Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 554 artikelen

x

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Recent

Zorgen om stagiair in coronatijd

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2021
Auteurs Francisca Mebius

Francisca Mebius
Actualia contractspraktijk

Aanvang korte verjaringstermijn bij wanprestatie door een (fiscaal) adviseur

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2021
Trefwoorden verjaring, aanvang korte verjaringstermijn, artikel 3:310 BW, aansprakelijkheid, dienstverlener
Auteurs Mr. A.Z. Lankhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft op 9 oktober 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1603) een nuance aangebracht op de vaste jurisprudentie over de aanvang van de korte verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 1 BW. Onder bijzondere omstandigheden gaat de korte verjaringstermijn nog niet lopen indien bij de benadeelde de kennis en het inzicht ontbreken die nodig zijn om de deugdelijkheid van de door de schuldenaar geleverde prestatie te beoordelen. De reikwijdte van deze nuance blijkt niet expliciet uit het arrest.


Mr. A.Z. Lankhaar
Mr. A.Z. Lankhaar is advocaat bij Van Benthem & Keulen B.V. te Utrecht.
Artikel

Kroniek Arbeidsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2021
Auteurs Karol Hillebrandt, Christiaan Oberman en Nadia Adnani
Auteursinformatie

Karol Hillebrandt
Karol Hillebrandt is advocaat bij Sparck I Arbeidsrecht Advocaten.

Christiaan Oberman
Christiaan Oberman is advocaat bij Palthe Oberman Advocaten.

Nadia Adnani
Nadia Adnani is advocaat bij Palthe Oberman Advocaten.

    In 2014, the ECJ was presented with a preliminary reference from the District Court in Kolding on the matter of whether EU law provides protection against discrimination on grounds of obesity with regard to employment and occupation. Following the ECJ’s ruling, first the District Court and later the High Court found that an employee’s obesity as such did not constitute a disability within the meaning of Directive 2000/78/EC establishing a general framework for equal treatment in employment and occupation since his obesity had not constituted a limitation or inconvenience in the performance of his job.


Christian K. Clasen
Christian K. Clasen is a partner at Norrbom Vinding.
Artikel

Access_open Het instellen van een medische tuchtprocedure: een ‘criminal charge’?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden beroepsverbod, tuchtrecht, strafrecht, Engel, EVRM
Auteurs Mr. M.F. Mooibroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de inwerkingtreding van de Wet modernisering tuchtrecht kan de medische tuchtrechter een absoluut beroepsverbod opleggen. Daarmee is het karakter van de medische tuchtprocedure fundamenteel gewijzigd en kan de vraag worden gesteld of de medische tuchtvervolging heeft te gelden als ‘criminal charge’ in de zin van artikel 6 EVRM.


Mr. M.F. Mooibroek
Maurice Mooibroek is advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht en buitenpromovendus Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Minder pagina’s, meer diepgang

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2021
Auteurs Christiaan Toorman, Patricia Arnoldus-Smit, Paul Glazener e.a.

Christiaan Toorman

Patricia Arnoldus-Smit

Paul Glazener

Frits de Vries
Artikel

A machine without an engine: why deportation would hardly find its place in the Italian judicial system

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden deportation, convicted foreign nationals, crimmigration, judicial decision-making
Auteurs Eleonora Di Molfetta
SamenvattingAuteursinformatie

    In the last decades, many Western countries have embraced an exclusionary stance towards non-members by increasingly relying on deportation. An important target of ‘crimmigration’ practices is represented by convicted foreign nationals, who are subject to deportation after serving their sentence. In Italy, trial judges can issue a deportation order towards convicted foreign nationals considered socially dangerous. This article examines whether and how deportation has found its space in judicial settings. Drawing on data collected in the court of Turin, this article sheds light on how structural and cultural traits of the Italian judicial system make deportation ‘a machine without an engine’.


Eleonora Di Molfetta
Dr. E. Di Molfetta, sectie Criminologie, Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open De discriminerende werking van de algemenevoorwaardenafdeling

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2020
Trefwoorden algemene voorwaarden, voorrangsregels, verkeersvrijheden, uitvoerbeperking, discriminatieverbod
Auteurs Mr. L.M. van Bochove en Mr. T.J. de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs onderzoeken hoe art. 6:247 lid 2 BW, dat de algemenevoorwaardenafdeling uitschakelt voor internationale overeenkomsten, zich verhoudt tot het Europese recht. Zij concluderen dat de bepaling verenigbaar is met de Rome I-Verordening, maar strijdig met het discriminatieverbod dat voortvloeit uit de verkeersvrijheden. Ook doen zij een voorstel tot wetswijziging.


Mr. L.M. van Bochove
Mr. L.M. van Bochove is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. T.J. de Graaf
Mr. T.J. de Graaf is universitair hoofddocent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Geluidregulering van industrieterreinen onder de Omgevingswet

Verbeterde woningbouwmogelijkheden nabij industrieterreinen, hoger beschermingsniveau tegen industrielawaai?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden geluidhinder, geluidproductieplafond, bedrijventerrein
Auteurs Mr. J. (Joeri) de Haas
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteur gaat in dit artikel in op de vraag in hoeverre de toekomstige geluidregulering, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, ten opzichte van het huidige recht verbeterde mogelijkheden biedt voor het realiseren van woningbouw nabij industrie- en bedrijventerreinen.


Mr. J. (Joeri) de Haas
Mr. J. de Haas is werkzaam als junior docent aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

‘Battenoord’ op losse schroeven: tijd voor prejudiciële vragen

Is het Activiteitenbesluit wel rechtsgeldig?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden SMB, MER, D’Oultremont, Vlarem
Auteurs Prof. mr. dr. H.E. (Herman) Bröring en Prof. dr. A.W. (Albert) Koers
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs gaan naar aanleiding van het arrest van het HvJ EU (Vlarem II) in op de vraag of het Activiteitenbesluit geldig is ondanks dat er geen strategische milieubeoordeling is opgesteld.


Prof. mr. dr. H.E. (Herman) Bröring
Prof. mr. dr. H.E. Bröring is hoogleraar bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. A.W. (Albert) Koers
Prof. dr. A.W. Koers is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Witwassen als bedrijfsmatige activiteit: de verborgen netwerken van witwassers

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden money laundering, financial facilitators, networked criminology, organized crime
Auteurs Jo-Anne Kramer, Arjan Blokland en Melvin Soudijn
SamenvattingAuteursinformatie

    The Financial Action Task Force reported that money launderers may operate in professional money laundering networks. Whether such money laundering networks operate in the Netherlands is unclear. In this article the authors therefore explore whether professional money launderers collaborate in network structures and the business-like manner in which they offer their services. Business-like refers to their involvement in multiple cases, the amount of repeat customers, and excludes family relations. The research is based on Dutch police registrations of 236 professional money launderers. Our results suggest that professional money laundering networks are indeed active in the Netherlands and that money launderers in these networks offer their services in a business-like manner to a varying extent. An important caveat to the current findings is that the criminal cases analyzed predominantly pertain drug-related offenses, leaving the existence and professionalism of money laundering networks in other types of crime, like large-scale fraud, a question open for future research.


Jo-Anne Kramer
J. Kramer MSc is onderzoeker en docent Criminologie bij de Vrije Universiteit Amsterdam en was als junior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam.

Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Melvin Soudijn
Dr. M.R.J. Soudijn is research fellow bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en Operationeel Specialist bij de Nationale Politie.
Article

Access_open A European Approach to Revision in Criminal Matters?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2020
Auteurs Joost Nan, Nina Holvast en Sjarai Lestrade
Auteursinformatie

Joost Nan
Joost Nan is Associate Professor at the Erasmus University Rotterdam.

Nina Holvast
Nina Holvast is Assistant Professor at the Erasmus Universiteit Rotterdam.

Sjarai Lestrade
Sjarai Lestrade is Assistant Professor at the Radboud University Nijmegen.

    In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen ten aanzien van de onderwerpen in Boeken 3 en 5 BW. In de kroniek komt vooral de jurisprudentie aan bod. Onderwerpen uit Boek 3 die aan de orde komen zijn begripsbepalingen, rechtshandelingen (algemeen) en volmacht, verkrijging door verjaring en bezit en houderschap, de gemeenschap, en de regeling van de langdurig onverdeeld gebleven boedels, zoals ingevoerd als onderdeel van de regeling van de gemeenschap (art. 3:200a-3:200h BW). De bespreking van de onderwerpen uit Boek 5 is meer beperkt.


Mr. P. Klik
Mr. P. Klik was voorheen lector aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez en is thans werkzaam als consultant.
Artikel

Boek 6 BW. Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht en verbintenissen uit overeenkomst

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Boek 6 BW, verbintenissenrecht, overeenkomstenrecht
Auteurs Mr. P. Klik
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen ten aanzien van het algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht en verbintenissen uit overeenkomst, zoals geregeld in Boek 6 BW. In de kroniek komt vooral de jurisprudentie aan bod. Onderwerpen die aan de orde komen zijn verzuim, klachtplicht, schade, algemene voorwaarden, afgebroken onderhandelingen, uitleg van overeenkomsten en kwalitatieve verplichtingen (‘welstandsbepalingen’). Verder is er aandacht voor wetgeving, met name onderwerpen waarbij in Nederland nieuwe wetgeving is geïntroduceerd (incassokosten, wettelijke rente bij handelstransacties, elektronisch rechtsverkeer, implementatie van de Richtlijn consumentenrechten, wijziging regeling algemene voorwaarden).


Mr. P. Klik
Mr. P. Klik was voorheen lector aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez en is thans werkzaam als consultant.
Article

Access_open Migration and Time: Duration as an Instrument to Welcome or Restrict

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Migration, EU migration law, time
Auteurs Gerrie Lodder
SamenvattingAuteursinformatie

    States apply different material conditions to attract or restrict residence of certain types of migrants. But states can also make use of time as an instrument to design more welcoming or more restrictive policies. States can apply faster application procedures for desired migrants. Furthermore, time can be used in a more favourable way to attract desired migrants in regard to duration of residence, access to a form of permanent residence and protection against loss of residence. This contribution makes an analysis of how time is used as an instrument in shaping migration policy by the European Union (EU) legislator in the context of making migration more or less attractive. This analysis shows that two groups are treated more favourably in regard to the use of time in several aspects: EU citizens and economic- and knowledge-related third-country nationals. However, when it comes to the acquisition of permanent residence after a certain period of time, the welcoming policy towards economic- and knowledge-related migrants is no longer obvious.


Gerrie Lodder
Gerrie Lodder is lecturer and researcher at the Europa Institute of Leiden University.

    The entry into force of the United Nations Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD) pushed state obligations to counter prejudice and stereotypes concerning people with disabilities to the forefront of international human rights law. The CRPD is underpinned by a model of inclusive equality, which views disability as a social construct that results from the interaction between persons with impairments and barriers, including attitudinal barriers, that hinder their participation in society. The recognition dimension of inclusive equality, together with the CRPD’s provisions on awareness raising, mandates that states parties target prejudice and stereotypes about the capabilities and contributions of persons with disabilities to society. Certain human rights treaty bodies, including the Committee on the Rights of Persons with Disabilities and, to a much lesser extent, the Committee on the Elimination of Discrimination against Women, require states to eradicate harmful stereotypes and prejudice about people with disabilities in various forms of interpersonal relationships. This trend is also reflected, to a certain extent, in the jurisprudence of the European Court of Human Rights. This article assesses the extent to which the aforementioned human rights bodies have elaborated positive obligations requiring states to endeavour to change ‘hearts and minds’ about the inherent capabilities and contributions of people with disabilities. It analyses whether these bodies have struck the right balance in elaborating positive obligations to eliminate prejudice and stereotypes in interpersonal relationships. Furthermore, it highlights the convergences or divergences that are evident in the bodies’ approaches to those obligations.


Andrea Broderick
Andrea Broderick is Assistant Professor at the Universiteit Maastricht, the Netherlands.

Kristin Henrard
Kristin Henrard is Professor International Human Rights and Minorities, Erasmus School of Law, Rotterdam, the Netherlands.
Artikel

De mogelijkheden en beperkingen van de kruimelgevallenregeling nader belicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden bestemmingsplan, kruimel, reguliere voorbereidingsprocedure
Auteurs Mr. S.T.J. (Simon) Olierook en Mr. W.J. (Willem) Bosma
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt aan de hand van recente jurisprudentie het toepassingsbereik van de kruimelgevallenregeling besproken.


Mr. S.T.J. (Simon) Olierook
Mr. S.T.J. Olierook is advocaat bij Van der Feltz advocaten, www.feltz.nl.

Mr. W.J. (Willem) Bosma
Mr. W.J. (Willem) Bosma is advocaat bij Van der Feltz advocaten, www.feltz.nl.
Artikel

Bouwbesluit 2012 en Bbl: bouwen op een duurzaam fundament

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Bouwbesluit, functionele eisen, prestatie-eisen, gebruiksmelding, gelijkwaardige oplossing
Auteurs Mr. A. (Anneke) Franken en Mr. H. (Hans) Koolen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het juridisch kader van de belangrijkste aspecten van het Bouwbesluit 2012 (Bb) gegeven. In het artikel gaan auteurs in op de oorsprong en grondslag van het Bb (par. 2), de hoofdstukindeling, de begrippen en de verschillende gebruiksfuncties in het Bb (par. 3), de (minimum)eisen en de beschermingsniveaus (par. 4), het instrument gebruiksmelding (par. 5), de mogelijkheden van een gelijkwaardige oplossing (par. 6), de opbouw en systematiek van de functionele eisen en de prestatie-eisen (par. 7), bouw- en sloopwerkzaamheden in het Bb (par. 8), handhaving (par. 9), overgangsrecht (par. 10) en de verhouding tot de Wabo en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (par. 11). Ook wordt ingegaan op de toekomst van het Bb onder de Omgevingswet (par. 12).


Mr. A. (Anneke) Franken
Mr. A. Franken is advocaat bij Hemwood

Mr. H. (Hans) Koolen
Mr. H. Koolen is advocaat bij Hemwood
Toont 1 - 20 van 554 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 27 28
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.