Zoekresultaat: 33 artikelen

x
Artikel

Access_open Totstandkoming, systeem en doelen van de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2018
Auteurs Mr. dr. H.A. (Harald) Oldenziel en Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Auteursinformatie

Mr. dr. H.A. (Harald) Oldenziel
Mr. dr. H.A. (Harald) Oldenziel is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.

Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W (Wilco) de Vos is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.
Artikel

Burgerparticipatie en omgevingsprojecten: hoe zorgen we voor kwaliteit?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden participatie, inspraak, Omgevingswet
Auteurs Prof. mr. dr. A.W. (Albert) Koers en Prof. mr. dr. H.E. (Herman) Bröring
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel plaatsen de auteurs kritische kanttekeningen bij de regeling in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit over participatie vanuit de samenleving. Zij schetsen ook een beeld hoe het beter zou kunnen.


Prof. mr. dr. A.W. (Albert) Koers
Voor zijn emeritaat was prof. mr. dr. A.W. Koers hoogleraar aan de juridische faculteit van de Universiteit Utrecht. Sinds 2012 is hij betrokken bij de soms zeer moeizame besluitvorming over windenergie op land. Daarbij heeft hij aan den lijve ervaren hoezeer burgers buitenspel staan. Hij is de initiator van een klacht tegen Nederland bij het Compliance Committee van het Verdrag van Aarhus, waarin gesteld wordt dat Nederland niet voldoet aan de eisen van dat Verdrag met betrekking tot ‘public participation’.

Prof. mr. dr. H.E. (Herman) Bröring
Prof. mr. dr. H.E. Bröring is hoogleraar integrale rechtsbeoefening aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het kader van het onderzoeksprogramma Public Trust and Public Law van de faculteit rechtsgeleerdheid maakt hij studie van de besluitvorming over de vestiging van windparken in de provincie Drenthe en van de ‘governance’ van de aanpak van de mijnbouwschade in de provincie Groningen (twee casus waarin het vertrouwen in de overheid is geschaad).

    In deze bijdrage wordt de stand van zaken van de stelselherziening van het omgevingsrecht gegeven tot de publicatie van de ontwerp-AMvB’s.


Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.
Artikel

Omgevingsplanning in Vlaanderen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, ruimtelijk uitvoeringsplan
Auteurs Dick van Straaten
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is een onderdeel van het themanummer naar aanleiding van de Vlaams-Nederlandse bijeenkomst over het omgevingsrecht met de titel: ‘Omgevingsrecht in de Lage Landen: Toren van Babel of Tuin der Lusten?’
    De auteur gaat in dit artikel in op de ontwikkeling van de ruimtelijke besluitvorming in Vlaanderen.


Dick van Straaten
Dick van Straaten is adviseur milieueffectrapportage bij het Departement Ruimte Vlaanderen.

    In dit artikel volgt allereerst een korte terugblik op de behandeling in de Eerste Kamer. Wat waren de belangrijkste thema’s en wat zijn de gevolgen voor de andere onderdelen van de stelselherziening? Voor de inwerkingtreding van het nieuwe stelsel zullen nog vele stappen worden gezet. Het tweede deel van het artikel bevat een vooruitblik op het vervolg van de stelselherziening. Wat gebeurt er de komende tijd rondom de aanvullingswetten, de invoeringswet en de AMvB’s?


Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de Omgevingswet.
Artikel

De stand van de stelselherziening: brede betrokkenheid bij de uitwerking van de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, Omgevingswet, stelselherziening
Auteurs Mr. H.W. (Wilco) de Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de stand van zaken van de stelselherziening van het omgevingsrecht gegeven tot de publicatie van de ontwerp-AMvB’s.


Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.

    Geen verplichting om één grensoverschrijdende milieueffectrapportage op te stellen; wel is een substantiële mate van samenwerking tussen de lidstaten vereist.


Marieke Kaajan

    Voorschriften uit het Activiteitenbesluit kunnen niet worden gebruikt om te concluderen dat geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen zodat geen MER hoeft te worden opgesteld.

    Uit oogpunt van proceseconomie blijven de gevolgen voor Belgische Natura 2000-gebieden buiten inhoudelijke behandeling. Geen aanleiding voor nader Bibob-onderzoek. Verdrag van Aarhus en mer-richtlijn verzetten zich niet tegen voorwaarde voor instellen beroep dat zienswijzen naar voren moeten zijn gebracht.  

Artikel

Het waarborgen van duurzaamheid in de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Duurzaamheid, Omgevingswet, Monitoring, Evaluatie, Participatie
Auteurs S. van ’t Foort BBA LLM (hons) en J. Kevelam LLB
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreken de auteurs hoe duurzaamheidsbelangen in het wetsvoorstel zijn gewaarborgd om te komen tot één ‘Omgevingswet’, aan de hand van een viertal criteria, te weten: (i) hoe duurzaamheid is opgenomen in de Omgevingswet en is uitgewerkt in concrete doelen; (ii) hoe integratie en coördinatie wordt bewerkstelligd; (iii) hoe monitoring en evaluatie in het wetsvoorstel worden vormgegeven; en (iv) hoe het publiek bij de besluitvorming wordt betrokken (participatie). Auteurs concluderen dat het wetsvoorstel veel mogelijkheden biedt om duurzaamheidsbelangen te waarborgen, maar dat van een daadwerkelijke waarborging (nog) geen sprake is.


S. van ’t Foort BBA LLM (hons)
S. (Sander) van ’t Foort is als junior onderzoeker verbonden aan de Nyenrode Business University.

J. Kevelam LLB
J. (Julian) Kevelam is masterstudent Staats- en bestuursrecht (track Omgevingsrecht) aan de Universiteit Utrecht.

    De activiteit vindt plaats in de nabijheid van een EHS/Natura 2000-gebied. Het college heeft terecht een milieueffectrapportage verlangd.

Artikel

Aansprakelijkheid lidstaat voor niet-uitvoering milieueffectbeoordeling

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Milieueffectbeoordeling (MER), aansprakelijkheid, relativiteit,, causaliteit, zuivere vermogensschade
Auteurs Mr. E.H.P. Brans
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van de uitbreiding van een vliegveld is nagelaten een milieueffectbeoordeling (MER) uit te voeren, waardoor de milieueffecten van deze uitbreiding niet zijn onderzocht en ook niet is nagegaan of er alternatieven voorhanden zijn die tot minder geluidsoverlast leiden. Een eigenares/bewoonster van een huis dat in de zone ligt die extra geluidsoverlast ondervindt door de uitbreiding, vordert schadevergoeding stellende dat onrechtmatig is gehandeld doordat is nagelaten een MER uit te voeren. Het Hof van Justitie oordeelt dat de voorkoming van vermogensschade onder het beschermingsbereik van de MER-Richtlijn valt indien dergelijke schade het rechtstreekse economische gevolg is van de milieueffecten van een openbaar of particulier project is. Dat lijkt een stap in de goede richting te zijn voor klaagster, maar aannemelijk gemaakt zal moeten worden dat indien wel een MER was uitgevoerd, niet toch dezelfde schade zou zijn gelden. Kortom, het causaliteitscriterium kan in de weg staan aan een succesvolle claim.
    HvJ EU 14 maart 2013, zaak C-420/11, Leth/Oostenrijk, n.n.g.


Mr. E.H.P. Brans
Mr. E.H.P. (Edward) Brans is senioradvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn
Artikel

Enige Europeesrechtelijke aspecten van schaliegaswinning

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Schaliegaswinning, milieueffectrapportage, aanpassing MER richtlijn, gebruik chemicaliën, REACH Verordening
Auteurs Dr. W.Th. Douma
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestaande MER-Richtlijn dient zo te worden uitgelegd dat schaliegasprojecten m.e.r.-plichtig zijn, maar dat gebeurt in de praktijk niet. Milieueffectbeoordeling moet daarom expliciet verplicht worden gesteld via de momenteel aanhangige wijzigingsvoorstellen. Wat betreft het gebruik van chemicaliën vormt de REACH Verordening de basis voor evaluatie van gevolgen voor mens en milieu, maar ontbreekt informatie over schaliegaswinning waardoor ook hier aanpassingen wenselijk zijn. Eind 2013 komt er een voorstel van de Commissie dat deze en andere aspecten van schaliegaswinning zou moeten omvatten om mens en milieu beter te beschermen en gelijke uitgangsposities voor concurrenten te scheppen in de EU.
    Vindplaats nog invullen


Dr. W.Th. Douma
Dr. W.Th. (Wybe) Douma is senior onderzoeker Europees Recht bij het T.M.C. Asser Instituut in Den Haag en docent Internationaal Milieurecht aan de Haagse Hogeschool.
Artikel

M.e.r.: Omgevingswetinstrument bij uitstek!

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden m.e.r., toetsversie Omgevingswet, toepassingsbereik, alternatieven
Auteurs mr. drs. G.A.J.M. Hoevenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het hoofdstuk milieueffectenrapportage uit de toetsversie van de Omgevingswet. Daarbij wordt gereageerd op de bijdrage van Soppe, Gundelach en Witbreuk in TO 2, 2013. Volgens de auteur sluit de m.e.r. goed aan bij de beoogde integraliteit van de instrumenten in de Omgevingswet. Voor de flexibiliteit in instrumenten ligt dit mogelijk complexer. Verder worden het voorgestelde open toepassingsbereik van de regeling, de verplichting alternatieven te onderzoeken en de beoordeling voorafgaand aan de planm.e.r. besproken.


mr. drs. G.A.J.M. Hoevenaars
Gijs Hoevenaars is werkzaam als jurist/werkgroepsecretaris van de Commissie voor de m.e.r. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.

    Het wijzigen van een gerealiseerde en vergunde veehouderij is een afzonderlijk project. De bestaande situatie hoeft niet te worden betrokken bij de vraag of een passende beoordeling op grond van de Habitatrichtlijn is vereist


Marieke Kaajan

    Er is sprake van verschoonbare termijnoverschrijding nu appellante niet van het besluit op de hoogte is gesteld en het besluit niet is gepubliceerd

Artikel

En weer een moderniseringsslag ... Of vormt de Omgevingswet dan toch het eindstation voor een eigentijds m.e.r.-systeem?

Uiteenzetting van de belangrijkste wijzigingen in de m.e.r.-regelgeving ingevolge de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Omgevingswet, milieueffectenrapport, project-m.e.r., plan-m.e.r.
Auteurs Mr. dr. M.A.A. Soppe, Mr. J. Gundelach en Mr. drs. H. Witbreuk
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van de toetsversie van februari 2013 beoordelen de auteurs de opname van de m.e.r.-regelgeving in het voorstel voor de nieuwe Omgevingswet. Het wetsvoorstel wordt vergeleken met de bestaande nationale en Europese regelgeving en het voorstel van de Commissie tot wijziging van de m.e.r.-richtlijn. Zowel het toepassingsbereik als de inhoud van de plan- en project-m.e.r. komt aan bod.


Mr. dr. M.A.A. Soppe
Mr. dr. M.A.A. (Marcel) Soppe is werkzaam als advocaat bestuursrecht bij Soppe Gundelach Witbreuk advocaten te Almelo (www.soppegw.nl).

Mr. J. Gundelach
Mevrouw mr. J. (Jade) Gundelach is werkzaam als advocaat bestuursrecht bij Soppe Gundelach Witbreuk advocaten te Almelo (www.soppegw.nl).

Mr. drs. H. Witbreuk
Mr. drs. H. (Heino) Witbreuk is werkzaam als advocaat bestuursrecht bij Soppe Gundelach Witbreuk advocaten te Almelo (www.soppegw.nl).

    Appellanten zijn niet ontvankelijk aangezien het met het beroep beoogde doel (te weten: weigering vergunning of het verbinden van andere voorschriften aan de vergunning) vanwege de inwerkingtreding van het Bor niet meer kan worden bereikt


Valérie van ’t Lam

    Nu niet vaststaat dat de MER-beoordeling uit 2005 nog actueel is, kan deze beoordeling niet aan een besluit in 2010 ten grondslag worden gelegd


Tjeerd van der Meulen

    Met het in het besluit tot wijziging van het Besluit mer 1994 opgenomen overgangsrecht wordt niet beoogd om dit op 1 april 2011 in werking getreden Besluit onmiddellijke werking te laten hebben. Ook de per 1 april 2011 gewijzigde drempelwaarden in het Besluit mer 1994 hebben geen onmiddellijke werking.

Toont 1 - 20 van 33 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.