Zoekresultaat: 72 artikelen

x

Gijs van Maanen
Gijs van Maanen is PhD researcher at Tilburg Law School.

Audrey Hendrix
A.L.J.J. Hendrix is masterstudent staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit en encyclopedie en filosofie van het recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Exploring narrative, convictions and autoethnography as a convict criminologist

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2020
Trefwoorden convict criminology, narrative, autoethnography, reflexivity, post-colonial perspective
Auteurs Dr. Rod Earle
SamenvattingAuteursinformatie

    Convict criminology draws from personal experience of imprisonment to offer critical criminological perspectives on punishment and prisons. In this article I discuss how some of these are aligned with questions of narrative and post-colonial perspectives in criminology. I use autoethnographic vignettes to communicate the experiences of imprisonment that inform the development of convict criminology, and I explore their relationship to narrative criminology’s interest in personal stories.


Dr. Rod Earle
Dr. Rod Earle is a Senior Lecturer at the School of Health, Wellbeing and Social Care, The Open University, UK.
Artikel

Narratieve criminologie meets participatief actieonderzoek

Een reflectie over epistemologische mogelijkheden en uitdagingen

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2020
Trefwoorden participatory action research, critical narrative criminology, counter narratives, drug use, stigma
Auteurs Michelle Van Impe MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Critical narrative criminologists analyse dominant and institutionalised stories that can contribute to harm but they might also become more involved in interrogating and changing such narratives. The following question would be: in what ways can this be done? Based on experiences from a Participatory Action Research (PAR) project on stigma with people who use(d) illegal drugs, this paper reflects on the epistemological opportunities and challenges of fusing narrative criminology with PAR. Although such an integration raises potential tensions – especially with regard to the role of the researcher – PAR can amplify narrative criminology by offering a framework for practicing critical, ethical and socially engaged scholarship. Vice versa, narrative criminology can deepen PAR in its analysis of discursive power structures and the relation between narratives and action.


Michelle Van Impe MA
Michelle Van Impe is doctoraal FWO-onderzoeker bij het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) in Gent, België.
Artikel

Access_open Teaching Comparative Law, Pragmatically (Not Practically)

Special Issue on Pragmatism and Legal Education, Sanne Taekema & Thomas Riesthuis (eds.)

Tijdschrift Law and Method, oktober 2020
Trefwoorden comparative legal studies, legal education, pragmatism
Auteurs Alexandra Mercescu
Auteursinformatie

Alexandra Mercescu
Alexandra Mercescu, Ph.D is lecturer at the Department of Public Law, University of Timisoara, Romania.
Essay

Hebzucht

Over de normalisering van een exces

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Greed, Profit, Trade, Interest
Auteurs Dr. Jeroen Linssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the ways in which philosophers have thought about greed are discussed. From antiquity until the Renaissance greed was considered to be a sin. This immoderate desire had to be stopped because it constitutes a threat to the wellbeing of both an individual and society as a whole. This changed since the beginning of the modern era, when a more positive attitude towards this excessive desire arose. The new opinion was: private vices lead to public benefits, and thus the normalization of an excess came about. Greed no longer was considered to be a sin or vice, but instead to be a harmless passion that had a good effect on the welfare of society. The financial crisis of 2008 may have induced some doubts concerning the idea that greed is good, but a real change in opinion has not yet occurred.


Dr. Jeroen Linssen
Dr. J.A.A. Linssen (Jeroen) is directeur onderwijs aan de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen, en Universitair hoofddocent Praktische filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open Macht, misdaad en exces

Enkele inleidende reflecties

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2020
Auteurs Dr. Bas van Stokkom en Dr. mr. Marc Schuilenburg
Auteursinformatie

Dr. Bas van Stokkom
Dr. Bas van Stokkom is senior onderzoeker bij de Vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen.

Dr. mr. Marc Schuilenburg
Dr. mr. Marc Schuilenburg is universitair docent Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Psychomacht: hoe sturen data en algoritmen de veiligheid in smart cities?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2020
Trefwoorden psychopower, smart cities, Bernard Stiegler, Michel Foucault, security
Auteurs Dr. mr. Marc Schuilenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    This article deals with the relationship of smart security technologies to broader modes of exercising power and subjugating individuals. It claims that the notion of psychopower is precisely what is missing from post-Foucaultian accounts of the smart city. In the article psychopower is defined as the manipulation of our consciousness in order to channel our desires toward ‘normal’ social behavior, drawing a line between what is ‘acceptable’ and what is ‘unacceptable’. Psychopower raises a series of concerns related to its democratic legitimacy and accountability as behaviorally informed conditioning of the mind runs the risk of constant surveillance, where human agency is diluted in a techno-utopian vision that promises to improve city-wide efficiency, decision-making, and security.


Dr. mr. Marc Schuilenburg
Dr. mr. M.B. Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Nienke Doornbos
Nienke Doornbos is universitair docent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich onder meer op beroepsethische kwesties bij juridische beroepen.
Discussie

Access_open Biopolitics and the Coronavirus

Foucault, Agamben, Žižek

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Biopolitics, Coronavirus, Rule of law, Foucault, Agamben
Auteurs Lukas van den Berge
Auteursinformatie

Lukas van den Berge
Lukas van den Berge is assistant professor of legal theory at Utrecht University.
Artikel

Access_open Een mentaliteitsgeschiedenis van slachtofferemancipatie

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden slachtofferrechten, spreekrecht, genoegdoening, slachtofferemancipatie, benadeelde partij
Auteurs Prof. mr. Y. (Ybo) Buruma
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van een door socioloog Bas van Stokkom georganiseerde conferentie over de grenzen van slachtofferemancipatie schetst de auteur een korte mentaliteitsgeschiedenis van de versterkte positie van het slachtoffer in strafrecht en samenleving sinds de Tweede Wereldoorlog. Het woord slachtoffer heeft niet alleen in verschillende tijden maar ook in verschillende contexten een andere lading gekregen. De auteur behandelt de vraag waar de theoretische en praktische grenzen van de emancipatie van het slachtoffer in het strafrecht liggen.


Prof. mr. Y. (Ybo) Buruma
Prof. mr. Y. Buruma is raadsheer in de Hoge Raad en hoogleraar Rechtsstaat aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De Nashville-verklaring: over Bijbelse seksualiteit en modern zelfbegrip

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Nashville-verklaring, Seksualiteit, Identiteit, Subjectiviteit, Zelfbegrip
Auteurs Dr. Gijs van Oenen
SamenvattingAuteursinformatie

    The Nashville declaration, which espouses an orthodox Biblical view on sexuality, caused considerable public upheaval upon the publication of its Dutch translation, early 2019. This contribution investigates the declaration and the discussion it engendered from a point of view of political and legal philosophy, addressing the typically modern preoccupation with the relation between identity, subjectivity, and sexuality. This modern self-perception is unravelled from a philosophical perspective derived from Hegel and Foucault. Some conclusions are drawn regarding the paradoxical nature of both the Nashville declaration and the discussion it occasioned.


Dr. Gijs van Oenen
Dr. G.H. van Oenen (1959) is universitair hoofddocent aan de Erasmus School of Philosophy, Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij publiceert over onderwerpen als burgerschap, democratie, politieke theorie, rechtsstaat, gedogen, publieke ruimte en interpassiviteit.
Artikel

Access_open ‘Ik ben een beunhaas in de criminologie’

In gesprek met Pieter Spierenburg

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Norbert Elias, punishment, historical criminology
Auteurs Dr. Tom Daems en Prof. dr. René van Swaaningen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article Tom Daems and René van Swaaningen discuss work and life of the late Dutch historian Pieter Spierenburg. The article is based on an interview the authors conducted with Spierenburg in November 2018 as well as his published work and excerpts of an unpublished biography. The article discusses in particular themes related to his interest in, and contributions to, the history of crime and punishment, in particular Spierenburg’s path-breaking book The Spectacle of Suffering (1984), his relation to Norbert Elias and the Amsterdam School and his critique of Michel Foucault.


Dr. Tom Daems
Dr. Tom Daems is hoofddocent bij het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), KU Leuven.

Prof. dr. René van Swaaningen
Prof. dr. René van Swaaningen is hoogleraar criminologie en voorzitter van de sectie criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Article

Access_open Autonomy in old age

Tijdschrift Family & Law, mei 2019
Auteurs prof. dr. Tineke Abma en dr. Elena Bendien
SamenvattingAuteursinformatie

    Background: In many European countries caring responsibilities are being reallocated to the older people themselves to keep the welfare state affordable. This policy is often legitimized with reference to the ethical principle of autonomy. Older people are expected to be autonomous, have freedom to make their own decisions, and be self-reliant and self-sufficient as long as possible.
    Aim: The purpose of this article is to explore whether and how older people can remain autonomous in order to continue living their lives in accordance with their own values in the context of declining professional caring facilities and shrinking social networks, and which concepts of autonomy can guide professionals and other involved parties in facilitating the choices of older people.
    Method: An empirical-ethical approach is used to interpret the moral values enacted in the caring practice for older people. Two cases are presented. One is the narrative of a woman who lives by herself; she has been hospitalized after a fall and hip fracture, but does not want to be operatied. The second is the narrative of man living in a residential home; he wants to be actively involved, doing good deeds like he always did as a Scout. The cases are evaluated with the help of two concepts of autonomy: autonomy as self-determination and relational autonomy.
    Results: In both cases the enactment of autonomy remains problematic. In the case of the woman there was not enough care at home to live up to her own values. After she was admitted to a hospital her wish not to be operated was questioned but ultimately honoured due to compassionate interference by close relatives and her oncologist. In the second case there was not enough space for the man to lead his life in the way he always had; his plans for improving the social environment in the care home were torpedoed by management and ultimately the man decided to step back.
    Conclusion: In order to do justice to the complexity of each empirical case that involves autonomy of an older person more than one concept of autonomy needs to be applied. Relying on self-determination or relational autonomy exclusively will give professionals and all involved parties a restricted view on the situation, where the wishes of older people are at stake. In both cases autonomy was overruled by system procedures and stereotypical ideas about old people as being weak and not able to make their own decisions. Both cases show, however, that older people - even if they are physically and mentally frail - long to remain morally responsible for the direction their lives are taking, in accordance with their own values. They communicate their wish to determine their own future and at the same time they are interdependent on others to realize their (relational) autonomy and require support in their attempt to maintain their identity. This conclusion has implications for the normative behaviour of the professionals who are involved in care and treatment of older people.
    ---
    Achtergrond: In veel landen wordt de verantwoordelijkheid voor de zorg voor ouderen naar de ouderen zelf verplaatst, dit teneinde de welvaartstaat betaalbaar te houden. Dit beleid wordt veelal gelegitimeerd met referentie naar het ethische principe van autonomie. Oudere mensen worden geacht autonoom te zijn, vrij te zijn om hun eigen beslissingen te nemen, en om zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven.
    Doel: Het doel van dit artikel is om te onderzoeken of en hoe oudere mensen autonoom kunnen blijven teneinde hun leven in overeenstemming met hun eigen waarden te kunnen voortzetten in de context van teruglopende professionele zorgactiviteiten en krimpende sociale netwerken, en welke concepten van autonomie zorgprofessionals en andere betrokken partijen kunnen helpen bij het faciliteren van de keuzes door ouderen.
    Methode: Een empirisch-ethische benadering wordt gebuikt om de morele waarden in de zorgpraktijk voor ouderen te interpreteren. Twee casussen worden gepresenteerd. De eerste is het verhaal van een vrouw die op zichzelf woont. Ze is na een val waarbij haar heup is gebroken, in een ziekenhuis opgenomen, maar ze wil niet geopereerd worden. De tweede is het verhaal van een man die in een verzorgingshuis woont. Hij wil actief betrokken worden en goede dingen doen zoals hij die altijd heeft gedaan toen hij padvinder was. Beide verhalen worden met behulp van twee concepten van autonomie geëvalueerd: autonomie als zelfbeschikking en relationele autonomie.
    Resultaat: In beide casussen blijft de verwezenlijking van autonomie problematisch. In het geval van de vrouw was er thuis onvoldoende zorg om volgens haar waarden te kunnen leven. Toen zij in het ziekenhuis was opgenomen werd haar wens om niet te worden geopereerd tegen gehouden, maar uiteindelijk ingewilligd als gevolg van bemoeienis uit hoofde van barmhartigheid door directe verwanten en haar oncoloog. In het tweede geval was er voor de man onvoldoende ruimte om zijn leven te leiden op de manier zoals hij dat altijd had gedaan. Zijn plannen om de sociale omgeving in het verzorgingshuis te verbeteren werden door het management getorpedeerd en uiteindelijk heeft hij zich ervan teruggetrokken.
    Conclusie: Teneinde recht te doen aan de complexiteit van beide casussen die betrekking hebben op de autonomie van een oudere, dient meer dan één concept voor autonomie te worden ingezet. Het vertrouwen in zelfbeschikking of relationele autonomie alleen zal aan de professionals en alle andere betrokken partijen een beperkt zicht geven van de situatie wanneer het de wensen van ouderen betreft. In beide gevallen werd de autonomie ter zijde geschoven door protocollen en stereotypische ideeën over ouderen als kwetsbare personen die niet in staat zouden zijn om zelf hun beslissingen te nemen. Echter tonen beide voorbeelden aan dat ouderen, zelfs als ze fysiek en mentaal kwetsbaar zijn, de wens hebben om moreel verantwoordelijk te blijven voor de richting die hun leven zal nemen, in overeenstemming met hun eigen waarden. Zij geven de wens aan om hun eigen toekomst te bepalen en tegelijkertijd zijn ze onderling afhankelijk van anderen om hun (relationele) autonomie te verwezenlijken, én hebben ze behoefte aan steun bij hun poging om hun identiteit te behouden. Deze conclusie heeft gevolgen voor het normatieve handelen van professionals die bij de zorg en behandeling van ouderen betrokken zijn.


prof. dr. Tineke Abma
Professor dr. Tineke A. Abma is a full professor of Participation and Diversity at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

dr. Elena Bendien
Dr. Elena Bendien is a social gerontologist and a senior researcher at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.
Artikel

Access_open Theoretische vernieuwing in de criminologie

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Theoretical innovation, Scientific revolutions, Power-knowledge complex, Sensitising theory, Integrative theory
Auteurs Prof. dr. René van Swaaningen en Dr. mr. Marc Schuilenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    This article starts off with an exposé of what ‘theoretical innovation’ means in the social sciences. The development of criminology is considered to be a result of (1) historical and cultural developments, (2) political-economic developments, (3) developments in other academic disciplines and (4) reactions to or specifications of other theoretical perspectives in criminology itself. Paradigm shifts in criminology are characterised by an individualistic and positivist aetiological turn in its early days; a sociological turn towards a ‘criminology of the lawmaker’ from the late 1950s on; and a return to positivism in the neoliberal and neoconservative turn of the 1990s. The new century ushers in a new epistemological break in criminology, in which globalisation, global warming, migration, human rights and the implications of cyberspace ‘force’ criminologists to overcome their anthropocentric and colonial character biases.


Prof. dr. René van Swaaningen
Prof. dr. René van Swaaningen is hoogleraar criminologie en voorzitter van de sectie criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: vanswaaningen@law.eur.nl.

Dr. mr. Marc Schuilenburg
Dr. mr. Marc Schuilenburg is universitair docent Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: m.b.schuilenburg@vu.nl.
Boekbespreking

Access_open Barmhartigheid in het publieke domein onder druk

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2016
Trefwoorden barmhartigheid, Wereldgodsdiensten, Rechtvaardigheid, publiek domein
Auteurs Dr. Frans Jespers
SamenvattingAuteursinformatie

    The authors establish that in the West mercy in public life, in particular as acts of judges and governors, underwent a wrongful decline. This decline is an effect of the tension between mercy and justice that grew during the transition of medieval, Christian into modern, secular law and justice. To prove this, the authors present a broad historical overview. Eventually, they argue in favour of an incidental application of mercy in public life, under strict conditions. However, in a secular society and law system mercy can be made acceptable only for the political and public debate. In this situation, an appeal to a more neutral sounding virtue such as compassion will be more convincing.


Dr. Frans Jespers
Dr. F.P.M. Jespers is universitair hoofddocent Vergelijkende godsdienstwetenschap aan de Faculteit Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen, met als onderzoeksgebied nieuwe religieuze en spirituele bewegingen.
Artikel

Access_open The Erosion of Sovereignty

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2016
Trefwoorden sovereignty, state, Léon Duguit, European Union, Eurozone
Auteurs Martin Loughlin
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents an account of sovereignty as a concept that signifies in jural terms the nature and quality of political relations within the modern state. It argues, first, that sovereignty is a politico-legal concept that expresses the autonomous nature of the state’s political power and its specific mode of operation in the form of law and, secondly, that many political scientists and lawyers present a skewed account by confusing sovereignty with governmental competence. After clarifying its meaning, the significance of contemporary governmental change is explained as one that, in certain respects, involves an erosion of sovereignty.


Martin Loughlin
Martin Loughlin is Professor of Public Law at the London School of Economics and Political Science and EURIAS Senior Fellow at the Freiburg Institute of Advanced Studies (FRIAS).
Artikel

The precaution controversy: an analysis through the lens of Ulrich Beck and Michel Foucault

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Precautionary principle, risk society, governmentality, risk governance, environmental law
Auteurs Tobias Arnoldussen
SamenvattingAuteursinformatie

    According to the precautionary principle lack of scientific evidence for the existence of a certain (environmental) risk should not be a reason not to take preventative policy measures. The precautionary principle had a stormy career in International environmental law and made its mark on many treaties, including the Treaty on the Functioning of the European Union (TFEU). However it remains controversial. Proponents see it as the necessary legal curb to keep the dangerous tendencies of industrial production and technology in check. Opponents regard it with suspicion. They fear it will lead to a decrease in freedom and fear the powers to intervene that it grants the state. In this article the principle is reviewed from the perspectives of Ulrich Beck’s ‘reflexive modernisation’ and Michel Foucault’s notion of governmentality. It is argued that from Beck’s perspective the precautionary principle is the result of a learning process in which mankind gradually comes to adopt a reflexive attitude to the risks modernity has given rise to. It represents the wish to devise more inclusive and democratic policies on risks and environmental hazards. From the perspective of Michel Foucault however, the principle is part and parcel of neo-liberal tendencies of responsibilisation. Risk management and prudency are devolved to the public in an attempt to minimise risk taking, while at the same time optimising production. Moreover, it grants legitimacy to state intervention if the public does not live up to the responsibilities foisted on it. Both perspectives are at odds, but represent different sides of the same coin and might learn from each other concerns.


Tobias Arnoldussen
Tobias Arnoldussen is a socio-legal scholar affiliated with the University of Amsterdam Law School and the PPLE honours college. Next to lecturing on a variety of subjects, he focusses on interdisciplinary legal research into the possibilities of law to deal with contemporary social problems.
Artikel

Framing labor contracts: Contract versus network theories

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2016
Trefwoorden contract theory, Network theory, Labor regulation, subjectivity, performativity
Auteurs Robert Knegt
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the 18th century the ‘contractual model’ has become both a paradigm of social theories (f.i. ‘rational choice’) and a dominant model of structuring labour relations. Its presupposition of the subjectivity of individual actors as a given is criticized with reference to network-based theories (Latour, Callon) and to analyses of Foucault. The current contract model of labour relations is analyzed from a historical perspective on normative regimes of labour relations, that imply different conceptions of ‘subjectivity’. Research into the regulation of labour relations requires an analysis in terms of an entanglement of human beings, technologies and legal discourse.


Robert Knegt
Senior researcher at Hugo Sinzheimer Institute, University of Amsterdam
Redactioneel

Social Theory and Legal Practices

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2016
Auteurs Tobias Arnoldussen, Dr. Robert Knegt en Associate Professor Rob Schwitters
Auteursinformatie

Tobias Arnoldussen
Tobias Arnoldussen is a socio-legal scholar affiliated with the University of Amsterdam Law School and the PPLE honours college. Next to lecturing on a variety of subjects, he focusses on interdisciplinary legal research into the possibilities of law to deal with contemporary social problems.

Dr. Robert Knegt
Dr. Robert Knegt is Guest Researcher at the Hugo Sinzheimer Institute, University of Amsterdam. As a sociologist of law, he has been project leader of numerous research projects that combine legal and sociological methods in the field of labour relations. He is particularly interested in a historical-sociological study of long-term developments in the normative structuration of labour relations.

Associate Professor Rob Schwitters
Rob Schwitters is Associate Professor of Sociology of Law and connected to the Paul Scholten Centre at the University of Amsterdam. He publishes on tort law, responsibility and liability, the welfare state and compliance.
Toont 1 - 20 van 72 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.