Zoekresultaat: 52 artikelen

x

    Een moedermaatschappij kan na de intrekking van haar 403-verklaring de overblijvende aansprakelijkheid beëindigen als zij voldoet aan de cumulatieve vereisten ex art. 2:404 lid 3 BW. De huidige regeling voor de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid en de uitleg daarvan in de jurisprudentie zijn echter nodeloos belastend en werken in de hand dat een moedermaatschappij zal proberen om de procedure zo veel mogelijk onder de radar te doorlopen. In deze bijdrage wordt ervoor gepleit dat de regeling op bepaalde punten wordt aangepast of anders wordt uitgelegd in de jurisprudentie.


E.A. van Dooren
Mr. dr. E.A. van Dooren is universitair docent Ondernemingsrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Samenloop van de WHOA-procedure en de eerste fase van de enquêteprocedure

Een alternatieve rechtsgang voor aandeelhouders en certificaathouders?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 9-10 2021
Trefwoorden enquêterecht, Wet homologatie onderhands akkoord, herstructurering, noodzaakfinanciering, Ondernemingskamer
Auteurs Mr. E.S. Nieuwendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het sluiten van een herstructureringsakkoord in de zin van de WHOA kan vergaande gevolgen hebben voor de vennootschapsrechtelijke verhoudingen. Tegelijkertijd zijn de rechtsmiddelen van aandeelhouders en certificaathouders binnen de WHOA zeer beperkt. Dit artikel onderzoekt of deze partijen ook naar de Ondernemingskamer kunnen stappen om zo invloed uit te oefenen op de totstandkoming en inhoud van het herstructureringsakkoord.


Mr. E.S. Nieuwendijk
Mr. E.S. Nieuwendijk is recent afgestudeerd aan de Radboud Universiteit.
Artikel

De positie van de belanghebbende in het enquêterecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden enquêteprocedure, verzoekschriftprocedure, belanghebbenden, kring van belanghebbenden
Auteurs Mr. dr. C.E.J.M. Hanegraaf
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in deze bijdrage in op de kwesties wie in het enquêterecht als belanghebbenden kwalificeren en wat de bevoegdheden van belanghebbenden zijn. Tevens besteedt hij aandacht aan enkele ‘knelpunten’ in wetgeving en jurisprudentie. De auteur stelt onder meer de introductie van een ‘Leidraad Belanghebbenden’ voor.


Mr. dr. C.E.J.M. Hanegraaf
Mr. dr. C.E.J.M. Hanegraaf is advocaat ondernemingsrecht.
Artikel

De economische realiteit in de SNS Reaal-beschikkingen

Noot bij HR 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:478 en ECLI:NL:HR:2020:479 (Concernenquête SNS Reaal en dochtervennootschap SNS Bank)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden Ondernemingskamer, concernrecht, groepsvennootschap, Landis, artikel 2:24b BW
Auteurs Mr. F. Eikelboom en Mr. M. Krekels
SamenvattingAuteursinformatie

    In een tweetal beschikkingen van 3 april 2020 liet de Hoge Raad zich voor de tweede maal uit over de maatstaf voor het toewijzen van een concernenquête. Zoals uit deze bijdrage blijkt, gebruikte de Hoge Raad deze gelegenheid om de maatstaf uit de Landis-beschikking te herformuleren en versimpelen. Deze beschikkingen worden nader geduid.


Mr. F. Eikelboom
Mr. F. Eikelboom is advocaat bij bureau Brandeis te Amsterdam.

Mr. M. Krekels
Mr. M. Krekels is advocaat bij bureau Brandeis te Amsterdam.
Artikel

Ernstig verwijt revisited bij Wet bestuur en toezicht rechtspersonen 2020 en de evaluatie van de Wet bestuur en toezicht 2011

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden onbehoorlijk bestuur, bestuurdersaansprakelijkheid, collegialiteitsbeginsel, collectieve verantwoordelijkheid, Artikel 2:9 BW
Auteurs Mr. dr. W.A. Westenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    De ‘ernstig verwijt’-problematiek binnen het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht is nog steeds onderwerp van discussie. In deze bijdrage wordt ingegaan op hoe deze problematiek aan de orde is gekomen bij de evaluatie van de Wet bestuur en toezicht 2011 en bij de behandeling van de eind 2020 aangenomen Wet bestuur en toezicht rechtspersonen.


Mr. dr. W.A. Westenbroek
Mr. dr. W.A. Westenbroek is advocaat bij WestLegal te Amsterdam en verbonden aan Erasmus School of Law.
Artikel

Pro-cycling’s doping pentiti

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2020
Trefwoorden doping, cycling, cultural criminology, crime facilitative system, organisational crime
Auteurs Dr. mr. Roland Moerland en Giulio Soana
SamenvattingAuteursinformatie

    Throughout the last decade several cyclists have published memoirs in which they account for their doping use. In previous literature such autobiographical accounts have been characterized as attempts of fallen sports stars to sanitize their spoiled public image. In contrast, the analysis in this article will show that the accounts are of relevance when it comes to understanding the problem of doping in professional cycling. Their accounts break the omertà regarding doping, providing insights about the motivation and opportunity structures behind doping and how such structures are endemic to the system of professional cycling.


Dr. mr. Roland Moerland
Dr. mr. Roland Moerland is universitair docent criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht.

Giulio Soana
Giulio Soana is afgestudeerd Master Forensica, Criminologie en Rechtspleging, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht.
Wetenschap

De concernenquête na SNS

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden concernverhoudingen, rechtszekerheid, economische werkelijkheid, houders van (certificaten van) aandelen, Landis
Auteurs Mr. dr. R.P. Jager
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn Landis-beschikking uit 2005 heeft de Hoge Raad de concernenquête gesanctioneerd, zodat aandeel- of certificaathouders van een moedermaatschappij de Ondernemingskamer (mede) bevoegdelijk, ex art. 2:346 lid 1 onder b of c BW, kunnen verzoeken om een onderzoek bij een daaronder hangende dochtermaatschappij. Vijftien jaar later heeft hij opnieuw een beschikking gegeven over deze enquête, en wel in de SNS-zaak. Die beschikking wordt in dit artikel onder de loep genomen. Met de Landis-beschikking is onze cassatierechter weggedobberd van de rechtszekerheid. In zijn SNS-beschikking roeit de Hoge Raad daar weer naartoe. Niettemin heeft hij die bestemming, de rechtszekerheid, nog niet bereikt.


Mr. dr. R.P. Jager
Mr. dr. R.P. (Paul) Jager was als legal counsel verbonden aan Vereniging van Effectenbezitters (VEB). Hij is echter in die hoedanigheid niet op directe wijze betrokken geweest bij de procedure die heeft geleid tot de SNS-beschikking d.d. 3 april 2020. Thans is hij als senior beleidssecretaris ondernemingsrecht & corporate governance werkzaam bij VNO-NCW en MKB-Nederland.
Artikel

Kroniek Vennootschapsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2020
Auteurs Lisette van der Gun en Rogier Wolf
Auteursinformatie

Lisette van der Gun
Lisette van der Gun is advocaat bij UdinkSchepel Advocaten in Den Haag.

Rogier Wolf
Rogier Wolf is advocaat bij UdinkSchepel Advocaten in Den Haag, universitair docent Ondernemingsrecht aan Maastricht University (ICGI) en lid van de advocatenredactie van het Advocatenblad.
Artikel

Access_open De toekomst van de vennootschappelijk bestuurder: aan de bestuurstafel met een robot?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden artificial intelligence, robotbestuurder, bestuurdersaansprakelijkheid, rechtspersoonlijkheid
Auteurs Mr. A. van der Spek
SamenvattingAuteursinformatie

    Artificial intelligence speelt een steeds grotere rol, zo ook binnen het ondernemingsrecht. In dit artikel staat de opkomst van de robot als vennootschappelijk bestuurder centraal. Daarbij wordt aandacht besteed aan rechtspersoonlijkheid, het functioneren van de robot als bestuurder en de aansprakelijkheid voor het handelen van de robotbestuurder.


Mr. A. van der Spek
Mr. A. van der Spek is advocaat bij Florent te Amsterdam.
Artikel

Toegang tot enquête voor kapitaalverschaffers – de evaluatie geëvalueerd

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2018
Trefwoorden ontvankelijkheid, enquêterecht, aandeelhouder, ondernemingsrecht, beursvennootschap
Auteurs Mr. drs. Q.L.C.M. Bongaerts
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bekritiseerde in 2016 de koppeling van geplaatst kapitaal en (beurs)waarde (art. 2:346 lid 1 aanhef en sub c BW). Deze bijdrage bevat enkele ontwikkelingen die aanpassing van de wettekst rechtvaardigen. De auteur behandelt het effectenonderzoek van Tilburg University, de literatuur en de discussie tijdens een expertbijeenkomst op het ministerie van Justitie en Veiligheid.


Mr. drs. Q.L.C.M. Bongaerts
Mr. drs. Q.L.C.M. Bongaerts is advocaat bij Bynkershoek in Amsterdam.
Artikel

De (on)mogelijkheid van het beperken van de enquêtebevoegdheid in de tijd

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2018
Trefwoorden enquêterecht, dwingend recht, verjaring, verval, rechtsverwerking
Auteurs Mr. A.H.B. Bouman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de (on)mogelijkheid om een enquêtebevoegdheid in de tijd en qua reikwijdte in de tijd te kunnen beperken. Onderzoek wijst uit dat verjaring niet, maar verval van enquêtebevoegdheid mogelijk moet worden geacht. De conclusie is dat slechts een toegekende enquêtebevoegdheid aan beperkingen in de tijd kan worden onderworpen.


Mr. A.H.B. Bouman
Mr. A.H.B. Bouman is Professional Support Lawyer bij Van Iersel Luchtman Advocaten te Den Bosch.
Artikel

Interne bestuurdersaansprakelijkheid en de klachtplicht: de uitzondering op de regel of de regel op de uitzondering?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2018
Trefwoorden klachtplicht, (interne) bestuurdersaansprakelijkheid, artikel 2:9 BW, artikel 6:89 BW
Auteurs Mr. S.A.L.L. Caris en Mr. D.J.M. Kulk
SamenvattingAuteursinformatie

    In de bijdrage wordt ingegaan op toepassing van de klachtplicht op bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:9 BW. De auteurs komen tot de conclusie dat er geen goede dogmatische en praktische redenen zijn om de klachtplicht niet van toepassing te verklaren op bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:9 BW.


Mr. S.A.L.L. Caris
Mr. S.A.L.L. Caris is als advocaat werkzaam voor DVDW Advocaten te Rotterdam.

Mr. D.J.M. Kulk
Mr. D.J.M. Kulk is als advocaat werkzaam voor DVDW Advocaten te Rotterdam.
Artikel

Access_open Moet wie administratie zegt ook boekhouding in concernverband zeggen?

Over het bestaan van de groepsadministratieplicht van de holding

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2018
Trefwoorden administratieplicht, bestuurdersaansprakelijkheid, 403-verklaring, holding, faillissementsrecht
Auteurs Mr. drs. J. Verstoep
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage beantwoordt de auteur de vraag of een holding op grond van artikel 2:10 BW in haar administratie inzicht dient te bieden in de vermogenspositie van haar dochtervennootschappen. De auteur betoogt dat onvoldoende overtuigende argumenten het bestaan van een zogeheten groepsadministratieplicht rechtvaardigen.


Mr. drs. J. Verstoep
Mr. drs. J. Verstoep is advocaat bij Wieringa Advocaten te Amsterdam.
Wetenschap

Access_open Bij bestuurdersaansprakelijkheid hoort geen klachtplicht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, klachtplicht
Auteurs Prof. mr. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage over de klachtplicht wordt betoogd dat art. 6:89 BW niet van toepassing is op claims uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid. Op juridisch-dogmatische gronden zou daar voor art. 2:9 BW wellicht nog wel iets te zeggen zijn, maar voor art. 2:138 (248) en 6:162 BW in veel mindere mate, nu de uit deze bepalingen voortvloeiende verplichtingen niet kwalificeren als verbintenissen. Belangrijker is evenwel dat voor alle drie de vormen van bestuurdersaansprakelijkheid toepasselijkheid van art. 6:89 BW – gelet op de ratio van de klachtplicht – niet aanvaardbaar en dus onwenselijk is.


Prof. mr. J.B. Huizink
Prof. mr. J.B. (Jan Bernd) Huizink is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Wetenschap

Het trustkantoor als bestuurder en ‘omgaan’ in het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht (HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:470)

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, taakverdeling, stelplicht, collegialiteitsbeginsel, bewaarnemingsrol
Auteurs Mr. dr. W.A. Westenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage vervolgt de auteur zijn kritiek op de rechtspraak van de Hoge Raad over het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht, nu naar aanleiding van een recent arrest waarin een trustbestuurder door derden werd aangesproken. De auteur constateert dat te veel gewicht is toegekend aan de taakverdeling binnen het bestuur en dat de stelplicht die bij externe bestuurdersaansprakelijkheid zou moeten gelden, is miskend. Daarnaast laat de auteur zien dat bij de beoordeling van externe aansprakelijkheid van bestuurders van buitenlandse rechtspersonen tevens dient te worden gekeken naar de wettelijke normen die volgens het recht van die buitenlandse rechtspersonen op bestuurders rusten.


Mr. dr. W.A. Westenbroek
Mr. dr. W.A. (Winand) Westenbroek is advocaat bij Westlegal te Amsterdam en tevens verbonden aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Het special committee naar Amerikaans model bij openbare biedingen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2017
Trefwoorden overname, commissie, toezicht, corporate governance, openbaar bod
Auteurs Mr. P.L. Hezer
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt het special committee vanuit zowel juridisch als praktisch perspectief, mede op basis van empirisch onderzoek. Hierbij wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van het special committee in de VS. Doel is richtsnoeren te geven voor het gebruik van special committees bij openbare biedingen op Nederlandse beursvennootschappen.


Mr. P.L. Hezer
Mr. P.L. Hezer is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid en corporate governance

Hebben bestuurders wat te vrezen als ze de Corporate Governance Code schenden?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2017
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, Corporate Governance Code, corporate governance, bestuurder, commissaris
Auteurs Mr. drs. R.T.L. Vaessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Afgelopen jaar was er veel aandacht voor de nieuwe Corporate Governance Code. De Code kent veel bepalingen die het handelen van bestuurders en commissarissen normeren. Dit artikel behandelt de vraag of bestuurders en commissarissen op dit moment vaak aansprakelijk worden gesteld vanwege schending van de Corporate Governance Code, en of zij in dat geval in rechte wat te vrezen hebben.


Mr. drs. R.T.L. Vaessen
Mr. drs. R.T.L. Vaessen is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

De schorsing van een bestuurder door de vennootschap en de Ondernemingskamer en diens loondoorbetaling

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Bestuurder, Schorsing, Loondoorbetaling, Enquêteprocedure, Ondernemingskamer
Auteurs mr. Stéphanie Spoelder
Auteursinformatie

mr. Stéphanie Spoelder
Senior Associate (advocaat)

    In this article the question is addressed how language played a pivotal role in the process of concealing and denying the use of doping in professional cycling in the period 1990-2012. The author concludes that the popular argument that the ‘Walls of Silence’ within professional cycling were based upon a system of ‘omertà’, is not convincing. Rather than that they were forced to keep their mouths shut, the people involved in the doping industry granted themselves a right to silence. The analysis also shows that the common vocabulary within cycling facilitated the processes of denial, as the concepts used – like preparation, recuperation, medical supervision and so on – are vague and ambiguous.


prof. dr. Henk van de Bunt
Prof. dr. Henk van de Bunt is emeritus hoogleraar criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De curator, het boedeltekort en de schade van de rechtspersoon

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2017
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, curator, boedeltekort, schade, artikel 2:9 BW
Auteurs Mr. F. Ortiz Aldana en Mr. drs. J. van Bekkum
SamenvattingAuteursinformatie

    Tussen artikel 2:9 en artikel 2:248 BW bestaan aanmerkelijke verschillen. Met name wordt op beide gronden iets anders gevorderd. Curatoren zouden de artikel 2:9 BW-vordering veel meer dan op dit moment gebruikelijk is als een zelfstandige vordering naast artikel 2:248 BW moeten behandelen. Dat voorkomt de potentiële verwaarlozing van een belangrijk boedelactief.


Mr. F. Ortiz Aldana
Mr. F. Ortiz Aldana is advocaat en curator bij Dekker en Smits advocaten te Rosmalen.

Mr. drs. J. van Bekkum
Mr. drs. J. van Bekkum is advocaat bij Lemstra Van der Korst te Amsterdam en tevens verbonden aan het Van der Heijden Instituut, onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Toont 1 - 20 van 52 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.