Zoekresultaat: 44 artikelen

x

mr. F.M.H. Hoens
Artikel

Access_open Vernietiging van de overeenkomst bij een oneerlijke handelspraktijk; een hanteerbare sanctie?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden oneerlijke handelspraktijk, vernietiging, misleidende omissie, ambtshalve toetsing, causaal verband
Auteurs Prof. mr. drs. C.M.D.S. Pavillon en Mr. dr. L.B.A. Tigelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds juni 2014 kent de afdeling oneerlijke handelspraktijken een bijzondere vernietigingsgrond: art. 6:193j lid 3 BW. Deze bepaling is tot nu toe weinig toegepast, zo blijkt uit de gepubliceerde rechtspraak. In deze bijdrage wordt daarom onderzocht hoe hanteerbaar, in de zin van toegankelijk en gebruiksvriendelijk, de vernietigingsgrond uit art. 6:193j lid 3 BW eigenlijk is. Dit gebeurt door het analyseren van zes uitspraken. Uit het onderzoek blijkt dat de vernietigingsgrond toegankelijk en gebruiksvriendelijk is voor de consument mede dankzij de rol van de rechter. De rechter is namelijk degene die meestal het initiatief neemt tot toepassing van de sanctie.


Prof. mr. drs. C.M.D.S. Pavillon
Prof. mr. drs. C.M.D.S. Pavillon is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder consumentenrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. dr. L.B.A. Tigelaar
Mr. dr. L.B.A Tigelaar is universitair docent verbintenissenrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Wetgeving door een belastingplan, een goed idee?

Over de btw-problematiek bij uitwinning door de pandhouder ná art. 42d Iw 1990 en Roeffen q.q./Ontvanger en wetgeving als overvalstechniek

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden belastingplan, pandrecht, btw, financieren
Auteurs Mr. R. van den Bosch en Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren heeft de wetgever tweemaal in het nadeel van de pandgever ingegrepen in de bestaande rangorde tussen pandgever en fiscus. Dit heeft consequenties voor de financiering van ondernemingen. De auteurs wijzen op de economische implicaties van deze maatregelen en adviseren de wetgever dergelijke ingrepen slechts weloverwogen te doen.


Mr. R. van den Bosch
Mr. R. van den Bosch is juridisch adviseur bij ING te Amsterdam.

Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is juridisch adviseur bij ING te Amsterdam.

A.W. Jongbloed
Prof. mr. A.W. Jongbloed is redactielid van de Gerechtsdeurwaarder en o.a. raadsheer-plaatsvervanger bij het Hof Amsterdam (Notaris- en Gerechtsdeurwaarderskamer).
Artikel

Spiegelbeeldige gerechtigdheid, op de grens van de gemeenschap

Een verkenning hoe moet worden omgegaan met het geval waarin een goed onder spiegelbeeldige voorwaarden aan twee personen toebehoort

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2017
Trefwoorden gemeenschap, kwaliteitsrekening, spiegelbeeldige gerechtigdheid, spiegelbeeldige voorwaarden
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage behandelt de auteur het arrest Stichting derdengelden/Ontvanger. De auteur onderzoekt naar aanleiding van dit arrest de grenzen van het begrip gemeenschap en bepleit dat er ruimte is om de gemeenschapsregeling ook toe te passen op dergelijke gevallen van spiegelbeeldige gerechtigdheid.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is juridisch adviseur bij ING te Amsterdam.
Artikel

Eigen schuld geen effect?

Over standaardisering in de afweging van wederzijdse verantwoordelijkheid in effectenleasezaken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden effectenlease, precontractuele zorgplicht, eigen schuld, art. 6:101 BW, verdelingsmaatstaf
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    Daar de avonturen in de effectenlease voor alle betrokken partijen slecht afliepen, volgden vele procedures over de wederzijdse verantwoordelijkheid van de financiële instellingen en de particuliere beleggers. Door standaardisering en het aandragen van duidelijke maatstaven probeert de Hoge Raad nu een einde te maken aan de vele geschillen die nog lopen. Naar aanleiding van een recent arrest vat deze bijdrage de maatstaven samen voor het bepalen van de omvang van de schadevergoedingsplicht van de aanbieder van effectenleaseproducten.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht. Zij is tevens parttime raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.
Praktijk

Eigendomsvoorbehoud: de inwerking van een contract op goederenrecht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Eigendomsvoorbehoud, Opschortende voorwaarde, Verpanding, Sale of Goods Act, Weens Koopverdrag
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Eigendomsvoorbehoud is volgens artikel 3:92 BW levering van een zaak onder opschortende voorwaarde van betaling van de koopsom. De Hoge Raad oordeelde in zijn arrest van 3 juni 2016 in de zaak Rabobank/Reuser dat de verkrijger onder eigendomsvoorbehoud de zaak rechtsgeldig kan verpanden voordat de opschortende voorwaarde is vervuld. De pandhouder verkrijgt dan een pandrecht onder opschortende voorwaarde van eigendomsverkrijging door de pandgever. In Engeland stond eigendomsvoorbehoud in the picture in het arrest van het UKSC van 11 mei 2016 in de zaak Res Cogitans. Op een overeenkomst die een eigendomsvoorbehoud bevat en bepaalt dat de gekochte zaak mag worden verbruikt voordat betaling van de koopsom heeft plaatsgevonden, is de Sale of Goods Act niet van toepassing. Beide arresten en hun gevolgen voor de rechtspraktijk worden besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

De ‘gratis’ telefoon die niet gratis was … en dat toch werd?

Annotatie bij HR 12 februari 2016, (Lindorff/Nazier)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2016
Trefwoorden koop op afbetaling, consumentenkrediet, (partiële) vernietiging, collectieve afwikkeling, belangenbehartiging
Auteurs Mr. M.R. Hebly en Mr. I. Tillema
SamenvattingAuteursinformatie

    In Lindorff/Nazier beantwoordt de Hoge Raad ‘vervolgvragen’ op Lindorff/Statia, waarin telefoonabonnementen met ‘gratis’ toestel onder meer werden gekwalificeerd als koop op afbetaling. In Lindorff/Nazier draait het om (de consequenties van) eventuele ambtshalve vernietiging van dergelijke overeenkomsten. De auteurs behandelen de wederzijdse verplichtingen van betrokken partijen na vernietiging en enkele aspecten van collectieve afwikkeling.


Mr. M.R. Hebly
Mr. M.R. Hebly is promovendus bij de sectie Burgerlijk recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. I. Tillema
Mr. I. Tillema is promovendus bij de sectie Burgerlijk recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Praktijk

All-inprijs ambtshalve getoetst

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Koop op afbetaling, Consumentenkrediet, Telefoonabonnement, algemene voorwaarden, ambtshalve toetsing
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 12 februari 2016 een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de sage over de ‘gratis’ mobiele telefoon. Op 13 juli 2014 maakte de Hoge Raad in het arrest Lindorff/Statia duidelijk dat de verstrekking van een mobiel bij een telefoonabonnement niet gratis is, maar als koop op afbetaling c.q. consumentenkrediet moet worden beschouwd. Op 12 februari 2016 voegt de Hoge Raad toe dat ten aanzien van de koop op afbetaling c.q. het consumentenkrediet ambtshalve moet worden getoetst of de overeenkomst onredelijk bezwarend is jegens de consument. De all-in prijsbepaling is volgens de Hoge Raad een kernbeding.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Ontbinding of opzegging van de huurovereenkomst wegens wanbetaling

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Huurovereenkomst, Huur woonruimte, Beëindiging wegens huurachterstand, Drie maanden
Auteurs Mr. W.J. Noordhuizen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deel 12 van de Studiereeks Nederlands-Antilliaans en Arubaans Recht (SNAAR), over het Nederlands-Caribisch huurrecht, werd opgemerkt dat een huurachterstand van ten minste drie maanden, waarbij op korte termijn geen concreet zicht bestaat op volledige afbetaling van het openstaande bedrag, doorgaans voldoende is om de huur te beëindigen. Een dergelijke vooropstelling komt men in de rechtspraak wel tegen. In de praktijk kan het door de verschillende procedures die aan ontruiming voorafgaan (doorgaans) meer dan drie maanden duren voordat de verhuurder weer over de woonruimte kan beschikken. Tijdens het wetgevingsproces zijn daarover in Sint Maarten vragen gesteld. Waar komt die driemaandentermijn vandaan? En is die (nog) wel gerechtvaardigd?


Mr. W.J. Noordhuizen
Mr. W.J. Noordhuizen is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en als zodanig werkzaam bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Volledige verrekening en afdracht van overwaarde in het wetsvoorstel goederenkrediet

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden goederenkrediet, huurkoop, eigendomsvoorbehoud, verrekening, overwaarde
Auteurs Mr. E.F. Verheul
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het wetsvoorstel consumentenkredietovereenkomst, goederenkrediet en geldlening wordt een groot deel van de huidige bepalingen over koop op afbetaling en huurkoop van regelend recht. In deze bijdrage wordt betoogd dat dit ten onrechte niet geldt voor het voorgestelde art. 7:92 BW, dat verplicht tot volledige verrekening in geval van ontbinding.


Mr. E.F. Verheul
Mr. E.F. Verheul is als promovendus verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Vorderingen in b2c-verstekken: toetsen of toewijzen?

Ambtshalve toetsen op grond van Heesakkers/Voets, de waarheidsplicht en art. 139 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ambtshalve toetsing, Verstek, Consumentenrecht, oneerlijke bedingen, Waarheidsplicht
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen en mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook in verstekzaken tussen een professionele eiser en een gedaagde consument zal de civiele rechter ambtshalve moeten toetsen of de vordering (deels) berust op een beding dat dwingendrechtelijke consumentenbeschermende bepalingen schendt. De auteurs schetsen het toetsingskader in het licht van art. 139 Rv. Nu verstekzaken het leeuwendeel van de civiele zaken vormen, kan de plicht tot ambtshalve toetsing tot veel extra werk, kosten en vertraging leiden. De auteurs stellen voor om in verstekzaken een op de waarheidsplicht geënt standaardformulier te gebruiken dat recht doet aan zowel de openbare belangen van consumentenbescherming, waarheidsvinding en efficiënte inzet van overheidsmiddelen als het particuliere belang van efficiënte incasso.


Mr. C.J-A. Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en gastonderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam

mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en universitair docent burgerlijk procesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen
Artikel

Tenietgaan van pandrecht na verjaring gezekerde vordering verhinderd door de redelijkheid en billijkheid?

HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3463

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden pand/pandrecht, hypotheek/hypotheekrecht, verjaring, redelijkheid en billijkheid, tenietgaan van beperkte rechten
Auteurs Mr. H.M. van Kessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Art. 3:323 lid 1 BW schrijft voor dat een pand- of hypotheekrecht tenietgaat door verjaring van de gezekerde vordering. In de hier besproken zaak oordeelde de Hoge Raad dat de redelijkheid en billijkheid in de verhouding tussen de derdenpandgever en de schuldeiser-pandhouder aan het rechtsgevolg van art. 3:323 lid 1 BW in de weg stond. In zijn analyse van het arrest bespreekt de auteur of ook onaanvaardbaarheid van het beroep op verjaring in de verhouding schuldenaar-schuldeiser het rechtsgevolg van tenietgaan van het pandrecht zou moeten kunnen verhinderen.


Mr. H.M. van Kessel
Mr. H.M. van Kessel is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Algemene beschouwingen over koop van vermogensrechten (en meer)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden koop, vermogensrechten
Auteurs Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Mede aan de hand van twee recente arresten van de Hoge Raad wordt in deze bijdrage ingegaan op de toepasselijkheid van de algemene en bijzondere bepalingen van koop.


Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans
Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans is hoogleraar Burgerlijk recht, i.h.b. Goederenrecht en Notarieel recht, aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Naar een transparante markt voor mobiele telefonie?

Annotatie bij HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1385, RvdW 2014/811

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden consumentenkrediet, uitleg, (partiële) nietigheid, onverschuldigde betaling, privaatrechtelijke handhaving
Auteurs Mr. M.R. Hebly
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens de Hoge Raad kwalificeren telefoonabonnementen waarbij aan consumenten een ‘gratis’ telefoon wordt verstrekt, in beginsel als koop op afbetaling en als krediettransacties/kredietovereenkomsten; strijd met de toepasselijke regelgeving leidt tot vernietigbaarheid. Duidelijk is dat deze ‘verhulde’ afbetalingsconstructie niet is toegestaan, en vragen rijzen ten aanzien van de reeds afgesloten contracten.


Mr. M.R. Hebly
Mr. M.R. Hebly is als promovendus verbonden aan de sectie burgerlijk recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Praktijk

Voor niets gaat de zon op!

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Koop op afbetaling, Consumentenkrediet, Wet op het financieel toezicht, Consumentenrecht
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 13 juni 2014 betreffende de prejudiciële vraag over de aanschaf van een mobiele telefoon heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de ‘gratis’ verstrekking van een mobiele telefoon bij een telefoonabonnement kwalificeert als koop op afbetaling en consumentenkrediet. Dit kan ook toepasselijkheid van de wetgeving over consumentenkrediet en financieel toezicht met zich meebrengen. In deze bijdrage wordt het arrest besproken en worden de gevolgen van het arrest belicht.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

De relatieve zwaarte van wederzijdse verantwoordelijkheid voor teleurstellende effectenleaseresultaten

Over schadedeling wegens eigen schuld in effectenleasezaken

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Effectenlease, eigen schuld, artikel 6:101 BW, Verdelingsmaatstaf, Veroorzakingswaarschijnlijkheid, (pre)contractuele zorgplicht, Onderzoeksplicht
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en Mr. A. Van Onna
SamenvattingAuteursinformatie

    Avonturen in de effectenlease liepen slecht af als gevolg van een samenloop van omstandigheden, waaronder een te gretig winstoogmerk aan de zijde van de financiële aanbieder en een te grote lichtvaardigheid aan de zijde van de afnemende consument. In deze bijdrage wordt de (inmiddels gestandaardiseerde) schadedeling onder de loep genomen die in de rechtspraak is gevolgd op de erkenning van de wederzijdse verantwoordelijkheid in dezen.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar privaatrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en in dit verband verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law, alsook aan het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe. Zij is tevens parttime raadsheer bij het Gerechtshof te Amsterdam. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.

Mr. A. Van Onna
Mr. A. van Onna is advocaat bij Holland van Gijzen Advocaten en Notarissen te Utrecht. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.

Mr. M.M. Roelofs
Mr. M.M. Roelofs is advocaat bij Linklaters LLP.
Artikel

De rechtsmacht van de rechter en het toepasselijke recht op de EU-behandelingsovereenkomst

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden behandelingsovereenkomst, aansprakelijkheid, toepasselijk recht, rechtsmacht rechter
Auteurs Mr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    Patiënten die in een Belgische kliniek een (cosmetische) geneeskundige behandeling ondergaan, zijn niet langer een uitzondering. Net als in Nederland kunnen in België fouten worden gemaakt, kan de patiënt schade lijden en kunnen zich geschillen voordoen. Gewoontegetrouw zal de Nederlandse patiënt zich in zo’n geval tot de Nederlandse rechter wenden. Maar is dit wel de juiste weg en is het Nederlandse recht eigenlijk wel van toepassing? In de onderhavige bijdrage wordt op deze vragen antwoord gegeven aan de hand van een analyse van de Rome I-Verordening en de EEX-Verordening. Na een tussenconclusie wordt voorts bezien of de typering van de behandelingsovereenkomst als een consumentenovereenkomst of afspraken tussen arts en patiënt kunnen leiden tot de toepassing van ander recht.


Mr. R.P. Wijne
Mr. R.P. Wijne is auteur van het proefschrift Aansprakelijkheid voor zorggerelateerde schade, dat zij op 12 september 2013 heeft verdedigd. Wijne is voorts docent gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, lid-jurist bij de medische tuchtcolleges en medewerker bij het Wetenschappelijk Bureau van Holla Advocaten te Eindhoven.
Toont 1 - 20 van 44 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.