Zoekresultaat: 31 artikelen

x
Annotatie

De impact van Laval anno 2021

HvJ EG 18 december 2007, C-341/05, ECLI:EU:C:2007:809 (Laval un Partneri), ArA 2008/2, m.nt. E.J.A. Franssen en C. van Lent

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Detachering, Uitzending, Laval, Herziene Detacheringsrichtlijn, Handhavingsrichtlijn
Auteurs Femke Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur neemt in deze bijdrage het Europese arrest Laval uit 2007 onder de loep. Het arrest Laval had een wezenlijke impact op Nederland als zogenoemd hogelonenland. Inmiddels zijn veertien jaar verstreken en zijn de Handhavingsrichtlijn en de herziene Detacheringsrichtlijn aangenomen en geïmplementeerd. Wat betekenen deze richtlijnen voor de impact van Laval? Hebben de nieuwe richtlijnen het arrest Laval naar de geschiedenisboeken verwezen of doolt de geest nog steeds rond? Het zal blijken dat Laval anno 2021 de gemoederen nog steeds bezighoudt.


Femke Laagland
Prof. mr. F.G. Laagland is hoogleraar Europees arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Sociaal beleid

Coördinatie van sociale zekerheid en ‘forumshopping’

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden coördinatie sociale zekerheid, aanwijsregels, detachering, forumshopping, uitzendbureaus
Auteurs Prof. mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in de in deze bijdrage te bespreken arresten is of, en zo ja, onder welke voorwaarden, ondernemingen gebruik kunnen maken van hun recht op verkeer om profijt te trekken uit verschillen in de socialezekerheidsbijdragen die zij voor hun werknemers moeten betalen. De arresten laten zien dat het Hof van Justitie bijzonder huiverig is voor ‘forumshopping’. De in artikel 12 en 13 Verordening (EG) nr. 883/2004 inzake de coördinatie van sociale zekerheid opgenomen aanwijsregels dienen strikt en op een ‘werknemersvriendelijke’ wijze te worden uitgelegd.
    HvJ 3 juni 2021, zaak C-784/19, ECLI:EU:C:2021:427 (Team Power), HvJ 20 mei 2021, zaak C-879/19, ECLI:EU:C:2021:409 (Format II), HvJ 16 juli 2020, zaak C-6101/18, ECLI:EU:C:2020:565 (AFMB).


Prof. mr. A.P. van der Mei
Prof. mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is hoogleraar Europees Sociaal Recht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Wetenschap aan huis

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2021
Auteurs Stijn Dunk

Stijn Dunk
Vrij verkeer

Access_open Gewezen EU-werknemer behoudt verblijfsrecht bij werkloosheid na twee weken werken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden vrij verkeer werknemers, werkzoekende, verblijfsrecht, toegang tot uitkering
Auteurs Dr. mr. B.P. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak geeft het Hof van Justitie voor het eerst uitleg aan artikel 7 lid 3 onder c Richtlijn 2004/38/EG. De taalkundige onduidelijkheid in deze bepaling leidde in de zaak Tarola tot de vraag of een werknemer die na twee weken te hebben gewerkt onvrijwillig werkloos wordt, de status als werknemer behoudt. Het Hof van Justitie antwoordt hier bevestigend op waarbij nog eens wordt bevestigd dat het Hof van Justitie streeft naar een interpretatie van het begrip werknemer waar zo veel mogelijk personen onder vallen.
    HvJ 11 april 2019, zaak C-483/17, ECLI:EU:C:2019:309 (Neculai Tarola/Minister for Social Protection)


Dr. mr. B.P. ter Haar
Dr. mr. B.P. (Beryl) ter Haar is universitair docent en academisch coördinator advanced master Global and European Labour Law (GELL) aan de Universiteit Leiden en Visiting professor Universiteit Warschau.

    In de Caribische gebiedsdelen geldt met betrekking tot kwesties van personen-, familie- en erfrechtelijke aard als geschreven regel van conflictenrecht dat het daarop toepasselijke recht het recht is van de ‘gewone verblijfplaats’ van betrokkene(n). Bij de praktische toepassing van deze algemeen geformuleerde regel rijzen de nodige vragen. In deze bijdrage worden de belangrijkste daarvan besproken, om vervolgens met enige handreikingen te komen inzake de omgang daarmee.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht.
Annotatie

Sociale zekerheid en controle op detacheringen binnen de EU. Nieuwe wending in de rol van de detacheringsverklaringen bij fraude

HvJ EU 6 februari 2018, zaak C-359/16 (Altun e.a./Openbaar Ministerie)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Europese Unie, Detachering, Sociale zekerheid, A1-verklaringen, Fraude
Auteurs Prof. mr. H. Verschueren
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage annoteert het arrest Altun (C-359/16) van het Hof van Justitie van de Europese Unie over de betekenis van de A1-verklaringen bij de toepassing van de Europese socialezekerheidscoördinatie (Verordening 883/2004). Deze zaak ging over de controle die de ontvangstlidstaten kunnen uitoefenen op de correcte toepassing van de regels met betrekking tot de vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving bij detachering binnen de EU. Dit artikel gaat op de eerste plaats dieper in op de voorwaarden met betrekking tot de toepassing van deze detacheringsregels en op de tot nog toe bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie over de betekenis van de detacheringsverklaringen. Het licht dan verder toe hoe het Hof aan deze rechtspraak een nieuwe wending heeft gegeven door de rechter van de ontvangstlidstaat de mogelijkheid te geven om, indien fraude kan worden aangetoond, deze verklaringen naast zich neer te leggen en zijn eigen socialezekerheidswetgeving toe te passen. Het concludeert dat deze rechtspraak de mogelijkheden om fraude en sociale dumping tegen te gaan slechts in beperkte mate heeft uitgebreid.


Prof. mr. H. Verschueren
Prof. mr. H. Verschueren is gewoon hoogleraar Europees en internationaal sociaal recht aan de Universiteit Antwerpen. Hij doet vooral onderzoek naar de juridische aspecten van grensoverschrijdende tewerkstelling (arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht) en naar de sociale rechten van migrerende Unieburgers. Zie voor meer gegevens: en www.uantwerpen.be/nl/personeel/herwig-verschueren/.
Annotatie

Overgang van onderneming in de publieke sector en de positie van de ‘geschorste’ werknemer

HvJ EU 20 juli 2017, ECLI:EU:C:2017:574, AR 2017-0929 (Piscarreta Ricardo/Emarp; Portugal)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Overgang van onderneming, Economische activiteit, Publieke dienst, Identiteit, Geschorste werknemer
Auteurs Mr. L.C.J. Sprengers
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJ EU heeft op 20 juli 2017, ECLI:EU:C:2017:574, inzake Piscarreta Ricardo geoordeeld over de vraag of de Richtlijn 2001/23 inzake overgang van onderneming ook van toepassing is op een (eenzijdig) overheidsbesluit om een onderneming waar een gemeente enig aandeelhouder van is te ontbinden en de activiteiten over te hevelen deels naar de gemeente en deels naar een andere onderneming. Ingegaan wordt op de betekenis van deze uitspraak voor de Nederlandse praktijk tegen de achtergrond van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA), die met ingang van 1 januari 2020 van kracht gaat. Een andere vraag die door het HvJ EU is behandeld, is of een persoon die wegens de schorsing van zijn arbeidsovereenkomst niet in actieve dienst is, valt onder het begrip ‘werknemer’ in de zin van artikel 2 lid 1 onderdeel d van de richtlijn. Op de betekenis van dit arrest voor de Nederlandse rechtspraak hierover wordt eveneens ingegaan.


Mr. L.C.J. Sprengers
Mr. L.C.J. Sprengers is advocaat in Utrecht en verbonden aan de sectie arbeidsrecht van de EUR. Hij heeft zich zowel in zijn proefschrift als in zijn universitaire werkzaamheden beziggehouden met de vergelijking van de ontwikkelingen in de ambtelijke arbeidsverhoudingen met de civielrechtelijke arbeidsverhoudingen. Hij is gespecialiseerd in individueel en collectief arbeidsrecht en ambtenarenrecht.
Sociaal beleid

Werkzaamheden in meerdere lidstaten voor de Europese socialezekerheidscoördinatie: nadere verduidelijkingen door het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden Meerdere werkstaten, Toepasselijke socialezekerheidswetgeving, Plegen uit te oefenen, Onbetaald verlof, Geringe thuiswerkzaamheden
Auteurs Dr. H. Niesten
SamenvattingAuteursinformatie

    De geannoteerde twee arresten X/Nederlandse Staatssecretaris van Financiën 1xHvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674. van 13 september 2017 illustreren de toenemende diversiteit binnen het grensoverschrijdend werkverkeer. Aan het Hof van Justitie werden prejudiciële vragen gesteld over de betekenis van ‘onbetaald verlof’ en ‘beperkte (thuis)werkzaamheden’ voor de uitleg van de bijzondere regel inzake het verrichten van werkzaamheden in twee of meer lidstaten (dat wil zeggen: samenloop) ter vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving. Beide arresten nopen tot de vraagstelling of de huidige Europese socialezekerheidscoördinatie voldoende is toegesneden op hedendaagse flexibele arbeidsvormen waar mobilisering en digitalisering de overhand nemen.
    Verordening (EEG) nr. 1408/71
    Verordening (EG) nr. 883/2004

Noten

  • 1 HvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674.


Dr. H. Niesten
Dr. H. (Hannelore) Niesten is assistent aan de Maastricht University (ITEM) en Hasselt University (Tax, law and Business Unit).
Vrij verkeer

Herziening van de Detacheringsrichtlijn: over (on)gelijke beloning en de ‘harde kern-plus’ bij langdurige detacheringen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Detacheringsrichtlijn, herziening, gelijke beloning, langdurige detachering, harde kern-plus
Auteurs Mr. dr. M. Kullmann
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat na hoe door de voorgestelde herziening van de Detacheringsrichtlijn het evenwicht tussen het bevorderen van het vrije dienstenverkeer en het beschermen van gedetacheerde werknemers eruit zal zien. Ingegaan wordt op een tweetal wijzingen: langdurige detacheringen en de toepassing van een ‘harde kern-plus’ alsmede duidelijkheid en toepassing van beloning en andere arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden.
    Europese Commissie, Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, 8 maart 2016, COM(2016)128 def.


Mr. dr. M. Kullmann
Mr. dr. M. (Miriam) Kullmann is Assistant Professor aan de WU Vienna University of Economics and Business.
Jurisprudentie

De onbelemmerde richtlijnconforme uitleg van artikel 9a Waadi

HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland (zzp’er/Focus on Human B.V.)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Waadi, Belemmeringsverbod, Uitzendrichtlijn, Overeenkomst van opdracht, Inlener
Auteurs Prof. A.R. Houweling
SamenvattingAuteursinformatie

    In artikel 9a Waadi is een verbod op het stellen van belemmeringsbedingen bij ‘terbeschikkingstelling van arbeidskrachten’ opgenomen. Aanleiding voor dit verbod was de equivalent in de Uitzendrichtlijn die Nederland moest implementeren. De parlementaire geschiedenis van artikel 9a Waadi geeft geen houvast voor de uitleg van het precieze bereik van het artikel. Er wordt enkel verwezen naar de Uitzendrichtlijn die deels via de Waadi in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd. Bijgevolg is voor het bereik van artikel 9a Waadi het bereik van artikel 6 lid 2 Uitzendrichtlijn van belang. Het Hof van Justitie van de EU heeft tot op heden geen uitspraak gedaan over het precieze bereik van artikel 6 lid 2 Uitzendrichtlijn. Dit maakt het oordeel van de Hoge Raad van 14 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland (zzp’er/Focus on Human B.V.)) en diens weigering prejudiciële vragen te stellen extra interessant. De auteur staat in dit commentaar stil bij twee vragen:
    Beschermt artikel 9a Waadi ook een ex-werknemer die bij de inlener op basis van een overeenkomst van opdracht (geen arbeidsovereenkomst) werkzaamheden gaat verrichten? En zo ja, bieden de tekst en toelichting van artikel 9a Waadi de nationale rechter voldoende ruimte richtlijnconform te interpreteren?
    Beschermt artikel 9a Waadi ook de werknemer die reeds een vast contract heeft bij de uitlener?


Prof. A.R. Houweling
Prof. A.R. Houweling is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Een vrije dienstenmarkt: nieuwe initiatieven van de Commissie in een weerbarstige materie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Richtlijn beroepskwalificaties, service package, kennisgevingsprocedure, evenredigheidsbeoordeling
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft een overzicht van de nieuwe initiatieven die de Commissie heeft genomen om de nog bestaande belemmeringen op de dienstenmarkt te verwijderen. Deze initiateven zijn gebundeld in het services package dat op 10 januari is gepresenteerd. Het gaat om de invoering van een Europese e-kaart, een wijziging van de kennisgevingsprocedure voor vergunningstelsels, de precisering van. de evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan nieuwe of gewijzigde reglementering van beroepen en aanbevelingen aan de lidstaten voor de hervorming van professionele dienstverlening. Tot slot worden enkele kanttekeningen geplaatst.
    http://ec.europa.eu/growth/tools-databases/newsroom/cf/itemdetail.cfm?item_id=9053


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is gewezen juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie.
Artikel

Herplaatsing binnen het concern

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden concern, herplaatsing, ontslaggronden, Wwz
Auteurs prof. dr. Ronald Beltzer en Mr. Simone Schmeetz
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de met de Wwz gecodificeerde herplaatsingsverplichting binnen het concern centraal. De auteurs analyseren de reikwijdte van deze plicht en behandelen de rechtspraak op dit punt, zoals gewezen onder de Wwz. Voorts staan zij stil bij de gevolgen voor de arbeidsovereenkomst van een geslaagde herplaatsing. De auteurs concluderen dat meer richting voor de praktijk gewenst is.


prof. dr. Ronald Beltzer
Hoogleraar Arbeid & Onderneming (UvA)

Mr. Simone Schmeetz
Advocaat (Liber Dock)
Artikel

Navigeren door het labyrint van grensoverschrijdende detachering

De fundamentele verkeersvrijheden, de Detacheringsrichtlijn en het internationaal privaatrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Rome I-Verordening, Vrijheid van diensten, Grensoverschrijdende detachering, Regime-shopping, Detacheringsrichtlijn
Auteurs Mr. dr. Femke Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    De vraag hoeveel werknemersbescherming lidstaten aan uit het buitenland gedetacheerde werknemers kunnen toekennen, heeft de gemoederen lange tijd bezig gehouden. De zaak Laval bracht duidelijkheid, maar heeft ook tot nieuwe uitdagingen geleid. Verschillende constructies zijn ingezet om de loonkosten zo laag mogelijk te houden. Denk aan het vermijden van permanente detachering, maar ook aan het oprichten van buitenlandse bv’s die werknemers naar Nederlandse concernonderdelen detacheren. De constructies zijn lucratief omdat de juridische status bepaalt waarop de buitenlandse werknemer recht heeft. De ene keer bestaat recht op de hardekern-arbeidsvoorwaarden en de andere keer op alle (dwingende) arbeidsrechtelijke bepalingen uit het werkland. Bovendien kennen de verschillende typen detachering uit de Detacheringsrichtlijn – contracting, intra-concernuitlening en uitzending – ook elk hun eigen arbeidsrechtelijke regime. In dit artikel staat centraal wanneer nu welk arbeidsrechtelijk regime geldt en waarom. De auteur beantwoordt deze vraag aan de hand van de fundamentele verkeersvrijheden, het internationaal privaatrecht en het Nederlandse nationale arbeidsrecht. Ook is er aandacht voor het voorstel tot aanpassing van de Detacheringsrichtlijn van maart dit jaar.


Mr. dr. Femke Laagland
Mr. dr. F.G. Laagland is universitair hoofddocent Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit (Onderzoekscentrum Onderneming & Recht) en tevens redacteur van Arbeidsrechtelijke Annotaties.
Jurisprudentie

Grenzen aan sociale concurrentie bij vrij verkeer van diensten en bij mededinging

HvJ EU C-549/13, JAR 2014/264 (Bundesdruckerei GmbH) en HvJ EU C-413/13, JAR 2015/19 (FNV Kunsten Informatie en Media/FNV KIEM)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Vrijheid van diensten, Mededinging, Europees recht, Sociale concurrentie
Auteurs A.P.C.M. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    HvJ EU C-549/13, JAR 2014/264 (Bundesdruckerei GmbH) en HvJ EU C-413/13, JAR 2015/19 (FNV Kunsten Informatie en Media/FNV KIEM)
    In deze annotatie worden twee arresten van het Hof van Justitie van de EU besproken onder de noemer van sociale concurrentie die het gevolg zouden kunnen zijn van de toepassing van twee grondbeginselen van de Europese Unie: vrij verkeer en mededinging. In de zaak Bundesdruckerei is aan de orde of een overheidsinstantie in haar aanbestedingsvoorwaarden mag opnemen dat het bedrijf dat de opdracht uitvoert, moet garanderen dat het minimumuurloon dat geldt voor de lidstaat waarin het bedrijf gevestigd is, ook wordt betaald aan werknemers van een bedrijf in een andere lidstaat waar de werkzaamheden feitelijk worden verricht. Het VWEU verbiedt dat in artikel 56, tenzij de inbreuk op het vrij verkeer objectief gerechtvaardigd wordt. Het HvJ EU komt met toepassing van de criteria, doel, geschikt en noodzakelijk, tot de conclusie dat er een gerechtvaardigd doel kan zijn – bescherming van werknemers – maar dat de voorwaarde niet geschikt en noodzakelijk is om dat doel te bereiken.
    De andere zaak (FNV KIEM) sluit aan op staande rechtspraak van het HvJ EU dat cao’s zijn uitgezonderd van het mededingingsrecht, mits aan een paar voorwaarden wordt voldaan. Mag een vakbond minimumtarieven voor zelfstandigen in een cao vastleggen? Als een vakbond dat doet, treedt hij dan op als werknemers- of als werkgeversvereniging? Doorslaggevend is of er sprake is van ‘echte’ zelfstandigheid of van schijnzelfstandigheid. Naast de bekende criteria als vrijheid van uitvoering van de werkzaamheden, afhankelijkheid van de opdrachtgever, het dragen van financiële en commerciële risico’s introduceert het HvJ EU het criterium: is de betrokkene als gewone werknemer in de onderneming van de opdrachtgever werkzaam ofwel is hij met de werknemer gelijk te stellen? Een vraag voor de nationale rechter.


A.P.C.M. Jaspers
A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit van Utrecht.
Artikel

Gelijke behandeling en derdelanders: realiteit of toekomstmuziek?

De Langdurig-ingezetenerichtlijn in zes arresten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden gelijke behandeling, derdelanders, langdurig ingezetene
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 juli 2014 deed het Hof van Justitie uitspraak in de zaak Tahir. Dit is het zesde arrest van het Hof van Justitie over de in 2003 door de Raad vastgestelde Langdurig-ingezetenerichtlijn die begin 2006 door de lidstaten geïmplementeerd moest zijn. Het arrest Tahir is de aanleiding voor een bijdrage over deze richtlijn die de verblijfspositie en rechten van langdurig ingezeten derdelanders regelt en hen definieert. Naast het arrest Tahir zal in deze bijdrage ook aandacht zijn voor de andere arresten van het Hof van Justitie over de positie van langdurig ingezeten derdelanders. De vraag die centraal staat, is afgeleid van een van de doelstellingen van de Langdurig-ingezetenerichtlijn: draagt deze bij aan de gelijke behandeling van derdelanders?
    HvJ 17 juli 2014, zaak C-469/13, Shamim Tahir/Ministero dellÍnterno, Questura di Verona, ECLI:EU:C:2014:2094, n.n.g.


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal recht van Tilburg Law School.
Artikel

‘Connected Continent’: Het voorstel voor een verordening inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden telecommunicatie, netneutraliteit, frequentieveiling, roaming, consumentenbescherming
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 11 september 2013 werd het voorstel voor een (rechtstreeks werkende) Verordening tot aanpassing van het Europees regelgevingskader voor elektronische communicatiemarkten gepubliceerd. Het voorstel beoogt belemmeringen voor de totstandkoming van een interne telecommunicatiemarkt weg te nemen en zou (deels) per 1 juli 2014 in werking moeten treden. Het voorstel is opzienbarend, niet alleen voor wat betreft de tournure in de gekozen vorm van regulering en de snelle invoering maar ook voor wat betreft de diversiteit aan onderwerpen. De Commissie zal op het gebied van het spectrumbeleid en het opleggen van verplichtingen op basis van het in de verordening opgenomen vetorecht meer regie krijgen over het nationale beleid. Daarnaast zal een Europese aanbieder met één machtiging eenvoudiger toegang kunnen gaan krijgen tot de EU-markt. Tevens geldt dat voor reeds gereguleerde onderwerpen op het gebied van toegangsverplichtingen tot wholesale-diensten, roaming en eindgebruikersbelangen verdergaande regulering wordt bereikt.Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van maatregelen inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie en om een connectief continent tot stand te brengen alsmede tot wijziging van Richtlijnen 2002/20/EG, 2002/21/EG en 2002/22/EG en Verordeningen (EG) nr. 1211/2009 en (EU) nr. 531/2012, COM(2013)627 def.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. dr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als advocaat werkzaam bij KPN te Den Haag en is gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is als bedrijfsjurist werkzaam bij KPN te Den Haag en is tevens gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Grenzeloze problemen bij grensoverschrijdende arbeid

De IPR-systematiek van het EVO-Verdrag en de Rome I-Verordening nader beschouwd, HR 3 februari 2012, LJN BS8791, JAR 2012/69 (Schlecker/Boedeker)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden EVO-Verdrag, Rome I-Verordening, toepasselijk recht, vrij werknemersverkeer, VWEU
Auteurs F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een werknemer in een ander land werkzaamheden verricht dan waar hij zijn dienstverband heeft, bevindt de (reikwijdte van zijn) arbeidsovereenkomst zich niet langer onder de glazen stolp van één nationaal rechtsstelsel. De stap over de grens maakt dat de arbeidsovereenkomst raakvlakken vertoont met meer landen, die elk hun eigen normen, waarden en regels kennen inzake het arbeidsrecht. Die eigenheid van het nationale arbeidsrecht maakt de vraag naar het toepasselijke recht relevant. Dat het antwoord hierop niet altijd eenduidig is te geven, blijkt uit de zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 3 februari 2012. De Hoge Raad stelt in dit arrest twee prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van het EVO-Verdrag indien sprake is van een permanente tewerkstelling in het ene land terwijl alle overige omstandigheden op een nauwe verbondenheid met een ander land wijzen. In deze bijdrage bespreekt de auteur de discussie tussen partijen over het toepasselijke recht in het licht van het EVO-Verdrag (en de Rome I-Verordening). Speciale aandacht gaat uit naar de betekenis van de fundamentele verdragsvrijheid inzake het vrije werknemersverkeer.


F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is docent/onderzoeker sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens als redactiesecretaris verbonden aan dit blad.
Hoofdartikel

De ontwerp-Verordening Monti II, oude wijn (azijn) in nieuwe zakken?

De uitoefening van het recht op collectieve actie in tijden van vrijheid van vestiging en van dienstverrichting

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2012
Trefwoorden recht op collectieve actie, vrijheid van vestiging, vrijheid van dienstverrichting, detachering, alternatieve en niet-jurisdictionele geschillenregeling
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 maart 2012 diende de Europese Commissie een voorstel van verordening in dat de uitoefening van het recht op collectieve actie reguleert binnen de context van de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverrichting.Bij de analyse wordt een intertekstuele benadering gevolgd. De tekst wordt vergeleken met Verordening (EG) nr. 2679/98 en met het voorontwerp van de verordening. Het voorstel wordt geëvalueerd door het te toetsen aan de formele doelstellingen van dit instrument en door een onderzoek naar de interne contradicties die de tekst kenmerken. De conformiteit van het voorstel met internationale mensenrechteninstrumenten staat eveneens centraal. Voorafgaand wordt de juridische grondslag van het voorstel bestudeerd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is hoogleraar Crides Jean Renauld aan de Université de Louvain.

    Analysis of recent European and Dutch case-law, dealing with issues of applicable law of international labour contracts.


Prof. Dr. Veerle Mrs. Van Den Eeckhout
Toont 1 - 20 van 31 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.