Zoekresultaat: 125 artikelen

x
Artikel

De aanvang van de korte verjaringstermijn bij beroepsaansprakelijkheidsvorderingen na het arrest van de Hoge Raad van 9 oktober 2020

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden beroepsfout, bekendheid, art. 3:310 BW, schadevergoeding
Auteurs Mr. M. de Haan en Mr. E.A.L. van Emden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 oktober 2020 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over het moment waarop de verjaringstermijn van de beroepsaansprakelijkheidsvordering van de (voormalig) cliënt op zijn adviseur een aanvang neemt. In dit artikel wordt het arrest bekeken in de context van eerdere rechtspraak over dit onderwerp en wordt onderzocht hoe de door de Hoge Raad gegeven norm in de praktijk kan uitwerken.


Mr. M. de Haan
Mr. M. de Haan is advocaat bij NN Advocaten (Nationale-Nederlanden) te Den Haag.

Mr. E.A.L. van Emden
Mr. E.A.L. van Emden is advocaat bij NN Advocaten (Nationale-Nederlanden) te Den Haag en buitenpromovendus aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.

Evelyne Groot
Mr. E.F. Groot is universitair docent Burgerlijk procesrecht & Insolventieprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2020

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2021
Auteurs Robert Hendrikse, Floris-Jan Werners, Justin Interfurth e.a.

Robert Hendrikse

Floris-Jan Werners

Justin Interfurth

Bas van Zelst
Artikel

Access_open Op de kast en weer terug, maar niet in de la

Raad van State en kabinet over de keuze tussen de twee bestraffende stelsels in het publiekrechtelijke sanctierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden advies Raad van State, bestuurlijke boete, verhouding strafrecht-bestuursrecht, rechtsbescherming
Auteurs Mr. dr. A.R. Hartmann en Mr. dr. O.J.D.M.L. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Meer dan vijf jaar geleden verscheen het kritische advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over de rechtsbescherming bij bestuurlijke boetes. In deze bijdrage wordt allereerst in grote lijnen de ontwikkeling van boetebevoegdheden en wetgeving geschetst. Vervolgens wordt het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State besproken Ten slotte wordt een aantal wetswijzigingen besproken die naar het oordeel van de auteurs noodzakelijk zijn.


Mr. dr. A.R. Hartmann
Mr. dr. A.R. Hartmann is senior raadsheer bij de sector Strafrecht in het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en voormalig bijzonder hoogleraar Bestuursstrafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. dr. O.J.D.M.L. Jansen
Mr. dr. O.J.D.M.L. Jansen is advocaat bestuursrecht bij van Ardenne & Crince le Roy Advocaten, voormalig bijzonder hoogleraar Europees bestuursrecht en openbaar bestuur aan de Universiteit Maastricht, guest senior lecturer Comparative and Global Administrative Law aan de Tilburg University en international visiting scholar aan de American University, Washington D.C. College of Law (AUWCL).

Ruth de Bock
Mr. dr. R.H. de Bock is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en deeltijdhoogleraar Civiele rechtspleging aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open De berechting binnen een redelijke termijn

Een empirisch onderzoek naar doorlooptijden in handelszaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2020
Trefwoorden redelijke termijn, doorlooptijden
Auteurs Remme Verkerk, Frans van Dijk en Dewy Pistora
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel betreft een empirisch onderzoek naar de doorlooptijden in civiele zaken. Het gaat in op de categorie van zaken die te kampen hebben met de langste doorlooptijden: handelszaken met een belang van boven de € 1 miljoen. Van honderd van dergelijke zaken zijn de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep nader bestudeerd en is het procesverloop in kaart gebracht. Het onderzoek maakt inzichtelijk welke tijd is gemoeid met de afzonderlijke stappen in de procedure.


Remme Verkerk
Mr. dr. R.R. Verkerk is werkzaam als cassatieadvocaat bij Houthoff en als hoofddocent burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Utrecht.

Frans van Dijk
Dr. F. van Dijk is werkzaam als hoogleraar empirische analyse van rechtssystemen aan de Universiteit Utrecht. Hij is tevens verbonden aan de Raad voor de rechtspraak.

Dewy Pistora
D. Pistora is onderzoeksassistent aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Advocaten die vragen, worden door de rechter-commissaris overgeslagen

Over wie een getuige à decharge het eerst mag verhoren

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden getuigen, ondervragen, rechter-commissaris, advocaat, volgorde vragen
Auteurs Mr. R. (Rick) van Leusden en Mr. B.J. (Ben) Polman
SamenvattingAuteursinformatie

    Ter terechtzitting is de regel dat een toegewezen getuige die door de verdediging, à decharge, is opgeroepen en niet eerder is gehoord, door de verdediging wordt ondervraagd. Dat betekent dat zij ter terechtzitting met voorrang boven de andere procespartijen begint ‘haar’ getuige te ondervragen, zij de volgorde van de vragen bepaalt en ook vrij is te kiezen om vragen niet te stellen. Die regel zou ook moeten gelden voor getuigenverhoren bij de rechter-commissaris en wettelijk moeten worden verankerd. In de praktijk vist de verdediging in laatstgenoemde verhoren namelijk nog te vaak achter het net. Advocaten die vragen, worden door de rechter-commissaris overgeslagen.


Mr. R. (Rick) van Leusden
Mr. R. van Leusden is als advocaat werkzaam bij Cleerdin en Hamer Advocaten te Amsterdam.

Mr. B.J. (Ben) Polman
Mr. B.J. Polman is als advocaat werkzaam bij Cleerdin en Hamer Advocaten te Amsterdam.

    Het Burgerlijke Procesrecht heeft zowel in Duitsland alsook in Nederland in de afgelopen decennia belangrijke wijzigingen ondergaan. Op een aantal punten kan een benadering worden vastgesteld. Maar er blijven ook kenmerkende verschillen. Deze bijdrage levert een korte schets van de Duitse civiele procedure in eerste aanleg en geeft daarbij ook aan waar met de Nederlandse procedure overeenkomsten zijn en waar nog steeds verschillen bestaan.


Eckhard Mehring
Mr. E.W. Mehring is Rechtsanwalt en advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten te Den Haag.
Artikel

Hetzelfde ≠ gelijk

Aandachtspunten bij elektronische zittingen: een arbitragerechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Auteurs Bas van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse arbitragerecht geeft een scheidsgerecht de discretionaire bevoegdheid om te beslissen dat een hoorzitting ‘langs elektronische weg’ wordt gevoerd. Deze bijdrage beoordeelt het idee dat deze bevoegdheid van verplichte aard is. De bevoegdheid van arbiters om voor een elektronische hoorzitting te kiezen, is volgens haar beperkt door de fundamentele beginselen van het procesrecht, met name het gelijkheidsbeginsel. Het artikel somt relevante overwegingen op bij de keuze voor een elektronische hoorzitting in arbitrageprocedures met Nederlandse zetel en is van mening dat dergelijke overwegingen, gezien hun fundamentele karakter, ook van toepassing kunnen zijn in procedures voor de Nederlandse nationale rechtbanken.


Bas van Zelst
Prof. mr. B. van Zelst is advocaat bij Van Doorne en hoogleraar Dispute Resolution and Arbitration aan Maastricht University.
Artikel

Zestien jaar OZ/Roozen: een rustig bezit?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden bewijsaanbod, getuigenbewijs, OZ/Roozen
Auteurs Thijs van Aerde
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in het standaardarrest OZ/Roozen van 9 juli 2004 een maatstaf geformuleerd voor het beoordelen van de vraag of een procespartij tot getuigenbewijs moet worden toegelaten. De auteur onderzoekt de rechtsontwikkeling van nadien en gaat ook in op de voorgenomen modernisering van het bewijsrecht.


Thijs van Aerde
Mr. A.M. van Aerde is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Artikel

Een inhoudelijk kompas voor een uit koers geraakte voorlopigehechtenispraktijk

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden voorlopige hechtenis, onschuldpresumptie, ultimum remedium, theoretische grondslagen
Auteurs Mr. N. Hajjari
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel zal een inhoudelijk en operationeel normatief kader worden geformuleerd voor de toepassing van voorlopige hechtenis, waarbij de focus ligt op het zo veel mogelijk reduceren van het percentage onschuldigen dat aan het vrijheidsbenemende dwangmiddel wordt blootgesteld. Doel van de bijdrage is het inspireren van de wetgever om het moderniseringsproject te baat te nemen om de voorlopigehechtenisregeling grondig(er) te hervormen.


Mr. N. Hajjari
Mr. N. (Nordin) Hajjari is recent afgestudeerd in het strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Klaas Aantjes
Klaas Aantjes is cassatieadvocaat bij AantjesZevenberg Advocaten te Rijswijk.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM of Hof) heeft in de periode september 2018 tot en met augustus 2019 weer diverse uitspraken gedaan over gezondheidsrechtelijke vraagstukken. Naast uitspraken over de uitleg van ‘bekende’ rechten, zoals het recht op leven, het recht op toegang tot adequate zorg en de procedurele overheidsverplichtingen, waren er verschillende ‘nieuwe’ onderwerpen waarover het Hof zich moest buigen, waaronder de verplichting om een urinetest te ondergaan, de toegang tot een externe deskundige, het recht om te huwen van een onder curatele gestelde persoon en de rechten van naasten en nabestaanden. Het geheel geeft een beeld van de diverse tegen verdragsstaten ingediende klachten.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

De brandstichtende erfgenaam moet op de blaren zitten

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden onwaardigheid, artikel 4:3 lid 1 sub b BW, Misdrijf, opzet tegen de erflater
Auteurs Mr. M. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    X sticht brand in de woning van erflater en wordt daarvoor onherroepelijk strafrechtelijk veroordeeld. Volgens X heeft dit niet tot gevolg dat hij onwaardig is om van erflater te erven. Hij stelt dat geen sprake is van een opzettelijk tegen de erflater gepleegd misdrijf als bedoeld in artikel 4:3 lid 1 sub b BW. Verder doet X een beroep op ondubbelzinnige vergeving en kaart hij zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid aan. De rechtbank volgt X niet in zijn betoog en acht hem onwaardig. In deze bijdrage wordt deze uitspraak besproken waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan het onderscheid dat volgens de rechtbank moet worden gemaakt tussen een met opzet gepleegd misdrijf en een met opzet tegen de erflater gepleegd misdrijf. De auteur concludeert dat het opzet enkel betrekking heeft op het strafbare feit. Het vereiste dat het misdrijf tegen de erflater moet zijn gepleegd, is aan het opzet onttrokken.


Mr. M. de Vries
Mw. mr. M. de Vries is jurist erfrecht en buitenpromovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen
Artikel

Access_open Fenomenologie van het proces van bewijzen in strafzaken

Over de noodzaak van het vooroordeel

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Auteurs Thomas Jacobus de Jong
Samenvatting

    In deze bijdrage staat de activiteit van bewijzen in strafzaken centraal. Betoogd wordt dat de vigerende rationalistische opvatting van strafrechtelijk bewijzen eraan voorbij gaat dat het bewijzen zich allereerst voltrekt op een vóór-reflectief niveau. Het primaire blikveld van de mens is namelijk niet het objectiverende kennen, zoals in de rationele bewijstheorieën wordt voorondersteld, maar de praktische relatie tot de wereld. In dit kader wordt eerst de filosofische achtergrond van de rationalistische bewijsopvatting in kaart gebracht, in het bijzonder de invloed van Aristoteles en Descartes. Vervolgens worden de daaruit voortkomende bevindingen aan de hand van ideeën en inzichten die zijn ontleend aan de existentiële fenomenologie kritisch gewaardeerd. Dit leidt tot de uiteenzetting van een hermeneutische opvatting van strafrechtelijk bewijzen.


Thomas Jacobus de Jong
Artikel

Access_open Schadeveroorzakende toestanden

Wanneer begint de lange verjaringstermijn van twintig jaar te lopen bij een vordering op grond van art. 6:174 BW?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden verjaring, rechtsvordering, aansprakelijkheid, schade, art. 3:310 BW
Auteurs Mr. B.T. Berends en Mr. P.W. den Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Zandvoortse muur oordeelt de Hoge Raad dat de objectieve verjaringstermijn in het geval van een schadeveroorzakende gebeurtenis met een voortdurend karakter begint te lopen zodra deze gebeurtenis is opgehouden te bestaan. Dat is een nuancering van zijn rechtspraak, waarvan de reikwijdte volgens de auteurs echter beperkt lijkt.


Mr. B.T. Berends
Mr. B.T. Berends is advocaat bij Stibbe in Amsterdam.

Mr. P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is advocaat bij Stibbe in Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Neurogeheugendetectietests in de Nederlandse strafrechtspleging: hoop of huiver?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2019
Trefwoorden neurogeheugendetectie, Opsporingsmethode, Zwijgrecht, Neurotests, brain-imaging, neurolaw, concealed information
Auteurs Mr. Naomi van Burgsteden
SamenvattingAuteursinformatie

    Neuroscience teaches us that we can obtain information about the brain by the use of neuro tests. An example of a neuro test is the concealed information test (CIT). This test examines whether a suspect recognizes specific details of a criminal offence. Afterwards experts can conclude whether the suspect has knowledge of a criminal offence, which only a perpetrator can know. This way a CIT contributes by the detection and adjudication of criminal offences. In recent decades, the interest in neuro tests such as the CIT has increased, also at the Ministry of Justice and Security. Based on the existing literature, both advantages and disadvantages of the CIT are discussed in this article.


Mr. Naomi van Burgsteden
Mr. Naomi van Burgsteden is juridisch medewerker bij Stichting Rechtswinkel Utrechtse Heuvelrug.

Pieter Frans Lock
Mr. F.J.P. Lock is senior-raadsheer in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hij is tevens als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactielid van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open Waarheidsplicht en bewijslastverdeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2019
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, waarheidsplicht, bewijslastverdeling, bewijsrecht, artikel 21 Rv
Auteurs Redouan El Gamali en Eric Tjong Tjin Tai
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de verhouding tussen de waarheidsplicht en de bewijslastverdeling aan een nader onderzoek onderworpen. Besproken zal worden de praktische uitwerking van de interactie tussen de twee leerstukken. Het wetsvoorstel vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht wordt daarbij betrokken. Geconcludeerd zal worden dat de waarheidsplicht in zeker opzicht breder is dan de bewijslastverdeling, maar zij is niet los te denken van de vraag wie het bewijsrisico draagt. Een verbeterd sanctiestelsel zou de waarheidsplicht beter doen aansluiten bij de praktijk van het civiele proces.


Redouan El Gamali
Mr. R. El Gamali is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag en afgestudeerd aan Tilburg Law School.

Eric Tjong Tjin Tai
Prof. mr. ir. T.F.E. Tjong Tjin Tai is hoogleraar privaatrecht aan Tilburg University en onderzoeker bij het Tilburg Instituut voor Privaatrecht (TIP).

Klaas Aantjes
Klaas Aantjes is cassatieadvocaat bij AantjesZevenberg Advocaten in Rijswijk.
Toont 1 - 20 van 125 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.