Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1739 artikelen

x
Mededinging

De ACM leidraad tariefafspraken zzp’ers: de ACM vs. Europees kartelverbod?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden ACM, Kartelverbod, zzp’ers, Tariefafspraken, Leidraad
Auteurs Mr. S. van der Heul
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de publicatie van de Leidraad tariefafspraken zzp’ers beoogt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) duidelijkheid te scheppen over de verenigbaarheid van zulke afspraken met het mededingingsrecht. Aangezien zzp’ers in de regel worden gezien als onderneming, vallen onderlinge afspraken over prijzen in beginsel onder het kartelverbod. De ACM signaleert de zorg dat zzp’ers door concurrentie onder het bestaansminimum uitkomen. Zij heeft in de Leidraad drie volgens haar toepasselijke uitzonderingen op het kartelverbod geformuleerd. Daarnaast kondigt de ACM aan het kartelverbod niet te zullen handhaven ten aanzien van afspraken die het door het kabinet beoogde minimumloon voor zzp’ers van 16 euro per uur vastleggen. Of dit minimumloon er komt en wat het voor deze toezegging betekent als dit niet het geval is, zal moeten blijken.
    Artikel 6 Mededingingswet en artikel 101 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie


Mr. S. van der Heul
Mr. S. (Sjaak) van der Heul is advocaat bij Dirkzwager Legal & taks
Vrij verkeer

Beperkingen van het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden in de lidstaten van de EU: Uit het oog, maar niet uit het hart?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden EU-burgerschap, Burgerschapsrichtlijn, voldoende middelen eis, uitzettingsmogelijkheden, gezinshereniging
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en H.H.C. Kroeze LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van vrij verkeer en verblijf van EU-burgers en hun familieleden in de EU wordt geregeld door de Burgerschapsrichtlijn. Dit recht is echter niet absoluut en kan worden geweigerd of ingetrokken wanneer een EU-burger onvoldoende inkomsten heeft om voor zichzelf en voor zijn familie te zorgen. Familieleden die geen EU-nationaliteit bezitten, hebben een recht om te verblijven in een gastlidstaat, wanneer zij hun familielid, die EU-burger is, begeleiden of zich bij deze EU-burger voegen. In de twee zaken die in dit artikel centraal staan, worden deze twee voorwaarden voor het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden door het Hof van Justitie nader uitgelegd.
    HvJ 2 oktober 2019, zaak C-93/18, ECLI:EU:C:2019:809 (Ermira Bajratari/Secretary of State for the Home Department)
    HvJ 10 september 2019, zaak. C-94/18, ECLI:EU:C:2019:692 (Nalini Chenchooliah/Minister for Justice and Equality)


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. (Hanneke) van Eijken is onderzoeker bij the Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF) en the Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht.

H.H.C. Kroeze LLM
H.H.C. (Hester) Kroeze LLM is promovenda Europees recht aan de Universiteit Gent, Ghent European Law Institute.

Irawan Sewandono
Irawan Sewandono is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Open Universiteit.
Artikel

De algemeenverbindendverklaring van landbouwvoorschriften in het Europese marktordeningsrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2020
Trefwoorden uitbreiding van voorschriften, marktordening, producentenorganisatie, brancheorganisatie, avv
Auteurs Mr. H.C.E.P.J. Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    EU-lidstaten zijn op grond van de Europese marktordeningsregels bevoegd door (unies van) producentenorganisaties en brancheorganisaties vastgestelde landbouwvoorschriften uit te breiden tot niet-leden. Deze niet-leden kunnen tevens worden verplicht een financiële bijdrage te betalen. In de Nederlandse landbouw wordt dit avv-instrument pas vrij recent en dan ook nog eens uitsluitend voor onderzoek en ontwikkeling ingezet. De Europese regels bieden echter ruimte voor een veel bredere toepassing, zoals bijvoorbeeld op het gebied van dierenwelzijn, voedselveiligheid en milieubescherming. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft de Raad van State inmiddels gevraagd welke ruimte zij daarvoor heeft.


Mr. H.C.E.P.J. Janssen
Mr. H.C.E.P.J. (Eric) Janssen is advocaat/of counsel bij DVAN Advocaten te Utrecht.
Artikel

Sharia in het Westen (II)

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2020
Trefwoorden sharia in the West, Islamic law, religious law, comparative law, legal pluralism
Auteurs Prof. dr. Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    This is the second part of the revised translation of ‘Understanding sharia in the West’ that was published in the Journal of Law, Religion and State 2018, 6, p. 236-273. The first part of the translation appeared in Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid 2019, 3, p. 17-31.


Prof. dr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Grotere vrijheid in geval van godsdienstige motieven?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2020
Trefwoorden vrijheid van godsdienst, beperkingsmogelijkheden, samenloop (met andere grondrechten), vaccinaties, verwerpen van homoseksualiteit
Auteurs Mr. dr. Aernout Nieuwenhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Do religious motives result in greater freedom of action? This question cannot be answered with a simple yes or no. First of all, a distinction must be made between conduct that falls within the scope of the right to freedom of religion as opposed to other conduct. This distinction in turn needs some qualification. The aforementioned right can, after all, be restricted. The conduct in question could moreover fall within the purview of another fundamental right, as a result of which persons without religious motives are entitled to invoke another fundamental right. All these distinctions will be reviewed in this article. Special attention will be given to religiously motivated statements condemning homosexuality and the religiously motivated refusal to have children vaccinated.


Mr. dr. Aernout Nieuwenhuis
Mr. dr. A.J. Nieuwenhuis is hoofddocent Staatsrecht aan de UvA. Hij doceert constitutioneel recht en grondrechtelijke vakken. Hij publiceert regelmatig over de vrijheid van meningsuiting; daarnaast ook over de vrijheid van godsdienst.
Artikel

Access_open Criteria voor strafbaarstelling

De integratie tussen theorie en wetgevingsbeleid

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Criteria voor strafbaarstelling, Ultimum remedium, Wetgevingsbeleid, Evidence-based lawmaking
Auteurs Mr. dr. S.S. (Sanne) Buisman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse strafrecht is gebaseerd op de idee van ultimum remedium. Strafrecht kan grote gevolgen hebben voor de verdachten. Of en op welke wijze bepaald ongewenst gedrag moet worden strafbaar gesteld, vereist daarom een gedegen afweging tussen de voor- en nadelen van het strafrecht. Criteria voor strafbaarstelling bieden de wetgever een argumentatiekader aan de hand waarvan strafbaarstelling kan worden gelegitimeerd en gerechtvaardigd. In dit artikel worden de huidige strafbaarstellingtheorieën aangevuld met wetgevingsbeleid.


Mr. dr. S.S. (Sanne) Buisman
Mr. dr. S.S. Buisman is universitair docent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Op 14 januari 2020 verdedigde zij succesvol haar proefschrift, getiteld ‘Contract Tort & Crime. Criminalisation of breaches of sale contracts under Dutch and EU law’, aan Tilburg University.
Artikel

Access_open Juvenile Justice in the Caribbean Netherlands: Important considerations from a Children’s Rights Perspective

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2020
Trefwoorden UNICEF Situation Analysis, Caribbean Netherlands, Children’s Rights, Juvenile Justice
Auteurs L. (La-Toya) Charles MSc.
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Government intends to implement a Juvenile Justice Law for the Caribbean Netherlands. This article addresses this development and gives some important considerations from a children’s rights perspective; particularly, the rights of children while in the juvenile justice system and the Government’s obligation to prevent children from entering into the system. The discussion hinges on the findings of UNICEF The Netherlands’ recently published Situation Analysis on the Rights of Children and Adolescents in the Caribbean Netherlands, focusing on child vulnerabilities that may eventually lead to criminality and recommendations regarding necessary provisions, collaboration between ministries and public entities, and the availability of data to monitor the effectiveness of government policy.


L. (La-Toya) Charles MSc.
Children’s Rights Advocacy Specialist at UNICEF The Netherlands.
Redactioneel

Access_open 30 jaar kinderrechten: zoeken naar nieuw elan, betrokkenheid en inclusiviteit

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2020
Trefwoorden IVRK, Kinderrechten, Mensenrechten
Auteurs Prof. dr. mr. T. (Ton) Liefaard en Mr. T.B. (Tamara) Trotman
Auteursinformatie

Prof. dr. mr. T. (Ton) Liefaard
Prof. dr. mr. T. Liefaard, gastredacteur voor dit nummer, is vice-decaan en hoogleraar kinderrechten, houder van de UNICEF-leerstoel kinderrechten aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Mr. T.B. (Tamara) Trotman
Mr. T.B. Trotman is raadsheer bij het Gerechtshof Den Haag.
Artikel

Access_open Het classicistische politieke denken van Van Hogendorp

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2020
Trefwoorden classicistisch politiek denken, constitutie, Van Hogendorp, Grondwet, politieke filosofie
Auteurs Alban Mik
SamenvattingAuteursinformatie

    Gijsbert Karel van Hogendorp is the auctor intellectualis of the 1818 Dutch constitution. It was his sketch for a new constitution that was used as a starting point for the deliberations of its original drafting committee. Van Hogendorp justifies his constitution as a restoration of the Burgundian constitution that applied before the Dutch Republic. In recent literature Van Hogendorp’s restorational argument is presented as an invention of tradition. In this article an alternative explanation is presented, namely that it is part of a form of classicist political thought that was common during the ancien régime. Van Hogendorp describes his constitution as a moderate monarchy, in which the three principles of monarchy, aristocracy and democracy are properly balanced. And he mainly defends this mixed regime by pointing out that it is a restoration of the old Burgundian constitution of the Netherlands. This way of reasoning is, as will be shown, typically classicistic.


Alban Mik
Alban Mik is onderzoeker aan de Afdeling Metajuridica, vakgroep Rechtsfilosofie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Grensoverschrijdende fusies en omzetting/zetelverplaatsing met en binnen het Caribisch deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden artikel 2:333b BW (NL), artikel 2:323a BW (Aruba, Curaçao, Sint Maarten en BES), Koninkrijk, Cariben, concordantie
Auteurs Mr. D.W. Ormel
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Koninkrijk bestaat uit vier landen en vijf rechtsstelsels waarbinnen verschillende mogelijkheden tot grensoverschrijdende fusies en omzettingen bestaan. Die (on)mogelijkheden worden in kaart gebracht door de auteur, waarbij opvalt dat de mogelijkheden tot grensoverschrijdende fusie ruimer zijn in het Caribisch deel van het Koninkrijk dan in Europees Nederland.


Mr. D.W. Ormel
Mr. D.W. Ormel is advocaat bij De Cuba Wever Attorneys at Law in Aruba.
Artikel

Zorgen om zeden

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden artikel 139h Sr, kinderpornografie, grooming, seksuele intimidatie in de openbare ruimte, seks tegen de wil
Auteurs Mr. S.F.J. (Sidney) Smeets
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van de reeds aangekondigde integrale herziening en modernisering van de zedenmisdrijven in het Wetboek van Strafrecht en in relatie tot recente en in voorbereiding zijnde strafbaarstellingen op zedengebied brengt de auteur in deze bijdrage een aantal ‘zorgen om zeden’ voor het voetlicht. De auteur wil de wetgever daarmee handvatten aanreiken om de zedentitel inhoudelijk en systematisch tot een helder en werkbaar geheel om te vormen


Mr. S.F.J. (Sidney) Smeets
Mr. S.F.J. Smeets is advocaat bij Spong Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Access_open Een verbod op wraakporno

Het nieuwe artikel 139h Sr kritisch beschouwd

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden lex certa, seksueel beeldmateriaal, afbeelding van seksuele aard, openbaar maken, artikel 139h Sr
Auteurs Mr. M. (Michael) Berndsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2020 is een verbod op misbruik van seksueel beeldmateriaal in werking getreden. Het nieuwe artikel 139h Sr verbiedt het zonder toestemming vervaardigen van seksueel beeldmateriaal, het beschikken over zulk materiaal en het openbaar maken ervan. Bij het wetsvoorstel werden vanuit het parlement en de strafrechtketen de nodige kanttekeningen geplaatst. Ondanks amendementen die de strafbepaling wezenlijk hebben veranderd, is niet aan alle kritiekpunten uit de parlementaire behandeling tegemoetgekomen. In dit artikel wordt artikel 139h kritisch beschouwd, waarbij onder meer de afbakening van de bestanddelen centraal staat (lex certa). Eerst wordt kort stilgestaan bij de aanleiding voor de wetswijziging en de parlementaire behandeling ervan. Vervolgens staat het wetsartikel zelf centraal. Daarna worden enkele knelpunten van deze strafbaarstelling besproken.


Mr. M. (Michael) Berndsen
Mr. M. Berndsen is advocaat bij Meijers Canatan Advocaten te Amsterdam en is onder meer gespecialiseerd in cybercrime en cassatie.

    This article engages in a comparison of the regulation of PR in the Netherlands and the UK (specifically England and Wales). The latter is a good comparator as it operates a similar regulatory approach to the Netherlands, that of conditional acceptance of PR, the condition being (prior) consent. Furthermore, the UK boasts a more detailed and mature legal framework that continues to be tested through caselaw, and thus offers insight into how a regulatory approach conditional upon the (prior) consent of the deceased can fare.
    The article starts with a brief exposition of the new Dutch guidelines and the current legislative position in the Netherlands vis-à-vis posthumous reproduction (part II). Likewise, the relevant UK guidelines and legislative position are summarized (part III). This article draws out the similarities and differences between the two regimes, as well as engaging in a critical analysis of the regulations themselves. It then looks at how the UK regime has been challenged in recent years through caselaw in anticipation of the issues that might confront the Netherlands in future (part IV). The article concludes (part V) that the key lesson to be drawn from the UK experience is that clarity and consistency is crucial in navigating this ethically, emotionally, and time sensitive area. Further, that both the UK and the Netherlands can expect demand for more detailed and precise regulatory guidance as requests for the procedure increase, and within evermore novel circumstances.

    ---

    Dit artikel vergelijkt de regulering van postume reproductie (PR) in Nederland en het Verenigd Koninkrijk (in het bijzonder Engeland en Wales). Laatstgenoemde is daarvoor zeer geschikt, aangezien het VK een vergelijkbare reguleringsbenadering heeft als Nederland, namelijk de voorwaardelijke acceptatie van PR, waarbij (voorafgaande) toestemming de voorwaarde is. Bovendien beschikt het VK over een gedetailleerder en volwassener juridisch kader dat continu wordt getoetst door middel van rechtspraak. Dit kader biedt daarmee inzicht in hoe een regulerende benadering met als voorwaarde (voorafgaande) toestemming van de overledene kan verlopen.
    Het artikel vangt aan met een korte uiteenzetting van de nieuwe Nederlandse richtlijnen en de huidige positie van de Nederlandse wetgever ten opzichte van postume reproductie (deel II). De relevante Britse richtlijnen en het wetgevende standpunt worden eveneens samengevat (deel III). Vervolgens worden de overeenkomsten en verschillen tussen de twee regimes naar voren gebracht, met daarbij een kritische analyse van de regelgeving. Hierop volgt een beschrijving van hoe het VK de afgelopen jaren is uitgedaagd in de rechtspraak, daarmee anticiperend op vraagstukken waarmee Nederland in de toekomst te maken kan krijgen (deel IV). Tot slot volgt een conclusie (deel V) waarin wordt aangetoond dat de belangrijkste les die uit de Britse ervaring kan worden getrokken, is dat duidelijkheid en consistentie cruciaal zijn bij het navigeren door dit ethische, emotionele en tijdgevoelige gebied. En daarnaast, at zowel het VK als Nederland een vraag naar meer gedetailleerde en precieze regelgeving kunnen verwachten naarmate verzoeken om deze procedure toenemen, met daarbij steeds weer nieuwe omstandigheden.


Dr. N. Hyder-Rahman
Nishat Hyder-Rahman is a Post-doctoral Researcher at the Utrecht Centre for European Research into Family Law, Molengraaff Institute for Private Law, Utrecht University.
Artikel

Een beïnvloede schenker?

A-G 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:165

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 14 2020
Trefwoorden Schenking
Auteurs Prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols

Prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols
Annotatie

Pay for delay in the UK

Uitspraak van 30 januari 2020 van het Hof van Justitie ten aanzien van farmaceutische schikkingsovereenkomsten in zaak C-307/18, ECLI:EU:C:2020:52 (Generics (UK) Ltd. e.a./Commissie (Paroxetine))

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2020
Auteurs Pauline Kuipers en Wolf Sauter
Auteursinformatie

Pauline Kuipers
Mr. drs. D.P. Kuipers is advocaat en partner bij Bird & Bird in Den Haag en redacteur van dit blad.

Wolf Sauter
Prof. mr. dr. drs. W. Sauter is verbonden aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en gedetacheerd bij de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van dit blad.
Opinie

Het EBI-arrest, historisch onrecht, effectieve remedie en de AVG

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2020
Trefwoorden immateriële schade, mensenrechten, schadevergoeding
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
Auteursinformatie

Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair hoofddocent verbonden aan het onderzoekscluster Empirical legal Research into Institutions for Conflictresolution en Ucall, Universiteit Utrecht. Zij is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Opwarming van het klimaat als onrechtmatige daad?

HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2006

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Urgenda, klimaat, Nederlandse Staat, Hoge Raad, klimaatverandering
Auteurs Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2019 in de veelbesproken klimaatzaak tussen Urgenda en de Nederlandse Staat.


Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De benchmarktransitie: van IBOR’s naar RFR’s door een civielrechtelijk labyrint?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden IBOR, benchmark, transitie, fallback, risk-free rate
Auteurs Mr. S. Uiterwijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Bekende benchmarks om renteverplichtingen mee te berekenen, zoals LIBOR en EURIBOR, zullen mogelijk verdwijnen. Dit zal een impact hebben op allerlei financiële producten, met een marktwaarde geschat op honderden biljoenen euro’s. Naast professionele partijen kunnen ook consumenten hierdoor worden geraakt. Dit artikel beschrijft de benchmarktransitie en de civielrechtelijke aandachtspunten.


Mr. S. Uiterwijk
Mr. S. Uiterwijk is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

    De grote toestroom van migranten en asielzoekers in de EU houdt vandaag nog steeds verschillende regelgevers wakker. Niet alleen de nationale overheden, maar ook de EU-regelgevers zoeken naarstig naar oplossingen voor de problematiek. Daartoe trachten de EU-regelgevers het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) bij te werken.
    Binnen de groep migranten en asielzoekers bestaat een specifiek kwetsbaar individu: de niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV). Hij is zowel vreemdeling als kind en kreeg reeds ruime aandacht binnen de rechtsleer. Nochtans werd deze aandacht niet altijd weerspiegeld in de EU-wetgeving. Het lijkt alsof hij door de regelgevers af en toe uit het oog verloren werd.
    Uit het onderzoek blijkt dat de EU-regelgevers nog een zekere weg te gaan hebben. In de eerste plaats bestaat er wat betreft het geheel aan regels met betrekking tot de NBMV weinig coherentie. De EU-regelgevers zouden bijvoorbeeld meer duidelijkheid kunnen scheppen door een uniforme methode vast te leggen voor de bepaling van de leeftijd van de NBMV. Hetzelfde geldt voor een verduidelijking van de notie ‘het belang van het kind’ binnen asiel en migratie. Verder blijken de Dublinoverdrachten en de vrijheidsontneming van de NBMV nog steeds gevoelige pijnpunten. Hier en daar moet aan de hervorming van het asielstelsel nog wat gesleuteld worden, zodat de rechten van de NBMV optimaal beschermd kunnen worden.
    ---
    Today, the large influx of migrants and asylum seekers into the European Union (EU) keeps several regulators awake. Not only national authorities, but EU regulators too are diligently searching for solutions to the problems. To this end, EU regulators are seeking to update the Common European Asylum System (CEAS).
    There is however a particularly vulnerable individual within the group of migrants and asylum seekers: the unaccompanied alien minor (UAM). These minors already received a great deal of attention within legal doctrine. However, this attention was not always reflected in EU legislation. It seems as if UAM are occasionally lost from sight by the regulators.
    This article shows that the EU regulators still have a certain way to go. First, there is little coherence in the set of rules relating to the UAM. The EU regulators could, for example, create more clarity by laying down a uniform method for determining the age of the UAM. The same applies to a clarification of the notion of 'best interests of the child' within the context of asylum and migration. Second, the proposal for a new Dublin Regulation and the proposal for a new Reception Conditions Directive still appear to be sensitive. Here and there, the reform of the asylum system still needs adjustments, so that the rights of UAM can be optimally protected."


Caranina Colpaert LLM
Caranina Colpaert is PhD researcher
Toont 1 - 20 van 1739 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.