Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 240 artikelen

x
Artikel

Medezeggenschap bij de overheid anno 2020

De vergaande impact van het primaat van de politiek

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden medezeggenschapsrecht, ondernemingsraad, overheid, adviesrecht
Auteurs Mr. K.M.J.R. Maessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit jaar boog de Hoge Raad zich tweemaal over het leerstuk van het primaat van de politiek in de WOR. In deze bijdrage worden met name deze twee uitspraken besproken, in het licht van de ratio van het primaat van de politiek. Wordt de medezeggenschap bij de overheid niet te veel gemarginaliseerd?


Mr. K.M.J.R. Maessen
Mr. K.M.J.R. Maessen is advocaat bij De Voort Advocaten | Mediators te Tilburg.
Artikel

Kroniek Formeel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2019
Auteurs Max den Blanken, Maike Bouwman, Rachel Bruinen e.a.

Max den Blanken

Maike Bouwman

Rachel Bruinen

Chaimae Ihataren

Desiree de Jonge

Rick van Leusden

Patrick van der Meij

Michiel Olthof

Paul van Putten

Ben Polman

Melissa Slaghekke

Aimée Timorason

Paul Verweijen

Robert Malewicz

Linda Marsman
Artikel

Een billijke schadevergoeding als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg: volledig en deels forfaitair

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden schadevergoeding, klachtenprocedure, klachtencommissie, psychiatrische patiënt
Auteurs Mr. dr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    De komst van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg gaat gepaard met de mogelijkheid om in de klachtenprocedure een verzoek te doen tot toekenning van een schadevergoeding naar billijkheid. Dit artikel beoogt te verduidelijken wat onder een billijke schadevergoeding kan worden verstaan en hoe een verzoek om schadevergoeding zou moeten worden onderbouwd. Ook wordt toegelicht welke rol een forfaitair stelsel daarin zou kunnen spelen.


Mr. dr. R.P. Wijne
Rolinka Wijne is docent Gezondheidsrecht en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast bekleedt zij enkele andere functies op het terrein van het gezondheidsrecht.

    Op 29 juli 2018 trad Richtlijn (EU) 2018/958 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018, betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een nieuwe reglementering van beroepen, in werking. Zoals de titel doet vermoeden stelt deze richtlijn voorschriften vast voor een gemeenschappelijk kader om voorafgaand aan de invoering van nieuwe of de wijziging van bestaande reglementering van beroepen, de evenredigheid van die bepalingen te beoordelen. De lidstaten dienen de richtlijn uiterlijk op 30 juli 2020 te hebben omgezet.
    In deze bijdrage bespreek ik de richtlijn en haar invloed op de reglementering van beroepen binnen de Europese Unie. Daarbij komt allereerst de totstandkomingsgeschiedenis aan bod. Vervolgens zal ik ingaan op de inhoud van de richtlijn, onder verwijzing naar (inmiddels) vaste rechtspraak van het Hof van Justitie en neem ik een voorschot op haar implementatie in de Nederlandse wetgeving. Ik eindig deze bijdrage met enkele afsluitende opmerkingen.
    Richtlijn (EU) 2018/958 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018 betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een nieuwe reglementering van beroepen, PbEU 2018, L 173/25.


Mr. T.J. Binder
Mr. T.J. (Tom) Binder is advocaat bij AKD Benelux Lawyers.
Artikel

Access_open Burgerparticipatie onder de Omgevingswet: niet omdat het moet, maar omdat het kan?!

De juridische waarborging van burgerparticipatie in de Omgevingswet

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Burgerparticipatie, Omgevingswet, Rechtsbescherming, Inspraak, maatschappelijk draagvlak, Kerninstrumenten, snellere en betere aanpak
Auteurs Mr. dr. Marlon Boeve en Mr. dr. Frank Groothuijse
SamenvattingAuteursinformatie

    Public participation is an important issue in the forthcoming Dutch Environment and Planning Act (2021). The importance of participation is emphasized in numerous places in the parliamentary documents to the Act. This contribution discusses how the new Act gives legal substance to the objectives that the government is pursuing regarding participation and whether the involvement of citizens is indeed better imbedded by this act. It addresses the important subject of the ‘right moment of participation’ in the fragmented Dutch policy and decision system. Consecutively it deals with the question of potential legal consequences for non-compliance by administrative bodies to the legal participation obligations when drawing up plans and decisions. Can a citizen enforce (substantive) participation in the administrative court after the Environmental and Planning Act comes into force? The possibilities are limited. Findings show that the new Environment and Planning Act does not address the essential problems that arise with participation. The successful creation of local support, better quality and faster decision-making through participation all depend on how the (local) government shapes participation. From a legal perspective, the Environment and Planning Act makes little contribution to this. In the view of the authors this is not surprising, because the role of legislation in safeguarding substantive participation should not be overestimated.


Mr. dr. Marlon Boeve
Marlon Boeve is universitair docent omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.

Mr. dr. Frank Groothuijse
Frank Groothuijse is universitair hoofddocent omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.

Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. Gierveld is voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Artikel

Access_open Strafzaken in het overzeese deel van het Koninkrijk

Enkele praktische aspecten en verschillen met Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden verlofstelsel, Gemeenschappelijk Hof van Justitie, Gerecht in eerste aanleg, Hoger beroep, herziening
Auteurs Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse advocaat die in het overzeese deel van het Koninkrijk wil optreden en daarvoor verlof heeft gekregen van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, ziet zich gesteld voor een aantal juridische en praktische verschillen tussen de rechtsgang aldaar en hier in Nederland. In dit artikel zijn daarvan enkele voorbeelden gegeven, maar er bestaan uiteraard nog meer verschillen die van belang zijn voor het voeren van de verdediging. Het is dan ook van belang dat de Nederlandse advocaat die in het overzeese deel van het Koninkrijk gaat optreden, zich van tevoren terdege vergewist van deze verschillen en op dit gebied zal samenwerken met een lokale advocaat.


Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops
Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops is advocaat bij Knoops’ advocaten te Amsterdam en is als bijzonder hoogleraar politiek van het internationale recht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Mededingingsrecht

Nationale veiligheid en buitenlandse investeringen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden nationale veiligheid, investering screening, investeringstoets, Verordening 2019/452, ongewenste zeggenschap
Auteurs Mr. J. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    In reactie op de toenemende aandacht voor geopolitieke belangen in het kader van buitenlandse investeringen is recent een Europese verordening aangenomen en is een Nederlands wetsvoorstel voor de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT) aanhangig gemaakt. De Europese Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie creëert een Europees kader op het gebied van de screening van buitenlandse investeringen op grond van veiligheid of de openbare orde. De verordening is een hybride instrument dat (1) coördinatie tussen nationale screeningsautoriteiten faciliteert, (2) in een mate van harmonisatie voorziet en (3) formele Europese bevoegdheid op het gebied van screening van buitenlandse investeringen introduceert. De lidstaten blijven in het licht van hun soevereiniteit op het gebied van nationale veiligheid echter de uiteindelijke verantwoordelijke voor de vraag of een investering al dan niet wordt geblokkeerd op grond van de nationale veiligheid of openbare orde. Op grond van de WOZT krijgt de minister de bevoegdheid het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap in een telecommunicatiepartij te verbieden op grond van een bedreiging van het publiek belang. Omdat de ‘bedreiging van het publiek belang’-norm limitatief en zeer specifiek is gedefinieerd, zal de minister enkel in uitzonderlijke gevallen het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap kunnen verbieden.
    Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie (PbEU 2019, L 791/1); Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (Kamerstukken II 2018/19, 35153, 2 (Wetsvoorstel) en 3 (MvT).


Mr. J. de Kok
Mr. J. (Jochem) de Kok is advocaat bij Allen & Overy LLP.
Praktijkberichten

De Verordening inzake screening van overnames in de EU – de gevolgen voor de M&A-praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Screening mechanisme, Buitenlandse directe investeringen, FDI, Europese CFIUS
Auteurs Mr. W.M. Kros
SamenvattingAuteursinformatie

    De Verordening tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de EU (Verordening 2019/452) is op 19 maart 2019 aangenomen door het Europees Parlement en zal met ingang van 11 oktober 2020 van toepassing zijn. De Verordening stelt een raamwerk vast waarbinnen de EU-lidstaten en de Europese Commissie samenwerken aan de screening van investeringen van buiten de EU. Alhoewel de EU-lidstaten zelf verantwoordelijk blijven voor het al
    dan niet screenen van foreign direct investments zal de Verordening waarschijnlijk zorgen voor een uitgebreider en langduriger screening proces omdat belangen van betrokken EU lidstaten in overweging genomen moeten worden.


Mr. W.M. Kros
Mr. W.M. (Wouter) Kros is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Contracten maken

Access_open Leren exonereren: een aantal gezichtspunten ten aanzien van het contractueel reguleren van aansprakelijkheid

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Exoneratie, Schadeplichtigheid, Verzuim, Opzet of bewuste roekeloosheid, Beperkende werking redelijkheid en billijkheid
Auteurs Prof. mr. T.H.M. van Wechem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de rol die exoneraties in b2b-verhoudingen spelen besproken en formuleert de auteur regels die bij het opstellen van een goede exoneratiebepaling van nut kunnen zijn. De auteur wijst op het belang van het juridisch (logistiek) kwalificeren van de overeenkomst, de vraag of de schadeplicht voortvloeit uit een temporeel of kwalitatief ten achter blijven en op de uitleg van exoneraties. Onderzocht wordt ook of toetsing van het beding aan de beperkende werking van de redelijkheid veel verschilt van de norm ‘onredelijk bezwarend’ uit artikel 6:233 sub a Burgerlijk Wetboek en de omstandigheden die in de rechtspraak een rol spelen bij de beantwoording van de vraag of een exoneratie terzijde moet worden gesteld.


Prof. mr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counseling aan de Open Universiteit, raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en zelfstandig juridisch adviseur te Amsterdam.
Artikel

De uitwerking van de Dienstenrichtlijn in het Nederlandse stelsel van ruimtelijke ordening

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden diensten, detailhandel, bestemmingsplan
Auteurs Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman en Mr. D.S.P. (Daniëlle) Roelands-Fransen
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs gaan in op recente jurisprudentie van met name de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de vraag of de haar voorgelegde ruimtelijke voorschriften die economische activiteiten reguleren in overeenstemming zijn met de regels van het vrij verkeer, meer specifiek de vrijheid van vestiging en de Europese Dienstenrichtlijn 2006/123/EG. Zij gaan met name in op de vraag in hoeverre ruimtelijke voorschriften de vestiging van detailhandel kunnen reguleren door middel van brancheringsregelingen (de zaak Appingedam had namelijk betrekking op een brancheringsregeling voor de vestiging van detailhandel). Aan het slot van hun artikel geven zij een doorkijkje naar de toets aan de Dienstenrichtlijn onder het systeem van de Omgevingswet.


Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman
Mr. dr. M.R. Botman is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag, gespecialiseerd in het Europese recht, en als onderzoeker verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. D.S.P. (Daniëlle) Roelands-Fransen
Mr. D.S.P. Roelands-Fransen is advocaat en partner bij Pels Rijcken te Den Haag, gespecialiseerd in het omgevingsrecht.
Artikel

Milieuzones: leiden alle wegen nog naar Rome?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2019
Trefwoorden milieuzone, luchtkwaliteit, luchtverontreiniging, harmonisering milieuzones, verkeersbesluit
Auteurs Mr. dr. F.A.G. Groothuijse, Mr. K.M. Landman en Mr. W.S. Zorg
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan auteurs in op de opkomst van milieuzones en een aantal daarmee gepaard gaande juridische knelpunten. De op handen zijnde harmonisering van milieuzones, de verhouding tussen decentralisatie en harmonisatie, de (beperkte) democratische legitimering van milieuzones en de (toetsing van de) evenredigheid van verkeersbesluiten passeren hierbij de revue. Afsluitend komen ook de Omgevingswet, en de eventuele gevolgen van deze wet voor het instellen van milieuzones en de gesignaleerde knelpunten aan bod.


Mr. dr. F.A.G. Groothuijse
Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse is werkzaam op de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht en tevens verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.

Mr. K.M. Landman
Mr. K.M. (Karlijn) Landman is werkzaam op de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht en tevens verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.

Mr. W.S. Zorg
Mr. W.S. (Wouter) Zorg is werkzaam op de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Modern beslissen in hoger beroep en cassatie

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden hoger beroep, cassatie, beslismodel, fuikwerking
Auteurs Mr. D. Bektesevic en Mr. M. Berndsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is in hoofdzaak gewijd aan de in het conceptwetsvoorstel Modernisering Strafvordering voorgestelde veranderingen in de beslisschema’s in hoger beroep en cassatie. Daartoe worden eerst kort en op hoofdlijnen de geschiedenis en de huidige situatie van beide beslisschema’s geschetst, waarna het conceptwetsvoorstel en de bijbehorende memorie van toelichting worden geanalyseerd. In het bijzonder wordt stilgestaan bij de invloed van de veranderingen in hoger beroep op de procedure en de (on)mogelijkheden om oordelen van het hof ter toetsing voor te leggen aan de Hoge Raad. De bijdrage besluit met enkele conclusies.


Mr. D. Bektesevic
Mr. D. (Dino) Bektesevic is advocaat bij De Roos & Pen te Amsterdam.

Mr. M. Berndsen
Mr. M. (Michael) Berndsen is advocaat bij Meijers Canatan Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Advisering door het EHRM in civiele zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2019
Trefwoorden 16e Protocol, EHRM, Hoge Raad, advies, prejudiciële vragen
Auteurs Johan Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanaf 1 juni 2019 kan de Hoge Raad het EHRM in concrete zaken vragen om een (prejudicieel) advies uit te brengen. Wat betekent dit voor civiele zaken? Dit artikel biedt een overzicht. Aan de orde komen onder meer het adviesverzoek door de Hoge Raad, de procedure bij het EHRM en de procedure na advisering door het EHRM.


Johan Valk
Mr. J.J. Valk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Access_open Waarheidsplicht en bewijslastverdeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2019
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, waarheidsplicht, bewijslastverdeling, bewijsrecht, artikel 21 Rv
Auteurs Redouan El Gamali en Eric Tjong Tjin Tai
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de verhouding tussen de waarheidsplicht en de bewijslastverdeling aan een nader onderzoek onderworpen. Besproken zal worden de praktische uitwerking van de interactie tussen de twee leerstukken. Het wetsvoorstel vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht wordt daarbij betrokken. Geconcludeerd zal worden dat de waarheidsplicht in zeker opzicht breder is dan de bewijslastverdeling, maar zij is niet los te denken van de vraag wie het bewijsrisico draagt. Een verbeterd sanctiestelsel zou de waarheidsplicht beter doen aansluiten bij de praktijk van het civiele proces.


Redouan El Gamali
Mr. R. El Gamali is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag en afgestudeerd aan Tilburg Law School.

Eric Tjong Tjin Tai
Prof. mr. ir. T.F.E. Tjong Tjin Tai is hoogleraar privaatrecht aan Tilburg University en onderzoeker bij het Tilburg Instituut voor Privaatrecht (TIP).
Rechtsbescherming

Geheimhouding en openbaarheid in het Europees bankentoezicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden SSM, beroepsgeheim, openbaarheid bestuur, bankentoezicht, ECB
Auteurs Dr. G. ter Kuile
SamenvattingAuteursinformatie

    Bankentoezichthouders krijgen aardig wat verzoeken om informatie en documenten over banken en bankentoezicht. Maar het beroepsgeheim van bankentoezichthouders verhindert deze openbaarheid van bestuur. In 2018 hebben het Hof van Justitie en het Gerecht de regels over het beroepsgeheim verduidelijkt. Dit artikel bespreekt verschillende aspecten uit vijf arresten van 2018 over geheimhoudingsplichten in het bankentoezicht die op gespannen voet kunnen staan met het ‘transparantiebeginsel’. De aspecten zien op het belang van geheimhouding bij bankentoezicht, op het concept ‘vertrouwelijke informatie’ en dat tijdsverloop de vertrouwelijkheid teniet kan doen, en op de overweging dat het ‘recht op een eerlijk proces’ moet worden afgewogen tegen het belang bij geheimhouding.

    • Gerecht 26 april 2018, zaak T-251/15, Espírito Santo Financial (Portugal)/ECB, ECLI:EU:T:2018:234 (hogere voorziening C-442/18 P.).

    • HvJ 19 juni 2018, zaak C-15/16, BaFin/Baumeister, ECLI:EU:C:2018:464.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-358/16, UBS Europe/CSSF, ECLI:EU:C:2018:715.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-594/16, Buccioni/Banca d’Italia, ECLI:EU:C:2018:717.

    • Gerecht 27 september 2018, zaak T-116/17, Der Spiegel/ECB, ECLI:EU:T:2018:614.

    • Artikel 1, 10 lid 3, 11 VEU.

    • Artikel 15 VWEU.

    • Artikel 37 Statuut ESCB/ECB (Protocol nr. 4).

    • Artikel 41 lid 2 sub b, 42, 47, 48 EU Handvest.

    • Artikel 53 e.v. CRD IV (Richtlijn 2013/36/EU).

    • Artikel 27 SSMR (Verordening (EU) nr. 1024/2013).

    • Artikel 26 en 32 SSM-kaderverordening (Verordening (EU) nr. 468/2014).

    • Besluit ECB/2004/3.


Dr. G. ter Kuile
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile is jurist bij het secretariaat van de raad van toezicht (Supervisory Board) van de Europese Centrale Bank (ECB).
Artikel

Kwalitatieve aansprakelijkheid: het gebruik van gebrekkige zaken en dieren door zelfstandige hulppersonen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden aansprakelijkheidsrecht, zelfstandige hulppersonen, bedrijfsmatig gebruik, gebrekkige zaken, dieren
Auteurs Mr. dr. A. Kolder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op wie rust de kwalitatieve aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken en dieren die worden gebruikt door zelfstandige hulppersonen? Hoewel ons economische verkeer zich in toenemende mate kenmerkt door flexibele (arbeids)relaties, heeft deze vraag nog niet veel aandacht genoten. Aan de hand van een bespreking van art. 6:181 BW wordt de opgeworpen vraag aan een beschouwing onderworpen.


Mr. dr. A. Kolder
Mr. dr. A. Kolder is advocaat bij PUNT Letselschade Advocaten en tevens docent en onderzoeker aan de vakgroep Privaatrecht en Notarieel recht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Een kritische beschouwing over het Wetsvoorstel ter vereenvoudiging en modernisering van het bewijsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden modernisering, bewijsrecht, procesrecht, partijautonomie, KEI
Auteurs Ralph Ubels en Tom van Amsterdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recent gepubliceerde ‘Wetsvoorstel tot aanpassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de vereenvoudiging en modernisering van het bewijsrecht’ beoogt het civiele bewijsrecht te vereenvoudigen en te moderniseren. Hiertoe doet de minister voor Rechtsbescherming onder meer de volgende drie voorstellen: (1) partijen worden voorafgaande aan een procedure verplicht bewijs te verzamelen en te delen, (2) de regierol van de rechter wordt vergroot, en (3) de normen voor de verschillende voorlopige bewijsverrichtingen worden gelijkgetrokken. De minister voor Rechtsbescherming streeft naar efficiëntere civiele rechtspleging, maar de auteurs vrezen dat met deze voorstellen het tegenovergestelde wordt bereikt. Zij verwachten dat een bewijsverzamel- en -aandraagplicht en het gelijktrekken van de normen voor voorlopige bewijsverrichtingen zullen leiden tot meer, langere en duurdere procedures. De auteurs vrezen ook dat de voorgestelde bevoegdheid voor de rechter ambtshalve gronden en verweren aan te dragen afbreuk doet aan de meest gewenste rolverdeling tussen de procespartijen enerzijds en de rechter anderzijds. Bovendien kan het afbreuk doen aan de objectieve en subjectieve onpartijdigheid van de rechter.


Ralph Ubels
Mr. R.L. Ubels is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Tom van Amsterdam
Mr. T.A. van Amsterdam is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Geschilbeslechting onder de Wkkgz: de theorie in de praktijk

Over de regels van geschilbeslechting en bindend advies, de mogelijkheden tot vernietiging van het bindend advies en enkele praktijkperikelen in dat verband

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden klachtenprocedure, geschilprocedure, bindend advies, informatieplicht, bewijsregels
Auteurs Mr. dr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    De wettelijke regeling omtrent de klachten- en geschilprocedure vervat in de Wkkgz roept in de praktijk vragen op. In dit artikel wordt ingegaan op een aantal van die vragen. Voorts wordt gepoogd de vragen te beantwoorden waarbij de wettelijke kaders omtrent het bindend advies, de informatieplicht, het bewijsrecht en het personen- en familierecht worden betrokken.


Mr. dr. R.P. Wijne
Rolinka Wijne is auteur van de dissertatie Aansprakelijkheid voor zorggerelateerde schade. Een onderzoek naar obstakels in het civiele aansprakelijkheidsrecht en alternatieven voor verhaal van zorggerelateerde schade (diss. Rotterdam), Den Haag: Boom Juridische uitgevers, 2013 (tweede druk 2017), docent Gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en medewerker van het Wetenschappelijk Bureau Holla advocaten te Eindhoven. Voorts bekleedt zij diverse andere functies op het terrein van het gezondheidsrecht. De auteur dankt prof. mr. S.D. Lindenbergh en prof. mr. J. Legemaate voor hun commentaar op een conceptversie van dit artikel.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2017-2018

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 1 2019
Auteurs Robert Hendrikse en Leonie Rammeloo

Robert Hendrikse

Leonie Rammeloo
Toont 1 - 20 van 240 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.