Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2887 artikelen

x
Boekbespreking

Mandatory family protection

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden legitieme, internationaal, rechtsvergelijking
Auteurs Mr. drs. M.R. Beuker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze boekbespreking analyseert de auteur het boek Mandatory family protection. Dit derde boek in een serie over rechtsvergelijkend erfrechtelijk onderzoek handelt over de dwingende bescherming die verschillende landen toekennen aan familieleden van erflaters. Diverse auteurs beschrijven de nationale regelingen van Europese landen, landen met een common law-stelsel, China en islamitische landen. Daarnaast is een aantal hoofdstukken gewijd aan historische en rechtsvergelijkende aspecten van dwingende erfrechtelijke bescherming. Duidelijk wordt dat het erfrecht constant in beweging is; stelsels met een legitieme portie zoeken flexibiliteit, terwijl rechtszekerheid gezocht wordt door stelsels met aanspraken gebaseerd op behoeften van familieleden.


Mr. drs. M.R. Beuker
Mr. drs. M.R. Beuker is promovendus aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2021
Auteurs Mr. S.C. den Engelse
Auteursinformatie

Mr. S.C. den Engelse
Mw. mr. S.C. den Engelse is notarieel jurist en vakcoördinator familievermogensrecht bij Netwerk Notarissen.

Mr. E.C.E. Schnackers
Digitale markten

Access_open Het voorstel voor de Digital Services Act

Op zoek naar nieuw evenwicht in regulering van onlinediensten met betrekking tot informatie van gebruikers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Digital Services Act, Wet inzake digitale diensten, Richtlijn elektronische handel, onlinediensten, illegale inhoud
Auteurs Mr. dr. F. Wilman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het recente voorstel voor de Digital Services Act besproken. De voorgestelde verordening is bedoeld om de digitale interne markt te versterken en, meer specifiek, de activiteiten van aanbieders van onlinediensten die draaien om de doorgifte, opslag en publieke verspreiding van informatie van hun gebruikers – zoals videoplatforms, onlinemarktplaatsen, sociale media en internetaanbieders – beter te reguleren. Het gaat onder meer om hun activiteiten ter bestrijding van illegale inhoud en desinformatie, hun aansprakelijkheid en hun verantwoordelijkheden jegens de gebruikers. We zullen zien dat het DSA-voorstel in verschillende opzichten ambitieus en vernieuwend is, terwijl het op andere punten eerder nuttig-maar-voorspelbaar en behoudend kan worden genoemd. Na een inleiding worden de voorgestelde verplichtingen voor de verschillende onlinedienstverleners achtereenvolgens besproken, gevolgd door enkele algemene opmerkingen.
    Europese Commissie, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten (Wet inzake digitale diensten) en tot wijzing van Richtlijn 2000/31/EG, COM(2020)825, 15 december 2020


Mr. dr. F. Wilman
Mr. dr. F. (Folkert) Wilman is lid van de Juridische Dienst van de Europese Commissie. De zienswijzen opgenomen in deze bijdrage zijn uitsluitend die van de auteur en kunnen niet worden toegeschreven aan de Europese Commissie.
Artikel

Access_open Addressing Problems Instead of Diagnoses

Reimagining Liberalism Regarding Disability and Public Health

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2021
Trefwoorden Vulerability Theory, Liberalism, Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD), Public Health, Capabilities Approach
Auteurs Erwin Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The public health systems of liberal states systematically fail to meet the goals and obligations of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities, which aims to facilitate full societal participation and independent life choices by all impaired persons, as well as the unburdening of their private caretakers. This failure does not stem from a lack of money or effort by governments and other societal institutions, but flaws in the anatomy of these systems. As these systems confine institutional assistance to the needs of persons with certain delineated disabilities, they neglect the needs of other persons, whose disabilities do not fit this mould. The responsibility for the latter group thus falls to their immediate social circle. These private caretakers are in turn seldom supported. To remedy this situation, I will present the alternative paradigm of vulnerability theory as the possible foundation for a more inclusive approach to public health.


Erwin Dijkstra
Erwin Dijkstra LLM MA is lecturer and researcher at the Department of Jurisprudence of the Leiden Law School of Leiden University.
Forum

Taalbarrières en tolken in de zorg: wie betaalt de prijs?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden tolkenvergoeding, samen beslissen, informatieplicht
Auteurs Mr. M.A.H. Koopmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2012 is de tolkenvergoeding voor zorgaanbieders afgeschaft. Tegelijkertijd wordt er steeds meer verwacht dat zorgverleners en patiënten samen beslissen over medische behandelingen. Dit artikel gaat in op de informatieplicht van de zorgverlener, wanneer er een tolk moet worden ingeschakeld en hoe het afschaffen van de tolkenvergoeding zich verhoudt tot deze informatieplicht.


Mr. M.A.H. Koopmans
Marijke Koopmans is onderzoeker bij Tilburg Institute for Private law (TIP), Tilburg University.
Artikel

Access_open ‘Voltooid leven’ en de grenzen van het medisch domein

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden toegang tot dodelijke middelen, medisch geclassificeerde ziekte, pil van Drion, existentieel lijden
Auteurs Prof. dr. G.A. den Hartogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit het Perspectief-rapport (januari 2020) blijkt dat het besluit om het eigen leven te beëindigen zonder dat er sprake is van een medische grondslag niet samenhangt met de leeftijd van de betrokkene. Aan een wettelijke regeling die de zelfgekozen dood mogelijk maakt voor mensen met een ‘voltooid leven’, zoals voorgesteld door D66, bestaat daarom geen behoefte. De eis van een medische grondslag is echter onnodig restrictief en verdient dan ook heroverweging. Dat hoeft er niet toe te leiden niet-artsen bij de uitvoering van een besluit tot levensbeëindiging te betrekken.


Prof. dr. G.A. den Hartogh
Govert den Hartogh is emeritus hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J. Boonstra, mr. dr. S.S. Buisman e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger
Artikel

Constructive dismissal en de Wwz

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Billijke vergoeding, Initiatief van de werknemer, Beëindiging arbeidsovereenkomst, Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten, Additionele schadevergoeding
Auteurs mr. Tom Arntz
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoekt de auteur de mogelijkheden voor werknemers om ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever gecompenseerd te krijgen indien de werknemer de arbeidsovereenkomst zelf doet eindigen. De verschillende beëindigingsmodaliteiten die de werknemer ten dienste staan worden geanalyseerd. In tegenstelling tot bij een ontbindingsverzoek ex artikel 7:671c BW, is bij de opzegging door de werknemer en bij ontslagname op staande voet onduidelijk in hoeverre de werknemer gecompenseerd kan worden. De auteur stelt zich op het standpunt dat het in die gevallen mogelijk moet zijn schadevergoeding toe te kennen op grond van artikel 7:686 BW.


mr. Tom Arntz
Tom Arntz is advocaat bij Citius Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Eén jaar i-grond: vooralsnog een worsteling met gezichtspunten

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden i-grond, Cumulatiegrond, Ontslag, Arbeidsovereenkomst, Ontbinding
Auteurs mr. Iris Veerkamp
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de invoering van de WAB per 1 januari 2020 is artikel 7:669 lid 3 sub i BW (de ‘cumulatiegrond’) toegevoegd als redelijke grond voor ontslag. Hierdoor is het mogelijk een werknemer te ontslaan op basis van een combinatie van omstandigheden die volgen uit aan aantal van de reeds bestaande redelijke gronden. De eerste uitspraak die betrekking had op een verzoek een arbeidsovereenkomst te ontbinden op basis van de i-grond werd op 17 februari 2020 gewezen, waarbij een afwijzing van het verzoek volgde. De eerste toewijzing volgde op 6 juli 2020. Hierna zijn verschillende verzoeken op basis van de i-grond toegewezen, maar een duidelijke lijn in de gezichtspunten die aangehouden worden bij de beoordeling lijkt vooralsnog te ontbreken. In deze bijdrage wordt stil gestaan bij de gezichtspunten die zich in de loop van 2020 hebben ontwikkeld.


mr. Iris Veerkamp
Iris Veerkamp is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/18

HR 27 oktober 2020, 19/04352, ECLI:NL:HR:2020:1681

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Artikel

‘Rapport legitieme’. De huidige legitieme niet in strijd met het EVRM, maar mist wel brede steun

Tijdschrift AdvoTip, Aflevering 3 2021
Auteurs Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols en Mr. L.A.G.M. van der Geld

Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols

Mr. L.A.G.M. van der Geld
Artikel

Rapport Legitieme: de professional en de crux van het erfrecht

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 7 2021
Trefwoorden Testament
Auteurs Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols en Mr. L.A.G.M. van der Geld

Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols

Mr. L.A.G.M. van der Geld
Artikel

Access_open The ECHR and Private Intercountry Adoptions in Germany and the Netherlands: Lessons Learned from Campanelli and Paradiso v. Italy

Tijdschrift Family & Law, januari 2021
Trefwoorden Private intercountry adoptions, surrogacy, ECHR, UNCRC, the best interests of the child
Auteurs dr. E.C. Loibl
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the past half century, a market in adoptable children has emerged. The imbalance between the demand for and the supply of adoptable children, combined with the large sums of Western money, incite greedy actors in poor countries to illegally obtain children for adoption. This renders intercountry adoption conducive to abuses. Private adoptions are particularly prone to abusive and commercial practices. Yet, although they violate both international and national law, German and Dutch family courts commonly recognize them. They argue that removing the child from the illegal adopters would not be compatible with the rights and best interests of the individual child concerned. In 2017, the ECtHR rendered a ground-breaking judgement in Campanelli and Paradiso v. Italy. In this case, the Court dealt with the question as to whether removing a child from the care of an Italian couple that entered into a surrogacy agreement with a Russian clinic, given that surrogacy is illegal in Italy, violated Article 8 ECHR. Contrary to previous case law, in which the ECtHR placed a strong emphasis on the best interests of the individual child concerned, the Court attached more weight to the need to prevent disorder and crime by putting an end to the illegal situation created by the Italian couple and by discouraging others from bypassing national laws. The article argues that considering the shifting focus of the ECtHR on the prevention of unlawful conduct and, thus, on the best interests of children in general, the German and Dutch courts’ failure to properly balance the different interests at stake in a private international adoption by mainly focusing on the individual rights and interests of the children is difficult to maintain.

    ---

    In de afgelopen halve eeuw is er een markt voor adoptiekinderen ontstaan. De disbalans tussen de vraag naar en het aanbod van adoptiekinderen, in combinatie met grote sommen westers geld, zet hebzuchtige actoren in arme landen ertoe aan illegaal kinderen te verkrijgen voor adoptie. Dit maakt interlandelijke adoptie bevorderlijk voor misbruik. Particuliere adoptie is bijzonder vatbaar voor misbruik en commerciële praktijken. Ondanks het feit dat deze privé-adopties in strijd zijn met zowel internationaal als nationaal recht, worden ze door Duitse en Nederlandse familierechtbanken doorgaans wel erkend. Daartoe wordt aangevoerd dat het verwijderen van het kind van de illegale adoptanten niet verenigbaar is met de rechten en belangen van het individuele kind in kwestie. In 2017 heeft het EHRM een baanbrekende uitspraak gedaan in de zaak Campanelli en Paradiso t. Italië. In deze zaak behandelde het Hof de vraag of het verwijderen van een kind uit de zorg van een Italiaans echtpaar dat een draagmoederschapsovereenkomst met een Russische kliniek is aangegaan, in strijd is met artikel 8 EVRM, daarbij in ogenschouw genomen dat draagmoederschap in Italië illegaal is. In tegenstelling tot eerdere jurisprudentie, waarin het EHRM sterk de nadruk legde op de belangen van het individuele kind, hechtte het Hof meer gewicht aan de noodzaak om de openbare orde te bewaken en criminaliteit te voorkomen door een einde te maken aan de illegale situatie die door het Italiaanse echtpaar was gecreëerd door onder andere het omzeilen van nationale wetten. Het artikel stelt dat, gezien de verschuiving in de focus van het EHRM op het voorkomen van onwettig gedrag en dus op het belang van kinderen in het algemeen, de Duitse en Nederlandse rechtbanken, door met name te focussen op de individuele rechten en belangen van de kinderen, er niet in slagen om de verschillende belangen die op het spel staan ​​bij een particuliere internationale adoptie goed af te wegen.


dr. E.C. Loibl
Elvira Loibl is Assistant Professor Criminal Law and Criminology, Universiteit Maastricht.
Verslag

Samenvatting expertmeeting CCRA over HR 14 december 2018: omgang in het kader van een ondertoezichtstelling

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden uithuisplaatsing, gecertificeerde instelling, omgang, ondertoezichtstelling (OTS), ECLI:NL:HR:2018:2321
Auteurs Mr. B. Laterveer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op dinsdag 10 december 2019 heeft het ‘Centre for Children’s Rights Amsterdam’ (CCRA) een bijeenkomst georganiseerd met verschillende experts uit de praktijk om te spreken over de gevolgen van de uitspraak van de Hoge Raad van 14 december 2018 (ECLI:NL:HR:2018:2321) voor de (rechts)praktijk, welke beslissing de gemoederen blijft bezighouden. Wat de bijeenkomst onder meer bijzonder maakte, was het feit dat raadsheer mr. C.E. (Edgar) Du Perron van de Hoge Raad (op persoonlijke titel) aanwezig was. Hij maakte deel uit van de samenstelling die de beslissing heeft gegeven.


Mr. B. Laterveer
Mr. B. Laterveer is werkzaam als stafjurist bij de rechtbank Den Haag en bij het Landelijk Bureau Vakinhoud rechtspraak.
Actualia

Diversen

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 1 2021
Auteurs Mr. T. de Vette
Auteursinformatie

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 24 september 2020 en 12 november 2020.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 24 september 2020 en 12 november 2020.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 24 september 2020 en 12 november 2020.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 24 september 2020 en 12 november 2020.
Artikel

Access_open Licht aan het einde van de tunnel voor wensouders?

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden wensouders, draagmoederschap, kinderrechten, ouderschap, afstamming
Auteurs Mr. N. van der Storm en Mr. M.Q.M. Mosk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op dit moment is er in Nederland geen wet- en regelgeving over draagmoederschap. Op 12 juli 2019 heeft het kabinet laten weten voornemens te zijn met een regeling te komen over draagmoederschap en inmiddels is op 24 april 2020 het Concept Wetsvoorstel Kind draagmoederschap en afstamming (Concept Wetsvoorstel Kind) openbaar gemaakt ten behoeve van een online consultatie. In dit artikel beschrijven de twee auteurs tegen welke uitdagingen zij aanlopen in hun hoedanigheid als familierechtadvocaat in draagmoederschapszaken en op welke wijze het wetsvoorstel een verbetering zal betekenen voor de rechtspraktijk.


Mr. N. van der Storm
Mr. N. van der Storm is advocaat & mediator bij De Boorder Familie- en Erfrecht Advocaten & Mediators.

Mr. M.Q.M. Mosk
Mr. M.Q.M. Mosk is advocaat bij De Boorder Familie- en Erfrecht Advocaten & Mediators.
Toont 1 - 20 van 2887 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.