Zoekresultaat: 114 artikelen

x
Article

Access_open Autonomy in old age

Tijdschrift Family & Law, mei 2019
Auteurs prof. dr. Tineke Abma en dr. Elena Bendien
SamenvattingAuteursinformatie

    Background: In many European countries caring responsibilities are being reallocated to the older people themselves to keep the welfare state affordable. This policy is often legitimized with reference to the ethical principle of autonomy. Older people are expected to be autonomous, have freedom to make their own decisions, and be self-reliant and self-sufficient as long as possible.
    Aim: The purpose of this article is to explore whether and how older people can remain autonomous in order to continue living their lives in accordance with their own values in the context of declining professional caring facilities and shrinking social networks, and which concepts of autonomy can guide professionals and other involved parties in facilitating the choices of older people.
    Method: An empirical-ethical approach is used to interpret the moral values enacted in the caring practice for older people. Two cases are presented. One is the narrative of a woman who lives by herself; she has been hospitalized after a fall and hip fracture, but does not want to be operatied. The second is the narrative of man living in a residential home; he wants to be actively involved, doing good deeds like he always did as a Scout. The cases are evaluated with the help of two concepts of autonomy: autonomy as self-determination and relational autonomy.
    Results: In both cases the enactment of autonomy remains problematic. In the case of the woman there was not enough care at home to live up to her own values. After she was admitted to a hospital her wish not to be operated was questioned but ultimately honoured due to compassionate interference by close relatives and her oncologist. In the second case there was not enough space for the man to lead his life in the way he always had; his plans for improving the social environment in the care home were torpedoed by management and ultimately the man decided to step back.
    Conclusion: In order to do justice to the complexity of each empirical case that involves autonomy of an older person more than one concept of autonomy needs to be applied. Relying on self-determination or relational autonomy exclusively will give professionals and all involved parties a restricted view on the situation, where the wishes of older people are at stake. In both cases autonomy was overruled by system procedures and stereotypical ideas about old people as being weak and not able to make their own decisions. Both cases show, however, that older people - even if they are physically and mentally frail - long to remain morally responsible for the direction their lives are taking, in accordance with their own values. They communicate their wish to determine their own future and at the same time they are interdependent on others to realize their (relational) autonomy and require support in their attempt to maintain their identity. This conclusion has implications for the normative behaviour of the professionals who are involved in care and treatment of older people.
    ---
    Achtergrond: In veel landen wordt de verantwoordelijkheid voor de zorg voor ouderen naar de ouderen zelf verplaatst, dit teneinde de welvaartstaat betaalbaar te houden. Dit beleid wordt veelal gelegitimeerd met referentie naar het ethische principe van autonomie. Oudere mensen worden geacht autonoom te zijn, vrij te zijn om hun eigen beslissingen te nemen, en om zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven.
    Doel: Het doel van dit artikel is om te onderzoeken of en hoe oudere mensen autonoom kunnen blijven teneinde hun leven in overeenstemming met hun eigen waarden te kunnen voortzetten in de context van teruglopende professionele zorgactiviteiten en krimpende sociale netwerken, en welke concepten van autonomie zorgprofessionals en andere betrokken partijen kunnen helpen bij het faciliteren van de keuzes door ouderen.
    Methode: Een empirisch-ethische benadering wordt gebuikt om de morele waarden in de zorgpraktijk voor ouderen te interpreteren. Twee casussen worden gepresenteerd. De eerste is het verhaal van een vrouw die op zichzelf woont. Ze is na een val waarbij haar heup is gebroken, in een ziekenhuis opgenomen, maar ze wil niet geopereerd worden. De tweede is het verhaal van een man die in een verzorgingshuis woont. Hij wil actief betrokken worden en goede dingen doen zoals hij die altijd heeft gedaan toen hij padvinder was. Beide verhalen worden met behulp van twee concepten van autonomie geëvalueerd: autonomie als zelfbeschikking en relationele autonomie.
    Resultaat: In beide casussen blijft de verwezenlijking van autonomie problematisch. In het geval van de vrouw was er thuis onvoldoende zorg om volgens haar waarden te kunnen leven. Toen zij in het ziekenhuis was opgenomen werd haar wens om niet te worden geopereerd tegen gehouden, maar uiteindelijk ingewilligd als gevolg van bemoeienis uit hoofde van barmhartigheid door directe verwanten en haar oncoloog. In het tweede geval was er voor de man onvoldoende ruimte om zijn leven te leiden op de manier zoals hij dat altijd had gedaan. Zijn plannen om de sociale omgeving in het verzorgingshuis te verbeteren werden door het management getorpedeerd en uiteindelijk heeft hij zich ervan teruggetrokken.
    Conclusie: Teneinde recht te doen aan de complexiteit van beide casussen die betrekking hebben op de autonomie van een oudere, dient meer dan één concept voor autonomie te worden ingezet. Het vertrouwen in zelfbeschikking of relationele autonomie alleen zal aan de professionals en alle andere betrokken partijen een beperkt zicht geven van de situatie wanneer het de wensen van ouderen betreft. In beide gevallen werd de autonomie ter zijde geschoven door protocollen en stereotypische ideeën over ouderen als kwetsbare personen die niet in staat zouden zijn om zelf hun beslissingen te nemen. Echter tonen beide voorbeelden aan dat ouderen, zelfs als ze fysiek en mentaal kwetsbaar zijn, de wens hebben om moreel verantwoordelijk te blijven voor de richting die hun leven zal nemen, in overeenstemming met hun eigen waarden. Zij geven de wens aan om hun eigen toekomst te bepalen en tegelijkertijd zijn ze onderling afhankelijk van anderen om hun (relationele) autonomie te verwezenlijken, én hebben ze behoefte aan steun bij hun poging om hun identiteit te behouden. Deze conclusie heeft gevolgen voor het normatieve handelen van professionals die bij de zorg en behandeling van ouderen betrokken zijn.


prof. dr. Tineke Abma
Professor dr. Tineke A. Abma is a full professor of Participation and Diversity at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

dr. Elena Bendien
Dr. Elena Bendien is a social gerontologist and a senior researcher at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

    The Supreme Court has ruled that a baker’s refusal to provide a cake with a slogan supporting gay marriage was not sexual orientation discrimination, nor discrimination on grounds of political belief. The Northern Ireland bakery was owned by Christians who had religious objections to gay marriage (they thought Christian doctrine holds that marriage can only take place between a man and a woman). Gay marriage is not legal in Northern Ireland, although it is in the rest of the United Kingdom. Gay couples can enter into a ‘civil partnership’ in Northern Ireland, which formalises the relationship and provides it with legal recognition in a similar way to marriage.


Soren Kristophersen
Soren Kristophersen is a Legal Assistant at Lewis Silkin LLP.

    The Employment Appeal Tribunal (EAT) has clarified the grounds on which bad faith can be alleged in a victimisation claim under the Equality Act 2010 (‘EqA’). The EAT held that although motive in alleging victimisation could be relevant, the primary question is whether the employee acted honestly in giving the evidence or information, or in making the allegation. The concept of ‘bad faith’ is thus different in victimisation claims than whistleblowing claims.


Soyoung Lee
Soyoung Lee is an Associate at Lewis Silkin LLP.
Vrij verkeer

Een overwinning voor vrijverkeersrechten van regenboogfamilies in Europa: het langverwachte Coman-arrest

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden vrij verkeer van Unieburgers, artikel 21 VWEU, koppels van hetzelfde geslacht, Burgerschapsrichtlijn 2004/38/EG, recht op familieleven (art. 7 Handvest)
Auteurs H.H.C. Kroeze LL.M. en B. Safradin LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In Coman heeft het Hof van Justitie voor het eerst uitspraak gedaan over het recht op gezinshereniging van een EU-burger met zijn partner van hetzelfde geslacht op basis van de Burgerschapsrichtlijn (Richtlijn 2004/38/EG). De vraag van de verwijzende Roemeense rechter heeft betrekking op de kwestie of een derdelander die gehuwd is met een EU-burger van hetzelfde geslacht als ‘echtgenoot’ van een Unieburger in de zin van het EU-recht aangemerkt kan en moet worden. Het Hof van Justitie beantwoordt die vraag bevestigend. Het arrest Coman is een overwinning voor de LHBTI-gemeenschap, omdat het Hof van Justitie met dit arrest lidstaten verplicht de burgerlijke staat van getrouwde homoseksuele koppels te erkennen voor wat betreft de uitoefening van de vrijverkeersrechten. Deze annotatie bespreekt zowel de implicaties als de beperkingen van het arrest. Het is bijvoorbeeld nog onduidelijk hoe ver de gelijke behandeling van koppels van hetzelfde geslacht strekt en of zij via het EU-recht ook toegang kunnen krijgen tot andere rechten die aan het huwelijk gekoppeld zijn, zoals socialezekerheidsrechten. Daarnaast legt het arrest de kwestie van omgekeerde discriminatie opnieuw bloot.
    HvJ 5 juni 2018, zaak C-676/16, Relu Adrian Coman e.a./Inspectoratul General pentru Imigrari, Ministerul Afacerilor Interne, ECLI:EU:C:2018:385.


H.H.C. Kroeze LL.M.
H.H.C. (Hester) Kroeze LL.M. is promovenda in het Europees recht aan de Universiteit van Gent.

B. Safradin LL.M.
B. (Barbara) Safradin LL.M. is junior onderzoeker verbonden aan het ETHOS-project en docente Europees recht aan de Universiteit van Utrecht.
Pending cases

Case C-274/18, Gender discrimination, Fixed-term work

Minoo Schuch-Ghannadan – v – Medizinische Universität Wien, reference lodged by the Arbeits- und Sozialgericht Wien (Austria) on 23 April 2018

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2018
Pending cases

Case C-404/18, Gender discrimination

Jamina Hakelbracht, Tine Vandenbon, Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen – v – WTG Retail BVBA, reference lodged by the Arbeidsrechtbank Antwerpen (Belgium) on 19 June 2018

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2018

    A provision of Dutch law, according to which employees who lose their jobs upon retirement are excluded from the right to statutory severance compensation, is not in breach of the Framework Directive.


Peter C. Vas Nunes
Peter Vas Nunes is Of Counsel at BarentsKrans N.V., The Hague, the Netherlands.
Artikel

Islamitische scholen en indoctrinatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden islamitische scholen, indoctrinatie, Onderwijsvrijheid
Auteurs prof. dr. Michael S. Merry en dr. Marcel Maussen
SamenvattingAuteursinformatie

    Islamic schools are often criticized for indoctrinating children, which would violate the goals of education in a democratic society. This article explores whether, as a matter of principle, parents could legitimately choose to send their child to a school where he or she will be indoctrinated, for example because they believe that at a religious schools the opportunities for a child to be stigmatized are smaller. Besides, the article investigates whether it is plausible that children in Islamic school in the Netherlands are indeed being indoctrinated.


prof. dr. Michael S. Merry
Prof. dr. M.S. Merry is hoogleraar Opvoedkunde, in het bijzonder Grondslagen en Geschiedenis van de Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam.

dr. Marcel Maussen
Dr. M.J.M. Maussen is universitair hoofddocent bij de afdeling Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Article

Access_open Right to Access Information as a Collective-Based Approach to the GDPR’s Right to Explanation in European Law

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2018
Trefwoorden automated decision-making, right to access information, right to explanation, prohibition on discrimination, public information
Auteurs Joanna Mazur
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents a perspective which focuses on the right to access information as a mean to ensure a non-discriminatory character of algorithms by providing an alternative to the right to explanation implemented in the General Data Protection Regulation (GDPR). I adopt the evidence-based assumption that automated decision-making technologies have an inherent discriminatory potential. The example of a regulatory means which to a certain extent addresses this problem is the approach based on privacy protection in regard to the right to explanation. The Articles 13-15 and 22 of the GDPR provide individual users with certain rights referring to the automated decision-making technologies. However, the right to explanation not only may have a very limited impact, but it also focuses on individuals thus overlooking potentially discriminated groups. Because of this, the article offers an alternative approach on the basis of the right to access information. It explores the possibility of using this right as a tool to receive information on the algorithms determining automated decision-making solutions. Tracking an evolution of the interpretation of Article 10 of the Convention for the Protection of Human Right and Fundamental Freedoms in the relevant case law aims to illustrate how the right to access information may become a collective-based approach towards the right to explanation. I consider both, the potential of this approach, such as its more collective character e.g. due to the unique role played by the media and NGOs in enforcing the right to access information, as well as its limitations.


Joanna Mazur
Joanna Mazur, M.A., PhD student, Faculty of Law and Administration, Uniwersytet Warszawski.
Article

Access_open Privatising Law Enforcement in Social Networks: A Comparative Model Analysis

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2018
Trefwoorden user generated content, public and private responsibilities, intermediary liability, hate speech and fake news, protection of fundamental rights
Auteurs Katharina Kaesling
SamenvattingAuteursinformatie

    These days, it appears to be common ground that what is illegal and punishable offline must also be treated as such in online formats. However, the enforcement of laws in the field of hate speech and fake news in social networks faces a number of challenges. Public policy makers increasingly rely on the regu-lation of user generated online content through private entities, i.e. through social networks as intermediaries. With this privat-ization of law enforcement, state actors hand the delicate bal-ancing of (fundamental) rights concerned off to private entities. Different strategies complementing traditional law enforcement mechanisms in Europe will be juxtaposed and analysed with particular regard to their respective incentive structures and consequential dangers for the exercise of fundamental rights. Propositions for a recommendable model honouring both pri-vate and public responsibilities will be presented.


Katharina Kaesling
Katharina Kaesling, LL.M. Eur., is research coordinator at the Center for Advanced Study ‘Law as Culture’, University of Bonn.
Artikel

Wel of geen identiteitscontrole? Het dilemma van de ‘rule enforcer’

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Identity control, Police, Rule enforcer, Selectivity, Discretionary space
Auteurs Dra Inès Saudelli
SamenvattingAuteursinformatie

    It is common knowledge that the police in executing its duty as “rule enforcer” disposes of certain discretionary powers. Because of the heavy workload and the often ambiguous legislation, the police officer needs to decide on a selective basis when, how and towards whom he/she will act. These discretionary powers are present in proactive identity controls and already provoked strong reactions in the past. The media accused the police of over-controlling certain minority groups. With this ethnographic study into the Belgian practice of identity controls, in which we observe and interview police officers, we wish to get a better view of the way in which identity controls are executed. Although the research is still ongoing, we have already been able to establish that the decision-making process is based on a police feeling which police officers claim to have and which is formed by (a combination of) different triggers attracting their attention.


Dra Inès Saudelli
Inès Saudelli Onderzoeker criminologie, Vrije Universiteit Brussel ines.saudelli@vub.ac.be

    Two differently constituted Employment Appeal Tribunals (‘EATs’) have recently considered whether it is sex discrimination to pay men on parental leave less than women on maternity leave. In Capita, the EAT decided that it was not direct sex discrimination to fail to pay full salary to a father taking shared parental leave, in circumstances where a mother taking maternity leave during the same period would have received full pay. However in Hextall, the EAT has indicated that enhancing maternity pay but not pay for shared parental leave may give rise to an indirect sex discrimination claim by fathers.


Ludivine Gegaden
Ludivine Gegaden is a Trainee Solicitor at Lewis Silkin LLP.
Rulings

ECJ 19 September 2018, case C-41/17 (González Castro), Gender discrimination, working time

Isabel González Castro – v – Mutua Umivale, ProsegurEspaña SL, Instituto Nacional de la Seguridad Social (INSS), Spanish case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Gender discrimination, Working time
Samenvatting

    Even if a breastfeeding worker only works for part of her shift at night, the rules on the health and safety of pregnant and breastfeeding workers and those having recently given birth set out in Directive 92/85 apply, meaning that an assessment of her individual situation is necessary. If the worker brings a claim before the court, once she has provided a prima facie case of discrimination, the burden of proof switches to the employer. In other words, reversal of the burden of proof is also applicable to Article 7 (night work) of Directive 92/85/EEC.

Rulings

ECJ 19 September 2018, case C-312/17 (Bedi), Collective agreements, disability discrimination

Surjit Singh Bedi – v – Bundesrepublik Deutschland, Bundesrepublik Deutschland in Prozessstandschaft für das Vereinigte Königreich von Großbritannien und Nordirland, German case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Gender discrimination, Working time
Samenvatting

    Bridging assistance paid to a worker who loses his or her job by reason of redundancy, but ceasing once the worker becomes eligible to receive retirement benefits, is discriminatory under Directive 2000/78 if this moment comes earlier for disabled than non-disabled workers.

Artikel

U vraagt, wij draaien iets anders

Een empirische studie naar wat benadeelden zoeken en krijgen in zaken over seksueel misbruik door de rooms-katholieke kerk

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden seksueel misbruik, rooms-katholieke kerk, slachtoffers, klachtenprocedure, compensatie
Auteurs Prof. mr. G. van Dijck
SamenvattingAuteursinformatie

    De wereldwijde belangstelling die het seksueel misbruik door de rooms-katholieke kerk heeft gekregen, heeft in Nederland geresulteerd in een procedure voor slachtoffers van dit seksueel misbruik in Nederland. Deze bijdrage doet verslag van een onderzoek waarin is geanalyseerd (1) of benadeelden kregen wat zij zochten, en (2) wat daarnaast verklaarde waarom de geschilbeslechters overgingen tot het toekennen van niet-financiële compensatie zoals excuses, erkenning van het leed en erkenning van het seksueel misbruik.


Prof. mr. G. van Dijck
Prof. mr. G. van Dijck is hoogleraar Privaatrecht aan Maastricht University.
Pending cases

Case C-252/17, Gender discrimination

Moisés Vadillo González – v – Alestis Aerospace, S.L., reference lodged by the Juzgado de lo Social No 2, Cádiz (Spain) on 12 May 2017

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 2 2018
Pending cases

Case C-432/16, Gender discrimination

Carolina Minayo Luque – v – Quitxalla Stars, S.L., and Fondo de Garantía Salarial, reference lodged by the Tribunal Superior de Justicia de Cataluña (Spain) lodged on 2 August 2016

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 2 2018

    The Labour Court of Brussels ordered an employer to pay a protection indemnity to an employee following termination on the basis of reorganisation during her pregnancy because (i) the employee benefited from a specific protection against dismissal and (ii) the employer failed to prove that the dismissal of the employee was based on reasons unrelated to the pregnancy.


Gautier Busschaert
Gautier Busschaert is an attorney-at-law at Van Olmen & Wynant, Brussels.
Jurisprudentie

Hof van Justitie van de EU: leeftijdsdiscriminatie van 25-jarigen mag … of toch niet?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Leeftijdsdiscriminatie, Jeugdbeleid, Abercrombie & Fitch, Oproepcontract, Jeugdwerkgelegenheid
Auteurs Dr. mr. B.P. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 19 juli 2017 deed het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch. Een opmerkelijke uitspraak, want het Hof acht het gerechtvaardigd dat een oproepcontract automatisch eindigt louter en alleen omdat de werknemer de leeftijd van 25 jaar heeft bereikt. In voorgaande arresten waar jongeren anders werden behandeld vanwege hun leeftijd leek het Hof heel strikt te zijn en die niet te accepteren. Is de uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch het begin van een andere houding of toch niet? In deze bijdrage onderzoekt de auteur dit door de uitspraak te plaatsen in de bredere context van leeftijd als discriminatiegrond en het Europese jeugdbeleid. Tegen die achtergrond is tot op zekere hoogte begrijpelijk waarom het Hof de Italiaanse maatregel gerechtvaardigd acht. Echter, met A-G Bobek, komt de auteur tot de conclusie dat voor de essentie van de maatregel leeftijd helemaal niet nodig is als onderscheidend criterium en dat het Hof in deze uitspraak eigenlijk een scheve schaats rijdt.


Dr. mr. B.P. ter Haar
Dr. mr. B.P ter Haar is universitair docent Europees en internationaal arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden.

    In the process of adjudication and litigation, indigenous peoples are usually facing a very complex and demanding process to prove their rights to their lands and ancestral territories. Courts and tribunals usually impose a very complex and onerous burden of proof on the indigenous plaintiffs to prove their rights over their ancestral territories. To prove their rights indigenous peoples often have to develop map of their territories to prove their economic, cultural, and spiritual connections to their territories. This article reflects on the role played by the mapping of indigenous territories in supporting indigenous peoples’ land claims. It analyses the importance of mapping within the process of litigation, but also its the impact beyond the courtroom.


Jeremie Gilbert PhD
Jeremie Gilbert is professor of Human Rights Law, University of Roehampton.

Ben Begbie-Clench
Ben Begdie-Clench is a consultant working with San communities in southern Africa.
Toont 1 - 20 van 114 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.