile individualism, citizenship and form of life
Auteurs Aristel Skrbic
SamenvattingAuteursinformatie

    The central aim of this article is to analyse the manner in which the legal structure of EU citizenship subjectifies Union citizens. I begin by explicating Alexander Somek’s account of individualism as a concept which captures EU citizenship and propose to update his analysis by coining the notion of mobile individualism. By looking at a range of CJEU’s case law on EU citizenship through the lens of the purely internal rule and the transnational character of EU citizenship, I suggest that movement sits at the core of EU citizenship. In order to adequately capture this unique structure of citizenship, we need a concept of individualism which takes movement rather than depoliticisation as its central object of analysis. I propose that the notion of mobile individualism can best capture the subjectivity of a model EU citizen, a citizen who is a-political due to being mobile.


Aristel Skrbic
Aristel Skrbic is a PhD candidate and teaching and research assistant at the Institute of Philosophy at the KU Leuven.

    In legal education, criticism is conceived as an academic activity. As lecturers, we expect from students more than just the expression of their opinion; they have to evaluate and criticize a certain practice, building on a sound argumentation and provide suggestions on how to improve this practice. Criticism not only entails a negative judgment but is also constructive since it aims at changing the current state of affairs that it rejects (for some reason or other). In this article, we want to show how we train critical writing in the legal skills course for first-year law students (Juridische vaardigheden) at Vrije Universiteit Amsterdam. We start with a general characterization of the skill of critical writing on the basis of four questions: 1. Why should we train critical writing? 2. What does criticism mean in a legal context? 3. How to carry out legal criticism? and 4. How to derive recommendations from the criticism raised? Subsequently, we discuss, as an illustration to the last two questions, the Dutch Urgenda case, which gave rise to a lively debate in the Netherlands on the role of the judge. Finally, we show how we have applied our general understanding of critical writing to our legal skills course. We describe the didactic approach followed and our experiences with it.


Bart van Klink
Bart van Klink is Professor of Legal Methodology, Department of Legal Theory and History, Faculty of Law, Vrije Universiteit Amsterdam, The Netherlands.

Lyana Francot
Lyana Francot is Associate Professor of Legal Theory, Department of Legal Theory and History, Faculty of Law, Vrije Universiteit Amsterdam, The Netherlands.
Artikel

Doe het zelf? Strategieën om je veiliger te voelen tijdens een avond uit

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2018
Trefwoorden fear of crime, coping strategies, avoidance behavior, urban nightlife, individual agency
Auteurs Dr. Jelle Brands en Dr. Janne van Doorn
SamenvattingAuteursinformatie

    This study investigates the strategies people themselves use to deal with situations in which they fear crime. The authors see people as social agents who hold agency and (also) manage their own safety, instead of viewing people as powerless victims. Previous studies have emphasized people’s agency, often through a focus on avoiding dangerous spaces. Building on insights from the fear of crime literature that approaches fear of crime as situational, the authors illustrate how spaces in which people worry about crime can also be transformed (through action) into safe(r) spaces. The article focuses on the context of urban nightlife areas. Thirty students living in Utrecht, the Netherlands were interviewed. Results show that students perform a range of strategies to cope with their fear, including situational avoidance, arranging companionship, increasing alertness, and reasoning. In the discussion the authors reflect on how the application of such strategies is related to (erosion of) ‘mobility’ and individual freedom of movement.


Dr. Jelle Brands
Dr. J. Brands is universitair docent aan het Instituut Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Janne van Doorn
Dr. J. van Doorn is universitair docent aan het Instituut Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Rulings

ECJ 13 November 2018, case C-432/17 (Cepelnik), Other forms of free movement

Cepelnik d.o.o. – v – Michael Vavti, Austrian case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Other forms of free movement
Samenvatting

Pending cases

Case C-134/18, Social insurance

Maria Vester – v – Rijksdienst voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (Riziv), reference lodged by the Arbeidsrechtbank Antwerpen (Belgium) on 19 February 2018

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2018
Rulings

ECJ 6 September 2018, case C-527/16 (Alpenrind), Free movement, Social Insurance

Salzburger Gebietskrankenkasse, Bundesminister für Arbeit, Soziales und Konsumentenschutz (interested parties: Alpenrind GmbH and others), Austrian case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Free movement, Social insurance
Samenvatting


Dr. Maarten Kunst
Dr. M.J.J. Kunst is universitair hoofddocent Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Institutioneel

Brexit. Het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie: een moeizaam partnerschap

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden Brexit, artikel 50 VEU, Terugtrekkingsakkoord, toekomstige betrekkingen, Handelsregeling
Auteurs Prof. dr. J.W. de Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de hoofdzaken betreffende het Brexit-dossier. Stilgestaan wordt bij het referendum van 23 juni 2018 en de gang van zaken sinds de kennisgeving van de Britse uittreding op 29 maart 2017. Daarbij komt de stand van zaken in de terugtrekkingsonderhandelingen aan de orde, de Britse voorstellen zoals vervat in het White Paper van juli 2018 en de perspectieven voor oplossingen van de nog uitstaande problemen. Met name de juridisch-institutionele aspecten van de diverse onderwerpen en problemen worden belicht.


Prof. dr. J.W. de Zwaan
Prof. dr. J.W. (Jaap) de Zwaan is em. hoogleraar Recht van de Europese Unie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Recentelijk heeft het Hof van Justitie in de zaak Pisciotti opnieuw een oordeel gegeven over uitlevering van een EU-onderdaan naar een derde staat.1xHvJ (Grote Kamer) 10 april 2018, zaak C-191/16, Romano Pisciotti/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2018:222. Het arrest bouwt voort op eerdere revolutionaire rechtspraak en verduidelijkt de ingezette lijn van het Hof van Justitie. Om die reden is de uitspraak bijzonder interessant. In deze bijdrage bespreek ik het oordeel van het Hof van Justitie in Pisciotti. Vervolgens plaats ik het arrest in de context van eerdere Europese jurisprudentie over uitlevering. Ik bekijk ook welke implicaties de rechtspraak van het Hof van Justitie heeft voor de rechtspraktijk hier te lande.
    HvJ (Grote Kamer) 10 april 2018, zaak C-191/16, Romano Pisciotti/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2018:222.

Noten

  • 1 HvJ (Grote Kamer) 10 april 2018, zaak C-191/16, Romano Pisciotti/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2018:222.


Mr. A.J. de Vries
Mr. A.J. (Aart) de Vries is promovendus aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open ‘God’s Friend, the Whole World’s Enemy’

Reconsidering the role of piracy in the development of universal jurisdiction.

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Cicero, Augustine, Bartolus, piracy, universal jurisdiction
Auteurs Louis Sicking
SamenvattingAuteursinformatie

    Piracy holds a special place within the field of international law because of the universal jurisdiction that applies. This article reconsiders the role of piracy in the development of universal jurisdiction. While usually a connection is established between Cicero’s ‘enemy of all’ and modern conceptions of pirates, it is argued that ‘enemy of the human species’ or ‘enemy of humanity’ is a medieval creation, used by Bartolus, which must be understood in the wake of the Renaissance of the twelfth century and the increased interest for the study of Roman Law. The criminalization of the pirate in the late Middle Ages must be understood not only as a consequence of royal power claiming a monopoly of violence at sea. Both the Italian city-states and the Hanse may have preceded royal power in criminalizing pirates. All the while, political motives in doing so were never absent.


Louis Sicking
Louis Sicking is Aemilius Papinianus Professor of History of Public International Law at Vrije Universiteit Amsterdam and lecturer in medieval and early modern history at Universiteit Leiden.

Dr. Andreas Hofmann
Andreas Hofmann is a post-doctoral researcher at Freie Universität Berlin. He has held previous positions as lecturer at the University of Cologne and post-doctoral fellow at the Centre for European Research (CERGU), University of Gothenburg.
Article

Access_open Fostering Worker Cooperatives with Blockchain Technology: Lessons from the Colony Project

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2018
Trefwoorden blockchain, collaborative economy, cooperative governance, decentralised governance, worker cooperatives
Auteurs Morshed Mannan
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years, there has been growing policy support for expanding worker ownership of businesses in the European Union. Debates on stimulating worker ownership are a regular feature of discussions on the collaborative economy and the future of work, given anxieties regarding the reconfiguration of the nature of work and the decline of standardised employment contracts. Yet, worker ownership, in the form of labour-managed firms such as worker cooperatives, remains marginal. This article explains the appeal of worker cooperatives and examines the reasons why they continue to be relatively scarce. Taking its cue from Henry Hansmann’s hypothesis that organisational innovations can make worker ownership of firms viable in previously untenable circumstances, this article explores how organisational innovations, such as those embodied in the capital and governance structure of Decentralised (Autonomous) Organisations (D(A)Os), can potentially facilitate the growth of LMFs. It does so by undertaking a case study of a blockchain project, Colony, which seeks to create decentralised, self-organising companies where decision-making power derives from high-quality work. For worker cooperatives, seeking to connect globally dispersed workers through an online workplace, Colony’s proposed capital and governance structure, based on technological and game theoretic insight may offer useful lessons. Drawing from this pre-figurative structure, self-imposed institutional rules may be deployed by worker cooperatives in their by-laws to avoid some of the main pitfalls associated with labour management and thereby, potentially, vitalise the formation of the cooperative form.


Morshed Mannan
Morshed Mannan, LLM (Adv.), PhD Candidate, Company Law Department, Institute of Private Law, Universiteit Leiden.
Artikel

Een inkijk in het leiderschap van Cannabis Social Clubs in België: criminelen, activisten, modelburgers?

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Cannabis, Cannabis Social Club, Leadership, Cannabis movement, Stigma
Auteurs Dr. Mafalda Pardal
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, Cannabis Social Clubs (CSCs) are understood as being social movement organizations advocating for the legalization of a closed, cooperative and non-profit model for cannabis supply among adult users. Drawing on qualitative data collected in Belgium, this paper analyses how one becomes a leader of a CSC as well as the functional role assumed by those individuals. It further unveils how Belgian CSC leaders’ engagement in those organizations and in the wider cannabis movement is perceived. We identify and discuss the techniques employed by those key activists to manage cannabis-related stigma drawing on a framework developed by Lindblom and Jacobsson’s (2014). While CSCs might contribute to normalizing cannabis use and supply, our analysis suggests that CSC leaders face some degree of stigmatization, shifting between conformist and confrontational techniques to manage the perceived cannabis-related stigma. Building on the case of Belgian CSC leaders, this paper makes a contribution to the understanding of an under-researched movement, and the role of the leaders within it, expanding also the application of Lindblom and Jacobsson’s (2014) framework to a novel area of activism.


Dr. Mafalda Pardal
Mafalda Pardal Postdoctorale onderzoeker BOF, Universiteit Gent mafalda.pardal@ugent.be
Artikel

Moral entrepreneurs in de 21ste eeuw

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Moral entrepreneurs, Becker, Discourse, Crusading reformer, Symbolic interactionism
Auteurs Dr. Olga Petintseva en Prof. Tom Decorte
SamenvattingAuteursinformatie

    In the introductory article of this special issue on ‘moral entrepreneurs’ in the 21st century, we situate different notions of moral entrepreneurship. Particularly foregrounding Howard Becker’s definition, we discuss its origins and use in subsequent research. The question that we’ve put forward in the ‘call for papers’ for this special issue is to what extent the notion is relevant in contemporary research and who is considered as ‘moral entrepreneur’. The research papers discuss ‘entrepreneurial’ practices of university ethic commissions, medical professionals, police officers and the leaders of cannabis social clubs. We conclude that the underlying rationales and discourses of moral entrepreneurs that the authors identify, reflect contemporary neoliberal ideals.


Dr. Olga Petintseva
Olga Petintseva Postdoctorale onderzoeker FWO Vlaanderen, Universiteit Gent – Vrije Universiteit Brussel olga.petintseva@ugent.be

Prof. Tom Decorte
Tom Decorte Professor criminologie, Universiteit Gent tom.decorte@ugent.be
Toont 1 - 20 van 329 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 16 17
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.