Zoekresultaat: 9 artikelen

x
Artikel

Access_open De impact van de ISU-zaak

Het Europees mededingingsrecht als kader en scheidsrechter in het conflict rond de European Super League?

Tijdschrift Voetbal- & Sportjuridische Zaken, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Europees mededingingsrecht, organisatie van de sport, rol federaties, Voetbal, breakaway league
Auteurs An Vermeersch
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de impact van de recente uitspraak van het Gerecht van de Europese Unie in de ISU-zaak op de organisatie van de voetbalsport en toont aan dat zowel de plannen voor een Europese Super League als de reactie van UEFA en FIFA de mededingingsrechtelijke toets mogelijk niet doorstaan.


An Vermeersch
Prof. dr. A.P.L. (An) Vermeersch is gastprofessor Sportrecht aan de Universiteit Gent, lector Europees recht aan de Hogeschool Gent, tuchtrechter bij het Vlaams Sport Sporttribunaal en arbiter bij het Belgisch Arbitragehof voor de Sport.
Artikel

Niet-grensoverschrijdende zorgverlening en het EU-recht

Hoe het EU-recht ten onrechte een doorslaggevende invloed uitoefent op het zorgstelsel

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2019
Trefwoorden hinderpaal, vrij verkeer van diensten, zorgstelsel, naturapolis, restitutiepolis
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Verzekerden onder een naturapolis die een niet-gecontracteerde zorgaanbieder bezoeken, kunnen aanspraak maken op een door de zorgverzekeraar te bepalen vergoeding. Die vrijheid van de zorgverzekeraar is door de minister en in de rechtspraak sterk ingeperkt, maar in dat kader wordt ten onrechte geen onderscheid gemaakt tussen grensoverschrijdende en niet-grensoverschrijdende zorg.


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is als bedrijfsjurist werkzaam bij ING.
Artikel

Staatssteun en economische activiteiten van de kerk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden staatssteun, onderneming, status kerk, economische activiteit, loyaliteitsverplichting
Auteurs Mr. drs. M.A. Fierstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In een arrest gewezen naar aanleiding van een Spaanse vrijstelling van de Katholieke Kerk van belastingen heeft de Grote kamer van het Hof van Justitie een interessant oordeel gegeven over de toepasselijkheid van het recht van de Unie op activiteiten van kerken. Het arrest bevat fundamentele overwegingen over de kwalificatie van een entiteit als onderneming en gaat in op de vraag wanneer activiteiten economische activiteiten zijn. Voorts komt het onderscheid tussen bestaande en nieuwe steunmaatregelen aan de orde. Bijkomend gaat het Hof van Justitie in op de betekenis voor de nationale rechter van het beginsel van loyale samenwerking.
    HvJ (Grote kamer) 27 juni 2017, zaak C-74/16, Congregación de Escuelas Pías Provincia Betania/Ayuntamiento de Getafe, ECLI:EU:C:2017:496


Mr. drs. M.A. Fierstra
Mr. drs. M.A. (Marc) Fierstra is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden en redactielid van NtEr.
Jurisprudentie

De onbelemmerde richtlijnconforme uitleg van artikel 9a Waadi

HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland (zzp’er/Focus on Human B.V.)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Waadi, Belemmeringsverbod, Uitzendrichtlijn, Overeenkomst van opdracht, Inlener
Auteurs Prof. A.R. Houweling
SamenvattingAuteursinformatie

    In artikel 9a Waadi is een verbod op het stellen van belemmeringsbedingen bij ‘terbeschikkingstelling van arbeidskrachten’ opgenomen. Aanleiding voor dit verbod was de equivalent in de Uitzendrichtlijn die Nederland moest implementeren. De parlementaire geschiedenis van artikel 9a Waadi geeft geen houvast voor de uitleg van het precieze bereik van het artikel. Er wordt enkel verwezen naar de Uitzendrichtlijn die deels via de Waadi in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd. Bijgevolg is voor het bereik van artikel 9a Waadi het bereik van artikel 6 lid 2 Uitzendrichtlijn van belang. Het Hof van Justitie van de EU heeft tot op heden geen uitspraak gedaan over het precieze bereik van artikel 6 lid 2 Uitzendrichtlijn. Dit maakt het oordeel van de Hoge Raad van 14 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland (zzp’er/Focus on Human B.V.)) en diens weigering prejudiciële vragen te stellen extra interessant. De auteur staat in dit commentaar stil bij twee vragen:
    Beschermt artikel 9a Waadi ook een ex-werknemer die bij de inlener op basis van een overeenkomst van opdracht (geen arbeidsovereenkomst) werkzaamheden gaat verrichten? En zo ja, bieden de tekst en toelichting van artikel 9a Waadi de nationale rechter voldoende ruimte richtlijnconform te interpreteren?
    Beschermt artikel 9a Waadi ook de werknemer die reeds een vast contract heeft bij de uitlener?


Prof. A.R. Houweling
Prof. A.R. Houweling is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.
Artikel

De spannende kennismaking tussen staatssteun en voetbal onderzocht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden staatssteun, voetbalclubs, ondernemingsbegrip, marktconformiteit, richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun
Auteurs Mr. A.A. Khatib
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2013 begon de Europese Commissie een onderzoek naar staatssteun aan verschillende voetbalclubs in Nederland en Spanje. Dit onderzoek is op 4 juli 2016 tot een einde gekomen. De Europese Commissie oordeelt dat de steunmaatregelen ten gunste van de Nederlandse voetbalclubs geen of verenigbare staatssteun behelzen. De Spaanse voetbalclubs moeten echter substantiële bedragen terugbetalen omdat de Europese Commissie concludeert dat zij onverenigbare staatssteun hebben ontvangen.

    • Europese Commissie 4 juli 2016, SA.40168 (Willem II), SA.41612 (MVV), SA.41614 (Den Bosch), SA.41617 (NEC) en SA.41613 (PSV)

    • Europese Commissie 4 juli 2016, SA.29769 (Real Madrid CF, FC Barcelona, Athletic Club Bilbao, Atlético Osasuna), SA.33754 (Real Madrid) en SA.36387 (Valencia, Hercules en Elche).


Mr. A.A. Khatib
Mr. A.A. (Ali) al Khatib is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Directe horizontale werking van primair Unierecht in de praktijk

Een illustratie aan de hand van de verdragsbepalingen inzake het vrije verkeer van goederen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2013
Trefwoorden directe horizontale werking, Unierecht, nietigheid, recht op schadevergoeding, ambtshalve toepassing
Auteurs Mr. drs. T.S. Hoyer
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage maakt inzichtelijk welke mogelijkheden het Unierecht de praktijk biedt. Een illustratie aan de hand van de verdragsbepalingen inzake het vrije verkeer van goederen laat zien hoe het Unierecht kan leiden tot de nietigheid van een rechtshandeling, een recht op schadevergoeding of een plicht tot ambtshalve toepassing.


Mr. drs. T.S. Hoyer
Mr. drs. T.S. Hoyer studeerde Onderneming & Recht en Biomedische Wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Hoofdartikel

Uniform of gedifferentieerd arbeidsrecht

Een nationaal en rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtvaardiging en toekomst van bijzondere arbeidsverhoudingen

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden bijzondere arbeidsverhoudingen, uniform, differentiatie, rechtsvergelijking, gelijkheidsbeginsel, kwalificatievraag
Auteurs Prof. mr. dr. A.R. Houweling en Mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1907 heeft de wetgever bewust gekozen voor een uniforme wettelijke regeling inzake de arbeidsovereenkomst. Een gedifferentieerd stelsel van afzonderlijke arbeidsrechtelijke regelingen voor bijzondere beroepsgroepen werd uitdrukkelijk van de hand gewezen. Zo’n stelsel zou namelijk slechts aanleiding geven tot afbakeningsproblemen en rechtsonzekerheid. Inmiddels heeft zich evenwel – niettegenstaande dit uitgangspunt − een ‘waaier’ aan bijzondere arbeidsverhoudingen ontwikkeld. Gezien de parlementaire geschiedenis van de huidige wettelijke regeling in titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek, zou men verwachten dat het creëren (of handhaven) van afwijkende regelingen voor bepaalde arbeidsverhoudingen uitdrukkelijk door de wetgever is/wordt gemotiveerd en dat aan de vormgeving van dergelijke bijzondere arbeidsverhoudingen bewuste keuzes en/of principes ten grondslag liggen. In dit artikel onderzoeken de auteurs welke bijzondere arbeidsverhoudingen er zijn en in hoeverre daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. In het tweede deel van dit onderzoek analyseren de auteurs de trends en ontwikkelingen van bijzondere arbeidsverhoudingen in de Europese Unie. De auteurs concluderen dat voor een groot aantal bijzondere arbeidsverhoudingen geen rechtvaardigingsgronden (meer) bestaan. Voorts concluderen de auteurs dat ook in het buitenland geen rechtvaardigingsgronden zijn aangetroffen voor onderscheidingen in arbeidsrechtelijke regelingen. Zij wijzen erop dat bepaalde ontwikkelingen in het buitenland – met name ingegeven vanuit het gelijkheidsbeginsel en EU-recht – laten zien dat eerder een verregaande uniformering in plaats van verdergaande differentiatie valt te verwachten. Het gebruik van open normen – zoals in Nederland het geval is – zal in deze ontwikkeling een belangrijke rol spelen.


Prof. mr. dr. A.R. Houweling
Prof. mr. dr. A.R. Houweling is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. G.W. van der Voet
Mw. mr. dr. G.W. van der Voet is universitair docent aan de Erasmus School of Law en arbeidsrechtadvocaat bij AKD.
Artikel

Nog geen horizontale rechtstreekse werking van het vrije verkeer van goederen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden artikel 34 VWEU, vrij verkeer van goederen, horizontale werking, normerings- en certificeringsactiviteiten, bijzondere redenen van particulier belang
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten en mr. T. Nauta
SamenvattingAuteursinformatie

    In brede kring wordt aangenomen dat het vrij verkeer van diensten, werknemers en vestiging onder omstandigheden rechtstreeks doorwerken in horizontale relaties. In de zaak Fra.bo past het Hof van Justitie het leerstuk van de horizontale rechtstreekse werking niet expliciet toe op het vrije goederenverkeer. Zaakspecifiek maakt het Hof van Justitie echter duidelijk dat onder omstandigheden ook een particuliere organisatie als gedaante van ‘publieke macht’ kan worden aangemerkt waarmee haar activiteiten en voorschriften binnen de reikwijdte van het recht betreffende het vrije goederenverkeer vallen. Het Hof van Justitie lijkt hiermee impliciet aan te sluiten bij zijn collectiviteitsredenering inzake het vrij verkeer van diensten, werknemers en de vestigingsvrijheid.


Mr. dr. H.J. van Harten
Herman van Harten is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

mr. T. Nauta
Thomas Nauta is werkzaam bij het Ministerie van Buitenlandse zaken en schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.
Jurisprudentie

De zaak Bernard: het Hof van Justitie laat opleidingsvergoedingen toe in het voetbal

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden Olympique Lyonnais, opleidingsvergoeding, Bernard
Auteurs Prof. dr. S.C.G. Van den Bogaert
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Bernard heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie) gesteld dat voetbalclubs een opleidingsvergoeding kunnen vragen voor jonge spelers die zij hebben opgeleid wanneer deze spelers na afloop van hun opleiding een profcontract met een club uit een andere lidstaat willen sluiten. De betwiste Franse regeling ging evenwel verder dan volgens het Hof van Justitie noodzakelijk was om de bescherming van de jeugdopleiding te verzekeren en werd dan ook verworpen als strijdig met het vrij verkeer van werknemers. Met deze uitspraak gaat het Hof van Justitie door op de reeds geruime tijd ingeslagen weg om sportregels te onderwerpen aan de Europese verdragsregels, zonder daarbij evenwel de eigenheid van sport uit het oog te verliezen. Het Hof van Justitie heeft zich in deze zaak niet uitgelaten over de verenigbaarheid van de thans geldende FIF- regels inzake opleidingsvergoedingen met het Europees recht.


Prof. dr. S.C.G. Van den Bogaert
Prof. dr. S.C.G. Van den Bogaert is hoogleraar Europees recht en directeur van het Europa Instituut aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.