Zoekresultaat: 187 artikelen

x
Artikel

Privaatrecht en publiekrecht in de consumentenbescherming

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Private regulering, duaal stelsel WHC, consumentenrecht, publiekrechtelijk toezicht, strooischade
Auteurs Mr. E. Verviers
SamenvattingAuteursinformatie

    De verhouding tussen bestuursrecht en privaatrecht, onderwerp van dit themanummer, speelde onder andere bij de totstandkoming van de Wet handhaving consumentenbescherming. Aan de hand van de relevante openbare documenten wordt aangetoond dat de vraag of het wenselijk is om op het privaatrechtelijke terrein van het consumentenrecht een publiekrechtelijke toezichthouder in te schakelen, zonder theoretische discussie bevestigend werd beantwoord. Met betrekking tot de vraag welke instrumenten de publiekrechtelijke toezichthouder daarbij ter beschikking staan, was er een gestage ontwikkeling van ‘zo min mogelijk publiekrechtelijke instrumenten, want het gaat om privaatrecht’ naar ‘volledig publiekrechtelijk handhaven, omdat er effectief toezicht moet zijn’.


Mr. E. Verviers
Mr. E. (Emile) Verviers was van 1976 tot 2017 wetgevingsjurist, in verschillende functies, eerst bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en daarna bij het Ministerie van Economische Zaken, waar hij onder andere betrokken was bij het consumentenrecht.

Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut Tilec aldaar.
Telecommunicatie

Een nieuw telecomkader: het Europees wetboek voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden Elektronische communicatie, Telecommunicatie, Radiospectrum, Ex ante regulering, 5G, ACM, Internationaal bellen
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 december 2018 verscheen de nieuwe Richtlijn tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie in het Publicatieblad. Op diezelfde dag werd ook de nieuwe Berec-verordening gepubliceerd, die ook op 20 december 2018 in werking trad en rechtstreeks toepasselijk is, dus geen omzetting behoeft in de nationale rechtsorde. Veel is vertrouwd en is alleen in een ander jasje gestoken, maar daarnaast zijn er veel detailaanpassingen waarvan het afwachten is wat die gaan betekenen. Hoe dan ook zal dit nieuwe Europese telecomkader tot aanpassingen in de Nederlandse Telecommunicatiewet leiden. In deze bijdrage wordt ingegaan op de totstandkomingsgeschiedenis van het Europees wetboek en de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen voor de praktijk. Ingegaan wordt op de connectiviteitsdoelstelling en het realiseren van zeer snelle vaste en mobiele netwerken, marktregulering, toegangsverplichtingen, universele diensten, eindgebruikersbescherming, nieuwe tariefregulering voor internationaal bellen en het institutioneel kader.
    Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie, PbEU 2018, L 321/36 (hierna: de richtlijn).


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is bedrijfsjurist bij KPN en gastdocent bij eLaw.
Artikel

Access_open Handhaving van privaatrecht door toezichthouders

Bespreking van het proefschrift van mr. C.A. Hage

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden verwevenheid privaatrecht en publiekrecht, wisselwerking bestuursrecht en privaatrecht, publiek- en privaatrechtelijke handhaving, dialoog, contractsvrijheid
Auteurs Mr. L.F. Wiggers-Rust
SamenvattingAuteursinformatie

    Het proefschrift van Hage bevat een intensief onderzoek naar de wisselwerking tussen bestuursrecht en privaatrecht op een drietal gebieden: het telecommunicatierecht, het consumentenrecht en het financiële recht. Hij beschouwt daarbij ook mogelijkheden tot verbetering daarvan in het belang van een effectieve handhaving. Het is daarmee uiterst actueel.


Mr. L.F. Wiggers-Rust
Mr. L.F. Wiggers-Rust is raadsheer in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, en raadsheer-plaatsvervanger in het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).
Essay

Zorgvuldig en verdeeld?

Over de bestuursrechtelijke machtenscheiding in zelfstandige bestuursorganen met de functiescheidingseis

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden bestuurlijke boete, financieel bestuursrecht, functiescheiding, onpartijdigheid, zorgvuldigheidsbeginsel
Auteurs Oswald Jansen
Auteursinformatie

Oswald Jansen
Prof. mr. O.J.D.M.L. Jansen is hoogleraar Europees bestuursrecht en openbaar bestuur aan de Universiteit van Maastricht en advocaat bij Resolución te Den Haag.
Artikel

The effective public enforcement of cartels: perceptions on the functioning of the objection procedure and the reality

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Dispute resolution, Objection procedure, Cartel enforcement, Administrative law, Stakeholder interviews
Auteurs Mr. Annalies Outhuijse LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Companies fined for infringing the cartel prohibition are denied access to the courts until the competition authority has reviewed its fining decision in the objection procedure. Several stakeholders have been negative about the functioning of this objection procedure in case of cartel fines, including because of its limited ability to resolve disputes and the cost and length of the procedure. In light of the discussions on the effectiveness of this objection procedure, this article analyses the ability of the cartel objection procedure to resolve disputes on basis of an analysis of the decisions on objection, as well as interviews with the parties involved in the objection procedure and a study of relevant literature. Previous studies have shown that the success of the objection procedure, regarding dispute resolution, depends on the nature of the dispute, the reason that the objection is made and the organisation of the procedure. Reviewing the data which was gathered through the interviews and case analysis with the knowledge of these factors influencing the success of the objection procedure, the article concludes that these previously carried out studies can explain the limited ability of the cartel objection procedure to resolve disputes.


Mr. Annalies Outhuijse LLM
Annalies Outhuijse is PhD fellow at the Department of Administrative Law at the University of Groningen.
Annotatie

Executieveilingenzaak geëxecuteerd door het CBb

CBb 3 juli 2017, ECLI:NL:CBB:2017:204

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Executieveilingen, kartelonderzoek, artikel 6 Mw, kartelverbod
Auteurs Ekram Belhadj
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak Executieveilingen is op het bouwfraudeonderzoek na het grootste kartelonderzoek dat de ACM heeft uitgevoerd in termen van aantal betrokken ondernemingen. In tegenstelling tot het bouwfraudeonderzoek heeft de ACM de zaak Executieveilingen, ondanks de omvang van haar onderzoek, niet tot een voor haar goed einde weten te brengen. Deze uitspraak is de eerste waarin het CBb een enkele voortdurende overtreding van artikel 6 Mw niet bewezen acht. In deze annotatie wordt eerst ingegaan op de achtergrond van de zaak. Daarna komen de belangrijkste overwegingen van de uitspraak van het CBb aan bod. Vervolgens wordt de uitspraak geanalyseerd en daarna volgen enkele slotopmerkingen.


Ekram Belhadj
Mr. E. Belhadj is werkzaam als advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle.
Artikel

Het Hof van Justitie spreekt zich uit over de bindende werking van een aanbeveling van de Europese Commissie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Bindende werking aanbeveling Europese Commissie, Tariefmaatregelen, Pure BULRIC-kostenberekeningsmodel, Grimaldi rechtspraak, Soft law
Auteurs Mr. J.C.A. van Dam, MA
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest van 15 september 2016 verduidelijkt het Hof van Justitie in hoeverre een aanbeveling van de Europese Commissie een bindende werking heeft voor de nationale regelgevende instanties en de nationale rechter. In deze bijdrage wordt onderzocht of de bindende werking die door het Hof van Justitie aan deze aanbeveling wordt toegekend ook geldt voor andere aanbevelingen van de Europese Commissie dan wel of deze bindende wering beperkt is tot deze specifieke aanbeveling. Voorts wordt onderzocht welke consequenties dit arrest mogelijk kan hebben voor de nationale rechts- en bestuurspraktijk.
    HvJ 15 september 2016, zaak C-28/15, KPN e.a./ACM, ECLI:EU:C:2016:692


Mr. J.C.A. van Dam, MA
Mr. J.C.A. (Claartje) van Dam, MA is Promovendus aan de Afdeling Staats- en Bestuursrecht in Leiden.

    In deze bijdrage staat het Connexxion Taxi Services-arrest centraal, waarin het Hof van Justitie in een afweging tussen beginselen voorrang geeft aan het gelijkheids- en transparantiebeginsel boven het evenredigheidsbeginsel bij het uitsluiten van een onderneming van een aanbestedingsprocedure. Het Hof van Justitie benadrukt daarmee het belang van het ‘level playing field’ in het aanbestedingsrecht. Tegelijkertijd gaat dit hier ten koste van het evenredigheidsbeginsel dat een belangrijke rol speelt in de afweging of een uitsluiting van een onderneming met het oog op de internemarktdoelstelling gerechtvaardigd is. Het is echter de vraag in hoeverre het Hof van Justitie tot dezelfde beslissing zou komen onder de nieuwe Aanbestedingsrichtlijn 2014/24/EU.
    HvJ 14 december 2016, zaak C-171/15, Connexxion Taxi Services, ECLI:EU:C:2016:948.


Mr. G. Bouwman
Mr. G. Bouwman is promovenda Europees en internationaal aanbestedingsrecht aan de Universiteit Utrecht en onderzoeker bij het Public Procurement Research Centre. De auteur dankt prof. mr. E.R. Manunza voor haar waardevolle commentaar bij de totstandkoming van deze bijdrage.
Artikel

Bescherming van de consument-koper door de wettelijke garantie van artikel 7:17 BW

Zin en onzin van een servicecontract bij koop

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2017
Trefwoorden consument, wettelijke garantie, commerciële garantie, servicecontract, koop
Auteurs Dr. mr. P. Klik
SamenvattingAuteursinformatie

    De wettelijke bepalingen van de kooptitel, Titel 7.1 BW, beschermen de consument-koper vergaand. Winkeliers in Curaçao doen hieraan afbreuk door onder meer zeer korte garantietermijnen te hanteren en zelfs onnodig en tegen betaling ‘bijkoopgaranties’ of servicecontracten aan te bieden. Nagegaan wordt wat, gelet op de bij consumentenkoop geldende dwingendrechtelijke bepalingen, de voor- en nadelen van servicecontracten zijn en in hoeverre een servicecontract meer bescherming biedt dan de bescherming die de consument-koper al geniet door de garanties die in de wet verankerd zijn.
    Besproken worden de remedies die de wet biedt (de verkoper moet overgaan tot herstel of vervanging binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast van de koper), de wettelijke garantie van artikel 7:17 BW waarbij geschiktheid voor normaal gebruik het uitgangspunt is (waaronder ook een normale levensduur valt), de regel van artikel 7:6a BW dat de verkoper verplicht is te vermelden dat een ‘commerciële garantie’ geen afbreuk doet aan de ‘wettelijke garantie’, en de omkering van de bewijslast in artikel 7:18 lid 2 BW op grond waarvan de zaak vermoed wordt bij aflevering ondeugdelijk geweest te zijn wanneer de non-conformiteit zich binnen zes maanden heeft geopenbaard.
    In deze bijdrage wordt voor Curaçao voorgesteld om in een overleg tussen bijvoorbeeld consumentenorganisatie FpK en vertegenwoordiging van branches tot gedragscodes te komen waarin – rekening houdend met specifieke lokale omstandigheden – een concrete nadere invulling wordt gegeven aan de wettelijke rechten van de consument-koper. Een geschillencommissie zou een logisch sluitstuk daarvan zijn.


Dr. mr. P. Klik
Dr. mr. P. Klik was tot voor kort lector aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez en is thans werkzaam bij Burgers Advocaten te Curaçao en als consultant.
Jurisprudentie

Het CBb komt er uit voor Bolletje-beschuit: ACM bakt het al te bruin

Uitspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven van 11 februari 2016, Continental Bakeries B.V., A.A. ter Beek B.V. e.a./ACM, ECLI:NL:CBB:2016:23

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2016
Trefwoorden indirecte concurrentiedruk, private label-producten, merkproducten, upstream-marktafbakening, dilution factor
Auteurs Theon van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak A.A. Ter Beek en Continental Bakeries/ACM geeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven aan dat aan het feit dat de upstream-vraag een afgeleide is van de downstream-vraag, niet zonder meer de conclusie mag worden verbonden dat twee groepen producten die tot dezelfde relevante productmarkt op downstream-niveau behoren, dat ook doen op upstream-niveau.


Theon van Dijk
Dr. T.W.P. van Dijk is directeur bij E.CA Economics. De auteur bedankt Paul de Bijl voor commentaar en suggesties bij een eerdere versie van deze annotatie.
Artikel

Markttoezicht in de gezondheidszorg na wijziging Wmg

Overheveling van een AMM-instrument van de NZa naar ACM en verruimde toepassing daarvan

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2016
Auteurs Sjaak van der Heul en Frank Cornelissen
SamenvattingAuteursinformatie

    Momenteel worden de zorgspecifieke aspecten van een voorgenomen concentratie in de zorgsector – na een melding van de betrokken partijen – getoetst door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Ook is de NZa op grond van artikel 48 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) bevoegd om verplichtingen op te leggen aan zorgaanbieders en -verzekeraars die beschikken over aanmerkelijke marktmacht (AMM). Als het aan minister Schippers van VWS ligt, gaat daarin per 1 januari 2017 verandering komen. Zij stelt voor deze taken door een wetswijziging van de Wmg over te hevelen naar de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Die beoogde overheveling gaat gepaard met enkele materiële wijzigingen in het zorgspecifieke mededingingstoezicht. In dit artikel analyseren de auteurs het wetsvoorstel en voorzien dat van commentaar.


Sjaak van der Heul
Mr. S. van der Heul is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.

Frank Cornelissen
Mr. drs. F.J.J. Cornelissen is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.
Artikel

Naar een Europees wetboek voor elektronische communicatie

Kroniek Telecommunicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2016
Trefwoorden elektronische communicatie, telecommunicatie, internet, breedbandtoegang, radiospectrum
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt ingegaan op de ontwikkelingen in het Europese telecommunicatiekader in de afgelopen drie jaren. Het bevorderen van connectiviteit was een thema uit de voorstellen voor een ‘Connected Continent’ van Commissaris Kroes in 2013. Opnieuw is toegang tot snelle internetconnectiviteit een belangrijke doelstelling van regulering in het voorstel voor een geheel nieuw Europees wetboek voor elektronische communicatie dat de Europese Commissie in september 2016 publiceerde. Het voorstel betekent een algehele herziening van het Europees telecommunicatiekader dat gevolgen zal hebben voor de Nederlandse Telecommunicatiewet.


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is bijzonder hoogleraar telecommunicatierecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid (afdeling eLaw) van de Universiteit Leiden en advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Praktijk

Kroniek Nederlands mededingingsrecht 2015

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2016
Auteurs Robin Struijlaart, Marc Custers en Marc Wiggers
Auteursinformatie

Robin Struijlaart
Mr. R.A. Struijlaart werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.

Marc Custers
Mr. drs. M.G.A.M. Custers werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.

Marc Wiggers
Mr. dr. M.Ph.M. Wiggers werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

Beginselen van goed toezicht: het onafhankelijkheidsbeginsel

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Commissie-Borstlap, onafhankelijkheid, Europees toezicht, primaat van de politiek, toezichtdilemma’s
Auteurs Mr. dr. Margot Aelen
SamenvattingAuteursinformatie

    De aanleiding van dit themanummer van het Tijdschrift voor Toezicht – de ontwikkelingen inzake de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) – legt maar weer eens bloot hoe sterk de behoefte is aan beginselen van goed toezicht. De hervorming van de NZa staat echter niet op zichzelf. Het is slechts een van de veel bediscussieerde toezichthouders waarbij door schade en schande wordt geleerd en waarbij wordt gezocht naar een optimale institutionele en materiële vormgeving van het toezicht. In deze bijdrage wordt ingegaan op een aantal fundamentele beginselen die ten grondslag moeten liggen bij een dergelijke vormgeving. In het bijzonder wordt ingegaan op de onafhankelijkheid van toezichthouders. De NZa-casus en de lessen die hiervan kunnen worden geleerd, staan centraal.


Mr. dr. Margot Aelen
Mr. dr. M. Aelen is toezichthouderspecialist bij DNB en redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

Benoemingenbeleid en benoemingspraktijk bij markttoezichthouders: op naar meer onafhankelijkheid en diversiteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden markttoezichthouders, benoemingenbeleid, besturen, onafhankelijkheid, NZa, AFM
Auteurs Dr. Adriejan van Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de NZa-affaire stond het gebrek aan onafhankelijkheid van de toezichthouder van zowel het ministerie als het zorgveld centraal. Ook bij de AFM stonden nevenfuncties van de raad van toezicht onlangs in de schijnwerpers. Na een kritisch rapport hierover stapten verschillende leden op, het ministerie van Financiën beschuldigend van een machtsovername. Deze problematiek bewijst dat de dubbele onafhankelijkheid van markttoezichthouders en hun bestuurders voortdurend omstreden is. Dit artikel betoogt daarom dat de politiek het benoemingenbeleid bij markttoezichthouders zodanig moet aanpassen, dat er meer ruimte is voor onafhankelijkheid en diversiteit in de besturen.


Dr. Adriejan van Veen
Dr. A. van Veen is postdoctoraal onderzoeker aan het Instituut voor Geschiedenis van de Universiteit Leiden.
Artikel

Regelgeving en beleid door onafhankelijke toezichthouders: de praktijk van ACM

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Autoriteit Consument & Markt, regelgevende bevoegdheden, zelfstandig bestuursorgaan, onafhankelijk toezicht
Auteurs Mr. J.G. Vegter en Mr. P.I.W.R. Maandag
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft een inkijkje in de dagelijkse praktijk van de ACM. Er wordt beschreven op welke wijze de ACM invulling geeft aan haar wettelijke taken en bevoegdheden om regelgeving en beleid vast te stellen op het gebied van mededinging, consumentenbescherming en sectorspecifiek toezicht op de energie-, telecommunicatie-, post- en vervoersector. Zij heeft hiertoe een aantal wettelijke taken opgelegd gekregen, waaronder het vaststellen van beleidsregels en het maken van marktanalyses, alsmede het voorlichten van consumenten. Daarnaast brengt de ACM handreikingen en visiedocumenten uit, waarmee zij beoogt haar wettelijke doelstellingen en missie te verwezenlijken. Deze zijn niet gebaseerd op een wettelijke taak, maar op de missie en doelstelling van de ACM en zijn dus een meer informele manier om de effectiviteit van het toezicht te vergroten. De auteurs concluderen dat de ACM hierbij onafhankelijk opereert, omdat haar onafhankelijkheid ten opzichte van de verantwoordelijk minister voldoende is geborgd.


Mr. J.G. Vegter
Mr. J.G. Vegter is bestuurslid van ACM.

Mr. P.I.W.R. Maandag
Mr. P.I.W.R. Maandag is als senior jurist werkzaam bij de directie Juridische Zaken van ACM.
Artikel

Onafhankelijkheid en regulerende bevoegdheden van markttoezichthouders in EU-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden legaliteitsbeginsel, onafhankelijk markttoezicht, zelfstandig bestuursorgaan
Auteurs Prof. dr. S. Lavrijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of en hoe Europese onafhankelijkheidsvereisten in overeenstemming zijn met het legaliteitsbeginsel en het democratiebeginsel, en of deze beginselen ook op een andere wijze kunnen of moeten worden ingevuld, gelet op de Europese ontwikkelingen inzake markttoezicht. De Europese eisen inzake de onafhankelijkheid van markttoezicht houden enerzijds in dat de toezichthouder onafhankelijk moet zijn en anderzijds dat de toezichthouder ook tot op zekere hoogte onafhankelijk moet zijn van de nationale politiek. Dit laatste element roept de vraag op of zich dat verdraagt met de Nederlandse invulling van het legaliteitsbeginsel, namelijk het primaat van de wetgever. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord, omdat zowel het democratiebeginsel als het legaliteitsbeginsel ruimte laat voor een andere invulling dan de traditionele, mits wordt gewaarborgd dat burgers inspraak hebben en dat de autoriteit verantwoording schuldig is aan de rechter. Daarnaast nopen Europese ontwikkelingen bij markttoezicht ook tot een andere invulling.


Prof. dr. S. Lavrijssen
Prof. dr. S. Lavrijssen is hoogleraar consument en energierecht aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center van Tilburg University.
Redactioneel

De markttoezichthouder als wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
Auteursinformatie

Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden en Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Artikel

Aanbodbundeling en gezamenlijke verkoop van primaire landbouwproducten – hoever reikt het kartelverbod?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden GMO, mededingingsrecht, kartelverbod, landbouwsector, producentenorganisatie
Auteurs Mr. Eric Janssen en Mr. Sjaak van der Heul
SamenvattingAuteursinformatie

    In de vorig jaar in werking getreden GMO-Verordening worden producenten van primaire landbouwproducten gestimuleerd hun producten gezamenlijk af te zetten. Wanneer gezamenlijke afzet tevens centrale prijsstelling en/of aanbodbundeling impliceert, kan een spanningsveld ontstaan met het kartelverbod dat concurrentiebeperkende afspraken zoals prijsafspraken en quotering verbiedt. In deze bijdrage wordt nader ingegaan op de verhouding tussen de GMO-Verordening en het kartelverbod, waarbij de (on)mogelijkheden voor samenwerking in de landbouwsector worden geschetst.
    Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, PbEU 2013, L 347


Mr. Eric Janssen
Mr. H.C.E.P.J. (Eric) Janssen is advocaat mededingings- en GMO-recht bij Dirkzwager advocaten & notarissen

Mr. Sjaak van der Heul
Mr. S. (Sjaak) van der Heul is advocaat mededingings- en GMO-recht bij Dirkzwager advocaten & notarissen
Toont 1 - 20 van 187 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.