Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 474 artikelen

x

    Eind 2019 wees de Hoge Raad twee arresten in zaken waarin de Mr. Big-methode is ingezet om bewijsmateriaal, in de zin van een bekennende verklaring van de verdachte, te vergaren. In beide zaken is de inzet van deze methode gebaseerd op artikel 126j Sv, het stelselmatig inwinnen van informatie. Naar aanleiding van voornoemde arresten staat de auteur stil bij de verschijningsvormen van de bevoegdheid tot het stelselmatig inwinnen van informatie anno nu en de (juridische) bijzonderheden die daaraan verbonden zijn. Tevens pleit de auteur voor meer transparantie over de inzet van deze undercovermethode als een noodzakelijke voorwaarde voor een effectieve rechtmatigheids- en betrouwbaarheidstoets.


Mr. dr. S. (Sven) Brinkhoff
Mr. dr. S. Brinkhoff is als hoogleraar straf(proces)recht verbonden aan de Open Universiteit.

    Na bijna twintig jaar raadsheer in de Hoge Raad te zijn geweest is Van Schendel per 1 september 2020 met pensioen gegaan. Zijn afscheid wil NTS niet onopgemerkt voorbij laten gaan. In dit interview passeren achtereenvolgens de volgende onderwerpen de revue: civiel recht in het strafrecht, de vordering benadeelde partij, rechtsbescherming, de geen belang redenering, ambtshalve cassatie, de ‘billijke rechter’, de zichtbaarheid van de Hoge Raad in de trias politica en de levenslange gevangenisstraf.


Mr. D.J. (Douwe) Herbrink
Mr. D.J. Herbrink is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad en redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Artikel

De Euthanasiearresten van de Hoge Raad: lessen voor de toekomst

Een analyse van het strafrechtelijk en tuchtrechtelijk arrest in de zaak ‘Kastanje’

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden euthanasie, dementie, artikel 293 Sr, wilsbekwaamheid
Auteurs Mr. J.T.E. (Tim) Vis
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur analyseert de in de zaak ‘Kastanje’ gewezen arresten, waarin de Hoge Raad heeft bepaald dat euthanasie bij door voortgeschreden dementie wilsonbekwaam geworden patiënten, op grond van een schriftelijke wilsverklaring, onder voorwaarden is toegestaan. De auteur bespreekt waarom de thematiek in zowel de medische als juridische praktijk tot discussie leidde, beschrijft de bijzondere rechtsgang en het normenkader dat de Hoge Raad heeft vastgesteld en destilleert lessen voor de toekomst. Daarbij gaat hij in op de herijking van de positie van het strafrecht in de euthanasiepraktijk, de rol van het openbaar ministerie daarbij en ontwikkeling van de ‘medisch-professionele norm’.


Mr. J.T.E. (Tim) Vis
J.T.E. Vis is advocaat bij Vis & Van Reydt advocaten in Amsterdam.
Wetenschap

Het wetsvoorstel wettelijke bedenktijd beursvennootschappen onderzocht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden bedenktijd, openbaar bod, bestuurstaak, Aandeelhoudersrichtlijn, beursvennootschap
Auteurs Prof. mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2019 is het wetsvoorstel over het inroepen van een bedenktijd door het bestuur van een beursvennootschap bij de Tweede Kamer ingediend. De voorgestelde wettelijke regeling behelst dat het bestuur op basis van het voorgestelde art. 2:114b BW de mogelijkheid heeft een bedenktijd van maximaal 250 dagen in te roepen. Hiermee krijgt het bestuur de tijd voor inventarisatie en weging van de belangen van de onderneming en de stakeholders als zich bepaalde omstandigheden voordoen. Daarnaast bevat het wetsvoorstel een codificerende aanvulling van de wettelijke omschrijving van de bestuurstaak in art. 2:129 lid 1 BW. In dit artikel onderzoekt de auteur dit voorstel.


Prof. mr. H. Koster
Prof. mr. H. (Harold) Koster is verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling Ondernemingsrecht) van de Universiteit van Leiden als hoogleraar Ondernemingsrecht. Hij is tevens verbonden aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

Access_open Moet de strafrechter ook de scheidsrechter zijn van het publieke debat?

De scheiding der machten in het licht van de vrijheid van meningsuiting voor volksvertegenwoordigers

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Freedom of speech, Separation of powers, Criminal law, Hate speech, Legal certainty
Auteurs Jip Stam
SamenvattingAuteursinformatie

    This article contains a critical review of the provisions in the Dutch penal code regarding group defamation and hate speech. It is argued that not only these provisions themselves but also their application by the Dutch supreme court, constitutes a problem for the legitimacy and functioning of representative democracy. This is due to the tendency of the supreme court to employ special constraints for offensive, hateful or discriminatory speech by politicians. Because such a special constraint is not provided or even implied by the legislator, the jurisprudence of the supreme court is likely to end up in judicial overreach and therefore constitutes a potential – if not actual – breach in the separation of powers. In order to forestall these consequences, the protection of particularly political speech should be improved, primarily by a revision of the articles 137c and 137d of the Dutch penal code or the extension of parliamentary immunity.


Jip Stam
Jip Stam is onderzoeker en docent bij de afdeling Encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Leidse rechtenfaculteit.
Artikel

De rechtvaardiging van tussentijdse ontbinding

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Ontbinding, Material obligation, Anticipatory breach, Exoneratie, IT
Auteurs Mr. J.J.A. Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van ECLI:NL:GHSHE:2019:4535 (TsZ/Alert) wordt gekeken naar de rechtvaardiging van tussentijdse ontbinding op grond van schending van een material obligation en een anticipatory breach (art. 6:80 BW), en de verhouding tussen gevorderde terugbetaling en een exoneratiebeding.


Mr. J.J.A. Bokhorst
Mr. J.J.A. Bokhorst is werkzaam als advocaat bij Project Moore Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Hetzelfde ≠ gelijk

Aandachtspunten bij elektronische zittingen: een arbitragerechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Auteurs Bas van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse arbitragerecht geeft een scheidsgerecht de discretionaire bevoegdheid om te beslissen dat een hoorzitting ‘langs elektronische weg’ wordt gevoerd. Deze bijdrage beoordeelt het idee dat deze bevoegdheid van verplichte aard is. De bevoegdheid van arbiters om voor een elektronische hoorzitting te kiezen, is volgens haar beperkt door de fundamentele beginselen van het procesrecht, met name het gelijkheidsbeginsel. Het artikel somt relevante overwegingen op bij de keuze voor een elektronische hoorzitting in arbitrageprocedures met Nederlandse zetel en is van mening dat dergelijke overwegingen, gezien hun fundamentele karakter, ook van toepassing kunnen zijn in procedures voor de Nederlandse nationale rechtbanken.


Bas van Zelst
Prof. mr. B. van Zelst is advocaat bij Van Doorne en hoogleraar Dispute Resolution and Arbitration aan Maastricht University.
Artikel

Herstelrecht en gedeelde betrokkenheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden gedeelde betrokkenheid, joint intentionality, meervoudig subject, joint commitment, morele verantwoordelijkheid
Auteurs Bart Pattyn
SamenvattingAuteursinformatie

    Christopher Marshalls is convinced that restorative justice has to do with care for relational involvement. That view is intuitively convincing but not particularly clear. Recent psychological and philosophical research has recently devoted much attention to notions such as ‘collective intentionality’ (Searle, Tomasello) and ‘joint commitment’ (Gilbert). This kind of research is situated and discussed in this paper. We indicate how the restoration of mutual involvement can be reinterpreted from the perspective of this research. This exercise shows that caring for relationships should not be interpreted in a sentimental way. In law and in restorative justice, it does not have to be the intention to enter into more personal relationships with each other. Rather, it is the intention to make it possible once again to develop mutual understanding, respect and compassion from our common universal human commitment.


Bart Pattyn
Bart Pattyn (1962) is hoogleraar ethiek aan de KU Leuven. Zijn onderzoeksinteresse betreft de relatie tussen media en de maatschappelijke gedeelde betrokkenheid (Media en mentaliteit, Leuven: Lannoo Campus 2014). Recente publicatie ‘Waarom waarheid ertoe doet’ Tijdschrift voor Filosofie, 82/2020, p. 93-139. Hij engageert zich tegelijk voor interdisciplinaire dialoog binnen het overlegplatform Metaforum van de KU Leuven.
Artikel

Schadeclaims en de vrijheid van meningsuiting

Ierse toestanden in Nederland?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden artikel 10 EVRM, schadevergoeding, chilling effect, onrechtmatige publicatie, journalist
Auteurs Mr. O.G. Trojan en Mr. drs. W. Kroeze
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs onderzoeken aan de hand van de jurisprudentie hoe de toekenning van hoge schadevergoedingen wegens onrechtmatige perspublicaties zich verhoudt met de vrijheid van meningsuiting. In dat verband besteden zij aandacht aan het zogenoemde chilling effect. Ook komt aan de orde hoe de rechter omgaat met hoge schadevergoedingen in het buitenland.


Mr. O.G. Trojan
Mr. O.G. Trojan is advocaat bij Bird & Bird in Den Haag.

Mr. drs. W. Kroeze
Mr. drs. W. Kroeze is advocaat bij Bird & Bird in Den Haag.
Uit de wetgevingspraktijk

De overheidsjurist: bondgenoot en bewaker

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2020
Trefwoorden rijksoverheid, juridische functie, Raad van State, rechtsstaat, wetgeving
Auteurs Mr. Th.C. de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een lichte bewerking van een voordracht, gehouden op het lustrumsymposium van de Academie voor Overheidsjuristen op 10 september 2019, met als titel: ‘Fake lawyers? Over de rol en positie van overheidsjuristen bij het Rijk’.


Mr. Th.C. de Graaf
Mr. Th.C. (Thom) de Graaf is vicepresident van de Raad van State.
Artikel

Access_open Derdeninterventie bij collectieve arbeidsconflicten na de Wnra

Het ‘vergeten’ derde lid van artikel 6 ESH

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Normalisering, Derdeninterventie, Bemiddeling, Arbitrage, Cao-conflicten
Auteurs Mr. N. Hummel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari 2020 hebben de meeste overheidssectoren de overstap gemaakt naar het cao-stelsel. De Ambtenarenwet 2017 bevat geen wettelijke grondslag meer voor een regeling ter beslechting van collectieve arbeidsconflicten. In de ambtelijke cao’s keert de (Lokale) Advies- en Arbitragecommissie (AAC) terug in de vorm van een derdeninterventieclausule. In deze bijdrage wordt ingegaan op de rol van de AAC voor en na 1 januari 2020, mede in het licht van de wijze waarop derdeninterventie bij cao-conflicten gestalte heeft gekregen in de marktsector. Ook wordt de vraag gesteld of de wijze waarop een voorziening ter beslechting van collectieve arbeidsgeschillen is verwezenlijkt, invloed heeft op het collectief actierecht. Daarbij spreekt de auteur een sterke voorkeur uit voor (her)invoering van een wettelijke grondslag voor een geschillenregeling voor sectoren die essentiële diensten leveren, zowel in de publieke als in de private sector.


Mr. N. Hummel
Mr. N. (Nataschja) Hummel is als docent verbonden aan de Universiteit Utrecht en doet promotieonderzoek naar de bijzondere rechtspositie van de militair.
Annotatie

Concernaansprakelijkheid bij inbreuken op het EU-mededingingsrecht: Skanska in actie

Hof Arnhem-Leeuwarden 26 november 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10165 (Alstom/TenneT)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Alstom, Tennet, Skanska, concernaansprakelijkheid, ondernemingsbegrip
Auteurs Rogier Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een duidelijk voorbeeld van een beperking van de procedurele autonomie van de lidstaten vormt het Skanska-arrest van het Hof van Justitie, waarin het ruime ondernemingsbegrip dat wordt toegepast in het publieke mededingingsrecht is doorgetrokken naar de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. Het arrest heeft veel stof doen opwaaien vanwege zijn potentieel verstrekkende gevolgen. Het in onderhavige bijdrage te bespreken arrest van het Hof Arnhem Leeuwarden in een follow-on zaak in het Gas Geïsoleerd Schakelmateriaal-kartel geeft het hof toepassing aan het Skanska-arrest en past daarbij het ondernemingsbegrip zoals we dat kennen uit de publieke handhaving van het mededingingsrecht toet op de beoordeling van de aansprakelijkheid van een niet-beboete dochtermaatschappij van een de karteldeelnemers.


Rogier Meijer
Mr. dr. R. Meijer is advocaat bij Hausfeld te Amsterdam.

    Every mediator has to act independently and impartially. These are core values of mediation. However, what if a mediator tries to enrich himself? The aim of this contribution is to shed light on some correction mechanisms under the Belgian law of obligations, focusing on the latest developments in the case law of the Belgian Supreme Court.


Matthias Meirlaen
Matthias Meirlaen is Assistent aan de Universiteit Gent, Centrum voor Verbintenissenrecht.
Artikel

De aansprakelijkheid van advocaten jegens derden en cliënten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden beroepsaansprakelijkheid, advocaat, zorgplicht, opdracht, derde
Auteurs Mr. P.H. Kramer
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit jaar oordeelde de Hoge Raad over een zaak waarin een advocaat door de curatoren van zijn voormalige cliënten werd aangesproken vanwege het meewerken aan de onttrekking van de verkoopopbrengst van een vliegtuig. Aan de hand van dit arrest wordt ingegaan op de aansprakelijkheid van advocaten jegens derden en cliënten.


Mr. P.H. Kramer
Mr. P.H. Kramer is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

‘Private enforcement’ van nalatigheid bij financieel-economische criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden financieel-economische criminaliteit, private enforcement, aansprakelijkheid, nalatigheid, risicomanagement
Auteurs F.J. Erkens FFE MEWI LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland heeft, net als ieder ander land, groot belang bij goed werkende, gereguleerde handelsplatformen. De aantrekkelijkheid van handelsplatformen is mede afhankelijk van de kwaliteit van ‘public and private enforcement’ en juridische mogelijkheden om geschillen te beslechten. De afgelopen periode hebben grote Nederlandse ondernemingen de voorpagina’s van de kranten gehaald door hun (mogelijke) betrokkenheid bij financieel-economische criminaliteit. In deze bijdrage wordt de vraag beantwoord of ‘private enforcement’ van financieel-economische criminaliteit bij ondernemingen wel voldoende resultaat kan opleveren om effectief te zijn en om benadeelde partijen te ondersteunen bij het verhalen van hun schade.


F.J. Erkens FFE MEWI LLM
F.J. Erkens FFE MEWI LLM is partner bij het forensische onderzoeks- en adviesbureau Holland Integrity Group.

    Aruba, Curaçao en Sint Maarten kennen, anders dan Nederland, geen uitgebreid stelsel van geschreven regels van commuun internationaal privaatrecht. In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre de Caribische rechtspraktijk bij het in Nederland geldend commuun internationaal privaatrecht te rade kan, mag of moet gaan om de leemtes in de eigen rechtsorde op te vullen.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht. Tevens is hij lid van de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

Herstelbeslissingen in het nieuwe Wetboek van Strafvordering nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Modernisering Wetboek van Strafvordering, Herstelbeslissingen door lagere rechter en Hoge Raad, Verbeteren en aanvullen van rechterlijke beslissingen na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting, Gesloten stelsel en concentratie van rechtsmiddelen, Herstelbeslissingen door de Hoge Raad
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De voorstellen tot modernisering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering betreffen onder meer nieuwe bepalingen aangaande herstelbeslissingen door de strafrechter na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting. De voorstellen codificeren voor een groot gedeelte de reeds tot ontwikkeling gekomen jurisprudentie. Nieuw is het gemarkeerde onderscheid tussen het aanbrengen van verbeteringen en het aanvullen van de rechterlijke beslissing. Dit onderscheid werkt door in de uitwerking wat betreft de procedurele bevoegdheden van de bij het strafproces betrokken partijen: de strafrechter, de Officier van Justitie, de verdachte, de benadeelde partij en in het voorkomende geval de (voogd van de) minderjarige. De voorgestelde nieuwe regeling roept vragen op met betrekking tot de beginselen van concentratie en geslotenheid van rechtsmiddelen. Tevens vraagt de regeling voor de aanvulling nadere bezinning: tot welk moment is aanvulling toegelaten met het oog op het aanweneden van rechtsmiddelen? De vraag is gerechtvaardigd of de regeling zoals voorgesteld niet nog eens kritisch moet worden bezien. In het hierna volgende artikel wordt die vraag bevestigend beantwoord.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. (Rijnhard) Haentjens was vicepresident van het Gerechtshof Amsterdam en is emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Zorgen om zeden

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden artikel 139h Sr, kinderpornografie, grooming, seksuele intimidatie in de openbare ruimte, seks tegen de wil
Auteurs Mr. S.F.J. (Sidney) Smeets
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van de reeds aangekondigde integrale herziening en modernisering van de zedenmisdrijven in het Wetboek van Strafrecht en in relatie tot recente en in voorbereiding zijnde strafbaarstellingen op zedengebied brengt de auteur in deze bijdrage een aantal ‘zorgen om zeden’ voor het voetlicht. De auteur wil de wetgever daarmee handvatten aanreiken om de zedentitel inhoudelijk en systematisch tot een helder en werkbaar geheel om te vormen


Mr. S.F.J. (Sidney) Smeets
Mr. S.F.J. Smeets is advocaat bij Spong Advocaten te Amsterdam.

Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 474 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 23 24
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.