Zoekresultaat: 23 artikelen

x
Artikel

Access_open De EncroChat-jurisprudentie: teleurstelling voor advocaten, overwinning voor justitie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2022
Trefwoorden EncroChat, cryptotelefoon, hackbevoegdheid, recht op een eerlijk proces, internationaal vertrouwensbeginsel
Auteurs Prof. mr. dr. B.W. Schermer en Prof. mr. dr. J.J. Oerlemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel biedt een overzicht van de EncroChat-jurisprudentie, waar de auteurs zich met name richten op de onderzoekswensen van de verdediging. Daarbij worden eerst de details van de EncroChat-operatie uiteengezet. Vervolgens wordt op de bezwaren van de verdediging ingegaan met betrekking tot de rechtmatigheid van de onderzoekshandelingen in de EncroChat-operatie en de onderzoekswensen ten aanzien van de toegang tot de gegevens. Het artikel sluit af met een beschouwing van de bevindingen.


Prof. mr. dr. B.W. Schermer
Prof. mr. dr. B.W. Schermer is hoogleraar privacy en cybercrime bij het Centrum voor Recht en Digitale Technologie van de Universiteit Leiden (eLaw@Leiden) en partner bij juridisch adviesbureau Considerati.

Prof. mr. dr. J.J. Oerlemans
­Prof. mr. dr. J.J. Oerlemans is bijzonder hoogleraar inlichtingen en recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het ­Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Verslag

Schadevaststelling in het geding

Verslag van de najaarsvergadering 2020 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2021
Auteurs Laura Ebben, Jim van Mourik en Jaap Dammingh
Auteursinformatie

Laura Ebben
Mr. L.A.G. Ebben is senior juridisch medewerker bij de rechtbank Gelderland.

Jim van Mourik
Mr. J. van Mourik is promovendus burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Jaap Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

    De auteur bespreekt of voor een aanspraak op inzage vereist is dat de vordering waarvoor die wordt ingesteld aannemelijk is. Dat doet hij aan de hand van huidig recht, het wetsvoorstel modernisering en vereenvoudiging van het bewijsrecht en de rechtspraak van de Hoge Raad hierover, waaronder HR 10 juli 2020, ELCI:NL:HR:2020:1251 (Semtex/X c.s.). Hij geeft ook aan welke keuzes de wetgever volgens hem moet maken.


Mr. J. Ekelmans
Mr. J. Ekelmans is advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten in Den Haag.
Artikel

Zestien jaar OZ/Roozen: een rustig bezit?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden bewijsaanbod, getuigenbewijs, OZ/Roozen
Auteurs Thijs van Aerde
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in het standaardarrest OZ/Roozen van 9 juli 2004 een maatstaf geformuleerd voor het beoordelen van de vraag of een procespartij tot getuigenbewijs moet worden toegelaten. De auteur onderzoekt de rechtsontwikkeling van nadien en gaat ook in op de voorgenomen modernisering van het bewijsrecht.


Thijs van Aerde
Mr. A.M. van Aerde is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Artikel

Access_open ‘Radicalisering’ en herstelrecht: bevindingen van het Belgische CONRAD-project

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden radicalisering, CONRAD, frame, counterframe, frameanalyse
Auteurs Ivo Aertsen, Mattias De Backer en Marie Figoureux
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, some of the findings of a practice and policy oriented research project on ‘radicalisation’ are discussed. The research was carried out in a partnership between three Belgian universities and two field organisations during the years 2017-2019. The project aimed at a ‘Constructive analysis on the attitudes, policies and programmes that relate to “radicalisation”’ (CONRAD). Restorative justice offered the initial framework to design and to set up the project. This article offers some findings and reflections on the opportunities (and the limits) that were found in the project with respect to the relevance of restorative justice. This part of the research was done on the basis of a frame-analysis on the one hand, and field work on the other. The article first presents the restorative justice assumptions that formed the backbone of the project. Then, the method of ‘inductive frame-analysis’ is presented as this was applied to a sample of media and policy documents that reported about ‘radicalisation’ and ‘de-radicalisation’ related issues in Belgium. This resulted in the identification of four frames and eight counterframes. The field work in the form of ‘participatory action research’ with young persons and their organisations in the cities of Brussels and Verviers is then discussed, revealing a complex situation of social tensions. It is argued then that the use of frames and counterframes can help those involved in, or concerned about, social problems to look at these issues from another perspective, through another lens. Based on the method of photo-elicitation, cartoons related to frames and counterframes were designed in the project as a tool to facilitate talking about ‘radicalisation’ from different perspectives. The article ends with reflections on the relevance of restorative justice in dealing with ‘radicalisation’ and violent extremism. A broad relational and participatory approach to respond to these ‘phenomena’ at societal level is proposed.


Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven, Leuvens Instituut voor Criminologie en hoofdredacteur van The International Journal of Restorative Justice.

Mattias De Backer
Mattias De Backer is postdoctoraal onderzoeker, KU Leuven en Université de Liège.

Marie Figoureux
Marie Figoureux is doctoraatsonderzoeker aan het Instituut voor Mediastudies, KU Leuven.
Artikel

Fiscale bemiddeling in België

Een eigen benadering van bemiddeling die werkt

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2020
Trefwoorden fiscal mediation, fiscale bemiddelingsdienst, België
Auteurs Luc Vanheeswijck
SamenvattingAuteursinformatie

    Luc Vanheeswijck summarizes the current position of tax mediation in Belgium and outlines the differences between the Belgian and Dutch mediation method in fiscal matters. He also outlines the differences between mediation in tax matters and ‘classic’ mediation. He concludes that Belgian tax mediation is not mediation as is commonly understood. The article closes on a description of the results of de ‘Fiscale Bemiddelingsdienst’ (the Fiscal Mediation Service).


Luc Vanheeswijck
Luc Vanheeswijck is advocaat bij Dumon, Sablon & Vanheeswijck (Brussel), docent Fiscale Procedure KULeuven en voormalig erkend bemiddelaar.

Pieter Frans Lock
Mr. F.J.P. Lock is senior-raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen en lid van de redactie van dit tijdschrift

Caspar Janssens
Caspar Janssens is cassatieadvocaat bij Kneppelhout & Korthals N.V. in Rotterdam en lid van de adviescommissie burgerlijk procesrecht van de NOvA.

Vincent Hofman
Vincent Hofman is advocaat bij Van Traa Advocaten N.V. in Rotterdam.
Diversen

‘Hoe zou u het bewijsrecht willen moderniseren?’

Verslag van de najaarsvergadering 2017 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2018
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. L.M. van den Berg
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. L.M. van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de Rechtbank Gelderland en tevens verbonden aan de sectie burgerlijk (proces)recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Grensoverschrijdende bewijsverkrijging door de Nederlandse rechter in strijd met buitenlandse wettelijke geheimhoudingsplichten

Lessen uit de Amerikaanse discovery-praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2018
Trefwoorden grensoverschrijdende bewijsverkrijging, geheimhouding, comitas, inzage
Auteurs Mr. R. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt een mogelijk internationaal gevolg van het advies Modernisering burgerlijk bewijsrecht. Uit Amerikaanse federale jurisprudentie blijkt dat partijen in een spagaat kunnen belanden, wanneer hun wederpartij hen kan verplichten om informatie te verstrekken waarop een buitenlandse wettelijke geheimhoudingsplicht rust. De auteur beschrijft de afweging die federale rechters maken bij het beoordelen van een inzageverzoek. Deze blijkt soortgelijk te zijn aan een beoordeling onder art. 843a Rv. Zijns inziens bestaat hierdoor de kans dat de Nederlandse rechter onvoldoende gewicht toekent aan een buitenlandse geheimhoudingsplicht. De comitas-leer zou de rechter ertoe kunnen bewegen om het inzageverzoek via de internationale bewijsverkrijgingsregelingen te laten verlopen.


Mr. R. Jansen
Mr. R. Jansen is als promovendus verbonden aan het departement Privaatrecht van Tilburg University, waar hij onderzoek verricht naar de rol van buitenlandse verschoningsrechten in civiele procedures en de invloed van de comitas-leer.
Artikel

Naar een moderner burgerlijk bewijsrecht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Adviesrapport, Bewijs, Informatiegaring, Modernisering, KEI
Auteurs Mr. Y.A. Wehrmeijer en Mr. drs. E.M. Hoogervorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het in april 2017 verschenen adviesrapport ‘Modernisering burgerlijk bewijsrecht’ geeft aanleiding tot discussie. Kern van het advies is het verleggen van de aandacht van informatiegaring tijdens de procedure naar informatiegaring voorafgaand daaraan. Het rapport besteedt eveneens aandacht aan de exhibitieplicht en diverse bewijsverrichtingen. Na een overzicht van de voorstellen uit het adviesrapport geven de auteurs hun visie op de voorgestelde preprocessuele bewijsgaringsverplichtingen en de daarbij voorgestelde sancties. Het voorstel om de criteria van de exhibitieplicht en de voorlopige bewijsverrichtingen gelijk te trekken kan op hun steun rekenen. Suggesties met betrekking tot bewijsbeslag en (schriftelijk) getuigenbewijs passeren ook de revue.


Mr. Y.A. Wehrmeijer
Mr. Y.A. Wehrmeijer is advocaat bij Houthoff.

Mr. drs. E.M. Hoogervorst
Mr. drs. E.M. Hoogervorst is Professional Support Lawyer bij Houthoff.
Artikel

Het gebruik van Big Data voor opsporingsdoeleinden: tussen Strafvordering en Wet politiegegevens

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Big Data, opsporing, privacy, wet politiegegevens, modernisering strafvordering
Auteurs Mr. dr. B. W. Schermer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het gebruik van grote hoeveelheden gegevens (Big Data) levert een steeds grotere bijdrage aan het succes van de opsporing. De toepassing van Big Data brengt echter ook (privacy)risico’s met zich mee. Door de gebrekkige samenhang tussen het Wetboek van Strafvordering en de Wet politiegegevens is het gebruik van Big Data momenteel niet goed gereguleerd. In dit artikel worden de belangrijkste risico’s voor de rechtsbescherming bij het gebruik van Big Data voor opsporingsdoeleinden besproken en wordt bekeken in hoeverre het huidige en toekomstige strafvorderlijke kader deze risico’s kan adresseren.


Mr. dr. B. W. Schermer
Mr. dr. B.W. Schermer is universitair hoofddocent bij het Centrum voor Recht en Digitale Technologie van de Universiteit Leiden (eLaw@Leiden) en partner bij juridisch adviesbureau Considerati. Hij is lid van de Commissie modernisering opsporingsonderzoek in het digitale tijdperk (Commissie Koops) en de expertgroep van het Kenniscentrum Cybercrime van het Hof Den Haag.
Artikel

Realisering van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam door middel van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Onaantastbaarheid van het menselijk lichaam, Recht op lichamelijke integriteit, Artikel 11 Grondwet
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het nut en de meerwaarde van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam onderzocht, alsmede de grondrechtelijke randvoorwaarden die van belang zijn bij de realisering van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam. Dit wordt onder meer in het licht geplaatst van de rechtspraktijk en huidige en toekomstige dilemma’s en technologische ontwikkelingen. De meerwaarde van artikel 11 Grondwet wordt, met name ten opzichte van artikel 10 Grondwet (bescherming persoonlijke levenssfeer), wel als beperkt ingeschat omdat beide bepalingen ten aanzien van de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam juridisch dezelfde bescherming bieden. De vraag is echter of dat terecht is, nu artikel 11 Grondwet het menselijk lichaam expliciet als rechtsobject beschermt. Technologische ontwikkelingen, waarbij enerzijds het menselijk lichaam steeds meer maakbaar wordt en aan veranderingen kan worden onderworpen. Juist in die context heeft het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam betekenis en urgentie. Anderzijds roepen ook de steeds grotere medische mogelijkheden en de hoge kosten waarmee dat gepaard gaat vragen op. Het belang van de bescherming die artikel 11 Grondwet biedt, is daarmee juist in het huidige tijdsgewricht van belang.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is waarnemend hoofd van de afdeling Constitutionele Zaken bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en verbonden aan de Afdeling staats- en bestuursrecht van de VU Amsterdam.
Artikel

Alles op tafel vóór het proces

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2017
Auteurs Nathalie de Graaf en Reinoud Bekkema
Auteursinformatie

Nathalie de Graaf

Reinoud Bekkema
Illustraties

Jan Wouter Alt
Mr. dr. H.J.W. Alt is cassatieadvocaat bij Alt Kam Boer te ’s-Gravenhage en redacteur van dit blad.

A.W. Jongbloed
Prof. mr. A.W. Jongbloed is redactielid van de Gerechtsdeurwaarder en o.a. raadsheer-plaatsver vanger bij het Hof Amsterdam (Notaris- en Gerechtsdeur waarderskamer).
Artikel

Personele eenheid van behandeling en uitspraak. Over HR 31 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3076)

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden procesrecht, recht op een mondelinge behandeling, personele eenheid van behandeling en uitspraak, procedure bij vervanging van rechter(s), rechterlijk overgangsrecht
Auteurs Mr. dr. J.P. de Haan en Mr. dr. M.R.T. Pauwels
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage analyseert het arrest HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076. Dit arrest bevat de regel dat er personele eenheid van behandeling en uitspraak behoort te zijn, en geeft een stappenplan voor het geval na de mondelinge behandeling vervanging van de behandelend rechter noodzakelijk is. De auteurs concluderen dat het om een belangwekkend arrest gaat, niet alleen wegens het grote praktische belang voor de praktijk, maar ook omdat – op het niveau van procesrechtelijke beginselen – het belang van het procesrechtelijke beginsel van een recht op een mondelinge behandeling wordt onderstreept. De auteurs concluderen verder dat bij nadere beschouwing het arrest nog verscheidene vragen oproept, zoals welke soorten mondelinge behandelingen onder het arrest vallen, wanneer het stelsel van de Hoge Raad uitgewerkt is en wanneer tussentijdse vervanging van een rechter geoorloofd is. Ook de door de Hoge Raad gegeven regel van overgangsrecht wordt aan een beschouwing onderworpen.


Mr. dr. J.P. de Haan
Mr. dr. J.P. de Haan is raadsheer bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, afdeling civiel.

Mr. dr. M.R.T. Pauwels
Mr. dr. M.R.T. Pauwels is verbonden aan het Fiscaal Instituut Tilburg van Tilburg University en werkzaam als rechter bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team belastingrecht.
Artikel

Twisten tussen woningcorporatie en huurder: garandeert het Unierecht een recht op schotelantennes?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden horizontale directe werking, vrijedienstenverkeer, woningcorporatie, cassatie wegens onvoldoende motivering, Europees recht
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten en Mr. S.R.W. van Hees
SamenvattingAuteursinformatie

    In het huurreglement van de Arnhemse woningcorporatie SVA is opgenomen dat een huurder niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming het gehuurde mag wijzigen. Daaronder wordt mede begrepen het plaatsen van antennes.
    De vordering van de woningcorporatie tot verwijdering van een door een huurder geplaatste schotelantenne heeft uiteindelijk geleid tot een uitspraak van de Hoge Raad. Deze uitspraak is interessant omdat de civiele kamer van de Hoge Raad casseert vanwege onvoldoende Europeesrechtelijke motivering in het oordeel van het Gerechtshof Arnhem. Daarnaast raakt het geschil aan het materiële vraagstuk van de horizontale directe werking van het vrijedienstenverkeer en reikwijdte van het vrijverkeerrecht in privaatrechtelijke verhoudingen.
    HR 1 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX9761
    Conclusie advocaat-generaal Keus, ECLI:NL:PHR:2013:BX9761


Mr. dr. H.J. van Harten
Mr. dr. H.J. (Herman) van Harten is verbonden aan het Montaigne Centrum en het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht.

Mr. S.R.W. van Hees
Mr. S.R.W. (Sander) van Hees is verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht.

    Bespreking van het proefschrift van mr. K.J.O. Jansen


Mr. W.L. Valk
Mr. W.L. Valk is vicepresident van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Toont 1 - 20 van 23 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.