Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2494 artikelen

x
Vrij verkeer

Het arrest Tjebbes: de evenredigheidstoets als complexe brug tussen nationaliteitswetgeving en Unieburgerschap

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden Unieburgerschap, artikel 20 VWEU, intrekking van nationaliteit, bevoegdheidsverdeling, evenredigheidstoets, beroeps- en familieleven in de EU
Auteurs Prof. dr. P. Van Elsuwege en H.H.C. Kroeze LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak Tjebbes gaat over de verenigbaarheid van een Nederlandse regeling met het Unierecht op grond waarvan tien jaar verblijf in een derde land het van rechtswege verlies van het Nederlanderschap met zich meebrengt voor Nederlanders die nog een tweede nationaliteit hebben. De zaak is daarmee een vervolg op het arrest Rottmann, waarin het Hof van Justitie bepaalde dat intrekking van de nationaliteit van de lidstaten in overeenstemming moet zijn met het Europeesrechtelijke evenredigheidsbeginsel. In Tjebbes vraagt de Raad van State of die Europeesrechtelijke evenredigheidstoets met zich meebrengt dat de gevolgen in het individuele geval moeten worden getoetst, of dat het voldoende is dat er een evenredigheidstoets in abstracto in het beleid verdisconteerd is. Anders dan advocaat-generaal Mengozzi oordeelt het Hof van Justitie dat incidenteel een geconcretiseerde evenredigheidstoets plaats moet kunnen vinden, ‘vanuit het oogpunt van het Unierecht’, wat betekent dat het effect van het verlies van de nationaliteit op het beroeps- en gezinsleven van de betrokkene meegewogen moet worden. Deze bijdrage evalueert deze uitspraak vanuit het perspectief van de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten. Daarnaast wordt ingegaan op de beperktheid van de Unierechtelijke evenredigheidstoets zoals die in dit arrest geformuleerd wordt en worden enkele mogelijke implicaties voor de rechtspraktijk besproken.
    HvJ 12 maart 2019, zaak C-221/17, Tjebbes e.a./Minister van Buitenlandse Zaken, ECLI:EU:C:2019:189


Prof. dr. P. Van Elsuwege
Prof. dr. P. (Peter) Van Elsuwege is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit van Gent en verbonden aan het Ghent European Law Institute.

H.H.C. Kroeze LL.M.
H.H.C. (Hester) Kroeze LL.M. is promovenda in het Europees recht aan de Universiteit van Gent en verbonden aan het Ghent European Law Institute.
Artikel

Te gast in Nederland

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2019
Auteurs Stijn Dunk

Stijn Dunk
Artikel

Access_open Zeven scènes uit het leven van een 150-jarige

Gemeenschappelijk Hof van Justitie – 150-jarig bestaan – maatschappelijke rol

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Gemeenschappelijk Hof van Justitie, 150-jarig bestaan, Caribische rechtsstaat
Auteurs Prof. mr. M.A. Loth
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit jaar viert het Gemeenschappelijk Hof van Justitie zijn 150-jarig bestaan. Voor die gelegenheid staat de auteur stil bij de betekenis van het Hof voor de moderne Caribische rechtsstaat en samenleving. Daartoe worden zeven scènes geschetst waarin centraal staan de relaties van het Hof tot de burger, de overheid, de bestuurders, de rechtsorde, het algemeen belang, de Hoge Raad, en het interne bestuur en beheer. Op al deze fronten heeft het Hof zich aangepast aan nieuwe noden en aspiraties van de samenleving. De conclusie is dat het Hof zich heeft ontwikkeld tot een van de krachtigste instituties van de Caribische samenleving.


Prof. mr. M.A. Loth
Prof. mr. M.A. Loth is hoogleraar privaatrecht aan de Tilburg Law School en was van 1993 tot 1997 lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Artikel

The Imperfect International Sales Law

Time for a New Go or Better Keeping the Status Quo?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2019
Trefwoorden CISG, imperfections of the current international sales law, reform, supplement, CISG 2.0
Auteurs Prof. mr. A.U. Janssen en N.G. Ahuja
SamenvattingAuteursinformatie

    A series of imperfections in the CISG touching upon various areas are laid out thereby prompting the question of whether the Convention ought to be reformed. Two possibilities, namely supplementing the CISG with additional hard law instruments and drafting a new convention, i.e. CISG 2.0 are discussed and evaluated.


Prof. mr. A.U. Janssen
Prof. mr. A.U. Janssen is a Professor of Civil Law and European Private Law at the Radboud University Nijmegen, The Netherlands.

N.G. Ahuja
N.G. Ahuja is a Doctorate Candidate in Law at City University of Hong Kong.
Artikel

Verslag jaarvergadering Vereniging voor Gezondheidsrecht 2019

Ongezond gedrag: de rol van het recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden tabak, voedsel, alcohol, preventie, gezondheidsbescherming
Auteurs Mr. G. Kooijman
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van de 51e jaarvergadering van de Vereniging voor Gezondheidsrecht in het teken van ongezond gedrag en de rol van het recht, met daarin, na het huishoudelijke gedeelte, de presentatie en de verdediging van de drie preadviesdelen en een voordracht over overheidsbemoeienis en het sturen op gezond gedrag.


Mr. G. Kooijman
Mr. G. Kooijman is advocaat gespecialiseerd in de gezondheidszorg bij Nysingh advocaten & notarissen te Zwolle en Utrecht.
Artikel

Met schenken bespaar je geld (?)

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden rechtsgronden schenkbelasting en erfbelasting, vrijstellingen schenkbelasting, tarieven schenkbelasting, eigen woning, eigenwoningschenking
Auteurs Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage besteedt de auteur aandacht aan de relatie tussen de schenk- en erfbelasting.


Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven
Mw. Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en tevens werkzaam bij Athena Advies en Praktijk.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2019
Auteurs Mr. S.C. den Engelse
Auteursinformatie

Mr. S.C. den Engelse
Mw. Mr. S.C. den Engelse is notarieel jurist en vakcoördinator familievermogensrecht bij Netwerk Notarissen.
Jurisprudentie

Testeren onder vier ogen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden testeren, hoogstpersoonlijk, tuchtrecht, beïnvloeding, zorgplicht notaris
Auteurs Mr. dr. N.V.C.E. Bauduin
SamenvattingAuteursinformatie

    In recente tuchtrechtspraak komt naar voren dat zowel de (voor)bespreking als het passeren van een uiterste wil in de regel onder vier ogen moet plaatsvinden. Het is namelijk een van de kernverantwoordelijkheden van de notaris om in te staan voor een vrije en onafhankelijke wilsvorming van de erflater. De notaris dient alert te zijn op mogelijke beïnvloeding door derden, die een belang bij het testament hebben. Ook het risico van non-verbale beïnvloeding – bijvoorbeeld doordat derden weliswaar niet aan het gesprek deelnemen, maar wel in dezelfde ruimte aanwezig zijn – moet worden voorkomen.


Mr. dr. N.V.C.E. Bauduin
Mw. Mr. dr. N.V.C.E. Bauduin is notarieel jurist/wetenschappelijk medewerker bij FBN Juristen te Amsterdam en als Fellow verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De redelijke verwachting ten aanzien van de rekenrente

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden letselschade, rekenrente, toekomstschade, redelijke verwachting
Auteurs Mr. R.M.J.T. van Dort en E.S. Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij het berekenen van toekomstschade als gevolg van letsel, komt het aan op de redelijke verwachting van alle relevante omstandigheden. De rekenrente is een van die omstandigheden. In deze bijdrage pleiten auteurs ervoor de rekenrente te laten aansluiten op de historische ontwikkelingen en actuele prognoses van de financiële markten, inmiddels en langdurig gekenmerkt door lage rendementen en sombere verwachtingen. Daardoor zou de rekenrente naar hun mening in ieder geval gedurende een deel van de schadelooptijd negatief moeten zijn. Auteurs adviseren voorts om een deskundigencommissie aan te stellen die periodiek adviseert omtrent de in redelijkheid te verdisconteren rekenrente bij toekomstschade.


Mr. R.M.J.T. van Dort
Mr. R.M.J.T. van Dort is NIVRE Register-Expert bij Van Dort Letselschade.

E.S. Groot
E.S. Groot is NIVRE Register-Expert en mediator bij Letselschade.com.
Artikel

Ontslag op staande voet. Disbalans tussen zorgvuldig onderzoek en onverwijldheid?

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden ontslag op staande voet, ontslag, wwz, onverwijld, hoor en wederhoor
Auteurs mr. dr. Alf Bungener en mr. Lorraine Mordaunt
SamenvattingAuteursinformatie

    In beginsel kan een ontslag op staande voet worden verleend zonder bewijs en kan de volledige bewijslevering aan de orde komen in een procedure. De onverwijldheidseis vergt voortvarendheid en dat kan ten koste gaan van de zorgvuldigheid van het onderzoek en dus ook de bewijsvoering. Aan de hand van de voorgestelde alternatieven wordt een meer evenwichtige methodiek geïntroduceerd voor kwesties waarin feiten spelen die ontslag op staande voet kunnen rechtvaardigen.


mr. dr. Alf Bungener
Advocaat

mr. Lorraine Mordaunt
Advocate
Artikel

Transmuraal herstelgericht werken

Nieuwe conceptuele landkaart naar succesvol re-integreren

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden gedetineerden, re-integratie, herstelgerichte detentie, strength-based benadering
Auteurs Bart Claes
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past twenty-five years, a lot of attention is paid to a more victim-aware and restorative justice focused policy in prisons in Belgium and The Netherlands, striving for a restorative culture and climate in the institutions (among prisoners and staff) and for more restorative practices like victim-awareness programs and mediation. The focus is primarily on the prison structure and culture, striving to create a more restorative prison culture and climate in the institutions. In this article we argue for a shift from this system-focused pursuit of ‘estorative detention’ to the restorative reintegration of prisoners at the individual level, and by this supporting their desistance from crime. We present a conceptual framework for restorative reintegration in and outside prison as a strengths-based approach, with attention to the structural and individual elements that supports their desistance from crime.


Bart Claes
Bart Claes is houder van het lectoraat Transmuraal Herstelgericht Werken bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool, bestuurslid van het European Forum for Restorative Justice (www.euforumrj.org) en medeoprichter van het Expertisecentrum K I N D, Ouder en Detentie (www.expertisecentrumkind.nl).
Artikel

Re-integratie van ex-justitiabelen als speerpunt voor een herstelgerichte reclasseringspraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden re-integratie, herstelgericht werken, reclassering, ex-gedetineerden
Auteurs Peter Nelissen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the development of a restorative justice probation practice is discussed from the perspective of the restorative justice principle of the inclusive community and the contribution of probation volunteers to the reintegration of (ex-)offenders through specific restorative justice intervention strategies. It is shown that in penal policy of the past decades the penal welfare-model and the aim of reintegration of ex-offenders has been overshadowed by a more utilitarian, punitive and management logic of criminal justice. As a result, the reintegration and social inclusion of ex-offenders has become a rather neglected area and, in the current liberal-democratic state, offenders face social conditions in which it is very hard to turn their life around. In addition it is suggested that both in mainstream and in restorative justice interventions, achievement of the goal of reintegration is often problematic or absent. Moreover, this lack of opportunities for connection may undermine and reduce the effects of interventions, including those with a restorative justice approach. Probation services that use specific restorative justice intervention strategies guided by both professionals and probation volunteers might contribute to a more active, inclusive role of the community and society in the reintegration of ex-offenders.


Peter Nelissen
Peter Nelissen is criminoloog en werkzaam als onderzoeker/consultant en als docent.
Artikel

Access_open Control of Relative Market Power in Competition Law

An Instrument to Implement the Unfair Trading Practices Directive?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2019
Auteurs Jochen Glöckner
SamenvattingAuteursinformatie

    On April 2019 the Directive on Unfair Trading Practices in business-to-business relationships in the agricultural and food supply chain has entered into force. In particular the remedies that the Member States are supposed to offer seem to be designed after the blueprint of competition law enforcement, and the practices deemed “unfair” in this Directive are closely related to abusive practices under Article 102 TFEU. While such practices are typically based on an economic dependence, no dominant position as required by Article 102 TFEU will be found. So, the question is whether an expansion of the scope of control of unilateral conduct under competition law might be the way to implement the Directive.
    Germany has a long-standing tradition with respect to the expansion of the scope of control of abusive conduct to undertakings with less than a dominant position. Following a brief introduction that outlines the contents of the Directive (I.) this contribution is going to give a picture of the provisions on control of so-called “relative market power”, i.e. a position of independence not versus all competitors and the opposite market side as defined by the ECJ, but only in the relation to individual trading partners under German competition law (II.), and finish with an outline of the structural problems that might stand in the way of implementing the new rules with a simple application or amendment of the competition law provisions on relative market power (III.)


Jochen Glöckner
Prof. Dr. iur., J. Glöckner LL.M. (USA), Chair for German and European Private and Economic Law, Universität Konstanz; Judge at the Higher Regional Court Karlsruhe.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 18 maart 2019 en 22 mei 2019.
Artikel

Access_open Armoede onder kinderen: een pleidooi voor een kindgerichte aanpak van armoedebestrijding

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden armoede, jongerenparticipatie, VN-Kinderrechtencomité, reductiedoelstelling, voorbehoud
Auteurs Mr. E. Huls en Mr. C. Vanderhilt
SamenvattingAuteursinformatie

    Het aantal kinderen in Nederland dat in armoede leeft, is hoog en daalt al jarenlang nauwelijks. De bestrijding van deze problematiek blijkt complex. In dit artikel worden de knelpunten in het huidige beleid beschreven en wordt een andere aanpak bepleit waarbij niet het gezinsinkomen van de ouder(s)/verzorger(s) maar het kind centraal staat. Door voor die benadering te kiezen, menen de auteurs dat meer tegemoet zal worden gekomen aan de behoeften en belangen van kinderen. Dit artikel is in samenwerking met het Kinderrechtencollectief geschreven.


Mr. E. Huls
Mr. E. Huls is advocaat-in-dienstbetrekking bij Defence for Children.

Mr. C. Vanderhilt
Mr. C. Vanderhilt is projectmedewerker jeugdrecht bij Defence for Children.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 18 maart 2019 en 22 mei 2019.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 18 maart 2019 en 22 mei 2019.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 18 maart 2019 en 22 mei 2019.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 18 maart 2019 en 22 mei 2019.
Toont 1 - 20 van 2494 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.