Zoekresultaat: 18 artikelen

x
Artikel

Indringender rechterlijke toetsing van AVV

Over de processuele consequenties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2021
Trefwoorden evenredigheidsbeginsel, exceptieve toetsing, bestuursprocesrecht, toetsingsintensiteit, evidence base-toetsing
Auteurs Mr. L.A. van Heusden
SamenvattingAuteursinformatie

    Als de bestuursrechter algemeen verbindende voorschriften voortaan indringender toetst door de zogenoemde ‘evidence base’ ervan te toetsen, waar loopt hij dan tegenaan in de praktijk? De processuele consequenties van een dergelijke toetsing worden in dit artikel beschreven. Specifiek wordt ingezoomd op het bestuursrechtelijke uitgangspunt van ex-tunctoetsing, het ambtshalve aanvullen van de rechtsgronden en de partijstelling. De auteur concludeert dat ondanks de primaire focus van het bestuursprocesrecht op individuele geschilbeslechting, de Awb evidence base-toetsing mogelijk maakt. Om die toetsing in de praktijk aan effect te doen winnen, is echter ook de wetgever nodig.


Mr. L.A. van Heusden
Mr. L.A. (Louise) van Heusden is promovenda bij Tilburg University en werkzaam bij de kennisunit van de directie Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

Access_open Het effect van een pro Justitia-rapportage op de bewijsbeslissing: een empirische verkenning

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Pro Justitia, Guilt, Conviction, Forensic mental health report
Auteurs Roosmarijn van Es MSc., Dr. Janne van Doorn, Prof. dr. Jan de Keijser e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    A forensic mental health report is requested in about 30% of more serious cases presented to the criminal court. These reports can be used at sentencing and advise the judge on criminal responsibility, recidivism risk, and possible treatment measures, but is not a formal factor in decisions about guilt. The current study focuses on the (unwarranted) effect of forensic mental health information on conviction decisions. Using an experimental vignette study among 155 criminology students, results show that when a mental disorder is present, conviction rates are higher than when such information is absent. In line with the story model of judicial decision-making, additional analyses showed that this effect was mediated by the evaluation of guilt rather than by the evaluation of other physical evidence. Implications for further research and practice are discussed.


Roosmarijn van Es MSc.
Roosmarijn van Es is promovenda bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden. Haar onderzoek richt zich op de rol van informatie in pro Justitia-rapportages in rechterlijke beslissingen over bewijs en straf.

Dr. Janne van Doorn
Janne van Doorn is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.

Prof. dr. Jan de Keijser
Jan de Keijser is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Maarten Kunst is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.
Discussie

Rechtspleging in Recht der Werkelijkheid

Popper is niet blij, maar het is feest

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Auteurs Leny de Groot-van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    The paper highlights the contributions on judges and courts published in Recht der Werkelijkheid from 1980-2020. It addresses three general themes, namely communication in court, the consumers of the law and the professionals of the law, in view of the objective of the journal.
    The authors of the contributions, newcomers as well as well-known experienced researchers, come from different kind of branches like anthropology, psychology, sociology and history, utilizing quite different approaches, methodologies and theories. They elaborate on each other’s work, methods, empirical findings and theoretical insights, in order to develop new research questions or to conduct research in different contexts. Although the critical-rational ideas of Popper has no many followers among the authors, lessons can be learned for policy makers, judges, lawyers and academics. By bringing the authors together, the journal has made an invaluable contribution to the debate among socio-legal researchers in the Netherlands.


Leny de Groot-van Leeuwen
Leny de Groot-van Leeuwen is emeritus hoogleraar Rechtspleging en sinds 1995 verbonden aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zij was eerder redactiesecretaris en redactielid van Recht der Werkelijkheid en tot medio 2020 voorzitter van de redactieraad.
Institutioneel recht

Anomalie of de aankondiging van een omwenteling?

Het EU-stelsel van rechtsbescherming na Rimšēvičs

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden EMU, onafhankelijkheid, rechterlijke bevoegdheden, rechtsstaat, direct beroep
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Rimšēvičs vernietigde het Hof van Justitie voor het eerst een besluit van een nationaal overheidsorgaan. Het ging om het ontslag van de president van de Letse centrale bank. De vernietiging doorbreekt de klassieke bevoegdheidsverdeling tussen het Hof van Justitie en nationale rechters, maar is gebaseerd op een bijzondere bepaling uit het EMU-recht. Betreft het om die reden een geïsoleerd geval, of kan de uitspraak bredere implicaties krijgen?
    HvJ 26 februari 2019, gevoegde zaken C-202/18 (Rimšēvičs/Letland) en C-238/18 (ECB/Letland), ECLI:EU:C:2019:139.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. (Ton) van den Brink is Jean Monnet professor EU-wetgevingsleer en is als universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement in Europe – RENFORCE van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Eerder verbindend dan visionair

Een analyse van de overwegingen van burgemeesters bij het gebruiken van de handhavende bevoegdheden uit de Wet Damocles

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden home closure, Mayors, political leadership, leadership style, the Netherlands
Auteurs Ineke Bastiaans en Niels Karsten
SamenvattingAuteursinformatie

    Several authors fear that the expansion of Dutch mayors’ executive powers in the field of safety and security will harm their position as non-partisan and consensus-oriented leaders. Empirical research into how mayors use their powers, however, is still rare. From a leadership perspective, the current article analyzes how mayors in the region of South East Brabant in Netherlands use their administrative power to close homes involved in drug-related crime. Drawing on Fischer’s framework of discursive practices, we analyze mayors’ considerations in terms of the argumentation they provide for closing homes. Our analysis, which draws on interviews and document analysis, covers 27 cases from the police region of South-East Brabant and includes 120 considerations. Our findings indicate that mayors vindicate home closures mostly through policy-derived technical and situational argumentations. Vindications that aspire a particular societal effect, such as the reduction of criminal activity, or ideological motivations are rarer, which is indicative of a non-decisive leadership style. In addition, mayors mostly respect the local closure policies. As such, they show very little decisive and individualistic leadership. And, to the extent that they deviate from agreed-upon regional policies, their motivation is to be able to take into account unique local circumstances. In the use of their administrative powers mayors, thus, show mostly situational and adaptive leadership, which, rather than as visionaries, positions them as caretakers. The leadership style of Dutch mayor in the use of this administrative power is, thus, much more in accordance with their traditional bridging-and-bonding leadership style than some authors suspect. Some of the limitations of our study are that we have analyzed closure decisions from one region only and that real-life decisions are susceptible to contextual influences. At the same time, our study provides a rare insight into real-world mayoral leadership in the Netherlands in the field of safety and security.


Ineke Bastiaans
Ineke Bastiaans is onderzoeker en adviseur bij Necker van Naem.

Niels Karsten
Niels Karsten is Universitair Docent aan Tilburg University.
Artikel

Het Nederlandse stelsel van rechtsbescherming tegen plannen en programma’s getoetst

Over het belang van het Verdrag van Aarhus en het Unierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden omgevingsrecht, strategisch procederen, Aarhus, luchtkwaliteit, rechtsbescherming
Auteurs Mr. E.J.H. (Ernst) Plambeck
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage, die een weerslag biedt van de door Lorenzo Squintani gehouden presentatie tijdens de VMR-bijeenkomst op 31 mei 2018, staat de vraag centraal welke eisen het internationaal en Unierecht stellen aan rechtsbescherming tegen plannen en programma’s in het omgevingsrecht, en in hoeverre Nederland daaraan voldoet. Ter beantwoording van deze vraag wordt eerst het Verdrag van Aarhus en de implementatie daarvan in het Unierecht bekeken, waarbij ook de reikwijdte van het begrip ‘plannen en programma’s’ in het EU-milieurecht wordt geschetst. Daarna wordt ingegaan op de toetsing overeenkomstig het Unierecht en de (on)mogelijkheid van exceptieve toetsing. Dit wordt gevolgd door een analyse van het Nederlandse rechtssysteem, waarna geconcludeerd wordt dat dit rechtssysteem op onderdelen tekort lijkt te schieten, gelet op het internationaal en Unierecht.


Mr. E.J.H. (Ernst) Plambeck
Mr. E.J.H. Plambeck is adviseur bestuursrecht bij Koninklijke Metaalunie en daarnaast als promovendus verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De codificatie van gedragsnormen in het Nederlands rechtspersonenrecht: een gewenste ontwikkeling?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2018
Trefwoorden gedragsnormen, bestuurders, directors’ duties, zorgvuldigheidsplicht, artikel 2:9 BW
Auteurs L. Thomae LLM en H. Koster LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage beantwoorden de auteurs de vraag of het wenselijk is om de (algemene) gedragsnormen die onder meer voortvloeien uit de jurisprudentie in Boek 2 BW te codificeren. Voor de beantwoording van deze vraag zullen onder meer de gedragsnormen uit de Companies Act 2006 aan de orde komen.


L. Thomae LLM
L. Thomae LLM is student International Management aan de Radboud Universiteit.

H. Koster LLM
H. Koster LLM is verbonden aan de Erasmus School of Law en aan de Universiteit van Dubai.
Kroniek

Het adolescentenstrafrecht in Nederland: de stand van zaken vier jaar na invoering van de Wet adolescentenstrafrecht

Kroniek van het jeugdrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Youth justice – Jeugdstrafrecht, Adolescence – Adolescentie, Young adults – Jongvolwassenen, Age limits – Leeftijdsgrenzen, Judicial decision-making – Rechterlijke besluitvorming
Auteurs Prof. mr. Ton Liefaard en Dr. Stephanie Rap
SamenvattingAuteursinformatie

    On 1 April 2014, the Dutch Act on Adolescent Criminal Law entered into force. With this law, the age limit in article 77c of the Criminal Code, which allows for the application of juvenile criminal law to young adults, was stretched from 21 to 23 years. In this article stock is taken of the developments that have taken place in the four years after the introduction of this law. In practice, article 77c Criminal Code is increasingly being applied in case of young adult suspects, however still to a little extent. Among others, this has to do with confusion about the target group that qualifies for the adolescent criminal law. The access to and justification for the application of the law show a very diverse picture.


Prof. mr. Ton Liefaard
Prof. mr. T. Liefaard is hoogleraar kinderrechten en bekleedt de UNICEF-leerstoel Kinderrechten in de Afdeling Jeugdrecht van de Universiteit Leiden.

Dr. Stephanie Rap
Dr. S.E. Rap is universitair docent bij de Afdeling Jeugdrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Het besluitvormingsproces van civiele rechters in procedures over de gevolgen van een (echt)scheiding met een beschuldiging van seksueel kindermisbruik

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Family law, Child sexual abuse, Divorce, Custody and access
Auteurs Anne Smit MSc., Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld en Prof. dr. mr. Masha Antokolskaia
SamenvattingAuteursinformatie

    This study aims to provide insight into allegations of child sexual abuse in the context of divorce, and related, proceedings by analyzing the decision-making process of civil judges. To this aim, interviews with 13 judges and 11 lawyers were conducted and a focus group was organized with different specialists. It is concluded that in the eyes of the judges, allegations of child sexual abuse in this context are not rare, and some of the professionals signal an increase of allegations in the last decade. The presence of an allegation poses a dual issue: it points out problems within the family, as well as causes problems for the child. This dual nature makes it even more complex for judges to make decisions, especially concerning contact between father and child. The validity of the allegation becomes less important than its presence when judges consider the children’s best interests. The judges’ aim to create conditions for the family within which the child’s safety is best protected, can as an unwanted consequence delay the process, which in itself can be damaging for the child.


Anne Smit MSc.
Anne Smit is promovenda bij het NSCR waar zij werkt aan haar proefschrift ‘Allegations of Sexual Abuse of Children in Divorce Procedures: Towards Evidence-Based Guidelines’.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Catrien Bijleveld is directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Prof. dr. mr. Masha Antokolskaia
Masha Antokolskaia is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder personen- en familierecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Amerikaans rechtsrealisme en empirisch-juridisch onderzoek

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2016
Trefwoorden American Legal Realism, Empirical Legal Studies, New Deal Policy, Research program, Lakatos
Auteurs Prof. dr. F.L. Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    The American Legal Realism movement, which originated in the beginning of the twentieth century and was active until the Fifties, can be seen as one of the founders of current Empirical Legal Studies because of the importance it attached to social scientific knowledge on behavior of – for instance – judges and others involved in the judiciary. The author sketches several characteristics of Legal Realism at that time. Exploring their range of thought he also examines whether Legal Realism’s studies can be seen as a research program. The recent emergence of New Legal Realism in the US and elsewhere leads to the question what characterizes this (re)new(al) movement. Finally it is argued that American Legal Realism especially contributed to scientific progress by posing new questions, changing focus and by stressing the importance of empirical evidence.


Prof. dr. F.L. Leeuw
Prof. dr. Frans Leeuw is directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie en daarnaast hoogleraar Recht, openbaar bestuur en sociaal-wetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit Maastricht.

    Since 2005, Dutch victims of serious crime have the right to make an oral statement in court (‘spreekrecht’). In the past decade, the Dutch criminal justice system has accommodated this right to make an oral statement with regard to the consequences of the crime; no major problems have occurred. Indeed, only a minority of the victims consumes this right (ca. 230 cases annually), the majority prefers to lodge a written statement. Nevertheless, the Dutch legislature is of the opinion that the right to make an oral statement should be extended and has lodged a draft-proposal recently. The aim is to provide crime victims a right to put forward an advice to the judge at the trial session, such an advice relating to the full scheme of judicial decision-making (truth, legal qualification, punishment). Such a provision resembles a Victim Statement of Opinion, used in the American scheme of justice, and even exceeds this. The draft has been met with criticism, only the Dutch Victim Support is in favor. One of the objections heard is the one dimensional focus underlying the draft: by focusing on a specific group of victims – those who have suffered from serious crimes – the legislature neglects the heterogeneous nature of victims’ needs.


Renée Kool
Renée Kool is als universitair hoofddocent verbonden aan Ucall en het Montaigne-Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Utrecht en redacteur van dit blad.
Artikel

Legitimatie van de rechterlijke bewijsbeslissing door het opnemen van alternatieve scenario's in de motivering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden legal proof in criminal law, judicial motivation, miscarriage of justice
Auteurs Mirnah Scholten
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently there have been several miscarriages of justice in the Netherlands, which were widely reported in the media. They show that much can go wrong with legal proof in criminal cases and that judges sometimes give limited justification for their decisions. Insights from the so-called story-based approach to legal proof can potentially assist to improve and to critically assess judicial decisions in criminal cases, thereby helping to reduce the chance of mistakes. The story-based approach involves constructing and critically analyzing at least two stories about what (might have) happened in a case that explain the evidential data. These stories have to be compared to each other in order to decide which story is the most plausible. The judge has to include the different scenarios in his judgment and he must explain why the scenario he had chosen is the most plausible. In my paper I first discuss why it is important that judges justify their decision in a verdict. Then I explicate the story based approach. After that I explain how applying the story based approach in the motivation can be useful and help to reduce the chance of a miscarriage of justice.


Mirnah Scholten
Mirnah Scholten is promovenda bij de vakgroep rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar onderzoek gaat over de motivering van de bewijsbeslissing van de rechter in strafzaken.
Article (without peer review)

Access_open Nut en noodzaak van een algemene codificatie van bestuursrecht

Tijdschrift Netherlands Administrative Law Library, februari 2014
Auteurs Rolf Ortlep, Willemien den Ouden, Ymre dr. Schuurmans Ph.D. e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article on the usefulness of a general codification of administrative law forms the closing contribution of a NALL-special. In this special, various authors have reflected on the successfulness of a broad codification process in 1998, which introduced rules on the notification of decisions, policy rules, subsidies, enforcement and supervision of administrative authorities in the Dutch General Administrative Law Act (GALA). The editors asked the contributors whether the objectives of the rules introduced were met and how the rules turned out to function in practice. In this overarching article, the NALL-editors reflect on the general lessons to be learned for the GALA-legislator. In these lessons they also take into consideration the initiatives for a law of administrative procedure of the European Union.


Rolf Ortlep
Rolf Ortlep (UU), Willemien den Ouden en Ymre Schuurmans (beide UL), Albertjan Tollenaar en Gerrit van der Veen (beiden RUG) en Johan Wolswinkel (VU) vormen de NALL redactie. Zij bedanken redactiesecretaris Alke Metselaar (UL), zonder wie deze bijdrage en special niet in de huidige vorm zou hebben kunnen verschijnen.

Willemien den Ouden
NALL redactie

Ymre dr. Schuurmans Ph.D.
NALL redactie

Albertjan Tollenaar
NALL redactie

Gerrit van der Veen
NALL redactie

Johan Wolswinkel
NALL redactie

    This article examines the actual application of European administrative soft law in light of the Dutch principle of legality. European administrative soft law is not legally binding. However, European administrative soft law can generate judicial binding effects for the Member States on the basis of the jurisprudence of the Court of Justice. Moreover, the research on the actual application of administratice soft law in the field of European subsidies shows that it can also have a 'de facto' binding effect for the Member Sates.

    The (legal and actual) binding effects of European administrative soft law are problematic in light of the principle of legality, according to which binding norms must be laid down in hard law. The article argues that with the application of administrative soft law, three functions of the principle of legality (the principle provides legal certainty and legitimacy and serves as a safeguard against public authorities) are not sufficiently met. Several possible solutions that may resolve this tension are proposed.


Claartje van Dam
Claartje van Dam is masterstudent Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Leiden.
Praktijk

Meervoudige en enkelvoudige rechtspraak: eender of anders?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden adjudication, single judge, collegial court, judicial decision making
Auteurs Reyer Baas
SamenvattingAuteursinformatie

    Adjudication by single judge or by a panel of judges: what difference does it make? Until the eighties, panels consisting of three judges predominantly presided on judicial cases in the Netherlands . As a result of arrears in settling cases, it was decided that one judge should administer justice should in first instance and in principle. However, little is known about the substantial differences between adjudication by single judge courts and panels, particularly when it comes to the quality of decision making. In his PhD research, Reyer Baas examines the substantial differences and similarities between these types of adjudication. The main method applied in this research is paired comparison between judgements in civil cases that are very similar in terms of content. Some of the examined cases are handled by one judge, other cases are considered by a panel of judges. Judges are surveyed and interviewed about their experiences with and opinions on adjudication in chambers consisting of one or three judges; (single judge and panels) court sessions and hearings in chambers are observed; and figures are gathered that show the extent to which judgements given by one judge and by three judges are reversed on appeal.


Reyer Baas
Reyer Baas is als promovendus verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn promotieonderzoek gaat over verschillen en overeenkomsten in de afdoening van zaken door een enkelvoudige en meervoudige kamer. In het verleden heeft hij gepubliceerd over jeugdrecht. Hij studeerde internationaal en Europees recht en politicologie in Nijmegen en Parijs.

    The use of visual material in Dutch criminal proceedings has become more prominent in recent years. This development has important consequences in regard to the trial procedure and judicial decision-making. Despite the possible influence on our criminal procedure, Dutch criminal law lacks specific standards for the use of visual material in court. In the United States the use of visual technology is more established and better regulated. This article sets out the standards applicable to the use of visual evidence in the American criminal law system by exploring the Federal Rules of Evidence and relevant case law. These standards can be used as frame of reference when putting forward recommendations for possible standards in the Dutch criminal justice system.


J. Roosma
Drs. mr. Jaitske Roosma heeft als projectmedewerker gewerkt bij de politie Rotterdam-Rijnmond en bij de afdeling Digitale Technologie en Biometrie van het Nederlands Forensisch Instituut. Zij start in oktober 2012 met de RAIO-opleiding.

M.J. Dubelaar
Mr. Marieke Dubelaar is werkzaam als docent en onderzoeker bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Boekbespreking

Over emotionele eigendomsrechten, dure advocaten en afhakende gynaecologen

Signalement Journal of Empirical Legal Studies 2008

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 01 2009
Auteurs Ben van Velthoven
Auteursinformatie

Ben van Velthoven
Ben van Velthoven is als universitair hoofddocent rechtseconomie verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek richt zich op vraagstukken van rechtshandhaving en geschilbeslechting. Hij is redactielid van Recht der Werkelijkheid.

    In this article the author explores - on the basis of Mitchel Lasser's book Judicial deliberations - the possibilities of enlarging the legitimacy of the Dutch Cassation Court (Hoge Raad). After a broad theoretical analysis of several concepts of legitimacy he describes the societal position of de Hoge Raad as highest court vis-à-vis rivals, such as the European Courts, the Council of State (Raad van State) and the Council of the Judiciary (Raad voor de rechtspraak). He argues that the cassation institute has to innovate itself and suggest new ways of exerting judicial leadership.


N.J.H. Huls
Prof. mr. dr. Nick Huls is hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Leiden. Tot 1 januari 2009 was hij programmaleider van het onderzoeksprogramma Rechtspleging van de EUR.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.