Zoekresultaat: 118 artikelen

x
Artikel

Niet-preferent concurrent, ofwel lager in rang maar niet achtergesteld

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2020
Trefwoorden preferent-concurrent, non-preferred senior, senior non-preferred, BRRD, MREL
Auteurs Mr. W.J. Horsten
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van een wijziging van een Europese richtlijn kent ons recht sinds eind 2018 voor banken een bijzondere categorie concurrente schulden, aangeduid als ‘niet-preferente concurrente’ schuld. Dit betreft een (sub)categorie concurrente schulden, die in faillissement na gewone concurrente (dan ‘preferent-concurrente’) schulden wordt betaald zonder als ‘achtergesteld’ te worden aangemerkt.


Mr. W.J. Horsten
Mr. W.J. Horsten is advocaat bij Linklaters in Amsterdam.
Wetenschap

De concernenquête na SNS

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden concernverhoudingen, rechtszekerheid, economische werkelijkheid, houders van (certificaten van) aandelen, Landis
Auteurs Mr. dr. R.P. Jager
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn Landis-beschikking uit 2005 heeft de Hoge Raad de concernenquête gesanctioneerd, zodat aandeel- of certificaathouders van een moedermaatschappij de Ondernemingskamer (mede) bevoegdelijk, ex art. 2:346 lid 1 onder b of c BW, kunnen verzoeken om een onderzoek bij een daaronder hangende dochtermaatschappij. Vijftien jaar later heeft hij opnieuw een beschikking gegeven over deze enquête, en wel in de SNS-zaak. Die beschikking wordt in dit artikel onder de loep genomen. Met de Landis-beschikking is onze cassatierechter weggedobberd van de rechtszekerheid. In zijn SNS-beschikking roeit de Hoge Raad daar weer naartoe. Niettemin heeft hij die bestemming, de rechtszekerheid, nog niet bereikt.


Mr. dr. R.P. Jager
Mr. dr. R.P. (Paul) Jager was als legal counsel verbonden aan Vereniging van Effectenbezitters (VEB). Hij is echter in die hoedanigheid niet op directe wijze betrokken geweest bij de procedure die heeft geleid tot de SNS-beschikking d.d. 3 april 2020. Thans is hij als senior beleidssecretaris ondernemingsrecht & corporate governance werkzaam bij VNO-NCW en MKB-Nederland.
Artikel

De waarde(ring) van het niet-opeisbare prelegaat en de erfdelen van de kinderen bij de wettelijke verdeling

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Testament, Gelijke behandeling, Kinderen, Erfbelasting, Nominaal
Auteurs Mr. dr. R.E. Brinkman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt onderzocht hoe renteloze en niet-opeisbare prelegaten aan een erfgenaam zowel civielrechtelijk als fiscaalrechtelijk gewaardeerd moeten worden als er ook een wettelijke verdeling van toepassing is, en hoe de omvang van de erfdelen van de kinderen beïnvloed wordt door dergelijke prelegaten.


Mr. dr. R.E. Brinkman
Mr. dr. R.E. Brinkman is notaris te Hardenberg, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Mr. dr. G.T.J. Hoff
Artikel

Met schenken bespaar je geld (?)

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden rechtsgronden schenkbelasting en erfbelasting, vrijstellingen schenkbelasting, tarieven schenkbelasting, eigen woning, eigenwoningschenking
Auteurs Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage besteedt de auteur aandacht aan de relatie tussen de schenk- en erfbelasting.


Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven
Mw. Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en tevens werkzaam bij Athena Advies en Praktijk.
Artikel

Access_open De redelijke verwachting ten aanzien van de rekenrente

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden letselschade, rekenrente, toekomstschade, redelijke verwachting
Auteurs Mr. R.M.J.T. van Dort en E.S. Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij het berekenen van toekomstschade als gevolg van letsel, komt het aan op de redelijke verwachting van alle relevante omstandigheden. De rekenrente is een van die omstandigheden. In deze bijdrage pleiten auteurs ervoor de rekenrente te laten aansluiten op de historische ontwikkelingen en actuele prognoses van de financiële markten, inmiddels en langdurig gekenmerkt door lage rendementen en sombere verwachtingen. Daardoor zou de rekenrente naar hun mening in ieder geval gedurende een deel van de schadelooptijd negatief moeten zijn. Auteurs adviseren voorts om een deskundigencommissie aan te stellen die periodiek adviseert omtrent de in redelijkheid te verdisconteren rekenrente bij toekomstschade.


Mr. R.M.J.T. van Dort
Mr. R.M.J.T. van Dort is NIVRE Register-Expert bij Van Dort Letselschade.

E.S. Groot
E.S. Groot is NIVRE Register-Expert en mediator bij Letselschade.com.
Casus

Meervoudig stemrecht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2019
Trefwoorden stemrecht, meervoudig stemrecht, beursvennootschappen
Auteurs Mr. J.S. Kalisvaart
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren zijn er diverse beursvennootschappen bij gekomen die Nederland als vestigingsplaats hebben gekozen en een structuur met meervoudig stemrecht hebben geïntroduceerd. Vaak zijn deze vennootschappen van origine buitenlands. Bij een aantal van deze vennootschappen is de mogelijkheid geïntroduceerd extra stemrecht toe te kennen aan ‘loyale’ aandeelhouders. De andere in de praktijk gebruikte vorm is de high/low voting stock-structuur, waarbij door introductie van aandelen met een verschillende nominale waarde verschil in stemrecht verbonden aan die aandelen wordt gecreëerd. In dit artikel bespreekt de auteur de kenmerken van de genoemde structuren en gaat hij in op de juridische ‘haken en ogen’.


Mr. J.S. Kalisvaart
Mr. J.S. (Jelmer) Kalisvaart is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Over synthetische toerekening van schulden in geval van een wettelijke verdeling

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden wettelijke verdeling, gemeenschap, gedwongen schuldverrekening
Auteurs Prof. dr. S. Perrick
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage verdedigt de auteur dat artikel 3:184 BW naar analogie van toepassing is in geval van een wettelijke verdeling. Dit is van praktisch belang indien een van de erfgenamen insolvent is. Alvorens te motiveren waarom zijn standpunt naar zijn mening geldend recht weergeeft, vraagt de auteur aandacht voor de wijze waarop het aandeel van een deelgenoot-schuldenaar in de gemeenschap dient te worden bepaald. Het antwoord op deze vraag is ook van belang voor de analogische toepassing van artikel 3:184 BW. De auteur geeft vervolgens aan op welke wijze artikel 3:184 BW analogisch dient te worden toegepast, waarbij hij een onderscheid maakt tussen het geval dat een kind schuldenaar is van de nalatenschap en het geval dat de langstlevende dat is.


Prof. dr. S. Perrick
Prof. dr. S. Perrick is advocaat te Amsterdam.
Artikel

Access_open Initiële marge en segregatie van zekerheden. Gelukkig gescheiden?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden EMIR, initial margin, vermogensscheiding, onderpand, bewaarneming
Auteurs Mr. K.J.C. Bader en Mr. D.J. Wickering
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanwege de naderende vierde en vijfde fase van de initiëlemargeverplichting voor niet-geclearde otc-derivaten onder EMIR wordt in deze bijdrage stilgestaan bij de vermogensrechtelijke overwegingen ten aanzien van deze verplichting. Het regelgevend kader wordt hierin geschetst, alsmede enige praktische overwegingen ten aanzien van de verplichte vermogensscheiding.


Mr. K.J.C. Bader
Mr. K.J.C. Bader is werkzaam als bedrijfsjurist bij een Nederlandse financiële instelling te Amsterdam.

Mr. D.J. Wickering
Mr. D.J. Wickering is werkzaam als bedrijfsjurist bij een buitenlandse financiële instelling te Amsterdam.
Artikel

Toegang tot enquête voor kapitaalverschaffers – de evaluatie geëvalueerd

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2018
Trefwoorden ontvankelijkheid, enquêterecht, aandeelhouder, ondernemingsrecht, beursvennootschap
Auteurs Mr. drs. Q.L.C.M. Bongaerts
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bekritiseerde in 2016 de koppeling van geplaatst kapitaal en (beurs)waarde (art. 2:346 lid 1 aanhef en sub c BW). Deze bijdrage bevat enkele ontwikkelingen die aanpassing van de wettekst rechtvaardigen. De auteur behandelt het effectenonderzoek van Tilburg University, de literatuur en de discussie tijdens een expertbijeenkomst op het ministerie van Justitie en Veiligheid.


Mr. drs. Q.L.C.M. Bongaerts
Mr. drs. Q.L.C.M. Bongaerts is advocaat bij Bynkershoek in Amsterdam.
Artikel

Access_open Vermogensscheiding door beleggingsondernemingen: een perfecte symbiose van toezichtrecht en civiel recht (II)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden vermogensscheiding, effectenbewaring, MiFID II, EMIR, Wet giraal effectenverkeer, CSD-verordening
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit – in twee delen verschenen – artikel worden de toezichtrechtelijke en civielrechtelijke aspecten van vermogensscheiding bij beleggingsondernemingen op een rijtje gezet en geanalyseerd. Het eerste deel – verschenen in MvV 2018, afl. 5 – betreft een beschrijving van de Europese toezichtregels. Dit tweede deel betreft de Nederlandse toezichtregels en de privaatrechtelijke implementatie van de vermogensscheiding. Uit dit deel blijkt ook hoe beide soorten rechtsregels zich tot elkaar verhouden.


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is hoogleraar Financieel Recht aan de Universiteit Leiden en Of Counsel bij NautaDutilh te Amsterdam.
Praktijk

Het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden sanering van de kosten van wederkerige overeenkomsten, WHOA, hypothetisch faillissement, liquidatiewaarde versus going concern-waarde, ongelijke behandeling van schuldeisers
Auteurs Mr. B.S.J.M. van Gangelen en Mr. G.H Gispen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaan de auteurs aan de hand van een concrete casus in op het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’ (hierna: de WHOA). De auteurs staan stil bij een aantal materiële criteria waaraan het akkoord volgens de regels van de WHOA dient te voldoen en plaatsen daarbij enkele kanttekeningen. De auteurs concluderen dat de WHOA de schuldenaar – en soms ook de schuldeisers – een flexibel maar potentieel vérstrekkend instrument in handen geeft om met enige mate van precisie zijn bovenmatige kosten en schulden te saneren buiten surseance en faillissement.


Mr. B.S.J.M. van Gangelen
Mr. B.S.J.M. (Barbara) van Gangelen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.

Mr. G.H Gispen
Mr. G.H. (Gerhard) Gispen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.
Artikel

Het hinderpaalcriterium drie jaar na CZ/Momentum

De stand van zaken van het kat-en-muisspel tussen zorgverzekeraars en niet-gecontracteerde zorgaanbieders

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden hinderpaalcriterium, niet-gecontracteerde zorg, toestemmingsvereiste, cessieverbod, regisseursrol
Auteurs Mr. B.A. van Schelven en mr. M.M. Janssen
Samenvatting

    In juli 2014 oordeelde de Hoge Raad in CZ/Momentum dat het zogeheten hinderpaalcriterium onderdeel uitmaakt van artikel 13 lid 1 Zvw. De vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg mag zodoende niet zo laag zijn dat daarmee een feitelijke hinderpaal wordt opgeworpen om zorg te betrekken van een niet-gecontracteerde zorgaanbieder naar keuze. In dit artikel wordt onderzocht hoe artikel 13 lid 1 Zvw zich sindsdien heeft ontwikkeld. Ook worden twee ontwikkelingen onderzocht die in het veld als nieuwe feitelijke hinderpalen worden beschouwd: door zorgverzekeraars gehanteerde cessieverboden en toestemmingsvereisten. Het onderzoek vindt plaats tegen de achtergrond van de regisseursrol die zorgverzekeraars binnen het zorgstelsel is toebedacht.


Mr. B.A. van Schelven

mr. M.M. Janssen
Artikel

Waarom schakelen burgers (geen) rechtshulp in?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Legal advice / assistance, Acces to justice, Income level, Judicial autonomy, Cost-benefit analysis
Auteurs Dr. Marijke ter Voert en Dr. Carolien Klein Haarhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    This article serves to gain insight in the use and non-use of various types of legal advice, particularly in relation to income levels and legal costs. Based on (logistic regression) analyses involving survey data on 1,928 Dutch citizens who experienced a non-trivial problem in the period May 2009 to May 2014, main findings are as follows: (1) 37% of citizens facing a (potential) legal problem contacted various types of legal advisers once or repeatedly. (2) In the explanation of use/non-use of advocates, problem characteristics turned out to matter significantly, in contrast with the level of household income. Entitlements to subsidized legal aid (lower income groups) as well as legal expenses insurance have made income a factor of less importance. (3) Looking at the degree in which citizens reported (high) costs being a reason for not using legal advice, again no significant differences were found between income groups. Especially advocates were deemed too expensive, regardless of household income; a reason for non-use in half of the cases in which advocates had been considered.


Dr. Marijke ter Voert
Marijke ter Voert is werkzaam als (senior-)onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), ministerie van Veiligheid en Justitie. Zij is betrokken geweest bij inmiddels drie edities van het Geschilbeslechtingsdelta-onderzoek naar (potentieel) juridische problemen van burgers en de wegen die zij bewandelen om die op te lossen.

Dr. Carolien Klein Haarhuis
Carolien Klein Haarhuis is werkzaam als (senior-)onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), ministerie van Veiligheid en Justitie. Zij is betrokken geweest bij inmiddels drie edities van het Geschilbeslechtingsdelta-onderzoek naar (potentieel) juridische problemen van burgers en de wegen die zij bewandelen om die op te lossen.

Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.
Artikel

Prevalentie van ernstige misdrijven bij slachtoffer-daderbemiddeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden seriousness, offenses, mediation, range of cases, outcome
Auteurs Wendy Schreurs, Sven Zebel en Elze Ufkes
SamenvattingAuteursinformatie

    A debate exists in the literature about the question whether (different forms of) mediated contact between victims and offenders occur and are appropriate only after minor offenses. This contribution therefore examines whether a relationship exists between the seriousness of offenses and the degree to which in practice cases result in mediated contact, in the Dutch context. More specifically, we report the first findings of a study aimed to (a) examine the seriousness of cases that were registered at the foundation Slachtoffer in Beeld (Victim in Focus; responsible for the execution of mediated contacts between victims and offenders in the Netherlands), and (b) compare the seriousness of cases at this foundation that resulted in different forms of mediated contact (including cases in which no contact emerged). To this end, we sampled 200 cases from the data system of Victim in Focus in a random manner; consequently, the seriousness of each of these cases was coded. The mean duration of incarceration sentenced for specific offenses in the Netherlands was used as an (as objective as possible) indication of the seriousness of the offenses in these cases. The results indicated that the cases registered at Victim in Focus do not consist exclusively of minor offenses. A substantial part consists of more serious offenses, especially when this is compared to the prevalence of all (minor and serious) offenses in the Netherlands. In addition, we observed no relationship between the seriousness of cases and the form of mediated contact (or no contact) that emerged at Victim in Focus; mediated contact arose to the same degree for serious compared to minor offenses. The implications of these results for the debate mentioned above are discussed, taking into account the manner in which victim-offender mediation is organized in the Netherlands.


Wendy Schreurs
Wendy Schreurs is afgestudeerd aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid aan de Universiteit Twente, op onderzoek naar de ontwikkeling van een ernstmonitor in de context van slachtoffer-daderbemiddeling. Ze werkt nu als PhD student op een project over de inzet van burgers bij politiewerk en interventies om die inzet te verbeteren.

Sven Zebel
Sven Zebel is universitair docent aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid van de Universiteit Twente. Hij houdt zich bezig met de psychologische reacties op wangedrag, conflicten en misdrijven, en de impact van interventies die trachten te herstellen en de kans op recidive te verkleinen (e.g. bemiddeling, reclasseringstoezicht, toekomstverbeelding).

Elze Ufkes
Elze Ufkes is universitair docent aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid aan de Universiteit Twente. Hij richt zich in zijn onderzoek op hoe groepsprocessen zoals groepslidmaatschap en stereotypering conflictgedrag van mensen beïnvloedt.
Article

Access_open Samenlevingsovereenkomsten in de notariële praktijk

Tijdschrift Family & Law, november 2014
Auteurs Petra Kuik, Wendy Schrama en Prof. dr. Leon Verstappen
Samenvatting

    In deze bijdrage worden de resultaten van een empirisch onderzoek dat in 2013 is verricht naar de inhoud van gemaakte samenlevingsovereenkomsten gepresenteerd. De beroepsgroep die zich met het maken van samenlevingsovereenkomsten bezig houdt - het notariaat - is bevraagd over deze praktijk aan de hand van een digitale vragenlijst. Daarmee is het qua opzet een verkennend onderzoek, dat een eerste beeld geeft van de notariële praktijk. In deze bijdrage worden de resultaten van een empirisch onderzoek dat in 2013 is verricht naar de inhoud van gemaakte samenlevingsovereenkomsten gepresenteerd. De beroepsgroep die zich met het maken van samenlevingsovereenkomsten bezig houdt - het notariaat - is bevraagd over deze praktijk aan de hand van een digitale vragenlijst. Daarmee is het qua opzet een verkennend onderzoek, dat een eerste beeld geeft van de notariële praktijk. De inhoud van de doorsnee samenlevingsovereenkomst verschilt aanzienlijk van die van huwelijkse voorwaarden. Bedingen waaruit vermogensrechtelijke solidariteit tussen ongehuwd samenwonenden blijkt (inkomens- of vermogensverrekening of alimentatiebedingen), komen slechts zeer beperkt voor in samenlevingsovereenkomsten, terwijl die juist in huwelijkse voorwaarden zeer frequent voorkomen. Ook op andere onderdelen verschaft dit onderzoek interessante bevindingen. Nader onderzoek is gewenst om meer inzicht te krijgen in de praktijk van het maken van samenlevingsovereenkomsten. --- In this paper, the authors present an empirical research on the content of cohabitation contracts in the Netherlands, conducted in 2013. The legal professionals who mostly deal with cohabitation contracts - the notaries - have been asked to fill in a digital questionnaire. The format of this research is exploratory, painting a first picture of legal practice on making cohabitation contracts. The content of the average cohabitation contract differs very much compared to the content of the average marriage contract. Clauses that express solidarity between cohabitants (sharing income or property values or maintenance) are rare in cohabitation contracts, whereas they are rather popular in matrimonial property contracts. Further research is necessary to gain more insight into the legal practice of making cohabitation contracts.


Petra Kuik

Wendy Schrama

Prof. dr. Leon Verstappen
Artikel

Valutaresultaten in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2014
Trefwoorden valutaresultaat, valutarisico, vennootschapsbelasting, hedge, koersrisico
Auteurs Mr. J.L. Rothuizen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur hoe in de vennootschapsbelasting met valutaresultaten wordt omgegaan, en wat hierbij belangrijke aandachtspunten zijn in de praktijk.


Mr. J.L. Rothuizen
Mr. J.L. Rothuizen is belastingadviseur bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Segregatie en portabiliteit: de Wge als panacee voor MiFID en EMIR

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2014
Trefwoorden vermogensscheiding, segregatie, portabiliteit, MiFID, EMIR
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    Vermogensscheiding en segregatie en portabiliteit worden in MiFID respectievelijk EMIR gepresenteerd als de ultieme instrumenten ter bescherming van de derivatenbelegger tegen faillissement van een tussenpersoon. In deze bijdrage wordt onderzocht welke betekenis aan deze begrippen moet worden toegekend en of de derivatenbelegger onder de nieuw voorziene wettelijke regeling van de Wge voldoende wordt beschermd.


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is advocaat en partner bij NautaDutilh te Amsterdam en hoogleraar financieel recht aan de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 118 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.