Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 303 artikelen

x

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Article

Access_open Invisible before the law

The legal position of persons with intellectual disabilities under the Dutch Care and Compulsion Act (Wzd) in light of Article 12 of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD)

Tijdschrift Family & Law, juni 2021
Trefwoorden dicrimination, guardianship, incapacitated adults, legal (in)capacity
Auteurs F. Schuthof LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the use of involuntary treatment in the mental health care sector is governed by the Dutch Care and Compulsion Act (Wzd). This study examines the legal position of persons with intellectual disabilities under this Act. The Wzd is analyzed in light of the human rights standards of Article 12 of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD). The findings of this study show that the Wzd does not meet the standards of Article 12 in several cases. The Wzd does not recognize the legal capacity of persons with intellectual disabilities, it continues to allow for substituted decision-making and support measures are not complemented by adequate safeguards. From a theoretical point of view, an imbalance between the protection of and the respect for the autonomy of persons with intellectual disabilities can be observed. This article formulates several recommendations in order to restore this balance.
    ---
    De Nederlandse Wet zorg en dwang (Wzd) ziet toe op de rechten van mensen met een verstandelijke beperking bij onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname. Dit artikel onderzoekt de juridische positie van mensen met een verstandelijke beperking ten aanzien van deze wet. De Wzd wordt geanalyseerd in relatie tot artikel 12 van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH). De bevindingen van dit onderzoek laten zien dat de Wzd in verschillende gevallen niet voldoet aan de normen van artikel 12 VRPH. Zo wordt onder andere de handelingsbekwaamheid, ofwel ‘legal capacity’, van mensen met een verstandelijke beperking niet erkend en blijft plaatsvervangende besluitvorming mogelijk. Vanuit theoretisch oogpunt is er sprake van een disbalans tussen de bescherming van en het respect voor de autonomie van mensen met een verstandelijke beperking. Dit artikel doet daarom meerdere aanbevelingen om dit evenwicht te herstellen.


F. Schuthof LLM
Fiore Schuthof conducts research into better empowerment and protection of the elderly as a PhD student at Utrecht University (UU).
Artikel

Access_open What does it mean to be ‘illiberal’?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Liberalism, Illiberalism, Illiberal practices, Extremism, Discrimination
Auteurs Bouke de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Illiberal’ is an adjective that is commonly used by scholars. For example, they might speak of ‘illiberal cultures’, ‘illiberal groups’, ‘illiberal states’, ‘illiberal democracies’, ‘illiberal beliefs’, and ‘illiberal practices’. Yet despite its widespread usage, no in-depth discussions exist of exactly what it means for someone or something to be illiberal, or might mean. This article fills this lacuna by providing a conceptual analysis of the term ‘illiberal practices’, which I argue is basic in that other bearers of the property of being illiberal can be understood by reference to it. Specifically, I identify five ways in which a practice can be illiberal based on the different ways in which this term is employed within both scholarly and political discourses. The main value of this disaggregation lies in the fact that it helps to prevent confusions that arise when people use the adjective ‘illiberal’ in different ways, as is not uncommon.


Bouke de Vries
Bouke de Vries is a postdoctoral research fellow at Umeå University and the KU Leuven.
Redactioneel

Access_open Where Were the Law Schools?

On Legal Education as Training for Justice and the Rule of Law (Against the ‘Dark Sides of Legality’)

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2021
Auteurs Iris van Domselaar
Auteursinformatie

Iris van Domselaar
Iris van Domselaar is associate professor in legal philosophy and legal ethics at the Amsterdam Law School, University of Amsterdam.
Artikel

De effectiviteit van de medeplichtigheidshandelingen bij internationale misdrijven – de zaken Van Anraat en Kouwenhoven

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden medeplichtigheid, internationale misdrijven, internationaal strafrecht, Van Anraat, Kouwenhoven
Auteurs Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij medeplichtigheid is naar Nederlands recht vereist dat de verleende bijstand enig effect op het gronddelict heeft gehad. Deze bijdrage onderzoekt of bij internationale misdrijven, die zich kenmerken door grootschaligheid en bijzondere ernst, dit effectiviteitsvereiste een andere, meer gevaarzettende, invulling zou moeten krijgen. De zaken Van Anraat en Kouwenhoven, waarin het ging om medeplichtigheid door het leveren van (grondstoffen voor) wapens in langdurige en complexe conflicten, bieden voldoende aanknopingspunten voor zo’n invulling. De bijdrage geeft een kader op grond waarvan de rechter een subjectievere invulling van het effectiviteitsvereiste bij internationale misdrijven zou kunnen rechtvaardigen.


Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter
Prof. mr. G.K. Sluiter is hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam, hoogleraar strafrecht aan de Open Universiteit en advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers.
Rechtsbescherming

Een nieuw EU-sanctieregime tegen ernstige schendingen van de mensenrechten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden EU-sancties, mensenrechten, rechtsbescherming, implementatie
Auteurs Prof. dr. C.M.J. Ryngaert en Prof. dr. R.A. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    In december 2020 nam de Europese Unie een Global Human Rights Sanctions Regime aan. Het nieuwe sanctieregime past binnen de ambities van de EU om een bijdrage te leveren aan de wereldwijde bescherming van mensenrechten. Dit artikel bespreekt de behoefte aan dit regime, zijn reikwijdte, de geboden rechtsbescherming en de implementatie door de lidstaten. De auteurs stellen onder meer dat het juridisch onduidelijk is waarom het nodig was dit regime in te stellen. Ook vragen zij zich af of de politieke besluitvorming die ten grondslag ligt aan het regime, voldoende in staat is om rechtstatelijke waarborgen te garanderen.
    Besluit (GBVB) 2020/1999 en Verordening (EU) 2020/1998 van de Raad van 7 december 2020 (PbEU 2020, LI 410/13).


Prof. dr. C.M.J. Ryngaert
Prof. dr. C.M.J. (Cedric) Ryngaert is hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit Utrecht (RENFORCE onderzoeksprogramma).

Prof. dr. R.A. Wessel
Prof. dr. R.A. (Ramses) Wessel is hoogleraar Europees recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Op 21 april 2020 wees de Hoge Raad twee arresten over euthanasie bij dementie in de spraakmakende Koffie-zaak. De belangrijkste rechtsbronnen van de Hoge Raad waren de tekst en de parlementaire geschiedenis van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding uit 2002. De Hoge Raad heeft het Internationale Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap uit 2006 niet als rechtsbron gebruikt. Op grond van dat verdrag moet de handelingsbekwaamheid van personen met een handicap worden erkend en mag de wilsonbekwaamheid van deze personen niet worden gebruikt om hun zelfbeschikkingsrecht te beperken. Uit het commentaar van het Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap op artikel 12 van het verdrag blijkt dat deze personen zo veel mogelijk moeten worden ondersteund bij het nemen van eigen beslissingen over alle aspecten van hun leven, wat in de Koffie-zaak niet is gebeurd.


Mr. dr. N. Rozemond
Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht Vrije Universiteit Amsterdam. Auteur van Het zelfgekozen levenseinde, Leusden: ISVW Uitgevers 2021.
Artikel

Het standstillbeginsel en de uitvoering van het VN-Verdrag Handicap

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, standstillbeginsel, Participatiewet, Kieswet, mensenrechten
Auteurs Mr. drs. E. Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Veel veranderingen die met het VN-verdrag Handicap worden beoogd, komen niet van de ene op de andere dag tot stand. Dat maakt ze echter niet vrijblijvend. Het internationaalrechtelijke standstillbeginsel leert dat verdragsstaten na het aangaan van dergelijke langetermijnverplichtingen niet mogen handelen op een wijze die afbreuk doet aan die verplichtingen. Een preliminair onderzoek in de database Legal Intelligence, dat ten grondslag ligt aan deze bijdrage, suggereert dat dit beginsel zelden aan bod komt bij de regelgeving en jurisprudentie omtrent de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. Deze bijdrage laat daarnaast zien dat hier wel aanleiding toe is. Nederland heeft namelijk ten aanzien van ten minste twee verdragsverplichtingen die in deze bijdrage behandeld worden – de toegankelijkheid van het verkiezingsproces en de sociale zekerheid – wellicht tegen deze verplichtingen in gehandeld. Het aankaarten van deze lacune wordt bemoeilijkt doordat Nederland zich nog niet heeft aangesloten bij het optionele protocol bij het verdrag.


Mr. drs. E. Dijkstra
Mr. drs. E. (Erwin) Dijkstra is docent/onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Kleine kroniek van het VN-verdrag Handicap in de rechtspraak van het EHRM

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden VN-Verdrag Handicap, EHRM, EVRM, doorwerking, mensenrechten
Auteurs Mr. G.J. Pulles
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) past regelmatig het VN-verdrag Handicap toe in zaken waarin de rechten van personen met een handicap in het geding zijn. Dit artikel geeft een overzicht van de uitspraken waarin het Verdrag een rol heeft gespeeld. Het inventariseert de rechtspraak waarin het Verdrag expliciet in de rechtsoverwegingen is aangehaald. Het komt tot de conclusie dat het gebruik van het Verdrag door het EHRM enerzijds een inconsistente indruk maakt. Het is niet gemakkelijk te achterhalen waarom het in sommige zaken een duidelijke rol speelt en in veel belangrijke andere zaken niet. Anderzijds blijkt uit de onderzochte rechtspraak dat het EHRM het Verdrag in toenemende mate gebruikt voor het aanscherpen van de normatieve inhoud van het EVRM en voor het invullen van een aantal belangrijke thema’s uit het internationale recht inzake personen met een handicap.


Mr. G.J. Pulles
Mr. G.J. (Gerrit Jan) Pulles is advocaat in Amsterdam en docent aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open De ontwikkeling en implicaties van kinder- en mensenrechten op het gebied van klimaatverandering

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Klimaat, Kinderrechten/IVRK, Jeugdrecht, Mensenrechten, VN-Kinderrechtencomité
Auteurs Dr. M.J. Wewerinke-Singh, Mr. J.A.M. Stein MSc en Prof. mr. J.E. Doek
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel kinderen disproportioneel geraakt worden door klimaatverandering, is er tot op heden nog relatief weinig aandacht besteed aan de juridische kant hiervan. Dit artikel tracht bij te dragen door antwoord te geven op de vraag in hoeverre kinderen ‘klimaatrechten’ hebben op mensen- en kinderrechtelijk vlak. In dit kader worden de ontwikkelingen op het terrein van mensenrechten geschetst. Ook wordt ingegaan op de belangrijkste juridische implicaties van kinderrechten zoals neergelegd in het IVRK. Hiervoor zijn ook alle Concluding Observations uit 2019 op dit onderwerp bestudeerd. Bovendien wordt het analytisch rapport van de OHCHR over klimaat en kinderrechten besproken. Tot slot wordt ingegaan op de klimaatklacht die momenteel voorligt bij het VN-Kinderrechtencomité en de mogelijkheden van kinderen in Nederland voor de effectuering van hun rechten op dit vlak.


Dr. M.J. Wewerinke-Singh
Dr. M.J. Wewerinke-Singh is als universitair docent verbonden aan het Grotius Centre for International Legal Studies in Leiden.

Mr. J.A.M. Stein MSc
Mr. J.A.M. Stein is lid van de werkgroep Jeugd- en Gezondheidsrecht van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM). Dit artikel vloeit voort uit de door het NJCM georganiseerde seminar ‘Kinderrechten & klimaat’ gehouden in februari 2020 te Den Haag.

Prof. mr. J.E. Doek
Prof. mr. J.E. Doek is Emeritus hoogleraar familie en jeugdrecht bij de VU Amsterdam en gastmedewerker bij de afdeling jeugdrecht van de Universiteit Leiden.
General Comment

General Comment No. 19: De Overheidsbegroting en de Rechten van het Kind

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden General Comment, Overheidsbegroting, IVRK, VN-Kinderrechtencomité
Auteurs Prof. mr. dr. C.J.M. Arts
SamenvattingAuteursinformatie

    In juli 2016 publiceerde het VN-Kinderrechtencomité General Comment 19 dat een uitgebreid overzicht biedt van de consequenties van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (hierna IVRK) voor de overheidsbegroting. Na een korte inleiding van het begrip ‘beschikbare middelen’ dat een centrale rol speelt in het Kinderrechtenverdrag, biedt dit artikel een samenvattend overzicht van General Comment 19. Uit dit alles wordt snel duidelijk dat het overheidsbegrotingsproces van groot belang is voor kinderrechten, maar ook dat ervan uit kinderrechtenperspectief vele eisen aan dat proces te stellen zijn die staten voor behoorlijke uitdagingen plaatsen.


Prof. mr. dr. C.J.M. Arts
Prof. mr. dr. Karin Arts is hoogleraar internationaal recht en ontwikkeling aan het International Institute of Social Studies (ISS) te Den Haag, onderdeel van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Dismissal protection in Germany

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Statutory and judge-made dismissal protrection in germany, Dismissal protection and constitutional law, The importance of the case law, Legal principles, Payments during sickness
Auteurs dr. Bernd Waas
SamenvattingAuteursinformatie

    The article provides overview of the main elements of protection against dismissal in germany. In particular, the possible reasons for dismissal and the substantive requirements are discussed. The procedural aspects and remedies are also dealt with. Finally, it is explained, how the payment during sickness is organized.


dr. Bernd Waas
Bernd Waas is Chair of Labour Law and Civil Law under consideration of European and International Labour Law at Goethe-Universität.

    In 2014, the ECJ was presented with a preliminary reference from the District Court in Kolding on the matter of whether EU law provides protection against discrimination on grounds of obesity with regard to employment and occupation. Following the ECJ’s ruling, first the District Court and later the High Court found that an employee’s obesity as such did not constitute a disability within the meaning of Directive 2000/78/EC establishing a general framework for equal treatment in employment and occupation since his obesity had not constituted a limitation or inconvenience in the performance of his job.


Christian K. Clasen
Christian K. Clasen is a partner at Norrbom Vinding.

    According to German law, leave entitlements of an employee shall in principle expire at the end of the calendar year or a permissible carryover period. However, based on the case law of the ECJ, this shall only apply if the employer has previously enabled and summoned the employee to take leave and the employee has nevertheless not taken it. But what happens if an employee is incapacitated for work for a longer period of time and therefore is unable to take his or her annual leave? Does the employer also have to inform this employee about their leave entitlement? The Federal Labour Court (Bundesarbeitsgericht, ‘BAG’) recently had to deal with this question in two cases and now the ECJ will have to address this matter. This is because the BAG has asked the ECJ to decide whether and when an employee’s entitlement to paid leave can expire if an employee loses their ability to work during the course of the leave year, while the employee could have taken at least part of the annual leave before becoming incapacitated for work, but the employee was not properly informed by the employer about their leave entitlement.


Katharina Gorontzi
Katharina Gorontzi is an attorney-at-law at Luther Rechtsanwaltsgesellschaft mbH.

Nina Stephan
Nina Stephan is an attorney-at-law at Luther Rechtsanwaltsgesellschaft mbH.

Jule Rosauer
Jule Rosauer is a legal trainee at Luther Rechtsanwaltsgesellschaft mbH.
Case Reports

2021/9 AGET Iraklis: another belated victory for the employer (GR)

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Information & Consultation, Collective Redundancies
Auteurs Effie Mitsopoulou
SamenvattingAuteursinformatie

    The Supreme Court of Greece has clarified that the validity of terminations is not affected by the lack of consultation with the employees’ representatives, as per Directive 2002/14/EC on a general framework for informing and consulting employees. In case of non-compliance with such obligation, alternative administrative or judicial measures can be provided by the Member States. It further reiterated that the expediency and necessity of the company’s business decision to suddenly interrupt its plant operation cannot be subject to judicial control.


Effie Mitsopoulou
Effie Mitsopoulou is an attorney-at-law at Effie Mitsopoulou Law Office.
Case Law

Access_open 2021/1 EELC’s review of the year 2020

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2021
Auteurs Ruben Houweling, Daiva Petrylaitė, Marianne Hrdlicka e.a.
Samenvatting

    Various of our academic board analysed employment law cases from last year. However, first, we start with some general remarks.


Ruben Houweling

Daiva Petrylaitė

Marianne Hrdlicka

Attila Kun

Luca Calcaterra

Francesca Maffei

Jean-Philippe Lhernould

Niklas Bruun

Jan-Pieter Vos

Luca Ratti

Andrej Poruban

Anthony Kerr

Filip Dorssemont

    The Bulgarian Supreme Administrative Court has ruled that an employee’s right to a guaranteed payment from the Guaranteed Receivables Fund arises only after a court decision for opening of bankruptcy proceedings has been issued and the decision has been published in the Commercial Register with the Registry Agency of the Republic of Bulgaria. Therefore, if this condition is not met, the employee is not entitled to such payment even if the employer is de facto insolvent.


Kalina Tchakarova
Kalina Tchakarova is a partner at Djingov, Gouginski, Kyutchukov and Velichkov.
Article

Access_open Big Data Ethics: A Life Cycle Perspective

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2021
Trefwoorden big data, big data analysis, data life cycle, ethics, AI
Auteurs Simon Vydra, Andrei Poama, Sarah Giest e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The adoption of big data analysis in the legal domain is a recent but growing trend that highlights ethical concerns not just with big data analysis, as such, but also with its deployment in the legal domain. This article systematically analyses five big data use cases from the legal domain utilising a pluralistic and pragmatic mode of ethical reasoning. In each case we analyse what happens with data from its creation to its eventual archival or deletion, for which we utilise the concept of ‘data life cycle’. Despite the exploratory nature of this article and some limitations of our approach, the systematic summary we deliver depicts the five cases in detail, reinforces the idea that ethically significant issues exist across the entire big data life cycle, and facilitates understanding of how various ethical considerations interact with one another throughout the big data life cycle. Furthermore, owing to its pragmatic and pluralist nature, the approach is potentially useful for practitioners aiming to interrogate big data use cases.


Simon Vydra
Simon Vydra is a Researcher at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Andrei Poama
Andrei Poama is Assistant Professor at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Sarah Giest
Sarah Giest is Assistant Professor at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Alex Ingrams
Alex Ingrams is Assistant Professor at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Bram Klievink
Bram Klievink is Professor of Digitization and Public Policy at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.
Artikel

‘Zittingzaal van den Kinderrechter’

Pionierswerk in het jeugdstrafrecht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden juvenile judge, court room, childfriendly justice, youth detention, police station
Auteurs Mr. Coosje Peterse
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1932 the court room of the Juvenile Judge in Amsterdam was redesigned and this work was marked as 'spadework'. In 2021 in a joined project of law student and art students ‘Design of Justice’ a concept for a court room of the future is developed. Again 'spadework'? In this article the author reflects on this and other current developments in the field child-friendly justice in criminal youth cases.


Mr. Coosje Peterse
Mr. Coosje Peterse is (jeugdrecht)advocaat bij Hof-Recht Advocaten in Den Haag, bestuurslid van de Nederlandse Vereniging Jeugdrechtadvocaten (VNJA), rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Rotterdam en lid van de redactie van PROCES.

    La présente contribution vise à analyser les développements jurisprudentiels de la Commission européenne des droits de l’homme et de la Cour européenne des droits de l’homme en matière d’interruption de grossesse. Nous formulons une réponse à la question suivante: vu de l’évolution de la jurisprudence, quelles conclusions pouvons-nous tirer sur la position actuelle de la Cour européenne des droits de l’homme sur la question du droit et de l’accès à l’avortement? À travers une analyse des décisions et arrêts rendus par la Commission et la Cour, nous étudions la façon dont les différents intérêts et droits s’articulent, à savoir ceux de la femme enceinte, du père potentiel, de l’enfant à naître et de la société. Au terme de cette étude, nous déterminons la marge d’appréciation dont jouissent les états membres en la matière, ainsi que la manière dont la Cour réalise une balance des différents intérêts en présence.

    ---
    This contribution aims to analyze the case-law developments of the European Commission of Human Rights and the European Court of Human Rights in matters of termination of pregnancy. We formulate an answer to the following question: regarding the case-law developments, what can we conclude on the European Court of Human Rights’ current position on the right and access to abortion? Through an analysis of the Commission and the Court’s decisions and judgments, we study how the different interests and rights are articulated, namely those of the pregnant woman, the potential father, the unborn child, and the society. At the end of this study, we determine the member states’ margin of appreciation regarding abortion and how the Court finds a balance between the various concerned interests.


A. Cassiers
Aurélie Cassiers est assistante - doctorante à l'UHasselt. L’auteure souhaite remercier la relecture attentive et les remarques pertinentes de sa promotrice et sa co-promotrice, prof. dr. Charlotte Declerck (UHasselt) et prof. dr. Géraldine Mathieu (UNamur).
Toont 1 - 20 van 303 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 15 16
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.