Zoekresultaat: 19 artikelen

x
Artikel

Access_open Het spanningsveld tussen regels en ruimte: een onderzoek naar taakgerelateerd ongeoorloofd handelen binnen de Nederlandse politie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2020
Trefwoorden taakgerelateerd ongeoorloofd handelen, noble cause corruption, politie, leiderschap, ethiek
Auteurs Robin Christiaan van Halderen en Benjamin Rafaël van Gelderen
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of the present research was to gain insight into the topic of ‘task-related rule-breaking behavior’ (TRB) among Dutch police officers. TRB is a more refined alternative for the concept of noble cause corruption and has been defined as: police officers breaking rules or formal agreements for the purpose of acting in a manner that contributes to the lawful police task. Qualitative research has been conducted within one of the ten regional police forces in the Netherlands. Results show that TRB appears to be a relatively common phenomenon during policework. Behaviors are categorized in sixteen categories and five overarching outlines. In addition, attention is given to several important factors that could be related to TRB being distinguishable between police officers’ individual responsibility and organizational factors. To handle TRB, it is recommended to pay attention to the police officers’ approach of judging and rationalizing their own behavior, their level of knowledge, and social skills. Furthermore, organizational structure (i.e., spam of control) and police leadership may, among other factors, play an important role in encouraging TRB. Especially the way supervisors deal with police officers’ professional autonomy needs specific attention in order to reduce TRB. Autonomy needs guidance in the form of clear orders followed by feedback and coaching. Also, an active form of ethical leadership is needed. An action framework is presented that could be helpful to supervisors to judge and thereby reduce forms of TRB.


Robin Christiaan van Halderen
Robin Christiaan van Halderen is werkzaam bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool te 's-Hertogenbosch.

Benjamin Rafaël van Gelderen
Benjamin Rafaël van Gelderen is Sectorhoofd Politie van de Eenheid Limburg, District Noord- en Midden-Limburg.
Artikel

De ‘criminele sponsor’ van het lokale amateurvoetbal

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2020
Trefwoorden georganiseerde misdaad, organisatiecriminaliteit, voetbal, witwassen, filantropie
Auteurs Professor Toine Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    The social role of criminals in local communities has so far received relatively little systematic academic attention. This applies more specifically to their involvement in philanthropic activities. This paper describes and analyses the role of dubious sponsors particularly in Dutch amateur football. Although it is difficult to estimate the scope of the problem, results indicate that criminal sponsorship is not incidental. It mainly concerns corporate criminals, persons involved in drug crimes and outlaw motorcycle gangs. The main goal is to enhance their public image. In most cases, their involvement in crimes or regulatory offenses is difficult to assess without a doubt, which complicates preventative measures. Our analysis shows several interacting factors which increase clubs’ vulnerability to criminal infiltration: setting overambitious sportive goals; dependence on volunteers and a lack of formal integrity policies and internal compliance mechanisms; financial problems; and external pressures associated with the club’s role as the ‘pride’ of the city, the village or the neighbourhood.


Professor Toine Spapens
Professor Toine Spapens is hoogleraar criminologie aan Tilburg University.
Artikel

Het Huis voor Klokkenluiders in een internationaal perspectief

Een kwalitatief vergelijkend onderzoek naar instellingen voor klokkenluidersbescherming

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Klokkenluiden, Meldregeling, Advies en psychosociale ondersteuning, Onderzoek naar misstanden, Integriteitsbeleid en -management
Auteurs Dr. K.M. Loyens en Dr. W. Vandekerckhove
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt hoe het Huis voor Klokkenluiders zich verhoudt tot gelijkaardige instellingen in tien andere landen, gebaseerd op 21 interviews en de analyse van beleidsdocumenten en onderzoeksrapporten. Het onderzoek laat zien dat deze buitenlandse instellingen ook vaak door de overheid gefinancierd zijn, maar enkel gericht op klokkenluiders in de publieke sector. Onderzoek naar misstanden en benadeling van klokkenluiders wordt vaak door afzonderlijke instellingen gedaan om belangenverstrengeling te voorkomen, terwijl het Huis beide taken combineert. Verder valt op dat naast Nederland weinig landen overheidsfinanciering voorzien voor psychosociale hulp aan klokkenluiders. Advies en preventie zijn wel belangrijk in de meeste landen.


Dr. K.M. Loyens
Dr. K.M. Loyens is universitair docent bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap, Universiteit Utrecht.

Dr. W. Vandekerckhove
Dr. W. Vandekerckhove is werkzaam bij de Work and Employment Relations Unit (WERU), University of Greenwich.

Luc Demeyere
Luc Demeyere is advocaat aan de Balie te Antwerpen, werkzaam bij Contrast, erkend bemiddelaar en redacteur van TMD.

Roger Ritzen
Roger Ritzen is advocaat aan de Balie te Breda-Middelburg (Nederland) en EU-Advocaat aan de Balie te Antwerpen. Tevens erkend bemiddelaar, erkend door de Federale Bemiddelingscommissie (België) en redacteur van TMD.
Kroniek

Ambtelijke en bestuurlijke corruptie in Nederland; waar staan we anno 2018?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Corruptie, Integriteit, Rechtshandhaving, Openbaar bestuur
Auteurs Prof. dr. Hans Nelen en Prof. dr. Emile Kolthoff
SamenvattingAuteursinformatie

    The most recent extensive study on political and administrative corruption in The Netherlands dates back to 2005 (Huberts & Nelen, 2005). Afterwards various studies have been conducted on related subthemes and areas. In this contribution, the state of affairs regarding political and administrative corruption – and the responses to them – in The Netherlands in 2018 is described, based on the results of these studies. Starting with an overview of the nature and severity of political and administrative corruption, the focus shifts to relevant developments in the control and prevention of corruption, partly addressing the causes of the phenomenon.


Prof. dr. Hans Nelen
Prof. dr. mr. J.M. Nelen is als hoogleraar criminologie verbonden aan de Universiteit Maastricht.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. E.W. Kolthoff is als hoogleraar criminologie verbonden aan de Open Universiteit en als lector Veiligheid, openbare orde en recht aan de Avans Hogeschool in Den Bosch.
Artikel

Wel of geen identiteitscontrole? Het dilemma van de ‘rule enforcer’

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Identity control, Police, Rule enforcer, Selectivity, Discretionary space
Auteurs Dra Inès Saudelli
SamenvattingAuteursinformatie

    It is common knowledge that the police in executing its duty as “rule enforcer” disposes of certain discretionary powers. Because of the heavy workload and the often ambiguous legislation, the police officer needs to decide on a selective basis when, how and towards whom he/she will act. These discretionary powers are present in proactive identity controls and already provoked strong reactions in the past. The media accused the police of over-controlling certain minority groups. With this ethnographic study into the Belgian practice of identity controls, in which we observe and interview police officers, we wish to get a better view of the way in which identity controls are executed. Although the research is still ongoing, we have already been able to establish that the decision-making process is based on a police feeling which police officers claim to have and which is formed by (a combination of) different triggers attracting their attention.


Dra Inès Saudelli
Inès Saudelli Onderzoeker criminologie, Vrije Universiteit Brussel ines.saudelli@vub.ac.be
Artikel

De betekenis van het Interbestuurlijk Programma voor het waterbeheer

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Interbestuurlijk Programma, Bestuursakkoord Water, waterbeheer
Auteurs Mr. dr. H.J.M. (Herman) Havekes
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het Interbestuurlijk Programma voor het waterbeheer, dat op 14 februari 2018 is gepresenteerd.


Mr. dr. H.J.M. (Herman) Havekes
Mr. dr. H.J.M. Havekes werkt bij de Unie van Waterschappen.
Diversen: Notenkrakers

De Delta Lloyd uitspraken

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Delta Lloyd uitspraken, integriteitseisen, motiveringseisen, heenzending
Auteurs Mr. Samantha Daniëls en prof. mr. Adriënne de Moor-van Vugt
Auteursinformatie

Mr. Samantha Daniëls
Mr. S. Daniëls is werkzaam als promovenda Staatsnoodrecht en financieel toezicht bij het Centrum voor Financieel recht UvA.

prof. mr. Adriënne de Moor-van Vugt
Prof. mr. A.J.C. de Moor-van Vugt is werkzaam als hoogleraar Staats- en bestuursrecht bij het Centrum voor Financieel recht UvA.

    Na de recordschikking van het OM met SBM Offshore over omkoping door handelsagenten, vraagt men zich af: is dit nog wel een incident? Nee, het is een logisch gevolg van trend dat het internationaal actieve bedrijfsleven zijn groei steeds vaker uit corruptiegevoelige gebieden haalt en onvoldoende is voorbereid op de risico’s die dat met zich meebrengt. Third parties en partijen verderop in de supply chain zijn de zwakste schakel in de integriteitsketen.


dr. S. Iyer

mr. A.B. Scheltema Beduin

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (BING) gelegitimeerd is om te adviseren over de mate van gevaar, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob en zo ja, welke zorgvuldigheidseisen op dit advies van toepassing zijn. Om deze vraag te beantwoorden wordt allereerst de algemene werkwijze van BING besproken. Ten tweede wordt het eigen Bibob-onderzoek van het bestuursorgaan aan een analyse onderworpen. Ten derde wordt een analyse verricht naar de toepasselijkheid van de zorgvuldigheidseisen, die voortvloeien uit artikel 3:9 Awb, op het onderzoek en het advies van BING. Er wordt geëindigd met een conclusie.


mr. drs. B. van der Vorm
Artikel

Ethische dilemma’s bij criminologisch onderzoek

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Ethical issues, Scientific integrity, Confidentiality, Informed consent, Fabrication and falsification, Ethical commissions
Auteurs Prof. dr. Henk van de Bunt
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent years have seen a growing interest in scientific malpractice. In the Netherlands, for example, several major cases of plagiarism, fabrication of data and falsification of findings have come to light. The scandal surrounding the Dutch social psychologist Diederik Stapel, who simply made up the results of empirical research, prompted worldwide attention. As a result of these scandals, universities have, in the past few years, increased their efforts to better ensure the integrity of scientific research. In this process it is sometimes overlooked that scientific integrity is not a clear-cut concept. By examining three ethical issues relevant to criminological research, this article aims to illustrate that the assessment of integrity is a complicated matter. The first dilemma relates to maintaining confidentiality: how to ensure that the privacy of respondents is protected and the research will not harm their interests? The second dilemma has to do with the degree of openness and transparency required from the viewpoint of scientific accountability. How transparent can one be when it comes to conducting scientific research based on secret information and closed sources that are only accessible to the researchers? Finally, the third dilemma concerns the independent position of criminological research. What are the possibilities and limitations of free and independent research in the field of criminology?


Prof. dr. Henk van de Bunt
Prof. dr. H.G. (Henk) van de Bunt is hoogleraar criminologie aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Overvragende wetgever zet gezagsuitoefening van rechter onder druk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden judiciary, legislature, legitimacy, overburdening
Auteurs Meike Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    During the recent Senate debate about the constitutional state some senators expressed a concern about the tensions between the legislature and judiciary. The problems of overburdening, underfunding and instrumentalisation of the judiciary have a long history. The legislature has a tendency to overburden himself and the other powers of state, like the judiciary, notwithstanding the official policy to be reserved with regard to the responsibilities of government. The judiciary must adapt itself to an ever more prominent role in the constitutional state. The judiciary also has to generate its own legitimacy and cannot consider this to be a function of the legitimacy basis of the democratic legislator. The legislator for his part has all kinds of democratic wishes and expectations on how the judiciary can increase its own legitimacy basis by dealing quicker with more cases. In this context, the minister strongly adheres to the maxim that justice delayed is justice denied. The working methods of the judiciary have shown small and gradual steps in the direction of a more responsive and communicative procedure. However, the judiciary is not able to transform all its ideas into concrete initiatives and to transform successful initiatives into settled practices.


Meike Bokhorst
Meike Bokhorst is wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in Den Haag. Onlangs promoveerde zij in Tilburg op het proefschrift ‘Bronnen van legitimiteit. Over de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag.’ Hiervoor werkte ze als onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer en als beleidsmedewerker bij het Ministerie van Justitie. Ze studeerde filosofie met journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en politicologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Over de bestrijding van politiële discriminatie

Kanttekeningen bij de beschuldiging van etnisch profileren

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2014
Trefwoorden etnisch profileren, politie, discriminatie, preventief fouilleren
Auteurs Dr. Guus Meershoek
SamenvattingAuteursinformatie

    Several reports and publications criticise the Dutch police for discriminating against minorities during stop-and-search actions. This article argues that discrimination can be found in the police but not to the extent that the critics suggest. Recent research on stop-and-search practices in a large Dutch city suggests that the police treat youth with a minority background differently but that they don’t treat them unequally. The article concludes with a warning against the use of the expression ethnic profiling, because it hinders correction of discrimination by the police.


Dr. Guus Meershoek
Dr. Guus Meershoek is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente.
Artikel

Het Adviespunt Klokkenluiders in de praktijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2013
Trefwoorden whistleblowers in the Netherlands, wrongdoing, Advice Centre Whistleblowers, concern, confidentiality
Auteurs H.G. de Jong en L.S. Mol
SamenvattingAuteursinformatie

    The Advice Centre for Whistleblowers in the Netherlands (het Adviespunt Klokkenluiders) opened on 1 October 2012 and offers independent and confidential advice to (potential) whistleblowers. Even though the Advice Centre opened only recently, this article gives an overview of the findings of the Advice Centre up-to-date, because of its relevance for the public debate on whistleblowers. The article inter alia mentions the number of whistleblowers that needed advice from the Advice Centre, the sectors where they work(ed), the types of wrongdoing involved in the cases and it describes the questions and dilemmas of whistleblowers who approached the Advice Centre. The article also points out how the Advice Centre could help persons with raising their concern about possible wrongdoing or malpractice in the workplace.


H.G. de Jong
Mr. Hannah de Jong is als senior adviseur verbonden aan het Adviespunt Klokkenluiders in Den Haag.

L.S. Mol
Mr. Liesbeth Mol is als senior adviseur verbonden aan het Adviespunt Klokkenluiders in Den Haag.
Artikel

Een luisterend oor

Het interne meldsysteem integriteit binnen de Nederlandse overheid

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2013
Trefwoorden whistleblowing research, internal reporting systems, public sector, public servants, confident counselors
Auteurs G. de Graaf en K. Lasthuizen
SamenvattingAuteursinformatie

    Whistleblowing and whistleblowers have received a lot of attention over the last decade, not just in popular discourse, also in academic research. So by now we know a lot about ‘the’ whistleblower; internal reporting procedures received less attention. That is remarkable, because from previous research we know that by far most reports of wrongdoing are (first) reported internally. Reporting in line seems the most logical step for most observations, but how well are Dutch public managers handling these reports, and what are the experiences of and with so-called confidential integrity advisors? The authors’ main research question is: How does the internal reporting system function in the public sector, and what improvements are possible? Here the authors answer these questions based on a survey conducted among Dutch civil servants, which was filled out by 7,543 respondents and on 25 in-depth interviews with confidential integrity officers.


G. de Graaf
Dr. Gjalt de Graaf is als universitair hoofddocent verbonden aan de onderzoeksgroep Quality of Governance van de afdeling Bestuurswetenschap en Politicologie van de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam (zie www.fsw.vu.nl/nl/onderzoek/onderzoeksprogrammas/bestuurskunde/quality-of-governance).

K. Lasthuizen
Dr. Karin Lasthuizen is als universitair hoofddocent verbonden aan de onderzoeksgroep Quality of Governance van de afdeling Bestuurswetenschap en Politicologie van de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam (zie www.fsw.vu.nl/nl/onderzoek/onderzoeksprogrammas/bestuurskunde/quality-of-governance).
Hoofdartikel

Uniform of gedifferentieerd arbeidsrecht

Een nationaal en rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtvaardiging en toekomst van bijzondere arbeidsverhoudingen

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden bijzondere arbeidsverhoudingen, uniform, differentiatie, rechtsvergelijking, gelijkheidsbeginsel, kwalificatievraag
Auteurs Prof. mr. dr. A.R. Houweling en Mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1907 heeft de wetgever bewust gekozen voor een uniforme wettelijke regeling inzake de arbeidsovereenkomst. Een gedifferentieerd stelsel van afzonderlijke arbeidsrechtelijke regelingen voor bijzondere beroepsgroepen werd uitdrukkelijk van de hand gewezen. Zo’n stelsel zou namelijk slechts aanleiding geven tot afbakeningsproblemen en rechtsonzekerheid. Inmiddels heeft zich evenwel – niettegenstaande dit uitgangspunt − een ‘waaier’ aan bijzondere arbeidsverhoudingen ontwikkeld. Gezien de parlementaire geschiedenis van de huidige wettelijke regeling in titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek, zou men verwachten dat het creëren (of handhaven) van afwijkende regelingen voor bepaalde arbeidsverhoudingen uitdrukkelijk door de wetgever is/wordt gemotiveerd en dat aan de vormgeving van dergelijke bijzondere arbeidsverhoudingen bewuste keuzes en/of principes ten grondslag liggen. In dit artikel onderzoeken de auteurs welke bijzondere arbeidsverhoudingen er zijn en in hoeverre daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. In het tweede deel van dit onderzoek analyseren de auteurs de trends en ontwikkelingen van bijzondere arbeidsverhoudingen in de Europese Unie. De auteurs concluderen dat voor een groot aantal bijzondere arbeidsverhoudingen geen rechtvaardigingsgronden (meer) bestaan. Voorts concluderen de auteurs dat ook in het buitenland geen rechtvaardigingsgronden zijn aangetroffen voor onderscheidingen in arbeidsrechtelijke regelingen. Zij wijzen erop dat bepaalde ontwikkelingen in het buitenland – met name ingegeven vanuit het gelijkheidsbeginsel en EU-recht – laten zien dat eerder een verregaande uniformering in plaats van verdergaande differentiatie valt te verwachten. Het gebruik van open normen – zoals in Nederland het geval is – zal in deze ontwikkeling een belangrijke rol spelen.


Prof. mr. dr. A.R. Houweling
Prof. mr. dr. A.R. Houweling is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. G.W. van der Voet
Mw. mr. dr. G.W. van der Voet is universitair docent aan de Erasmus School of Law en arbeidsrechtadvocaat bij AKD.
Artikel

Woningcorporaties: governance en compliance zonder aandeelhouders

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2011
Trefwoorden woningcorporaties, governance, governance code, compliance, integriteit
Auteurs Mr. P.J.B. Theeuwes
SamenvattingAuteursinformatie

    Goede governance is voor ondernemingen zowel in de marktsector als in de publieke sector een voorwaarde voor het vertrouwen dat een organisatie goed bestuurd wordt. Woningcorporaties kennen een eigen governance code: de Governance Code Woningcorporaties. Deze code is geïnspireerd door de Nederlandse Corporate Governance Code voor beursgenoteerde ondernemingen. Hoewel de woningcorporatie voor wat betreft haar governance veel gelijkenis vertoont met de beursgenoteerde onderneming, is er een belangrijk verschil: de afwezigheid van aandeelhouders. In deze bijdrage wordt ingegaan op de mate van compliance aan de governance code bij woningcorporaties. Hiertoe wordt allereerst de Governance Code Woningcorporaties kort besproken. Vervolgens wordt er stilgestaan bij de vraag of de aan- of afwezigheid van aandeelhouders een rol speelt bij de mate van compliance aan een governance code. In dit kader worden de beursvennootschappen en woningcorporaties met elkaar vergeleken. Ten slotte doet de auteur enkele aanbevelingen om een goede compliance aan de governance code door woningcorporaties te verbeteren. In dit kader wordt het begrip ‘integriteit’ geïntroduceerd als belangrijke factor om, naast compliance, behoorlijk bestuur te bewerkstelligen.


Mr. P.J.B. Theeuwes
Mr. P.J.B. Theeuwes is werkzaam bij de Autoriteit Financiële Markten.
Artikel

Het spanningsveld tussen een integere bancaire sector en laagdrempelige toegang tot het betalingsverkeer

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Wft, integriteit, banken, opzeggingsbevoegdheid, duurovereenkomsten
Auteurs Mr. J.W. Achterberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Van banken wordt (op grond van publiekrechtelijke financiële wetgeving) verwacht dat zij het vertrouwen in de bancaire sector waarborgen, door potentiële cliënten te screenen en bestaande cliënten te monitoren (en in bepaalde gevallen de relatie te beëindigen). Aan de andere kant is het besef doorgedrongen dat de beschikking over een bankrekening onontbeerlijk is en worden banken door rechters verplicht bancaire relaties met door hen ongewenste typen cliënten in stand te houden. Dit brengt banken in een lastig parket. Hoe moeten banken hun bevoegdheid tot opzegging toepassen en welke rechterlijke toets is hierop van toepassing?


Mr. J.W. Achterberg
Mr. J.W. Achterberg is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam (Afdeling Banking & Finance).

    Quality of organization and quality management are different concepts. The CEPEJ report on efficiency and quality of justice refers to a state of affairs. Quality management is a set of planned, reactive and proactive actions to enhance organisation development in order to improve the functioning of an organisation. Based on case studies on quality management in several COE member states, a distinction is suggested between various levels of involvement of a ministry of justice or a council for the judiciary in quality management in the courts and/or the court administration. A restricted comparative analyses suggests that cooperation between courts and a ministry of justice is based on mutual trust, where the ministry of justice does hardly interfere. In most countries, however, interactions between the court organisations and the ministry of justice to enhance quality management are coordinated at the central level.


Ph.M. Langbroek
Prof. mr. dr. Philip Langbroek is als hoogleraar rechtspleging en rechterlijke organisatie verbonden aan het Departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.