Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 229 artikelen

x
Artikel

Access_open De kwetsbare legitimaris, de langstlevende partner en de kantonrechter

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden legitieme portie, curatele, meerderjarigenbewind, minderjarigen, toezicht kantonrechter
Auteurs Mr. dr. J.H.M. ter Haar en Mr. G.A. Tuinstra
SamenvattingAuteursinformatie

    De kantonrechter heeft als toezichthouder op het beheer over het vermogen van kwetsbare legitimarissen een belangrijke taak. Dit geldt in het bijzonder als hun belang botst met dat van de langstlevende partner van de overledene. Hoe gaat de kantonrechter dan om met een schending van de legitieme portie? Maakt het verschil of de schending terloops blijkt of dat de schending aanleiding is voor het machtigingsverzoek? Schrijvers gaan in op uiteenlopende uitspraken en doen een handreiking aan de rechterlijke praktijk.


Mr. dr. J.H.M. ter Haar
Mr. dr. J.H.M. ter Haar is universitair docent Notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. G.A. Tuinstra
Mw. mr. G.A. Tuinstra is docent Notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Titel

De Arubaanse rechter oog-in-oog met het ontvoerde kind

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2020
Trefwoorden internationale bevoegdheidsrecht, internationale kinderontvoering, Haags Kinderbeschermingsverdrag, artikel 429c Rv, Koninkrijk
Auteurs Mr. G. Jacobs
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft de resultaten weer van een literatuurstudie naar de rechterlijke bevoegdheid in zaken van internationale ouderlijke kinderontvoering voor de periode 1965-2019. Hierbij is het oude en huidige internationale bevoegdheidsrecht van Nederland geanalyseerd en is ook onderzocht of deze regelingen door de Arubaanse rechter gebruikt kunnen worden.
    Uit het onderzoek is gebleken dat de rechters van Aruba en Sint Maarten enkel het HKV 1961 kunnen gebruiken als grondslag voor hun internationale bevoegdheid. Dit omdat een beslissing op een teruggeleidingsverzoek een kinderbeschermingsmaatregel is die binnen het materieel toepassingsgebied van het HKV 1961 valt. Valt de ontvoering ook binnen het formeel toepassingsgebied van het verdrag, dan betekent dit dat de rechters van Aruba en Sint Maarten hun internationale bevoegdheid kunnen vaststellen op grond van artikel 9 HKV 1961.
    Ook kan de Arubaanse rechter zijn internationale bevoegdheid ontlenen aan artikel 429c lid 3 RvNA (met toepassing van het ‘distributie bepaalt attributie’-beginsel).


Mr. G. Jacobs
Mr. G. Jacobs is jurist en klachtenfunctionaris bij het Instituto Medico San Nicolas te Aruba.

Marek Zilinsky
Mr. M. Zilinsky is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en als adviseur verbonden aan Houthoff.
Artikel

Access_open Your children are (not) your children

Het recht op respect op gezinsleven als beperking van het recht op gezinshereniging

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden gezinshereniging, Gezinsherenigingsrichtlijn, recht op familie- en gezinsleven (artikel 8 van het EVRM), kinderrechten / IVRK, Handvest van de Grondrechten van de EU
Auteurs Mr. J. Werner
SamenvattingAuteursinformatie

    Kritische analyse van jurisprudentie van de Raad van State over gezinshereniging van vaders met kinderen, in het licht van de Gezinsherenigingsrichtlijn en de toepasselijke mensen- en kinderrechten.


Mr. J. Werner
Mr. J. Werner is advocaat bij Hagg & Van Koesveld Advocaten en docent bij OSR Juridische Opleidingen.
Jurisprudentie

Afwijzing verzoek tot beëindiging gezag van een ongeboren baby: Een verstandelijke beperking van ouders is op zich geen bepalende factor voor falend ouderschap

Rechtbank Amsterdam 26 april 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:3375)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden uithuisplaatsing, verstandelijke beperking, VN-verdrag Handicap, gezagsbeëindiging
Auteurs Mr. E.B. van de Loo
SamenvattingAuteursinformatie

    De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt de beëindiging van het ouderlijk gezag van een ongeboren baby omdat de ouders een verstandelijke beperking hebben. Volgens de Raad mist de moeder vanwege haar verstandelijke beperking de sensitiviteit die nodig is voor de opvoeding. De moeder heeft een beroep gedaan op artikel 23 VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH). Daarin staat dat een kind niet gescheiden mag worden van zijn ouders enkel op basis van een handicap van de ouders en dat alle passende hulp geboden dient te worden om de opvoeding, eventueel met ondersteuning, mogelijk te maken. Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2019:3375) wijst het verzoek af. De rechtbank kijkt naar de meerwaarde van de toepassing van dit verdrag ten opzichte van reeds bestaande bepalingen in internationale verdragen.


Mr. E.B. van de Loo
Mr. E.B. (Elsa) van de Loo is advocaat te Amsterdam.
Jurisprudentie

Access_open Stoian t. Roemenië: stap terug of status quo? Een EHRM-casus over het recht op inclusief onderwijs

EHRM 25 juni 2019, 289/14 (Stoian/Roemenië)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, (recht op) inclusief onderwijs, toegankelijkheid, redelijke aanpassingen
Auteurs Dra. M. Spinoy (M.Jur.) en Dr. J. Lievens (LL.M.)
SamenvattingAuteursinformatie

    In het recente arrest Stoian t. Roemenië oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over de onderwijssituatie van een jongen met een beperking in Roemenië. Het Hof beoordeelt de zaak vanuit de redelijke aanpassingsplicht en besluit dat die niet geschonden is. In deze bijdrage bespreken en analyseren de auteurs dit arrest dat het Hof op veel kritiek kwam staan. Ze houden daarbij in het bijzonder rekening met het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH) en relevante voorgaande rechtspraak van het EHRM. In het arrest krijgen de principes van het IVRPH (opnieuw) een centrale plaats. De toepassing van die principes is minder eenduidig. Het arrest doet immers belangrijke vragen rijzen over de manier waarop het EHRM twee belangrijke IVRPH-verplichtingen inzake onderwijs toepast. Het IVRPH omvat onder meer de verplichting tot het voorzien van een toegankelijk onderwijssysteem en de verplichting in redelijke aanpassingen te voorzien. Die verplichtingen zijn er beide op gericht onderwijs toegankelijk te maken voor kinderen met een handicap. Tussen de twee verplichtingen bestaan echter belangrijke verschillen, onder meer inzake afdwingbaarheid. Het EHRM lijkt deze verplichtingen niet correct van elkaar te onderscheiden en aan de twee tegelijk te toetsen. Daarnaast is niet duidelijk hoe streng het Hof de verplichtingen van staten toetst in deze materie. De toetsingsintensiteit lijkt in Stoian lager te liggen dan in eerdere zaken. De auteurs besluiten dan ook dat het arrest geen echte zekerheid brengt over de standaarden die het Hof in volgende zaken zal hanteren.


Dra. M. Spinoy (M.Jur.)
Dra. M. (Marie) Spinoy is doctoraatsonderzoeker aan het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven). Ze doet onderzoek op het gebied van non-discriminatie.

Dr. J. Lievens (LL.M.)
Dr. J. (Johan) Lievens is universitair docent staatsrecht en onderwijsrecht aan de VU Amsterdam. Hij is tevens verbonden aan de Université de Namur en het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven).
General Comment

General Comment No. 24: een weerspiegeling van een decennium aan ontwikkelingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden jeugdstrafrecht, herziening, VN-Kinderrechtenverdrag, vrijheidsontneming, MACR
Auteurs Mr. A. Popescu
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beoogt de belangrijkste thema’s van de nieuwe General Comment No. 24 (2019) uit te lichten die door het VN-Kinderrechtencomité zijn aangevuld of in hun geheel nieuw zijn toegevoegd. De wijzigingen zijn doorgevoerd in reactie op het veranderende beeld van kinderen in jeugdstrafrechtstelsels, dat van invloed is geweest op een drietal thema’s waaromtrent het Comité positieve en negatieve trends heeft gesignaleerd. Zo uit het Comité bijvoorbeeld zijn zorgen over het aanhoudende gebruik van vrijheidsbeneming ten aanzien van kinderen en benadrukt het nogmaals de noodzaak voor buitengerechtelijke interventies als alternatief voor vrijheidsbeneming. Het Comité hanteert daarentegen een optimistische toon wanneer het komt te spreken over de nieuwe absolute minimumleeftijd voor strafrechtelijke aansprakelijkheid, die is verhoogd van 12 naar 14 jaar, en het prijst de lidstaten die verder reiken dan dat minimum. Met de onderhavige General Comment tracht het Comité zijn standpunten omtrent bestaande en nieuwe thema’s te herbevestigen of geheel nieuw toe te voegen en daarmee aan lidstaten een richtsnoer te bieden voor het creëren van een jeugdstrafrechtstelsel dat volledig in lijn is met het VN-Kinderrechtenverdrag.


Mr. A. Popescu
Mr. A. Popescu is medewerker Verwerken & Behandelen bij het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) en alumnus straf- en jeugdrecht van de Universiteit Leiden.
Actualia

IPR

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 2 2020
Auteurs Mr. T. de Vette
Auteursinformatie

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 9 maart 2020 en 24 april 2020.
Artikel

Access_open Preventie is niet vrijblijvend

Over het preventie-oeuvre van Jos Dute

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden infectieziektenbestrijding, COVID-19, alcoholregulering, gedragsrisico’s, mensenrechten
Auteurs Prof. mr. B.C.A. Toebes
SamenvattingAuteursinformatie

    Doel van deze bijdrage is om bloot te leggen hoe Jos Dute heeft bijgedragen aan het preventiediscours. Na een bespreking van Dutes inaugurale rede volgt een uitgebreide analyse van infectieziektenregulering in het licht van de recente uitbraak van COVID-19. Dit gevolgd door een kortere analyse van de regulering van alcohol.


Prof. mr. B.C.A. Toebes
Brigit Toebes is hoogleraar Gezondheidsrecht in Internationaal Perspectief aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Aruba, Curaçao en Sint Maarten kennen, anders dan Nederland, geen uitgebreid stelsel van geschreven regels van commuun internationaal privaatrecht. In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre de Caribische rechtspraktijk bij het in Nederland geldend commuun internationaal privaatrecht te rade kan, mag of moet gaan om de leemtes in de eigen rechtsorde op te vullen.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht. Tevens is hij lid van de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

Access_open ‘A Person’s a Person, No Matter How Small’: enige literaire intermezzi

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Kinderrechten, burgerschapsopvoeding, Law and literature, Mensenrechten, Kinderliteratuur
Auteurs Prof. mr. dr. A.M.P. (Jeanne) Gaakeer
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontwikkeling van de rechten van het kind valt behalve in het recht ook in de (kinder)literatuur te traceren. Literaire werken met juridische thema’s zijn daarom een spiegel voor zowel juristen als minderjarigen in de manier waarop zij in het verhaal dat wordt verteld rechten en plichten in het concrete geval aanschouwelijk maken. Een kleine staalkaart van literaire fragmenten toont de positie van het kind in het recht.


Prof. mr. dr. A.M.P. (Jeanne) Gaakeer
Prof. mr. dr. A.M.P. Gaakeer is senior raadsheer Gerechtshof Den Haag; hoogleraar Jurisprudence: Hermeneutical and Narrative Foundations, Erasmus School of Law, Rotterdam.
Artikel

Access_open General Comment No. 24 – nieuw elan voor het jeugdstrafrecht?

Over leeftijdsgrenzen, ‘diversion’ en de bredere implicaties voor het jeugdstrafrecht

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Kinderrechten, Jeugdstrafrecht, General Comment No. 24, Leeftijdsgrenzen
Auteurs Mr. dr. Y.N. (Yannick) van den Brink en Prof. mr. E.M. (Isabeth) Mijnarends
SamenvattingAuteursinformatie

    Het VN-Kinderrechtencomité heeft recentelijk zijn nieuwe General Comment No. 24 gepubliceerd over kinderrechten in het jeugdstrafrecht. Deze bijdrage verkent de mogelijke implicaties van dit General Comment voor het Nederlandse jeugdstrafrecht, aan de hand van interviews met professionals uit de jeugdstrafrechtspraktijk. Hierbij wordt specifiek aandacht besteed aan de minimumleeftijdsgrens voor jeugdstrafrechtelijke aansprakelijkheid en de buitengerechtelijke afdoening van jeugdstrafzaken (‘diversion’). Ook wordt in bredere zin gereflecteerd op de potentiële meerwaarde van het IVRK en General Comment No. 24 voor het Nederlandse jeugdstrafrecht.


Mr. dr. Y.N. (Yannick) van den Brink
Mr. dr. Y.N. van den Brink is universitair docent Jeugdrecht en Strafrecht aan de Universiteit Leiden en thans als Rubicon research fellow verbonden aan de University of Cambridge, Institute of Criminology (Verenigd Koninkrijk).

Prof. mr. E.M. (Isabeth) Mijnarends
Prof. mr. E.M. Mijnarends is landelijk coördinerend jeugdofficier bij het Openbaar Ministerie en tevens bijzonder hoogleraar Jeugdstrafrecht aan de Universiteit Leiden en heeft op persoonlijke titel als coauteur bijgedragen aan dit artikel.
Artikel

Access_open Kindvriendelijke rechtspraak – wat valt te verwachten voor het jeugdstrafrecht?

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Kinderrechten, Kindvriendelijke rechtspraak, IVRK
Auteurs Mr. E.A.A. (Ellen) van Kalveen
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland is in de laatste jaren de aandacht voor kindvriendelijke rechtspraak vooral gericht op het jeugdbeschermingsrecht en op familiezaken. In deze bijdrage wordt nagaan welke praktische aspecten in het jeugdstrafrecht aandacht behoeven in het licht van kindvriendelijke rechtspraak.


Mr. E.A.A. (Ellen) van Kalveen
Ellen van Kalveen is senior rechter en voorzitter van de expertgroep jeugdrechter. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Access_open Kinderrechten en de positie van jongvolwassenen

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Kinderrechten, Adolescentie, Jongvolwassenen, Leeftijdsgrenzen
Auteurs E.P. (Eva) Schmidt LLM, BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Internationale kinderrechten genieten enerzijds vrijwel universele erkenning maar worden anderzijds ook stevig bekritiseerd. Vooral kinderrechten binnen het strafrecht worden als controversieel gezien. Tegelijkertijd is op dit gebied sprake van toenemende aandacht voor de ontwikkeling gedurende de adolescentie die door lijkt te lopen na de dominante leeftijdgrens van achttien jaar, alsmede de implicaties daarvan voor de positie van jongvolwassenen in het strafrecht. Deze bijdrage gaat nader in op de toepasselijkheid, en toegevoegde waarde, van het kinderrechtenperspectief voor jongvolwassenen in het strafrecht.


E.P. (Eva) Schmidt LLM, BSc
E.P. Schmidt is als promovendus werkzaam op de Afdeling Jeugdrecht, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden. Haar onderzoek richt zich op de bestraffing van adolescenten als kinderen of volwassenen en wordt gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) (projectnummer 406.18.503).
Redactioneel

Access_open 30 jaar kinderrechten: zoeken naar nieuw elan, betrokkenheid en inclusiviteit

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2020
Trefwoorden IVRK, Kinderrechten, Mensenrechten
Auteurs Prof. dr. mr. T. (Ton) Liefaard en Mr. T.B. (Tamara) Trotman
Auteursinformatie

Prof. dr. mr. T. (Ton) Liefaard
Prof. dr. mr. T. Liefaard, gastredacteur voor dit nummer, is vice-decaan en hoogleraar kinderrechten, houder van de UNICEF-leerstoel kinderrechten aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Mr. T.B. (Tamara) Trotman
Mr. T.B. Trotman is raadsheer bij het Gerechtshof Den Haag.
Artikel

Herstelbeslissingen in het nieuwe Wetboek van Strafvordering nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Modernisering Wetboek van Strafvordering, Herstelbeslissingen door lagere rechter en Hoge Raad, Verbeteren en aanvullen van rechterlijke beslissingen na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting, Gesloten stelsel en concentratie van rechtsmiddelen, Herstelbeslissingen door de Hoge Raad
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De voorstellen tot modernisering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering betreffen onder meer nieuwe bepalingen aangaande herstelbeslissingen door de strafrechter na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting. De voorstellen codificeren voor een groot gedeelte de reeds tot ontwikkeling gekomen jurisprudentie. Nieuw is het gemarkeerde onderscheid tussen het aanbrengen van verbeteringen en het aanvullen van de rechterlijke beslissing. Dit onderscheid werkt door in de uitwerking wat betreft de procedurele bevoegdheden van de bij het strafproces betrokken partijen: de strafrechter, de Officier van Justitie, de verdachte, de benadeelde partij en in het voorkomende geval de (voogd van de) minderjarige. De voorgestelde nieuwe regeling roept vragen op met betrekking tot de beginselen van concentratie en geslotenheid van rechtsmiddelen. Tevens vraagt de regeling voor de aanvulling nadere bezinning: tot welk moment is aanvulling toegelaten met het oog op het aanweneden van rechtsmiddelen? De vraag is gerechtvaardigd of de regeling zoals voorgesteld niet nog eens kritisch moet worden bezien. In het hierna volgende artikel wordt die vraag bevestigend beantwoord.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. (Rijnhard) Haentjens was vicepresident van het Gerechtshof Amsterdam en is emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
Externe betrekkingen

Oude wijn in nieuwe zakken: over de oorsprongsmarkering van levensmiddelen uit de door Israël bezette gebieden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden herkomstaanduiding, oorsprongsmarkering, oorsprongsregels, door Israël bezette gebieden, Verordening (EU) nr. 1169/2011
Auteurs Mr. K.P. Olsthoorn
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige prejudiciële zaak is het Hof van Justitie voor het eerst verzocht om een uitspraak over de uitlegging van de bepalingen van Verordening (EU) nr. 1169/2011 over de vermelding van het ‘land van oorsprong’ en de ‘plaats van herkomst’ met betrekking tot levensmiddelen die uit de door Israël sinds 1967 bezette gebieden afkomstig zijn. In het op 12 november 2019 gewezen arrest in de de zaak Organisation juive européenne en Vignoble Psagot heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat uit deze verordening volgt dat op levensmiddelen die afkomstig zijn uit een door Israël bezet gebied, niet alleen dit gebied maar tevens, wanneer die levensmiddelen afkomstig zijn uit een plaats die of een geheel van plaatsen dat een Israëlische nederzetting binnen dat gebied vormt, deze herkomst moet worden vermeld. In deze bijdrage worden de achtergronden en gevolgen van deze uitspraak nader toegelicht.
    HvJ 12 november 2019, zaak C-363/18, ECLI:EU:C:2019:954 (Organisation juive européenne en Vignoble Psagot)


Mr. K.P. Olsthoorn
Mr. K.P. (Kornel) Olsthoorn is advocaat bij Jones Day te Amsterdam.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 2 december 2019 en 9 maart 2020.
General Comment

De bescherming van kinderen tegen lijfstraffen en andere wrede of vernederende straffen: General Comment No. 8 nader toegelicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden kindermishandeling, vernedering, lijfstraffen, 37 IVRK, General Comment 8
Auteurs Mr. B.L. Lok
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Kinderrechtencomité vaardigt General Comments uit, waarin het duiding geeft aan bepaalde kinderrechten(thema’s). Op dit moment zijn er 24 General Comments. In deze rubriek wordt General Comment 8 uitgelicht. Deze General Comment ziet op het recht van het kind op bescherming tegen fysieke straffen en andere wrede of vernederende vormen van bestraffing.


Mr. B.L. Lok
Mr. B.L. Lok is advocaat personen, familie-, jeugd- & erfrecht bij Bos van der Burg Advocaten te Zoetermeer.

    De grote toestroom van migranten en asielzoekers in de EU houdt vandaag nog steeds verschillende regelgevers wakker. Niet alleen de nationale overheden, maar ook de EU-regelgevers zoeken naarstig naar oplossingen voor de problematiek. Daartoe trachten de EU-regelgevers het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) bij te werken.
    Binnen de groep migranten en asielzoekers bestaat een specifiek kwetsbaar individu: de niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV). Hij is zowel vreemdeling als kind en kreeg reeds ruime aandacht binnen de rechtsleer. Nochtans werd deze aandacht niet altijd weerspiegeld in de EU-wetgeving. Het lijkt alsof hij door de regelgevers af en toe uit het oog verloren werd.
    Uit het onderzoek blijkt dat de EU-regelgevers nog een zekere weg te gaan hebben. In de eerste plaats bestaat er wat betreft het geheel aan regels met betrekking tot de NBMV weinig coherentie. De EU-regelgevers zouden bijvoorbeeld meer duidelijkheid kunnen scheppen door een uniforme methode vast te leggen voor de bepaling van de leeftijd van de NBMV. Hetzelfde geldt voor een verduidelijking van de notie ‘het belang van het kind’ binnen asiel en migratie. Verder blijken de Dublinoverdrachten en de vrijheidsontneming van de NBMV nog steeds gevoelige pijnpunten. Hier en daar moet aan de hervorming van het asielstelsel nog wat gesleuteld worden, zodat de rechten van de NBMV optimaal beschermd kunnen worden.
    ---
    Today, the large influx of migrants and asylum seekers into the European Union (EU) keeps several regulators awake. Not only national authorities, but EU regulators too are diligently searching for solutions to the problems. To this end, EU regulators are seeking to update the Common European Asylum System (CEAS).
    There is however a particularly vulnerable individual within the group of migrants and asylum seekers: the unaccompanied alien minor (UAM). These minors already received a great deal of attention within legal doctrine. However, this attention was not always reflected in EU legislation. It seems as if UAM are occasionally lost from sight by the regulators.
    This article shows that the EU regulators still have a certain way to go. First, there is little coherence in the set of rules relating to the UAM. The EU regulators could, for example, create more clarity by laying down a uniform method for determining the age of the UAM. The same applies to a clarification of the notion of 'best interests of the child' within the context of asylum and migration. Second, the proposal for a new Dublin Regulation and the proposal for a new Reception Conditions Directive still appear to be sensitive. Here and there, the reform of the asylum system still needs adjustments, so that the rights of UAM can be optimally protected."


Caranina Colpaert LLM
Caranina Colpaert is PhD researcher
Toont 1 - 20 van 229 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.