Zoekresultaat: 4 artikelen

x

    Na de bevrijding ontstond al snel het beeld dat ‘de’ Nederlanders zich tijdens de oorlog heldhaftig hadden verzet tegen de Jodenvervolging en het nationaalsocialistische onrecht. De naoorlogse berichten over de moord op meer dan 102.000 Nederlandse Joden brachten dit zelfbeeld nauwelijks aan het wankelen. Dat werd anders, toen in de jaren zestig van de vorige eeuw bleek dat de nazi’s gedurende de Tweede Wereldoorlog uit geen enkel land in West-Europa zo veel Joden hadden gedeporteerd en omgebracht als uit Nederland. Deze bijdrage staat stil bij het verzet van Nederlandse juristen tegen onrechtvaardig recht, in het bijzonder tegen de antisemitische maatregelen.


Prof. mr. C.J.H. (Corjo) Jansen
Corjo Jansen is hoogleraar Rechtsgeschiedenis en Burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

De predispositie van de verdachte bij het stelen van een lokfiets: creëert de gelegenheid de dief?

Noot bij HR 12 februari 2019 ECLI:NL:HR:2019:149

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Tallon-criterium, Lokmiddelen, Lokfiets, Uitlokverbod, 6 EVRM
Auteurs Mr. W. Albers
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de bestendige rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat opsporingsambtenaren op basis van de algemene taakstellende bevoegdheden in beginsel bevoegd zijn tot het inzetten van bepaalde lokmiddelen, mits deze inzet binnen de grenzen van het Tallon-criterium blijft. De verdachte mag zodoende niet door het optreden van de opsporingsambtenaar worden gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds van tevoren was gericht. De vraag die naar aanleiding van de onderhavige uitspraak echter kan worden gesteld, is of de verdachte nog wel een voldoende toereikend beroep kan doen op de rechtsbeschermende waarde die het Tallon-criterium – in het kader van de inzet van niet-menselijke lokmiddelen – beoogt te bieden.


Mr. W. Albers
Mr. W. (Willemijn) Albers is docent Straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Positieve uitlokking van ethisch hacken

Een onderzoek naar responsible-disclosurebeleid

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2017
Trefwoorden ethical hacking, responsible disclosure, positive incitement, negative incitement, intrinsic desirability
Auteurs Karel Harms
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, the Dutch government’s acceptance of ethical hacking, by implementing a policy of responsible disclosure, is considered to be a beneficent development. Ethical hacking contributes to cybersecurity and is intrinsically desirable. The term positive incitement is proposed to describe the relatively new phenomenon of encouraging ethical hacking. Positive incitement will be analysed by making a comparison to the Dutch toleration policy regarding soft drugs, and to incitement by law enforcement. Positive incitement should not change into negative incitement, which would result in a serious breach of the rights of ethical hackers. Furthermore, it is argued that the intrinsic value of ethical hacking can justify searching for vulnerabilities in systems of organisations who do not approve of this in advance.


Karel Harms
Karel Harms studeert aan de Rijksuniversiteit Groningen en volgt de master Rechtswetenschappelijk onderzoek.
Artikel

Undercoveroperaties: een noodzakelijk kwaad?

Heden, verleden en toekomst van een omstreden opsporingsmiddel

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2012
Auteurs E.W. Kruisbergen en D. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    An important part of the scientific literature looks upon undercover policing from a normative, critical point of view. These studies frequently problematize undercover operations as a necessary evil. Yet what do we actually know about the practice of the execution of undercover operations and about the results they yield for criminal investigations? Not much. Little empirical research has been done on this subject. This article analyses the implementation and results of undercover operations in the Netherlands. The empirical data consist of all covert policing operations in the Netherlands in 2004. The authors address the following questions: how often is this method of investigation deployed; what different types of undercover operations exist; and what results have these operations produced? Furthermore, they examine the history of undercover policing and look into the legislative debate. Finally, they explore some possible future developments in the use of undercover operations.


E.W. Kruisbergen
Drs. Edwin Kruisbergen werkt als wetenschappelijk onderzoeker bij het WODC.

D. de Jong
Deborah de Jong, MSc werkt als wetenschappelijk onderzoeker bij het WODC.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.