Zoekresultaat: 21 artikelen

x
Artikel

Kroniek Waterwet 2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden watervergunning, lozing, hemelwater, gedoogplicht, Omgevingswet
Auteurs Mr. A. (Alexandra) Danopoulos, Mr. S.F.J. (Stephan) Sluiter, Mr. E.L. (Eline) van Leeuwen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In TO 2015, afl. 2 verscheen voor het laatst een rechtspraakoverzicht over de Waterwet (Wtw). Met deze kroniek Waterwet wordt het jaarlijkse overzicht nieuw leven ingeblazen. Deze bijdrage geeft een overzicht van de belangrijkste rechtspraak op het gebied van het waterrecht. Achtereenvolgens wordt stilgestaan bij de belangrijkste ontwikkelingen rondom de watervergunning, het projectplan, lozingen, gedoogplichten, nadeelcompensatie, relativiteit en belanghebbendheid in relatie tot de Wtw. De Wtw is een van de wetten die (naar verwachting) in 2022 grotendeels op zal gaan in de Omgevingswet. Per onderwerp gaan wij daarom in deze kroniek eveneens in op de wijze waarop het betreffende onderwerp in de Omgevingswet zal worden geïncorporeerd.


Mr. A. (Alexandra) Danopoulos
Mr. A. Danopoulos is advocaat/partner bij Ploum te Rotterdam en universitair docent bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. S.F.J. (Stephan) Sluiter
Mr. S.F.J. Sluiter is advocaat/partner bij Ploum te Rotterdam.

Mr. E.L. (Eline) van Leeuwen
Mr. E.L. van Leeuwen is advocaat-medewerker bij Ploum te Rotterdam.

Mr. M.S. (Miriam) Simman
Mr. M.S. Simman is juridisch medewerker bij Ploum te Rotterdam.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2019

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2020
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. I. Koopmans

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

Het Nederlandse stelsel van rechtsbescherming tegen plannen en programma’s getoetst

Over het belang van het Verdrag van Aarhus en het Unierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden omgevingsrecht, strategisch procederen, Aarhus, luchtkwaliteit, rechtsbescherming
Auteurs Mr. E.J.H. (Ernst) Plambeck
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage, die een weerslag biedt van de door Lorenzo Squintani gehouden presentatie tijdens de VMR-bijeenkomst op 31 mei 2018, staat de vraag centraal welke eisen het internationaal en Unierecht stellen aan rechtsbescherming tegen plannen en programma’s in het omgevingsrecht, en in hoeverre Nederland daaraan voldoet. Ter beantwoording van deze vraag wordt eerst het Verdrag van Aarhus en de implementatie daarvan in het Unierecht bekeken, waarbij ook de reikwijdte van het begrip ‘plannen en programma’s’ in het EU-milieurecht wordt geschetst. Daarna wordt ingegaan op de toetsing overeenkomstig het Unierecht en de (on)mogelijkheid van exceptieve toetsing. Dit wordt gevolgd door een analyse van het Nederlandse rechtssysteem, waarna geconcludeerd wordt dat dit rechtssysteem op onderdelen tekort lijkt te schieten, gelet op het internationaal en Unierecht.


Mr. E.J.H. (Ernst) Plambeck
Mr. E.J.H. Plambeck is adviseur bestuursrecht bij Koninklijke Metaalunie en daarnaast als promovendus verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.
Kroniek

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan

    Ook een lozing van verontreinigd bluswater op een sloot via een afvoerput van een ander bedrijf wordt aangemerkt als een lozing gereguleerd op grond van de Waterwet. Deze lozing kan worden toegerekend aan de curator.


H.F.M.W. van Rijswick

    Afgewerkte olie in dit geval geen afvalstof. Uit gedrag van de houder blijkt niet dat hij voornemens is zich van de olie te ontdoen.

    Geen overtreding van Waterwet nu het storten van grote stenen in zee niet is aan te merken als het zich ontdoen van afvalstoffen, verontreinigde of schadelijke stoffen.

Artikel

Meer of minder afval?

Het onderscheid tussen afvalstoffen en grondstoffen onder de vernieuwde Kaderrichtlijn Afvalstoffen 2008/98/EG

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden afvalstof, grondstof, hergebruik, Kaderrichtlijn Afvalstoffen
Auteurs Mr. dr. J.R.C. Tieman
SamenvattingAuteursinformatie

    De vernieuwde Kaderrichtlijn Afvalstoffen verscheen eind 2008 in het Europese publicatieblad. Vijf jaar na dato kan aan de hand van de rechtspraak over het begrip afvalstof en de in de richtlijn opgenomen uitzonderingen de balans worden opgemaakt: is het met de nieuwe richtlijn in de hand inderdaad makkelijker geworden om afvalstoffen van (secundaire) grondstoffen te onderscheiden? De conclusie is dat dit maar zeer ten dele is gelukt, en dat het nog steeds vooral aan de rechter is om de scherpe randjes van het afvalstoffenbegrip weg te vijlen. Wel lijkt het zo dat het begrip afvalstof anno 2014 minder ruim is dan in 2000 na het arrest ARCO Chemie misschien nog werd gedacht.


Mr. dr. J.R.C. Tieman
Mr. dr. J.R.C. (John) Tieman is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.

    Heroverweging dwangsombesluit kan zijn gebaseerd op andere wetsgrondslag dan het primaire besluit. Uien(schillen) zijn aan te merken als afvalstof.

Artikel

Nieuwe AEEA-Richtlijn stelt ambitieuze nieuwe doelstellingen voor (vrijwel) al het e-afval

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Aeea, Afvalstoffen, Elektrische apparatuur, Elektronische apparatuur, Hergebruik, Recycling, Nuttige toepassing
Auteurs Mr. A. van Rossem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 juli 2012 is de nieuwe Europese Richtlijn 2012/19/EU aangenomen betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA).1xPb. EU 2012, L 197/38. Uiterlijk op 14 februari 2014 moet deze AEEA-Richtlijn in Nederland zijn omgezet. Met ingang van 15 februari 2014 wordt de huidige Richtlijn 2002/96/EG met betrekking tot AEEA ingetrokken.2xPb. EU 2003, L 37/24. De bestaande AEEA-Richtlijn bevat een verplichting om gescheiden ingezamelde AEEA zodanig te verwerken dat milieuschade zoveel mogelijk wordt voorkomen. Naar schatting wordt echter in de praktijk zo’n 50 procent van de in de Europese Unie ingezamelde AEEA niet verwerkt conform de doelstellingen en eisen van de Richtlijn. De nieuwe Richtlijn beoogt onnodige administratieve lasten te verminderen, een meer doeltreffende uitvoering door striktere naleving te waarborgen en vermindering van de negatieve milieueffecten van de inzameling en verwerking van AEEA te bewerkstelligen.

Noten

  • 1 Pb. EU 2012, L 197/38.

  • 2 Pb. EU 2003, L 37/24.


Mr. A. van Rossem
Mr. A. van Rossem is advocaat bij NautaDutilh.

    Een milieustraat waar tijdelijk gevaarlijke stoffen worden opgeslagen valt niet onder de IPPC-richtlijn.

Artikel

RIE vervangt IPPC

Is de toepassing van BBT nu wél gewaarborgd?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden BBT, IPPC, installatie, inrichting, emissies
Auteurs Mr. A. van Rossem
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2010 is de Europese Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) aangenomen, kortweg de Richtlijn Industriële Emissies (RIE). De RIE voegt de IPPC-richtlijn samen met zes sectorale richtlijnen met betrekking tot industriële emissies. Daarnaast zijn de bestaande richtlijnen aangepast. Een aantal voorschriften van de IPPC-richtlijn zijn ingrijpend gewijzigd om te waarborgen dat de ‘beste beschikbare technieken’ zoals reeds voorgeschreven in de IPPC-richtlijn in alle lidstaten coherent worden toegepast. In deze bijdrage ga ik in op deze wijzigingen en zal ik mogelijke implicaties voor de Nederlandse praktijk aanstippen.


Mr. A. van Rossem
Mr. A. van Rossem is advocaat bij NautaDutilh.
Jurisprudentie

Het begrip ‘afvalstof’ revisited

Jurisprudentie over het begrip afvalstof 2004-2009

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Kaderrichtlijn afvalstoffen 2006, afvalstof, EVOA, LAP-criteria
Auteurs Mr. E. Dans
SamenvattingAuteursinformatie

    Centraal in het afvalstoffenrecht staat het begrip ‘afvalstof’ en de vraag wanneer iets als afvalstof moet worden aangemerkt. Zo geldt voor eenieder die handelingen verricht met betrekking tot afvalstoffen, een zorgplicht (art. 10.1 Wet milieubeheer (Wm)). Ook is het verboden om afvalstoffen buiten een inrichting in de bodem te brengen of te verbranden (art. 10.2 Wm), hetgeen eveneens strafbaar is (art. 1a onder 1 Wet economische delicten). Daarnaast is bij inrichtingen die ‘afvalstoffen’ verwerken of toepassen het antwoord op de vraag of er sprake is van een afvalstof, bepalend voor wie het bevoegd gezag is (vergelijk categorie 28 Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer) en is het exporteren van afval op grond van de Europese Verordening betreffende de overbrenging van afvalstoffen (EVOA) aan strikte regels gebonden.


Mr. E. Dans
Mr. E. (Erik) Dans is advocaat bij AKD te Rotterdam.
Artikel

EVOA in vogelvlucht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden EVOA, afvalstoffen, Kaderrichtlijn afvalstoffen, groene lijst-stof
Auteurs Mr. E.T. Sillevis Smitt
SamenvattingAuteursinformatie

    Overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Unie is gebonden aan regels die zijn gesteld in de Verordening (EG) nummer 1013/2006 van het Europese Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (EVOA). Deze verordening is vanaf 12 juli 2007 in de lidstaten van toepassing en vervangt haar voorloper, de EVOA 259/93, die sinds 1994 vigeerde.De reden voor het opstellen van een nieuwe EVOA is – onder meer – ingegeven vanuit verdere harmonisatie van regelgeving tussen de lidstaten van de Europese Unie, waarbij ook eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie is verankerd.Het kenmerk van een Europese verordening is dat deze rechtstreeks geldend is binnen de Europese lidstaten en de lidstaten enkel in nationale regelgeving regels kunnen of moeten stellen, zoals nader geduid in de EVOA.


Mr. E.T. Sillevis Smitt
Mr. E.T. (Eveline) Sillevis Smitt is advocaat bij AKD te Rotterdam.
Jurisprudentie

Recente rechtspraak HvJ inzake de MER-richtlijn

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 01 2007
Trefwoorden Afval, Lidstaat, Vergoeding, Afvalverwijdering, Heffing, Betaling, Vergunningsplicht, Publicatieblad van de europese unie, Redenering, Bestuurder
Auteurs Beijen, B.A.

Beijen, B.A.
Artikel

Wie is de waterbeheerder en wat moet hij doen?

Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de waterbeheerder in de Waterwet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden waterbeheer, Waterwet, overheidszorg, functioneel decentraal beheer
Auteurs Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick
SamenvattingAuteursinformatie

    In een themanummer over de Waterwet kan een beschrijving van de waterbeheerder en zijn taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden niet ontbreken. De Waterwet regelt het beheer en gebruik van het watersysteem in al zijn aspecten.1x Zie naast de bijdragen in dit themanummer over de Waterwet eveneens S. Handgraaf, De Waterwet, M en R? 2009, p. 489-496; zie over het wetsvoorstel T.P. de Kramer & N. Teesing (red.), De nieuwe Waterwet, Vereniging voor milieurecht 2007-2, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2007, M.N. Boeve & L. van Middelkoop (red.), Het waterrecht in perspectief. Actuele ontwikkelingen en doorwerking naar het milieurecht en het ruimtelijke-ordeningsrecht, Groningen: Europa Law Publishing 2008, p. 35-52, en over het voorontwerp H.J.M. Havekes, Het voorontwerp Waterwet, M en R 2005, p. 628-632. Zie eveneens E.C.M. Schippers & J.H. Geerdink, Alles over water in een notendop (in twee delen), Gemeentestem 2008, 7296, p. 261-272 en Gemeentestem 2008, 7297, p. 289-302. De nadruk ligt daarbij op het watersysteem: het samenhangende geheel van één of meer oppervlaktelichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Deze definiëring geeft ook de ruime reikwijdte van de wet: het gaat om het gehele watersysteem, maar de Waterwet reguleert niet de waterketen.2x Zie hierover P. Jong, Watersysteem en waterketen in de water- en milieuwetgeving, in: M.V.C. Aalders & R. Uylenburg (red.), Het milieurecht als proeftuin, 20 jaar Centrum voor Milieurecht, Groningen: Europa Law Publishing 2007, p. 57-72. De drinkwatervoorziening en het verzamelen en transport van afvalwater vallen buiten de reikwijdte van de wet.

Noten

  • * De leerstoel wordt financieel ondersteund door de Stichting Schilthuisfonds. Tevens maakt Marleen van Rijswick deel uit van de door de Stichting Leven met Water ingestelde multidisciplinaire ‘leertafel’ Watergovernance, waar zij is benoemd op de leerstoel Ontwikkelingsgericht waterrecht.
  • 1 Zie naast de bijdragen in dit themanummer over de Waterwet eveneens S. Handgraaf, De Waterwet, M en R? 2009, p. 489-496; zie over het wetsvoorstel T.P. de Kramer & N. Teesing (red.), De nieuwe Waterwet, Vereniging voor milieurecht 2007-2, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2007, M.N. Boeve & L. van Middelkoop (red.), Het waterrecht in perspectief. Actuele ontwikkelingen en doorwerking naar het milieurecht en het ruimtelijke-ordeningsrecht, Groningen: Europa Law Publishing 2008, p. 35-52, en over het voorontwerp H.J.M. Havekes, Het voorontwerp Waterwet, M en R 2005, p. 628-632. Zie eveneens E.C.M. Schippers & J.H. Geerdink, Alles over water in een notendop (in twee delen), Gemeentestem 2008, 7296, p. 261-272 en Gemeentestem 2008, 7297, p. 289-302.

  • 2 Zie hierover P. Jong, Watersysteem en waterketen in de water- en milieuwetgeving, in: M.V.C. Aalders & R. Uylenburg (red.), Het milieurecht als proeftuin, 20 jaar Centrum voor Milieurecht, Groningen: Europa Law Publishing 2007, p. 57-72.


Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick
Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick is hoogleraar Europees en nationaal waterrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De Waterwet: innovatie van het waterrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Waterwet, waterbeheerwetgeving, integraal waterbeheer, waterstaatswerken
Auteurs Mr. dr. H.J.M. Havekes
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse waterbeheerwetgeving is momenteel erg verbrokkeld. Bijna elk onderdeel van het waterbeheer kent zijn eigen wet. Dit komt de transparantie en praktische toepassing van deze wetten niet ten goede. Vandaar dat al langer wordt aangedrongen op integratie van deze aparte wetten. Eind dit jaar is het zover en treedt de Waterwet in werking. Deze bijdrage beschrijft op hoofdlijnen de achtergrond, strekking en inhoud van deze wet, waarbij de nadruk ligt op de nieuwe elementen daarvan. Uitgegaan is van de wettekst zoals deze door de Invoeringswet Waterwet komt te luiden.1x Zie voor de tekst hiervan < www.waterwet.nl >, waar ook andere nuttige informatie over de Waterwet te vinden is. Zie voor dit laatste ook het recente artikel van S. Handgraaf over de Waterwet in M en R 2009/8, p. 489-496. De Waterwet heeft voor de praktijk grote consequenties. Er verandert het nodige. Het kan dan ook bepaald geen kwaad als omgevingsjuristen, vergunningverleners, handhavers en beleidsmakers van Rijkswaterstaat, ministeries, provincies, waterschappen, gemeenten, waterleidingbedrijven en adviesbureaus zich daarin alvast verdiepen.

Noten

  • * De bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
  • 1 Zie voor de tekst hiervan < www.waterwet.nl >, waar ook andere nuttige informatie over de Waterwet te vinden is. Zie voor dit laatste ook het recente artikel van S. Handgraaf over de Waterwet in M en R 2009/8, p. 489-496.


Mr. dr. H.J.M. Havekes
Mr. dr. H.J.M. Havekes is Projectleider Waterwet bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Jurisprudentie

ABRvS 7 maart 2007, nr. 200605553/1 inzake art. 5:32 Awb, art. 1.1, eerste lid en art. 10.60 Wm en art. 26 EG-Verordening 259/93 (Staatssecretaris VROM)

Tijdschrift StAB, Aflevering 02 2007
Trefwoorden Afval, Televisie, Verbod, Merk, Uitvoer, Last onder dwangsom, Hergebruik, Houder, Administratief recht, Opdrachtgever
Auteurs Redactie

Redactie
Jurisprudentie

ABRvS 15 februari 2006, nr. 200502644/1 inzake art. 2 EG-richtlijn 96/61 (IPPC) (Staatssecretaris V&W)

Tijdschrift StAB, Aflevering 02 2006
Trefwoorden In casu is sprake van een belangrijke wijziging als bedoeld in de IPPC-richtlijn zodat rekening moet worden gehouden met het toetsingskader van deze richtlijn.
Auteurs Blomberg, A.

Blomberg, A.
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.