Zoekresultaat: 25 artikelen

x
Milieu

Access_open Aanscherping van rechtsbescherming en handhaving in milieuzaken: het recht op schone lucht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden luchtkwaliteit, milieurecht, rechtsbescherming, handhaving, rechterlijke toetsing
Auteurs Mr. dr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    In twee hier te bespreken arresten bouwt het Hof van Justitie voort op de rechtspraak met betrekking tot het recht op schone lucht zoals neergelegd in Richtlijn 2008/50/EG betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa.
    De belangrijkste aanvulling die het Hof van Justitie in het Craeynest-arrest geeft, is dat ook de wetenschappelijke beoordeling van de luchtkwaliteit door het bepalen van de plaats van een bemonsteringspunt onderworpen kan worden aan rechterlijke toetsing om zodoende het nuttig effect van de richtlijn te garanderen.
    Het tweede arrest, Deutsche Umwelthilfe, is opzienbarend omdat het Hof van Justitie hierin oordeelde dat het EU-recht onder bepaalde voorwaarden een nationale rechter als ultimum remedium de verplichting geeft gebruik te maken van een nationale bevoegdheid lijfsdwang op te leggen aan het bevoegd gezag als dit stelselmatig weigert milieumaatregelen te nemen in het kader van Richtlijn 2008/50/EG en als niet aannemelijk is dat dit zal veranderen.
    Hoewel gewezen in de context van luchtkwaliteit hebben beide arresten ook implicaties voor andere gebieden uit het milieurecht, zoals biodiversiteit, klimaat en waterkwaliteit.
    HvJ 26 juni 2019, zaak C-723/17, ECLI:EU:C:2019:533 (Lies Craeynest e.a./Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Brussels Instituut voor Milieubeheer); HvJ 19 december 2019, zaak C-752/18, ECLI:EU:C:2019:1114 (Deutsche Umwelthilfe eV/Freistaat Bayern)


Mr. dr. F.M. Fleurke
Mr. dr. F.M. (Floor) Fleurke is als universitair hoofddocent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.

Nadine Groeneveld-Tijssens
Mr. dr. N.E. Groeneveld-Tijssens is cassatieadvocaat bij Linssen cs Advocaten. Zij is tevens als fellow verbonden aan Tilburg University.
Artikel

Access_open De uitzondering bevestigd: het ne bis in idem-beginsel in recente rechtspraak van de Hoge Raad in het licht van de ratio van het ne bis in idem-beginsel en vanuit Europees perspectief

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden bis, alcoholslotprogramma, criminal charge, onevenredige bestraffing, cumulatie van procedures
Auteurs Mr. W. (Willemijn) Albers en Mr. T.M. (Tessa) de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt recente rechtspraak van de Hoge Raad inzake het ne bis in idem-beginsel na het Alcoholslotprogramma-arrest. Hieruit blijkt dat dat een vergelijking met dit arrest niet opgaat en dat het arrest een uitzonderingspositie in blijft nemen. Ook wordt de rechtspraak beschouwd en gewaardeerd in het licht van de ratio van het ne bis in idem-beginsel en vanuit Europees perspectief. Geconcludeerd wordt dat de nadruk, zowel in nationale als in Europese context, (steeds meer) lijkt te liggen op evenredige bestraffing bij cumulatie van procedures, zodat recht wordt gedaan aan de materiële grondslag van het ne bis in idem-beginsel.


Mr. W. (Willemijn) Albers
Mr. W. Albers is docent Straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Mr. T.M. (Tessa) de Groot
Mr. T.M. de Groot is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad der Nederlanden. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Gemoderniseerde voordeelsontneming

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Voordeelsontneming, Ontnemingsmaatregel, Ontnemingsprocedure, Misdaadgeld, Modernisering van het Wetboek van Strafvordering
Auteurs Mr. dr. W.S. de Zanger
SamenvattingAuteursinformatie

    De modernisering van het Wetboek van Strafvordering zal ook het proces ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aanpassen. Deze wetgevingsoperatie zal de ontnemingsmaatregel grotendeels ontdoen van zijn bijzondere karakter. Zo komt het strafrechtelijk financieel onderzoek te vervallen en wordt voorgesteld de oplegging van de ontnemingsmaatregel als hoofdregel in het reguliere strafproces te laten plaatsvinden. Deze bijdrage brengt in kaart welke wijzigingen worden voorgesteld en hoe die moeten worden beoordeeld. Geconcludeerd wordt dat de moderniseringsplannen kunnen worden onderschreven, maar wel nader dienen te worden doordacht.


Mr. dr. W.S. de Zanger
Mr. dr. W.S. de Zanger is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) en het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht.
Over de grens

Het nieuwe Belgisch Burgerlijk Wetboek; een slag bij Waterloo? Over het nieuwe contractenrecht van onze zuiderburen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Verbintenissenrecht in België, Code Napoléon, Hervorming Belgisch Burgerlijk Wetboek, Codificatie, Code Civil
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en J.C. Duyster
SamenvattingAuteursinformatie

    Er komt een Nieuw Belgisch Burgerlijk Wetboek aan. Tot op heden hanteert België nog een minimaal aangepaste versie van de Code Civil Napoléon uit 1804. De bejaarde leeftijd van het wetboek laat zich echter op meerdere fronten gevoelen, waardoor de wetgever de tijd nu rijp acht om het Burgerlijk Wetboek te hervormen. Het Voorontwerp Boek 5 «Verbintenissen» komt in de hervorming van het Belgische burgerlijk recht een centrale plaats toe. Het zal mogelijk worden ingevoerd zonder dat wordt gewacht op de voltooiing van de andere onderdelen van het wetboek. Voor het contractenrecht betekent dit dat een nieuw evenwicht wordt gezocht tussen de autonomie van partijen en de mogelijkheden voor de rechter om op te treden in het algemeen belang of in het belang van de zwakkere partij. Deze bijdrage belicht de achtergrond van het Voorontwerp, alsook de redenen en doelstellingen van de hercodificatie. Daarbij wordt ook ingezoomd op de inhoud van het nieuwe Belgische contractenrecht en worden enkele belangrijke wijzigingen besproken.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar Privaatrecht verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is zij (parttime) raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

J.C. Duyster
J.C. Duyster is masterstudent Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Een moderne inbeslagneming van voorwerpen

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden strafvorderlijk beslag, beslagene, civiel conservatoir beslag, modernisering Wetboek van Strafvordering, beslag op voorwerpen
Auteurs Mr. dr. J.S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Degene ten laste van wie voorwerpen strafvorderlijk in beslag zijn genomen, heeft een bijzondere zwakke positie. Na een vergelijking met het civiele, conservatoire beslag, wordt de nieuwe conceptregeling inzake Modernisering Wetboek van Strafvordering besproken. Daarbij worden verdergaande voorstellen gedaan om de positie van de beslagene c.q. rechthebbende te versterken.


Mr. dr. J.S. Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag. Hij is redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Wet versterking positie curator: is de positie van de curator daadwerkelijk versterkt?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden inlichtingenplicht, medewerkingsplicht, Wet versterking positie curator, curator
Auteurs Mr. H.J. de Kloe en Mr. F. Ortiz Aldana
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juli 2017 is de Wet versterking positie curator in werking getreden. In deze bijdrage wordt onderzocht of de curator er met deze wet rechten en instrumenten bijgekregen heeft en of zijn positie daadwerkelijk is versterkt. De inlichtingen- en medewerkingsplicht in de Faillissementswet wordt geanalyseerd en vergeleken met de situatie vóór de wetswijziging.


Mr. H.J. de Kloe
Mr. H.J. de Kloe is wetenschappelijk docent ondernemingsrecht en faillissementsrecht bij de sectie Handels- en Ondernemingsrecht & Financieel Recht van de Erasmus School of Law te Rotterdam.

Mr. F. Ortiz Aldana
Mr. F. Ortiz Aldana is advocaat en curator bij Dekker en Smits advocaten in Rosmalen.
Artikel

Cumulerende procedures en dubbele bestraffing

De invloed van Europa op het ne bis in idem-beginsel in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden ne bis in idem-beginsel, EVRM, Europese Unie, dubbele bestraffing, criminal charge
Auteurs Mr. A.C.M. Klaasse en Mr. J.N. de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ne bis in idem-beginsel is geregeld in respectievelijk artikel 68 Sr en artikel 5:43 Awb. Ook in procedures die buiten het strafrecht of bestuurlijke boeterecht vallen, kan het Europese verbod op dubbele bestraffing doorwerken in Nederland. De Hoge Raad heeft erkend dat de algemene beginselen van een behoorlijke procesorde bescherming bieden in het kader van het ne bis in idem-beginsel. Bovendien is artikel 50 van het Handvest van de EU van toepassing indien EU-recht ten uitvoer wordt gelegd. Op deze wijze is jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU en het EHRM ook van belang voor Nederland.


Mr. A.C.M. Klaasse
Mr. A.C.M. Klaasse is juridisch medewerker bij Hertoghs advocaten in Rotterdam.

Mr. J.N. de Boer
Mr. J.N. de Boer is advocaat bij Hertoghs advocaten in Amsterdam.
Jurisprudentie

De AOW-uitkering van de gedetineerde uitkeringsgerechtigde

Noot bij CRvB 3 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:880

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Bestuursstrafrecht, AOW-uitkering, Bestuurlijk maatregelrecht, Lijfsdwang, Detentie
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Gedurende de periode waarin appellant onder toepassing van artikel 577c Sv lijfsdwang onderging in een penitentiair psychiatrisch centrum, was hem rechtens zijn vrijheid ontnomen in de zin van artikel 8b, tweede lid, van de AOW. Appellant heeft daarom over die periode geen recht op AOW-pensioen. Blijkens de wetsgeschiedenis bij artikel 8b AOW heeft de wetgever bij de term ‘rechtens zijn vrijheid ontnomen’ niet enkel gedacht aan gevangenisstraf, maar ook aan andere vormen van detentie, zoals gijzeling wegens het niet betalen van verkeersboetes of het niet nakomen van wettelijke verplichtingen.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht en tevens redacteur van dit tijdschrift.

Mr. E.F. Groot
Mr. E.F. Groot is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. mr. A.W. Jongbloed
Prof. mr. A.W. Jongbloed is hoogleraar beslag- en executierecht aan de Universiteit Utrecht. Hij publiceert regelmatig in de Gerechtsdeurwaarder.
Artikel

De inningspraktijk bij verkeersboetes, rijp voor verandering: is de rechtsbescherming voldoende gewaarborgd?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Gijzeling, Verkeersboete, Betalingsonmacht, Inningspraktijk, Rechtsbescherming
Auteurs Mr. dr. J.W. van der Hulst
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over de inningspraktijk bij de afdoening van verkeersboetes op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Deze praktijk is buitengewoon streng, waarbij het standaard is dat bij betalingsachterstand automatisch gijzeling wordt gevorderd. Recent hebben diverse kantonrechters en de Nationale Ombudsman deze praktijk bekritiseerd. Mede op basis van deze kritiek wordt voorgesteld om gijzeling achterwege te laten bij betalingsonmacht en in de overige gevallen gijzeling enkel te vorderen indien daar een gemotiveerde noodzaak toe is.


Mr. dr. J.W. van der Hulst
Mr. dr. J.W. van der Hulst is universitair docent bij de sectie strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Praktijk

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden aansprakelijkheid, schending zorgplicht, schending toezichthoudende taken, integriteitsschade, smartengeld
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste ontwikkelingen in de jurisprudentie besproken in de periode van 1 juni 2013 tot en met 1 juni 2015. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid kan worden gebaseerd: schenden van de zorgplicht, ontoelaatbare gevaarzetting, onbevoegde uitoefening, schenden toezichthoudende taak/bijzondere zorgplicht, gebruik maken van een gebrekkige hulpzaak, niet nakomen protocol, het ontbreken van informed consent en bijzondere vormen van aansprakelijkheid. Voorts wordt ingegaan op het causaal verband en toerekening, in welk kader ook de ontwikkelingen op het gebied van de kansschade aan bod komen. Andere onderwerpen die in de kroniek worden besproken zijn: de omvang van de schadevergoedingen, onrechtmatige uitlatingen over de hulpverlener en het beroepsgeheim.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.
Artikel

Belust op misdaadgeld: de werkelijkheid van voordeelsontneming

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2015
Trefwoorden asset recovery, confiscation, crime money, evidence-based policy, physical force
Auteurs P.C. van Duyne, F.G.H. Kristen en W.S. de Zanger
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch policy makers, as elsewhere, have a strong belief in the effectiveness of asset recovery legislation. There are high expectations concerning the amounts of crime money to be collected, and the collection thereof would enable theauthorities to tackle serious, organized crime and fill the treasury. However, the results of the authors’ empirical research into the actual execution of ‘recovery orders’ show a different image. The majority of asset recovery cases concerns cases with low payment obligations (under € 5,000), indicating that mainly ‘smaller fishes’ are targeted. In general, the collection of crime money proves to be a difficult endeavour. Large amounts are not collected and there are long execution times. Policy makers who publicly announce high expectations, and who budget the expected incomes from asset recovery, do not practice evidence-based policy making and give leeway to false hopes which then require new (legislative) measures.


P.C. van Duyne
Prof. dr. Petrus van Duyne is emeritus hoogleraar empirische facetten van het strafrecht aan de Tilburg University, www.petrusvanduyne.nl.

F.G.H. Kristen
Prof. mr. François Kristen is hoogleraar straf(proces)recht aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht, www.uu.nl/rebo/medewerkers/fghkristen/0.

W.S. de Zanger
Mr. Wouter de Zanger is promovendus aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht, www.uu.nl/rebo/medewerkers/wsdezanger.
Redactioneel

Inleiding

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2015
Auteurs E.W. Kruisbergen en M.R.J. Soudijn
Auteursinformatie

E.W. Kruisbergen
Gastredacteur drs. Edwin Kruisbergen is als onderzoeker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

M.R.J. Soudijn
Gastredacteur dr. Melvin Soudijn is als senior onderzoeker werkzaam bij de afdeling Analyse & Onderzoek van de Landelijke Eenheid Nationale Politie.
Artikel

Maatregel of dubbele bestraffing?

Het misleidende instituut van de vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Order for damages, Substituting detention, Convicted persons, Victim
Auteurs An Klaasse en Mr. Sjoerd van Berge Henegouwen
SamenvattingAuteursinformatie

    When an order for damages – or ‘schadevergoedingsmaatregel’ – has been given in Dutch criminal proceedings, the administering judge subsequently has to order that if the convicted person fails to pay the order, so-called substituting detention will be applied (art. 36f par. 6 jo. 24c of the Dutch Criminal Code). This implies that persons who have been long-term convicted and/or have been placed at the disposal of the government (‘terbeschikkingstelling’) and who do not have the financial capacity to pay a substantial amount of the order for damages, need to undergo an inevitable substituting detention. Therefore, the term ‘substituting’ is misleading, since it does not eliminate the duty to pay the order for damages. For this reason, convicted persons with little financial capacity are de facto administered two punishments, the order for damages ánd the ‘substituting’ detention. Moreover, for both victims and society as a whole, the measure does not provide any solace. This article will discuss the legal and practical issues of the substituting detention related to the order for damages concerning convicted persons as well as the consequences for society and victims.


An Klaasse
An Klaasse is studente Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Maastricht.

Mr. Sjoerd van Berge Henegouwen
Mr. Sjoerd van Berge Henegouwen is advocaat te Maastricht.


Artikel

Verbeurte van dwangsommen: onmogelijkheid en ‘eigen schuld’

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2011
Trefwoorden dwangsom, onmogelijkheid te presteren, Invloed eigen ‘schuld’
Auteurs Prof. mr. A.W. Jongbloed
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel de huidige regeling van de dwangsom ruim dertig jaar bestaat, rijzen zo nu en dan vragen die nog niet eerder zijn opgeworpen en die vervolgens door het Benelux-gerechtshof of de Hoge Raad moeten worden beantwoord. Een vraag die recent rees, is in hoeverre de rechter rekening mag houden met ‘eigen schuld’ van de tot betaling van dwangsommen veroordeelde schuldenaar bij de vraag of er sprake is van ‘onmogelijkheid’ in de zin van art. 611d Rv. Dat blijkt slechts onder bijzondere omstandigheden het geval te zijn. Maar levert dat niet onbillijke resultaten op?


Prof. mr. A.W. Jongbloed
Prof. mr. A.W. Jongbloed is bijzonder hoogleraar executie- en beslagrecht aan de UU.
Artikel

Dwang op zwangere vrouw ten behoeve van de ongeboren vrucht toelaatbaar?

De vrouw als container van de vrucht? (Annes, N. Engl. J. Med, 1987, 316, p. 1214) De vrucht als baarmoederlijke vracht? (Melker, N. Engl. J. Med., 1987, 316, p. 1224)

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 1990
Auteurs Mr L.E. Kalkman-Bogerd

Mr L.E. Kalkman-Bogerd
Titel

Reële executie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7/8 2006
Trefwoorden levering, schuldenaar, verkoper, schuldeiser, reële executie, beslag tot levering, onroerend goed, transportakte, geldvordering, koop
Auteurs P.A. Stein

P.A. Stein
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.