Zoekresultaat: 19 artikelen

x
Artikel

De onderzoeks- en klachtplicht in het Nederlandse kooprecht: een brug te ver?

Tegelijk een bespreking van het proefschrift van mr. S. Tamboer

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2022
Trefwoorden rechtsverwerking, rechtsvergelijking, kooprecht, Weens Koopverdrag, Handelsgesetzbuch
Auteurs Prof. dr. mr. A.U. Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt de in de praktijk belangrijke onderzoeks- en klachtplicht volgens art. 7:23 BW (en hier vooral het toepassingsbereik) en is tegelijk een bespreking van het proefschrift van Sacha Tamboer, De klachtplicht bij koop. Een pleidooi voor inperking van het toepassingsbereik in het licht van het pacta sunt servanda-beginsel.


Prof. dr. mr. A.U. Janssen
Prof. dr. mr. A.U. Janssen is hoogleraar (Europees) privaatrecht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Impressies

De Wet franchise in de glazen bol van Vranken

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2021
Trefwoorden Art. 7:915 BW, Obliegenheit, Schuldeisersverzuim, Onderzoeksplicht, Franchise
Auteurs C. de Looff
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens standaardjurisprudentie van de Hoge Raad plegen franchisegevers die ondeugdelijke prognoses verschaffen bij het aangaan van franchiseovereenkomsten niet zonder meer een wanprestatie jegens hun franchisenemers. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de vraag of het onderscheid dat de Hoge Raad in dergelijke gevallen maakt, tussen wanprestatie en onrechtmatige daad, (nog) gerechtvaardigd is, daarbij wordt een kritische blik geworpen op de rol van de Obliegenheit binnen het Nederlands verbintenissenrecht en in het verlengde daarvan wordt een visie gegeven op de rol van artikel 7:915 BW binnen de nieuwe Wet franchise.


C. de Looff
C. de Looff is masterstudent aan de Universiteit Leiden en heeft dit stuk geschreven in het kader van het Privatissimum: Burgerlijk recht, dit onder toezicht en begeleiding van mr. drs. J.H.M. Spanjaard, (onder meer) docent aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open De discriminerende werking van de algemenevoorwaardenafdeling

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2020
Trefwoorden algemene voorwaarden, voorrangsregels, verkeersvrijheden, uitvoerbeperking, discriminatieverbod
Auteurs Mr. L.M. van Bochove en Mr. T.J. de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs onderzoeken hoe art. 6:247 lid 2 BW, dat de algemenevoorwaardenafdeling uitschakelt voor internationale overeenkomsten, zich verhoudt tot het Europese recht. Zij concluderen dat de bepaling verenigbaar is met de Rome I-Verordening, maar strijdig met het discriminatieverbod dat voortvloeit uit de verkeersvrijheden. Ook doen zij een voorstel tot wetswijziging.


Mr. L.M. van Bochove
Mr. L.M. van Bochove is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. T.J. de Graaf
Mr. T.J. de Graaf is universitair hoofddocent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Hetzelfde ≠ gelijk

Aandachtspunten bij elektronische zittingen: een arbitragerechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Auteurs Bas van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse arbitragerecht geeft een scheidsgerecht de discretionaire bevoegdheid om te beslissen dat een hoorzitting ‘langs elektronische weg’ wordt gevoerd. Deze bijdrage beoordeelt het idee dat deze bevoegdheid van verplichte aard is. De bevoegdheid van arbiters om voor een elektronische hoorzitting te kiezen, is volgens haar beperkt door de fundamentele beginselen van het procesrecht, met name het gelijkheidsbeginsel. Het artikel somt relevante overwegingen op bij de keuze voor een elektronische hoorzitting in arbitrageprocedures met Nederlandse zetel en is van mening dat dergelijke overwegingen, gezien hun fundamentele karakter, ook van toepassing kunnen zijn in procedures voor de Nederlandse nationale rechtbanken.


Bas van Zelst
Prof. mr. B. van Zelst is advocaat bij Van Doorne en hoogleraar Dispute Resolution and Arbitration aan Maastricht University.
Artikel

Empiricism as an ethical enterprise. On the work of Erhard Blankenburg

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Empiricism, Erhard Blankenburg, mobilization of law, legal instruments, problems and disputes
Auteurs Prof. dr. Pieter Ippel
SamenvattingAuteursinformatie

    This article gives an interpretation of the empirical work of the well-known sociologist of law Erhard Blankenburg, who passed away in the Spring of 2018. He conducted interesting and intelligent research on the process of ‘mobilization of law’. The thesis of this article is that Blankenburg’s empirical approach is actually guided and stimulated by normative considerations. A complete and coherent picture of the concrete utilization of legal instruments shows that ‘alternative’ ways of dealing with problems and disputes are often morally preferable as they are inspired by a realistic assessment of persons-in-a-social-context.


Prof. dr. Pieter Ippel
Pieter Ippel is professor of law at University College Roosevelt (Middelburg) and Utrecht University. He studied philosophy, criminology and Dutch Law. From 1981-1987 he worked as an assistant with Erhard Blankenburg and finished his PhD in 1989. From 1989-1995 he worked as a civil servant in The Hague and from 1995-2005 he was professor of jurisprudence in Utrecht.
Artikel

Rechterlijke discretie voor de privaatrechtelijke reactie op ongewenst gedrag

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2017
Trefwoorden privaatrecht, remedies, discretie
Auteurs Prof. mr. ir. T.F.E. Tjong Tjin Tai
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur geeft in dit artikel een quasifilosofische reflectie op de juridische reacties op ongewenst gedrag in het privaatrecht aan de hand van de tweedeling tussen ‘kwaad’ en ‘slecht’ gedrag.


Prof. mr. ir. T.F.E. Tjong Tjin Tai
Prof. mr. ir. T.F.E. Tjong Tjin Tai is hoogleraar privaatrecht aan Tilburg University en onderzoeker bij het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht (TIP).
Diversen

Yes or no to no oral modification clauses?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Boilerplate, NOM-clausule, No oral modification, Gerechtvaardigd vertrouwen bij totstandkoming, Wil/vertrouwensleer
Auteurs Prof. mr. T.H.M. Van Wechem en Prof. mr. H.N. Schelhaas
SamenvattingAuteursinformatie

    Clausules waarin vooraf afspraken worden gemaakt over vormvereisten waaraan toekomstige wijzingen van de gemaakte afspraken moeten voldoen, zogenoemde NOM-clausules, laten zich lastig juridische plaatsen. Wat gaat vóór: de oude afspraak die aangeeft dat een nieuwe afspraak slechts schriftelijk kan worden gemaakt, of de nieuwe mondelinge afspraak waarbij klaarblijkelijk van de oude is afgeweken? In het artikel wordt min of meer aangegeven dat het hiervoor bedoelde ‘klaarblijkelijk’ het scharnierelement is. Om vast te stellen of partijen een nieuwe afspraak hebben willen maken, dient met precisie naar artikel 3:35 BW te worden gekeken. Volgens de auteurs zal het antwoord op voornoemde vraag afhangen van het ‘gerechtvaardigd’ vertrouwen dat in de nieuwe situatie al dan niet is opgewekt.


Prof. mr. T.H.M. Van Wechem
Prof. mr. T.H M. van Wechem is hoogleraar Professional Leagal Councelling aan de Open Universiteit.

Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit.
Artikel

Europese harmonisatie van online en op afstand verkoop van zaken en de levering van digitale inhoud (II)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Online en op afstand verkoop van zaken, Levering van digitale inhoud
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 december 2015 heeft de Europese Commissie een voorstel ingediend voor een richtlijn voor de levering van digitale inhoud. Het richtlijnvoorstel kent een ruim toepassingsgebied en is onder voorwaarden ook van toepassing op overeenkomsten waarbij de consument niet met geld, maar met de verstrekking van persoonsgegevens betaalt. Naast een bespreking van dit toepassingsgebied wordt vooral aandacht besteed aan de conformiteit van digitale inhoud en de remedies bij non-conformiteit.

    • Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, COM(2015)635 final

    • Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud, COM(2015)634 final


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder Europees consumentenrechten, bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam, lid van het Bestuur van de Onderzoeksschool Ius Commune en medewerker van dit blad. Dit artikel is mede gebaseerd op presentaties tijdens de Workshop Digital Single Market: Stakeholders’ Perspective on proposed new Contract Rules, georganiseerd door het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam en de ministeries van Economische Zaken en van Veiligheid en Justitie in het kader van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie op 4 februari 2016, en tijdens de op 18 februari 2016 in Brussel gehouden Conference New EU Rules for digital contracts, georganiseerd door ERA. Hij dankt mr. A.J. Hoelen en mr. B.J. Stuut (beiden werkzaam bij de Autoriteit Consument en Markt) voor hun waardevolle commentaar bij een eerdere versie van dit artikel.
Artikel

De opzet van de verzekeringnemer tot misleiding van de verzekeraar

Enkele opmerkingen naar aanleiding van HR 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:507 (Messoudi/ASR Schadeverzekering N.V.)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden verzekering, opzet, misleiding, verzwijging, dekkingsweigering
Auteurs Mr. dr. E.J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest Messoudi/ASR Schadeverzekering N.V.) nader ingegaan op (1) de mededelingsplicht van de verzekeringnemer, (2) de gevolgen van het niet voldoen aan de mededelingsplicht, en (3) de vraag wanneer de verzekeringnemer heeft gehandeld met de opzet om de verzekeraar te misleiden. Indien de verzekeringnemer heeft gehandeld met de opzet om de verzekeraar te misleiden dan is de verzekeraar geen uitkering verschuldigd.


Mr. dr. E.J. Zippro
Mr. dr. E.J. Zippro is advocaat bij ZIPPRO MEIJER CITTEUR Advocaten te Amsterdam.
Artikel

De onwenselijkheid van de toepassing van de klachtplicht uit art. 6:89 BW op vorderingen ex art. 2:9 BW: een dogmatisch en praktisch perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Klachtplicht, bestuurdersaansprakelijkheidsvordering, art. 6:89 BW, art. 2:9 BW, art. 2:8 BW
Auteurs Mr. A.J. Rijsterborgh en Mr. Z.D. Veldhoen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs betogen dat de klachtplicht van art. 6:89 BW niet dient te worden toegepast op vorderingen ex art. 2:9 BW. Zij menen dat dogmatische én praktische bezwaren hieraan in de weg staan. De rechter dient zich bij interne bestuurdersaansprakelijkheidsvorderingen te beperken tot de toepassing van art. 2:8 BW.


Mr. A.J. Rijsterborgh
Mr. A.J. Rijsterborgh is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. Z.D. Veldhoen
Mr. Z.D. Veldhoen is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm

Proefschrift van mr. P.S. Bakker

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden redelijkheid en billijkheid, contractuele gebondenheid, uitleg, imprévision, ambtshalve toepassing
Auteurs Mr. W.L. Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het proefschrift van Bakker over redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm, dat fundamentele vragen van contractenrecht aan de orde stelt: de grondslag van contractuele gebondenheid, uitleg van commerciële contracten, imprévision en ambtshalve toepassing van redelijkheid en billijkheid. De recensent voelt zich met de positie van Bakker verwant, maar plaatst kritische kanttekeningen.


Mr. W.L. Valk
Mr. W.L. Valk is vicepresident van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Patientenrechtegesetz: geneeskundige behandeling in Duits Burgerlijk Wetboek

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Patientenrechtegesetz, Medisch aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Prof. mr. E.H. Hondius en prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    Afgelopen winter trad in Duitsland het nieuwe patiëntenrecht in werking. Een nieuwe titel in het Burgerlijk Wetboek, als de WGBO bij ons. In dit artikel bespreken de auteurs de contouren van deze compacte wet. Is de ontwikkeling in Duitsland vergelijkbaar met die in Nederland? De meest opvallende afwijkingen zijn een regeling van ‘Aufklärungspflichten’ voor de geïnformeerde toestemming naast ‘Informationspflichten’. Scherp gesteld zijn verder de verplichtingen over dossiervoering. Een bepaling over de aansprakelijkheid rondt de bepalingen in de titel van de geneeskundige behandelingsovereenkomst af, waarbij de patiënt tegemoet wordt gekomen in de op hem rustende bewijslast voor aansprakelijkheid van de hulpverlener.


Prof. mr. E.H. Hondius
Ewoud Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en lid van de redactieraad van dit tijdschrift.

prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat te Zwolle, bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en lid van de redactie van dit tijdschrift.

    Bespreking van het proefschrift van mr. K.J.O. Jansen


Mr. W.L. Valk
Mr. W.L. Valk is vicepresident van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

    In its Betfair judgment, the Court of Justice ruled that the exclusive license system with respect to games of chance under Dutch law breaches Article 49 of the EC, now: Article 56 of the TFEU, concerning the free movement of services, and in particular the principle of equal treatment and the obligation of transparency. This article addresses the lessons which can be drawn from this judgement and which Dutch legal concepts could be applied to this 'European' obligation of transparency. According to the judgement, this is not only the case for 'public contracts'and 'concessions', but also to licenses under public law. This article addresses the meaning of these legal concepts and discusses to what extent this 'European' obligation of transparency applies to the relevant Dutch legal concepts.


Annemarie Drahmann
Annemarie Drahmann is promovenda aan de afdeling staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden en senior Professional Support Lawyer bij Stibbe.
Artikel

Enige vraagstukken van verzekeringsdekking

Proefschrift van mr. F. Stadermann

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden verzekeringsdekking
Auteurs Mr. M.J. Tolman
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het proefschrift van mr. F. Stadermann.


Mr. M.J. Tolman
Mr. M.J. Tolman is juridisch adviseur bij Delta Lloyd Schadeverzekering N.V.
Jurisprudentie

Inzage in medische informatie: Hof Arnhem 27 juni 2006, zaaknr. 2005/1206 en 2006/58

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 03 2006
Trefwoorden Verzekeraar, Slachtoffer, Voorlopig deskundigenbericht, Deskundigenbericht, Inzage, Beschikking, Deskundigenonderzoek, Inzagerecht, Personenschade, Schade
Auteurs Knijp, P.C.

Knijp, P.C.
Artikel

Driekwart van de heersende leer over vervaltermijnen is onjuist

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden verval, verjaring, ambtshalve toepassing, stuiting
Auteurs Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat betreft vermogensrechtelijke vervaltermijnen zijn drie van de vier traditionele onderscheidingen tussen verval en verjaring onhoudbaar: (1) vervaltermijnen moeten net zo min als verjaringstermijnen ambtshalve worden toegepast en (2) afstand van verval is niet in mindere mate mogelijk dan afstand van verjaring. (3a) Stuiting van verval is, via een redelijke wetsuitleg of via de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, mogelijk als het gaat om vorderingsrechten.Helemaal gelijk zijn vermogensrechtelijke verval- en verjaringstermijnen intussen niet; (3b) voor bevoegdheden of obliegenheiten is de stuitingfiguur in de regel ongeschikt, omdat daar de crediteur zelf zijn recht kan verwezenlijken of zijn obliegenheit kan vervullen.


Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
Mr. dr. J.L. Smeehuijzen is universitair docent aan de VU en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Arnhem. Deze bijdrage is grotendeels ontleend aan hoofdstuk 28 van zijn dissertatie De bevrijdende verjaring (VU 2008).
Artikel

Bewijs(last) terhandstelling algemene voorwaarden

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2009
Trefwoorden algemene voorwaarden, terhandstelling, bewijslast
Auteurs Mr. D.J. Beenders
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Hoge Raad een tweetal arresten gewezen die ingaan op de vraag wie moet bewijzen dat algemene voorwaarden al dan niet ter hand zijn gesteld en hoe dat bewijs geleverd kan worden. Auteur voorziet deze arresten van commentaar en behandelt daarbij enkele punten met betrekking tot voornoemde vragen die in de literatuur en lagere rechtspraak verschillend worden opgepakt.


Mr. D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Amsterdam.

T.H.M. van Wechem
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.