Zoekresultaat: 60 artikelen

x
Artikel

Access_open Pilots in de jeugdbescherming, een motor voor reflectie, vragen en innovatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Jeugdbescherming, Transitie, Jeugdwet, Pilot, Jeugdbeleid
Auteurs Mr. W. Helmich
SamenvattingAuteursinformatie

    Het stelsel van jeugdbescherming krijgt veel aandacht. In dit artikel wordt specifiek stilgestaan bij innovatie, de totstandkoming hiervan en hoe deze innovatie leidt tot overwegingen voor een volgende stap richting de toekomst van jeugd- en gezinsbescherming.


Mr. W. Helmich
Mr. W. Helmich is eigenaar van Helmich Interim en Advies. Zij heeft een brede achtergrond binnen de Jeugdbescherming. Onlangs droeg zij het projectleiderschap voor de pilots Jeugdbescherming over om aan de slag te gaan als kwartiermaker voor het te ontwikkelen toekomstscenario voor Jeugd- en gezinsbescherming in Nederland.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 11 juli 2020 en 23 september 2020.
Artikel

Sancties voor ouders vanwege misdragingen van hun kind?

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Kwetsbare buurten, Jongeren, Parenting orders, Drang, Breed sociaal offensief
Auteurs Em.prof.dr. I. (Ido) Weijers
SamenvattingAuteursinformatie

    Het afgelopen jaar hebben burgemeesters naar aanleiding van ernstige steekincidenten en vanwege desastreuze gevolgen van de coronacrisis voor de meest kwetsbare buurten gepleit voor een integrale aanpak gericht op deze gebieden. Minister Dekker heeft daarop onder meer voorgesteld om de ouders van deze jongeren aan te pakken. Hij denkt daarbij aan het Britse jeugdstrafrecht, waar ouders een sanctie kan worden opgelegd vanwege wangedrag van hun kind. In dit artikel worden kritische kanttekeningen bij dit voornemen geplaatst.


Em.prof.dr. I. (Ido) Weijers
Ido Weijers is pedagoog. Hij was als bijzonder hoogleraar Jeugdrechtspleging verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de UU en als hoogleraar Jeugdbescherming aan de opleiding Pedagogiek van dezelfde universiteit.
Article

Access_open Giving Children a Voice in Court?

Age Boundaries for Involvement of Children in Civil Proceedings and the Relevance of Neuropsychological Insights

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden age boundaries, right to be heard, child’s autonomy, civil proceedings, neuropsychology
Auteurs Mariëlle Bruning en Jiska Peper
SamenvattingAuteursinformatie

    In the last decade neuropsychological insights have gained influence with regard to age boundaries in legal procedures, however, in Dutch civil law no such influence can be distinguished. Recently, voices have been raised to improve children’s legal position in civil law: to reflect upon the minimum age limit of twelve years for children to be invited to be heard in court and the need for children to have a stronger procedural position.
    In this article, first the current legal position of children in Dutch law and practice will be analysed. Second, development of psychological constructs relevant for family law will be discussed in relation to underlying brain developmental processes and contextual effects. These constructs encompass cognitive capacity, autonomy, stress responsiveness and (peer) pressure.
    From the first part it becomes clear that in Dutch family law, there is a tortuous jungle of age limits, exceptions and limitations regarding children’s procedural rights. Until recently, the Dutch government has been reluctant to improve the child’s procedural position in family law. Over the last two years, however, there has been an inclination towards further reflecting on improvements to the child’s procedural rights, which, from a children’s rights perspective, is an important step forward. Relevant neuropsychological insights support improvements for a better realisation of the child’s right to be heard, such as hearing children younger than twelve years of age in civil court proceedings.


Mariëlle Bruning
Mariëlle Bruning is Professor of Child Law at Leiden Law Faculty, Leiden University.

Jiska Peper
Jiska Peper is Assistant professor in the Developmental and Educational Psychology unit of the Institute of Psychology at Leiden University.
Artikel

Het opzettelijk groeimodel van het jeugdstrafrecht

Hoe jeugdigen de klos zijn van bewust onbekwame politici

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Jeugdzorg, Jeugdbeleid, Jeugdstrafrecht, Onbekwame politici
Auteurs Prof. dr. René Clarijs
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch youth policy limits itself to children who have or cause problems. Our Youth Law is even only related to youth care.
    The consequences are disastrous: the results are extremely poor, especially in comparison with other countries. Scandinavian and Eastern European countries have a comprehensive infrastructure to offer children a useful, relaxed and pleasant leisure time. The motto of these leisure time organisations is inclusion. They choose for dilution (some criminal or civil law children are placed together with normal children), while we organise compaction of the problems (we put them all together in one institution).
    The Netherlands prefers an unbalanced youth policy, where anything has been professionalized, whereby we look at children through worrying glasses. We do not see chances for development, but worrisome developments.
    Politicians do not want to be informed about a better solution. They are consciously incompetent. Criminal law should look at that situation.


Prof. dr. René Clarijs
Prof. dr. René Clarijs is hoogleraar aan de Universiteit Sint-Petersburg in Rusland, hoofdredacteur van Jeugdbeleid, auteur, en zelfstandig gevestigd beleidsadviseur.
Ten geleide

Stelselmatig fouten maken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2019
Auteurs Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Auteursinformatie

Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf(proces)recht. Hij is tevens als bijzonder hoogleraar Strafrechtsfilosofie, leerstoel Leo Polak, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van PROCES.
Artikel

Drie ingrepen om de jeugdzorg te redden

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Dutch youth care, decentralization, evaluation, crisis, access to youth mental health care
Auteurs Dr. Ido Weijers
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch youth care was decentralized in 2015. Since the transfer to the municipalities, youth care is in a state of deep crisis. There are long waiting lists, even in situations of acute need; there is lack of money, of professional and experienced staff, of adequate care, and of central coordination and guidance. In contrast to Denmark, where youth care was transferred to municipalities in 2007, there was barely time to prepare the transfer in the Netherlands. Moreover, the number of municipalities was not significantly reduced and the funding was extremely cut back. In this article, a number of interventions is being proposed to save what can still be saved. First, funding will have to be substantially increased. Second, the access to youth mental health care should not be a matter of municipal authority.


Dr. Ido Weijers
Dr. I. Weijers is emeritus hoogleraar Jeugdbescherming en Jeugdrechtspleging aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Zorg voor en zorgen om alleenstaande minderjarige vreemdelingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2019
Trefwoorden unaccompanied minor asylum seekers, mental health problems, mental health care, resilience, guardianship
Auteurs Prof. dr. Monika Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    Among the asylum seekers arriving in Europe are unaccompanied minors (UMAs). As a result of the often traumatic experiences before and during their flight, many have mental health problems. The question is how they cope in the country of destination. After the flight, the plight is not over: destination countries are often not welcoming in all respects, UMAs may encounter violence in reception facilities, and experience stress related to the asylum procedure and possible family reunification, as well as worries about relatives left behind. Although UMAs are also known to be resilient, and most are supported by family members and/or significant others, there are worries about their transition to adulthood. When they turn 18, they have to deal with the developmental tasks that come with that age, as well as to come to terms with past experiences. At the same time their guardianship ends, and they are supposed to manage on their own in the relatively new country. Many UMAs seem to manage, but it would be helpful if the 18 years age limit could be used flexible when necessary.


Prof. dr. Monika Smit
Prof. dr. M. Smit is hoofd van de Onderzoeksafdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en Vreemdelingenaangelegenheden van het WODC en bijzonder hoogleraar Psychosociale zorg voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Kinderbescherming over de grens

Lessen voor Nederland en leren van Denemarken?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2019
Trefwoorden child protection, youth care systems, international comparison, Denmark, trust versus risk management
Auteurs Drs. Caroline Vink
SamenvattingAuteursinformatie

    In view of the recent problems arising from the decentralization of the Dutch youth care system, this article examines whether the Netherlands could learn from decentralization experiences in other countries. The author focuses on Denmark, where such decentralization took place fairly recently. In addition, elements of the organization of youth care in Germany and Norway are also discussed. It becomes clear that the Netherlands has a relatively complex system with many different organizations with overlapping tasks and powers. In the Netherlands, much attention is paid to control and risk management. In Denmark, on the other hand, there is much more confidence in the capacities of parents and children to find solutions. It is noticeable that in the vast majority of cases there is consensus between parents, child/youngster and care providers about how to deal with the problems. The most important lesson that the Netherlands can learn from abroad – and especially the Danes – is: invest in underlying values and principles and give professionals and families time, support and space.


Drs. Caroline Vink
Drs. C. Vink is senior adviseur bij het Nederlands Jeugdinstituut in Utrecht. Zij adviseert en ondersteunt gemeenten en zorgaanbieders met betrekking tot de transitie en transformatie van de zorg voor jeugd.
Artikel

Access_open Van sleutelen aan het stelsel naar bouwen aan inhoudelijke vernieuwing

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Decentralization Dutch youth care, System change, Pedagogical civil society, Prevention, Social issues
Auteurs Dr. Saskia Wijsbroek, Dr. Marije Kesselring en Dr. Dorien Graas
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyzes the decentralization and transformation of Dutch youth care since 2015. The authors point out that many problems still exist and in some cases have become worse. To fundamentally reform youth care much more is needed than just money or a system change. It is necessary, also according to international research, to create a strong pedagogical basis or ‘pedagogical civil society’. Also prevention on various levels (universal, selective, indicated) should receive a lot of attention, while the same applies to improving primary care support, such as youth health care, GP practice support, youth work and school social work. It would also be wise to invest in intensive youth care with long-lasting effects. Generally there should be a strong focus on tackling local and (supra)regional social issues.


Dr. Saskia Wijsbroek
Dr. S.A.M. Wijsbroek werkt als lector Jeugd bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie aan de Hogeschool Utrecht en als universitair docent bij de onderzoeksgroep Jeugd en Gezin aan de Universiteit Utrecht.

Dr. Marije Kesselring
Dr. M. Kesselring is als onderzoeker verbonden aan het lectoraat Jeugd bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie aan de Hogeschool Utrecht.

Dr. Dorien Graas
Dr. T.A.M. Graas werkt als lector Jeugd bij het Kenniscentrum Gezondheid en Welzijn aan de Hogeschool Windesheim.
Artikel

Als huiselijk geweld en georganiseerde misdaad samenkomen…

De weerbare professional op het grensvlak tussen strafrecht en hulpverlening

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Huiselijk geweld, Georganiseerde misdaad, Ondermijning weerbaarheid
Auteurs Mr. Sylvia van Dooren, Prof. dr. Janine Janssen, Prof. dr. Emile Kolthoff e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    There is casuistry, where on the one hand it is the turn of the professionals from the investigation, enforcement and prosecution and on the other hand the turn of the social workers from the social domain. This is the case, for example, when domestic violence occurs in circles that are also involved in organized crime. In theory it is possible that the professionals involved work together, but it is also not impossible that they will get into each other’s waters because they have a different vision of the problem to be tackled and, of course, also have to fulfill other roles and tasks based on their positions. A professional must be able to handle complex situations of this kind.


Mr. Sylvia van Dooren
Mr. Sylvia van Dooren is als docent verbonden aan de Juridische Hogeschool van Avans en Fontys en als onderzoeker aan het lectoraat Ondermijning van Avans Hogeschool.

Prof. dr. Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit en voorzitter van de redactie van PROCES.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. Emile Kolthoff is hoogleraar Criminologie aan de Open Universiteit en lector Ondermijning aan Avans Hogeschool.

Prof. dr. Nanne Vosters
Nanne Vosters is als docent verbonden aan de deeltijdopleiding Social Work van Avans Hogeschool en als onderzoeker aan het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool.
Artikel

Access_open Weerbaar tegen geweld door aandacht voor gender

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Gender, Geweld, Weerbaarheid
Auteurs Dr. Martina Althoff, Prof. dr. Janine Janssen en Dr. Anne-Marie Slotboom
SamenvattingAuteursinformatie

    Gender as a construct has been introduced into criminology half a century ago and has contributed to an understanding of the relation between gender and violence. Therefore, when improving resilience of professionals encountering violent behaviour, gender might be an important construct to take into account. We know from the literature that men and women do not experience victimization and perpetration in the same way but at the same time there are some blind spots with regard to male victimization and female perpetration. Increasing resilience against violence is only possible when we do not automatically use gender stereotyping in understanding and reducing violence.


Dr. Martina Althoff
Dr. Martina Althoff is universitair hoofddocent bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit en tevens voorzitter van de redactie van PROCES.

Dr. Anne-Marie Slotboom
Dr. Anne-Marie Slotboom is universitair hoofddocent bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit.
Discussie

Access_open Toekomst van arbeid, toekomst van arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Werk 4.0, Arbeidsrecht, Loopbaanrecht, Activering, Sociaal overleg
Auteurs Prof. dr. M. De Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    De wereld van werk is in diepe verandering door megatrends in de demografie en sociologie van de beroepsbevolking, in de economische globalisering en in technologische innovatie. ‘Werk 4.0’ fascineert en beroert de geesten. Maar wat betekent de toekomst van werk voor de toekomst van arbeidsrecht? Deze bijdrage herijkt het arbeidsrecht op de schaal van Werk 4.0. Ze argumenteert paradigmaveranderingen die de focus van het arbeidsrecht verschuiven naar activeringsrecht, loopbaanrecht, arbeidskwaliteitsrecht, talentrecht en activiteitsrecht. Ze schetst een verbreding van het arbeidsrecht in een context van transversale talentontwikkeling, alsook een verpersoonlijking van sociale bescherming. Deze bijdrage pleit ook voor nieuw sociaal overleg dat inspeelt op de nieuwe noden die de arbeidsveranderingen teweegbrengen. Ze trekt assen die toelaten om de toekomst van arbeid en arbeidsrecht als een positieve keuze te omarmen.


Prof. dr. M. De Vos
Prof. dr. M. De Vos doceert Belgisch, Europees en internationaal arbeidsrecht aan de Universiteit Gent, de Vrije Universiteit Brussel en Curtin University. Hij is tevens directeur van Itinera Institute (Brussel), waar hij onderzoek verricht over arbeidsmarktbeleid.
Praktijk

Kroniek rechtspraak bestuursrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Bestuursrecht, Wkkgz, Kwzi, WtZi, Gmw
Auteurs Mr. M.L. Batting, mr. J.A.E. van der Jagt-Jobsen en mr. M.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek, die een periode van bijna twee jaar beschrijft, bespreekt een groot aantal bestuursrechtelijke uitspraken op het gebied van de gezondheidszorg. Ook de meest belangwekkende uitspraken over de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet worden besproken. Achtereenvolgens komen aan de orde: algemeen bestuurs(proces)recht, uitspraken over de Wet BIG, over de Wkkgz en de Kwzi, jurisprudentie over de WTZi, de Gmw en de Wgp, uitspraken over de Wob, een uitspraak over de Wbp, jurisprudentie over de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Als laatste komen de rapporten van de Nationale ombudsman aan de orde.


Mr. M.L. Batting
Marije Batting is advocaat-partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

mr. J.A.E. van der Jagt-Jobsen
Juliette van der Jagt-Jobsen werkt als juridisch adviseur staats- en bestuursrecht bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

mr. M.A. de Vries
Merle de Vries is eveneens advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Jurisprudentie

Hof van Justitie van de EU: leeftijdsdiscriminatie van 25-jarigen mag … of toch niet?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Leeftijdsdiscriminatie, Jeugdbeleid, Abercrombie & Fitch, Oproepcontract, Jeugdwerkgelegenheid
Auteurs Dr. mr. B.P. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 19 juli 2017 deed het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch. Een opmerkelijke uitspraak, want het Hof acht het gerechtvaardigd dat een oproepcontract automatisch eindigt louter en alleen omdat de werknemer de leeftijd van 25 jaar heeft bereikt. In voorgaande arresten waar jongeren anders werden behandeld vanwege hun leeftijd leek het Hof heel strikt te zijn en die niet te accepteren. Is de uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch het begin van een andere houding of toch niet? In deze bijdrage onderzoekt de auteur dit door de uitspraak te plaatsen in de bredere context van leeftijd als discriminatiegrond en het Europese jeugdbeleid. Tegen die achtergrond is tot op zekere hoogte begrijpelijk waarom het Hof de Italiaanse maatregel gerechtvaardigd acht. Echter, met A-G Bobek, komt de auteur tot de conclusie dat voor de essentie van de maatregel leeftijd helemaal niet nodig is als onderscheidend criterium en dat het Hof in deze uitspraak eigenlijk een scheve schaats rijdt.


Dr. mr. B.P. ter Haar
Dr. mr. B.P ter Haar is universitair docent Europees en internationaal arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Naar een regierecht voor de burger in het sociale domein?

Het recht op een familiegroepsplan als legal transplant

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Family group conference, Legal transplant, Care professionals, Family life, Big Society
Auteurs Dr. Annie de Roo en Dr. Rob Jagtenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    The concept of family group conferences (FGCs) originated in New Zealand in 1989 as a tool and statutory right for extended family networks to arrange for the welfare and safety of a child that is neglected or abused by his/her own parents. Through successful FGCs, state intervention can be avoided while the resourcefulness of the larger community is mobilized. The concept has proliferated to many countries and therefore lends itself for analysis as a ‘legal transplant’. This contribution investigates the FGC as a transplant, focussing on how the concept has been adapted and incorporated in the legal systems of England and the Netherlands. In these two countries the ‘Big Society’ and austerity measures in the social domain are high on the policy agenda. How are such policy priorities blended – if at all – with the emancipatory ideal of granting family networks autonomy next to, or even over, publicly funded professionals? It appears that the FGC concept has been compromised in both England and the Netherlands, but in different ways.


Dr. Annie de Roo
Annie de Roo is associate professor aan de Erasmus Law School te Rotterdam.

Dr. Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is senior fellow aan de Erasmus Law School te Rotterdam.
Redactioneel

Inleiding

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2017
Auteurs Jaap de Waard, Dr. André van der Laan en Mr. drs. Marit Scheepmaker
Auteursinformatie

Jaap de Waard
J. de Waard is als senior beleidsmedewerker verbonden aan het Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der Laan is als senior onderzoeker en plaatsvervangend hoofd verbonden aan de afdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties van het WODC.

Mr. drs. Marit Scheepmaker
Mr. drs. M.P.C. Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.

    Nederlandse kinderen lijken minder te weten over kinder- en mensenrechten dan andere kinderen in Europa. Om die reden zien beleidsmakers, wetenschappers en maatschappelijke organisaties een noodzaak om formele educatie op deze onderwerpen te introduceren in alle onderwijsniveaus. Wat denken middelbare leerlingen zelf hier echter over? Dit artikel onderzoekt het rechtsbewustzijn van kinderen in drie Nederlandse middelbare scholen ten aanzien van hun specifieke rechten als kinderen. Het wordt duidelijk dat kinderen ideeën en meningen hebben over hun rechten en daarmee een rechtsbewustzijn hebben, ook als zij geen rechtenjargon gebruiken. Hun rechtsbewustzijn bestaat uit moraliteit, wat verklaart dat zij bepaalde rechten zelf bedenken: sommige thema’s vinden zij zo belangrijk dat zij voelen dat ze deel uitmaken van hun fundamentele rechten als kinderen. Het integreren van mensenrechteneducatie in het schoolcurriculum zou een nodige, maar is een onvoldoende oplossing voor het ‘probleem’ dat voor ons ligt. Het is namelijk niet bewezen of meer kennis op deze onderwerpen ook leidt tot verandering van gedrag. De kinderen maakten namelijk ook bewuste keuzes om níet hun rechten in te roepen, maar om hun problemen anderszins op te lossen. Dit moet worden meegenomen om interventies effectief te laten zijn, zodat niet het tegenovergestelde van wat gewenst is, wordt bereikt. En effectieve interventies dienen daarnaast aan te sluiten bij het dagelijks leven van de kinderen. Volgens de leerlingen zijn kinderrechten vooral ook iets dat we moeten doen en oefenen.
    Dutch children seem to be less informed about children’s and human rights than their peers in other European states. Therefore, policy makers, academics and CSOs recognise a need to introduce formal education on these matters in all levels of schooling. But what do secondary school children themselves think about this? This article explores the legal consciousness of children in three Dutch schools on their specific rights as children. It has been evidenced that children have ideas and opinions about their rights and therefore have a legal consciousness, though without using the language of the law. Their legal consciousness consists of morality, which explains their ‘invention’ of certain rights: some themes are of such importance that they feel these are part of their fundamental rights as children. Integrating human rights education into the school curriculum may be a necessary, but is an insufficient solution to the ‘problem’ at hand. It has not been evidenced whether more knowledge changes their behavior. The children made informed decisions to not invoke their rights, and to solve their problems differently. Effective interventions need to take this into account in order to relate to their everyday lives and avoid having the opposite effect of what is intended. According to the students, children’s rights are mostly something to be done or practiced.


Carrie van der Kroon LL.M.
Carrie van der Kroon works as a programme officer on girls’ rights in the Global South at Defence for Children International – ECPAT the Netherlands. She obtained her masters in Legal Research (Cum Laude) at Utrecht University in the Netherlands, specialising in international children’s rights from a socio-legal perspective.
Discussie

Access_open Positief veiligheidsbeleid ook mogelijk met oorlogstaal?

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2016
Trefwoorden role models, responsivity, gang prevention, desistance, applied science
Auteurs dr. Jan Dirk de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    How could positive security policies take shape? On what kind of empirical research should these policies be based? And what sort of concepts would we need for this development? If the starting point is to understand safety as a positive notion, it seems wise to avoid the terms of war that are prevailing in current policy programs on security and public safety (fighting, frontline and city-marines). On the other hand some type of decisive jargon might be unavoidable when one sets out to have an actual impact on youth crime policies and policy makers. Is it possible to keep using some type of military terminology in research benefitting the development of positive security policies and still emphasize a positive composition? This dilemma has arisen in recent research activities on positive, street-oriented role models in response to Dutch problematic youth groups and youth at risk. De Jong argues that with the sensitizing concept of the ‘liaison officer’ it might be possible to encourage a positive change through applied social science.


dr. Jan Dirk de Jong
Dr. Jan Dirk de Jong is lector Aanpak Jeugdcriminaliteit, Cluster Social Work & Toegepaste Psychologie aan de Hogeschool Leiden, en wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Criminologie, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Wilsbekwaam maar te jong? Over euthanasie bij wilsbekwame kinderen jonger dan twaalf jaar

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden Twaalfjaarsgrens euthanasie, leeftijdsgrenzen Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, wilsbekwaamheid onder de twaalf, euthanasie minderjarigen
Auteurs Mr. O.A. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt naar aanleiding van de actuele discussie en de hierbij door de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) en de Minister van VWS ingenomen standpunten, de mogelijkheid tot het schrappen van leeftijdsgrenzen in de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) besproken en becommentarieerd. Dit artikel spitst zich hierbij toe op de juridische positie van kinderen die jonger dan twaalf én wilsbekwaam zijn. Ingegaan wordt op voor- en nadelen van het schrappen van de leeftijdsgrenzen en de juridische mogelijkheden en moeilijkheden die zich bij een eventuele wijziging van de Wtl zullen voordoen.


Mr. O.A. Meijer
Ottilie Meijer (26 jaar) is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen en schreef in 2015 de masterscriptie Over()lijden; als het jonge leven slechts lijden rest, waarin zij onderzoek deed naar de juridische, rechtsfilosofische en ethische aspecten bij de vormgeving van euthanasie en actieve levensbeëindiging bij kinderen tussen één en twaalf jaar jong. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Toont 1 - 20 van 60 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.