Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 236 artikelen

x

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Essay

Herstelrecht en milieuzaken: een verkenning van mogelijkheden in het antropoceen

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2021
Trefwoorden environment, rights of nature, restorative justice, green criminology, Anthropocene
Auteurs Femke Wijdekop en Anneke van Hoek
SamenvattingAuteursinformatie

    The environmental crisis makes it clear that our current legal instruments and concepts are not sufficient to effectively combat, remedy and prevent widespread environmental harm. However, new concepts and approaches are being developed that try to reduce these legal imperfections. Our essay explores these developments, in particular the emergence of a legal duty of care for the environment, the rights of nature-movement, the campaign to make ecocide (mass damage and destruction of the environment) an international crime and the application of restorative justice to repair environmental harm. We also advocate a new multidisciplinary perspective launched by us: positive green criminology.


Femke Wijdekop
Mr. Femke Wijdekop is juridisch adviseur en content manager Stop Ecocide Nederland. femke@stopecocide.nl

Anneke van Hoek
Drs. Anneke van Hoek is medeoprichter en manager van Restorative Justice Nederland. anneke.vanhoek@gmail.com

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 13 november 2020 en 21 maart 2021.
Discussie

Empirical Legal Studies in het juridisch onderwijs: waar staat Nederland en hoe nu verder?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden ELS, empirical legal studies, education, teaching, law school
Auteurs dr. Ekaterina Pannebakker LL.M., Dr. Helen Pluut, Mr. dr. Stijn Voskamp e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De groeiende aandacht voor Empirical Legal Studies (ELS) in Nederland roept vragen op over het onderwijs in empirisch-juridische vaardigheden in ons land. Er gebeurt al het nodige op dit vlak, maar een nauwkeurige inventarisatie van welke ELS-vakken reeds concreet worden aangeboden in Nederland ontbreekt. Een dergelijk overzicht zou het mogelijk maken dat opleidingen van elkaar leren en kennis en kunde uitwisselen in plaats van het wiel opnieuw uit te vinden. Daarom hebben wij een uitgebreide rondgang gemaakt langs de diverse opleidingen aan rechtenfaculteiten, om in kaart te brengen welke vakken met aandacht voor empirische methoden reeds in het reguliere rechtencurriculum worden aangeboden. In dit artikel rapporteren wij de resultaten van deze landelijke inventarisatie en werpen een blik op de toekomst in het licht van recente discussies en ontwikkelingen die verband houden met ELS in Nederland.


dr. Ekaterina Pannebakker LL.M.
Ekaterina Pannebakker is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek en onderwijs richten zich op privaatrechtelijke rechtsvergelijking en harmonisatie, recht en taal, en internationaal contracteren.

Dr. Helen Pluut
Helen Pluut is als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. Stijn Voskamp
Stijn Voskamp is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek en onderwijs richten zich onder andere op het contractenrecht en aansprakelijkheidsrecht met bijzondere aandacht voor onderwijsrecht.

Mr. dr. Wouter de Zanger
Wouter de Zanger is als universitair docent Strafrecht verbonden geweest aan de Universiteit Utrecht waar hij onder andere onderzoek verrichtte op het gebied van financieel-economisch strafrecht. Tegenwoordig is hij werkzaam als advocaat bij FvKG Advocaten te Amsterdam.


Mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widdershoven is jurist bij Stichting PVP en redacteur van dit tijdschrift.

Artikel

Ondermijnende criminaliteit laat zich niet onderscheppen noch aanhouden

Over de aanpak van georganiseerde misdaad en het belang van kennis

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Ondermijning, Georganiseerde misdaad, Criminaliteitsbestrijding, Strafrechtsbeleid
Auteurs Prof. dr. R.H.J.M. (Richard) Staring, Prof. dr. L.C.J. (Lieselot) Bisschop en dr. R.A. (Robby) Roks
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestuurlijke, strafrechtelijke en integrale aanpak van georganiseerde misdaad maken overuren maakt. Aan actie van de zijde van het huidige kabinet en aandacht in de verkiezingsprogramma’s is op dit terrein geen gebrek. Enorme plannen voor versterking van de aanpak van ondermijning zagen het afgelopen jaar het licht. Maar is de focus goed? De auteurs gaan na wat er kan worden geleerd uit criminologisch onderzoek naar ondermijnende drugscriminaliteit.


Prof. dr. R.H.J.M. (Richard) Staring

Prof. dr. L.C.J. (Lieselot) Bisschop
De auteurs zijn verbonden aan de sectie criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

dr. R.A. (Robby) Roks
Artikel

Het contact tussen gedetineerden en interne en externe re-integratieprofessionals in Nederlandse penitentiaire inrichtingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden contact, professionals, gevangenis, re-integratie, casemanagement
Auteurs Amanda Pasma, Esther van Ginneken, Anouk Bosma e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Prisoners often encounter multiple barriers when returning to society, resulting in higher risks of recidivism. To overcome these barriers, prison-based and community-based professionals assist with preparation for release. Prison-based professionals, such as the case manager and mentor, screen and monitor the problems regarding work and income, housing, healthcare, financial debts and valid identification. Community-based professionals, such as municipal officials, parole officers, healthcare professionals and volunteers, can provide additional and specialized help. First, this research discusses the current policy of the Dutch Custodial Institutions Agency (DJI) and the role of different types of professionals. Second, it presents a nationwide picture of the extent to which prisoners report contact with prison-based and community-based professionals, and to what degree prisoners appreciate this contact. The results are specified for various types of regimes and time served and are based on 4308 prisoner surveys of the Dutch Prison Visitation Study (DPVS), part of the Life in Custody Study (LIC-study). It turns out that most prisoners seem to be in close contact with prison-based professionals and that prisoners positively value this contact. However, contact with community-based professionals is limited and prisoners are somewhat dissatisfied about their contact with parole officers and municipal officials. Furthermore, the amount of contact differs across various types of regimes and time served. In particular, individuals who recently entered prison report less contact. To conclude, policy implications will be discussed.


Amanda Pasma
Amanda J. Pasma is PhD-student aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

Esther van Ginneken
Esther van Ginneken is Universitair Docent Criminologie aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

Anouk Bosma
Anouk Bosma was ten tijde van het onderzoek Universitair Docent Criminologie aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

Hanneke Palmen
Hanneke Palmen is Universitair hoofddocent Criminologie aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

Paul Nieuwbeerta
Paul Nieuwbeerta is Hoogleraar Criminologie aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid.
Artikel

Access_open Rechterlijke toetsing van regelgeving

Wat is de betekenis van recente ontwikkelingen in de rechtspraak voor de wetgevingspraktijk van de bestuurswetgever?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2021
Trefwoorden functie van wetgeving, exceptieve toetsing, wetgevingskwaliteit, indringende toetsing, algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Auteurs Mr. dr. G.J.M. Evers en Prof. mr. dr. J.C.A. de Poorter
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel handelt over de gewijzigde jurisprudentie inzake de exceptieve toetsing van algemeen verbindende voorschriften aan rechtsbeginselen. De rechter kan algemeen verbindende voorschriften nu zonder willekeursluis toetsen aan algemene rechtsbeginselen. In principe zou dit ertoe kunnen leiden dat de rechtmatigheid van wetgeving nauwgezetter wordt beoordeeld en de onrechtmatigheid daarvan vaker zou kunnen worden uitgesproken. De auteurs gaan daarbij in op de vraag of bestuurswetgeving deze indringendere wijze van toetsing kan doorstaan. Zij bepleiten het vastleggen van heldere wettelijke eisen betreffende de kwaliteit van wetgeving. Het ontwikkelen van algemene normen voor bestuurswetgeving kan niet aan de rechter alleen worden overgelaten


Mr. dr. G.J.M. Evers
Mr. dr. G.J.M. (Guido) Evers is coördinerend beleidsmedewerker bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. dr. J.C.A. de Poorter
Prof. mr. dr. J.C.A. (Jurgen) de Poorter is hoogleraar bestuursrecht aan Tilburg University


Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 24 september 2020 en 12 november 2020.
Artikel

De burgemeester als ‘sheriff’ in de aanpak van ondermijnende misdaad: op weg naar een wettelijke grondslag?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2020
Trefwoorden burgemeester, ondermijning, openbare orde, georganiseerde criminaliteit
Auteurs Benny van der Vorm en Petrus C. van Duyne
SamenvattingAuteursinformatie

    Traditionally, the mayor has an important role as a citizen’s father and as a maintainer of public order. In the context of the so-called ‘undermining’ criminality, the mayor has been increasingly empowered with new legal instruments to combat undermining criminality. Some mayors see themselves as a sheriff. However, in the Dutch Municipal Act, the mayor only has a task of maintaining the public order. How does this task relate to combating undermining criminality? What is the role of the mayor in the combat of undermining criminality? Nowadays, there is no legal basis in the Dutch Municipal Act to equip the mayor with crime-fighting duties. This article proposes to equip the mayor with a legal duty as a crime fighter.


Benny van der Vorm
Benny van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Petrus C. van Duyne
Petrus C. van Duyne is emeritus hoogleraar Empirische aspecten van de strafrechtspleging aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Gelijkebehandelingswetgeving en identiteitsgebonden benoemingsbeleid van orthodox-protestantse scholen

Onzekerheid over consistentie en het enkele feit

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Equal treatment / anti-discrimination, Orthodox-protestant schools, Religious norms, Semi-autonomous social fields, Uncertainty
Auteurs Mr. dr. Niels Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Within orthodox-protestant schools in The Netherlands there is growing diversity and uncertainty about internal religious, cultural and social norms. Though orthodox-protestant schools are among the strongest semi-autonomous social fields, where it is difficult for equal treatment law to pervade, this growing diversity and uncertainty about internal norms can make this pervasion possible. The uncertainty about the meaning of the exception clause in equal treatment legislation for the appointment policy of religious schools also affects this.
    Because of the uncertainty about the meaning of the exception clause the position of the school board was strengthened in comparison to the employee, even though the intention of the equal treatment law was the opposite. At a later stage the clarification of the anti-discrimination norm by changing the exception clause has strengthened the position of the employee. Though this is only possible when religious, cultural and social norms are changing. In that case orthodox-protestant schools, as semi-autonomous fields, are more open for the effects of this legal norm.
    Uncertainty about the meaning of the requirement of a consistent appointment policy has led both to tightening as well as relaxation of the policy. In the first place tightening or relaxation of policies depends on the development of religious, cultural and social norms within different school denominations. Thus, uncertainty about internal norms works both contrary as well as strengthening to uncertainty about equal treatment legislation.


Mr. dr. Niels Rijke
Niels Rijke was van 2015 tot 2019 als buitenpromovendus verbonden aan de Universiteit Utrecht en voerde hij onderzoek uit naar identiteitsgebonden benoemingsbeleid ten aanzien van personeel op orthodox-protestantse basis- en middelbare scholen in Nederland in relatie tot mensenrechten.

Dr. Nienke Doornbos
Nienke Doornbos is universitair docent Rechtssociologie aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich onder meer op beroepsethische kwesties bij juridische beroepen.

Dr. Paulien de Winter
Paulien de Winter is universitair docent Empirisch Juridisch Onderzoek bij de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit in Groningen. Zij doet onderzoek naar hoe uitvoerende medewerkers omgaan met regels.
Artikel

De terugkeer van de beeldenstorm

Over iconoclasme, cultuurgoed en identiteit

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2020
Trefwoorden iconoclasm, definition, fear, identity, cultural heritage
Auteurs Joris Kila
SamenvattingAuteursinformatie

    This article aims to clarify the phenomenon of iconoclasm and how it impacts today’s society, in spite of the lack of research on this topic. After establishing its complex and sensitive nature, a first assessment containing types of iconoclasm and various motives of iconoclasts is presented. Different forms of iconoclasm are distinguished, explained and illustrated using examples. Special attention is given to the subject’s sensitivity in modern society while establishing the connection of the topic with identity in multiple shapes and forms. The article aims at contributing to a future multi-disciplinary debate.


Joris Kila
Dr. J.D. Kila is kunsthistoricus en klassiek archeoloog en promoveerde als cultureel-erfgoeddeskundige. Hij is thans onafhankelijk onderzoeker, maar werkte tot voor kort als senior onderzoeker bij het het Kompetenzzentrum Kulturelles Erbe und Kulturgüterschutz van de Universität Wien. Contact: www.joriskila.com.
Artikel

Access_open Institutioneel misbruik en geweld uit het verleden

Een vergelijking van twee herstelgerichte responsmodellen in België

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden institutioneel misbruik en geweld, responsmodellen, rooms-katholieke kerk, Centrum voor Arbitrage inzake seksueel misbruik, Permanente Arbitragekamer
Auteurs Ivo Aertsen en Martien Schotsmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, an analysis is made of two response models for different forms of abuse and violence that occurred in the past on children in institutional settings. Two programmes are compared, as they operated during last 10 years in Belgium: on the one hand the Centre of Arbitration for sexual abuse and violence in the Catholic Church at the national level, on the other hand the Commission for Recognition and Mediation for various types of abuse and violence in youth and educational institutions and other organisational contexts in the Flemish Community. Both models are analysed and compared at the conceptual and empirical level from a restorative justice approach, looking at the elements that may reveal a certain form of restorative justice and/or may contain lessons for the further development of restorative justice. The background and origins of both programmes are presented into detail, followed by a comparison with respect to the political options on the basis of their creation, the composition of their boards, their scope of application and their procedures. Some numbers and characteristics of cases dealt with are presented.
    The analysis of both models points at the presence – in varying degrees – of important restorative justice elements as provided in the international literature. However, restorative justice standards are more prominent in the Flemish Commission for Recognition and Mediation as compared to the national Centre of Arbitration for sexual abuse in the Church. Both programmes also demonstrate that restorative action is needed at different, mutually interwoven levels: the personal (micro) level, the institutional (meso) level and the societal (macro) level. At the institutional and societal level the transformative potential of the interventions is very much needed, but also most challenging in terms of the development of effective restorative methods.


Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is emeritus hoogleraar criminologie aan de KU Leuven. Hij was aangesteld als expert bij de federale parlementaire Bijzondere Commissie in 2010-2011 en fungeerde vier jaar als lid van de Permanente Arbitragekamer inzake seksueel misbruik in de Kerk.

Martien Schotsmans
Martien Schotsmans is advocaat en verzoeningsexpert. Zij was als arbiter betrokken bij twee dossiers inzake seksueel misbruik in de kerk en was tot september 2020 coördinator van de Vlaamse Commissie voor Erkenning en Bemiddeling inzake misbruik en geweld uit het verleden.
Artikel

Over stromen, waterscheidingen en koudwatervrees: de overgang van strafrecht naar GGZ sinds de Wet forensische zorg

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Forensische zorg, Zorgmachtiging, Art. 2.3 Wfz, GGZ, Grensverkeer
Auteurs Prof.dr.mr. M.J.F. (Michiel) van der Wolf, Mr. A.W.T. (Astrid) Klappe en Prof.mr. P.A.M. (Paul) Mevis
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt in een vroeg stadium of het doel van de Wet forensische zorg (Wfz) om doorstroom vanuit het strafrecht naar de GGZ te bevorderen bereikt wordt. Daarbij wordt zowel gekeken naar de stelselwijziging van inkoop van forensische zorg door de minister van Justitie en Veiligheid vanaf 2008, zoals grotendeels gecodificeerd in de Wfz, als de directe overgangsmogelijkheid via de zorgmachtiging door de strafrechter (art. 2.3). Hierbij wordt beeldspraak uit het watermanagement gebruikt, met stromen, waterscheidingen en koudwatervrees.


Prof.dr.mr. M.J.F. (Michiel) van der Wolf
Michiel van der Wolf is hoogleraar forensische psychiatrie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en universitair hoofddocent strafrecht aan de Universiteit Groningen.

Mr. A.W.T. (Astrid) Klappe
Astrid Klappe is stafjurist strafrecht bij het Landelijk Bureau Vakinhoud rechtspraak.

Prof.mr. P.A.M. (Paul) Mevis
Paul Mevis is hoogleraar straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Bemiddeling na, maar ook voor het openvallen van de nalatenschap van het familiebedrijf

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2020
Trefwoorden familiebedrijf, nalatenschap, conflictvaardigheden, familievermogen
Auteurs Alain Laurent Verbeke en Katalien Bollen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the authors describe briefly the legal aspects of liquidation of an estate and the alternative way of mediation. Besides that they investigate what should better be done before the estate will be liquidated. It turns out that also in that case the facilitation of mediation is a wise choice.


Alain Laurent Verbeke
Alain Laurent Verbeke is gewoon hoogleraar familiaal vermogensrecht en onderhandelen & bemiddelen KU Leuven. Hij is ook Professor of Law aan Harvard, UCP Lisbon en Tilburg. Als advocaat en partner bij Deloitte Legal is hij medeverantwoordelijk voor het Greenille Private Client Team, met diensten in (internationale) tax en estate planning, conflict handling en family & business dynamics.

Katalien Bollen
Katalien Bollen is gastdocent en praktijklector aan de KU Leuven, en werkzaam als Family & Business Dynamics Expert bij het Greenille Private Client Team van Deloitte Legal.
Toont 1 - 20 van 236 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.