Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2904 artikelen

x
Europees strafrecht

Het Europees Openbaar Ministerie en het hervormde OLAF uit de startblokken

Een nieuwe impuls voor Europese fraudebestrijding

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2022
Trefwoorden EOM, rechtsbescherming, OLAF, fraude, strafrecht
Auteurs mr. S.J. Lopik, mr. E.M.R.H. Vancraybex en mr. Y. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    De strijd tegen fraude die ten koste kan gaan van EU-middelen heeft een nieuwe impuls gekregen. Op 1 juni 2021 is het Europees Openbaar Ministerie (EOM) met zijn werkzaamheden begonnen. De komst van het EOM brengt ook veranderingen met zich voor de rol en de taakuitoefening van het Europees bureau voor fraudebestrijding (OLAF). In dit artikel gaan de auteurs in op deze ontwikkelingen en leggen daarbij de nadruk op het spanningsveld rond deze bevoegdheidsoverdracht en de noodzaak om te voorzien in effectieve procedurele waarborgen.
    Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (‘EOM’) (PbEU 2017, L 283/1-71).
    Wet van 17 maart 2021 tot aanpassing van enkele wetten ter uitvoering van de Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (‘EOM’) (PbEU 2017, L 283) (Invoeringswet EOM) (Stb. 2021, 155).
    Verordening (EU, Euratom) 2020/2223 van het Europees Parlement en de Raad van 23 december 2020 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 wat betreft samenwerking met het Europees Openbaar Ministerie en de doeltreffendheid van de door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (‘OLAF’) uitgevoerde onderzoeken (PbEU 2020, L 437/49).
    Verordening (EU, Euratom) 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PbEU 2013, L 248), zoals gewijzigd bij de Wijzigingsverordening.


mr. S.J. Lopik
Mr. S.J. (Sjoerd) Lopik is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam en buitenpromovendus aan de Universiteit Leiden.

mr. E.M.R.H. Vancraybex
Mr. E.M.R.H. (Eline) Vancraybex is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam en redactielid van NtEr.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak bestuursrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2022
Trefwoorden toezicht, handhaving, kwaliteit van zorg, geneesmiddelen, openbaarheid
Auteurs Mr. M.L. Batting, Mr. I. Hasker en Mr. M. van der Mersch
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek bespreken de auteurs de relevante bestuursrechtelijke uitspraken en ontwikkelingen op het terrein van de gezondheidszorg. Deze kroniek ziet op de periode van 1 juni 2020 tot 1 juni 2022.


Mr. M.L. Batting
Marije Batting is werkzaam als advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. I. Hasker
Ingrid Hasker is werkzaam als Professional Support Lawyer bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. M. van der Mersch
Melita van der Mersch is werkzaam als advocaat bij Velink & De Die te Amsterdam.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2022/47

HR 22 april 2022, 21/04295, ECLI:NL:HR:2022:653

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2022
Artikel

Biedt de Wet politiegegevens een stelsel van ‘end-to-end’ privacywaarborgen?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2022
Trefwoorden bulkgegevens, Wetboek van strafvordering, Wet politiegegevens, privacy en gegevensbescherming, Big Brother-arrest
Auteurs Prof. mr. dr. B.W. (Bart Willem) Schermer en Dr. M. (Maša) Galič
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever heeft gekozen voor een hybride systeem van toezicht op de verwerking van gegevens in de context van het strafrecht. De kunstmatige scheiding tussen het Wetboek van Strafvordering en de Wet politiegegevens (Wpg) bemoeilijkt echter een effectieve rechtsbescherming daar waar het gaat om de verwerking van bulkgegevens. De Europese hoven hebben in hun jurisprudentie duidelijke kaders aangegeven voor rechtmatige verwerking van bulkgegevens. Centraal hierbij staat de aanwezigheid van een systeem van ‘end-to-end’ waarborgen. In dit artikel toetsen wij of de vereisten die de Europese Hoven stellen aan de rechtmatigheid van de verzameling en analyse van gegevens in ons Wetboek van Strafvordering en de Wpg weerspiegeld zijn.


Prof. mr. dr. B.W. (Bart Willem) Schermer
Prof. mr. dr. B.W. (Bart Willem) Schermer is hoogleraar privacy en cybercrime aan de Universiteit Leiden en partner bij adviesbureau Considerati.

Dr. M. (Maša) Galič
Dr. M. (Maša) Galič is universitair docent privacy en straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Het Europees onderzoeksbevel: vergaande Europese samenwerking op basis van het beginsel van wederzijdse erkenning

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2022
Trefwoorden EOB, rechtsbescherming, rechterlijke toetsing, geheimhouding, beklag
Auteurs Mr. T.M. (Tessa) de Groot en Mr. P. (Paul) van Glabbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees onderzoeksbevel (EOB) is een instrument, gebaseerd op het beginsel van wederzijdse erkenning, dat vergaande samenwerking tussen EU-lidstaten op het gebied van de bewijsvergaring voor strafzaken mogelijk maakt. In deze bijdrage wordt ingegaan op de mate van rechtsbescherming die aan de betrokkene kan worden geboden bij de uitvoering van een EOB. De auteurs concluderen dat het EOB grote voordelen kent, maar ook spanning kan opleveren met de mate van rechtsbescherming die in de uitvoerende staat kan worden geboden.


Mr. T.M. (Tessa) de Groot
Mr. T.M. (Tessa) de Groot is wetenschappelijk medewerker strafrecht bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Mr. P. (Paul) van Glabbeek
Mr. P. (Paul) van Glabbeek is wetenschappelijk medewerker strafrecht bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Over de beslaglijst en spookvoorwerpen: over welke inbeslaggenomen voorwerpen moet de zittingsrechter nog beslissen?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2022
Trefwoorden strafrechtelijk beslag, conservatoir beslag, beslaglijst, artikel 34 Sr, artikel 353 Sv
Auteurs Mr. I.M.L. (Ilou) Felix, Mr. A.J.P. (Alexander) Schild, Mr. G. (Geert) Schnitzler e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de vraag over welk beslag de zittingsrechter nog dient te beslissen. Wet en praktijk lopen op dit vlak uiteen. Zo is de beslaglijst in de praktijk vaak leidend, maar formeel moet ook over voorwerpen waar inmiddels geen beslag meer op rust nog een beslissing genomen worden. Daarnaast lijkt artikel 353 Sv geen rekening te houden met de mogelijkheid dat een klassiek beslag is gehandhaafd als conservatoir (art. 94a Sv) beslag. Indien de zittingsrechter een voorwerp verbeurd wil verklaren waarop conservatoir beslag rust, lijkt abusievelijk ook artikel 34 Sr van toepassing.


Mr. I.M.L. (Ilou) Felix
Mr. I.M.L. (Ilou) Felix is rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Mr. A.J.P. (Alexander) Schild
Mr. A.J.P. (Alexander) Schild is raadsheer in het gerechtshof Den Haag.

Mr. G. (Geert) Schnitzler
Mr. G. (Geert) Schnitzler is rechter in de rechtbank Midden-Nederland.

Mr. E.G.F. (Esther) Vliegenberg
Mr. E.G.F. (Esther) Vliegenberg is rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Artikel

De Hoge Raad als klankbord

Over het stellen van prejudiciële vragen aan de strafkamer van de Hoge Raad

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2022
Trefwoorden prejudiciële procedure, Hoge Raad, innovatiewet, strafvordering
Auteurs Mr. S. (Sam) van den Akker
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de toekomstige procedure voor het stellen van prejudiciële zaken aan de Hoge Raad in strafzaken. De auteur bespreekt onder meer de voor- en nadelen van deze procedure en geeft handvatten aan de feitenrechter in de vorm van een beslissingsschema dat de rechter voorafgaand aan het stellen van een prejudiciële vraag kan doorlopen.


Mr. S. (Sam) van den Akker
Mr. S. (Sam) van den Akker is advocaat bij Baumgardt Strafcassatie Advocatuur te Rotterdam.
Artikel

Een nieuw licht op het verbieden van ‘radicale’ organisaties en de democratische paradox

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2022
Trefwoorden weerbare democratie, artikel 2:20 BW, verboden rechtspersoon, vrijheid van vereniging, radicalisering
Auteurs Mr.dr. L.A. (Marloes) van Noorloos
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft een beschouwing van de per 1 januari 2022 verruimde wettelijke mogelijkheden om een rechtspersoon te verbieden en te ontbinden wegens strijd met de openbare orde (art. 2:20 BW) vanuit het perspectief van de discussie over democratische weerbaarheid en grond- en mensenrechten. Deze wetswijziging beoogt onder meer om de rechtsstaat weerbaarder te maken tegen radicale organisaties. Bij de noodzaak, selectieve focus en invulling worden verschillende kritische vragen gesteld. Geconcludeerd wordt dat de wijze waarop van de verbodenverklaring gebruik zal worden gemaakt, zal moeten getuigen van terughoudendheid, wijsheid en mensenrechtelijk besef.


Mr.dr. L.A. (Marloes) van Noorloos
Mr. dr. L.A. (Marloes) van Noorloos is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan Tilburg Law School.
Actueel

… en ontevreden over OM-afdoeningen

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2022
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Artikel

De ontwikkeling van het JIT: de wet van de remmende voorsprong?

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2022
Trefwoorden Joint Investigation Team, Gemeenschappelijk onderzoeksteam, Europese samenwerking in strafzaken, Rechtshulp, Grensoverschrijdende samenwerking
Auteurs Mr. A.L.M. (Alana) van Rookhuizen
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de jaren heen is de wijze waarop wordt omgegaan met en gebruik gemaakt van JITs veranderd. Ook in de context van de JIT-samenwerking hebben zich wijzigingen voorgedaan, bijvoorbeeld door de komst van nieuwe EU-regelgeving voor strafrechtelijke samenwerking. Het bekendste voorbeeld daarvan is de Richtlijn Europees onderzoeksbevel. De vraag die in het artikel centraal staat is wat het toekomstperspectief van het JIT is. Heeft het JIT in de veranderende wereld van de Europese samenwerking in strafzaken nog een plaats?


Mr. A.L.M. (Alana) van Rookhuizen
Alana van Rookhuizen is Nationaal JIT expert en senior parketsecretaris bij het Landelijk Internationaal Rechtshulpcentrum, Landelijk Parket, Openbaar Ministerie. Zij heeft dit artikel op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Access_open Grensoverschrijdende misdaad. Wanneer moeten opsporing en vervolging de grens over?

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2022
Trefwoorden EU-strafrecht, Grensoverschrijdende samenwerking, Formeel strafrecht, Positieve verplichtingen, Internationalisering strafrecht
Auteurs Mr. B. (Boudewijn) de Jonge
SamenvattingAuteursinformatie

    Internationaal en Europees recht vergen een actieve houding van politie en justitie ten aanzien van de bestrijding van grensoverschrijdende misdaad. Dit artikel beschrijft de bestaande verplichtingen die nopen tot een internationaal georiënteerde opsporing en vervolging, en verkent de fundamenten van die verplichtingen. Daarnaast komt de vraag aan de orde in welke mate Nederland op dit moment aan haar internationale verplichtingen voldoet en wat nodig is om dat te versterken.


Mr. B. (Boudewijn) de Jonge
Boudewijn de Jonge is officier van justitie bij het Landelijk Parket. Daarnaast doet hij als buitenpromovendus bij de Universiteit Leiden vergelijkend onderzoek naar de wijze waarop onderzoeksrechters en officieren van justitie grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit benaderen. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Redactioneel

Strafrechtelijke samenwerking in de EU

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2022
Auteurs Prof. dr. D. (Dirk) van Daele en prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest
Auteursinformatie

Prof. dr. D. (Dirk) van Daele
Dirk van Daele is als hoogleraar verbonden aan het Instituut voor Strafrecht en het Leuvens Instituut voor Criminologie van de KU Leuven en is tevens redactielid van Boom Strafblad.

prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest
Pieter Verrest is hoogleraar straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit en redacteur van Boom Strafblad.
Nationaal

VSZ 2022/15

Rb. Midden-Nederland (vzr.) 19 november 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:5705 (Voetbalsupporters/KNVB)

Tijdschrift Voetbal- & Sportjuridische Zaken, Aflevering 2 2022
Auteurs Tim Wilms en Niels Jansen
Auteursinformatie

Tim Wilms
Mr. T.A. (Tim) Wilms is advocaat arbeidsrecht en sport bij Kennedy Van der Laan.

Niels Jansen
Mr. dr. N. (Niels) Jansen is universitair docent arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De rol van het strafrecht in en rondom het voetbal

Een inventarisatie met aandacht voor onrechtmatigheid en de ultimum remedium-gedachte

Tijdschrift Voetbal- & Sportjuridische Zaken, Aflevering 2 2022
Trefwoorden sport- en spelsituatie, exceptie, matchfixing, strafbaarstelling, handhaving
Auteurs Sven Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    Het strafrecht staat erom bekend dat het met een zekere terughoudendheid moet worden toegepast. Alleen indien inzet van andere middelen niet effectief is, is het aangewezen om het strafrecht in te zetten tegen ongeoorloofd gedrag. Tegelijkertijd klinkt de roep om inzet van het strafrecht als doelmatig en afschrikwekkend middel steeds luider, zo ook in het kader van aan voetbal gerelateerde feiten. Deze noties doen de vraag rijzen wat de precieze rol van het strafrecht in en rondom het voetbal is (of moet zijn). Die vraag wordt beantwoord met aandacht voor twee uitgangspunten in het strafrecht: onrechtmatigheid en de ultimum remedium-gedachte.


Sven Bakker
Mr. dr. S.R. (Sven) Bakker is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Peer-reviewed artikel

Toezicht en opsporing door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

Een verkenning van juridische knelpunten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2-3 2022
Trefwoorden sfeerovergang, sfeercumulatie, opsporing, Inspectie, gezondheidszorg
Auteurs Quirine Amelink, Lorraine Schleeper, Ian Leistikow e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Bepaalde normoverschrijdingen kunnen zowel een bestuursrechtelijke als een strafrechtelijke reactie oproepen, hetgeen zich kan manifesteren in sfeercumulatie en sfeer­overgang. In de literatuur ontbreekt specifieke aandacht voor eventuele problematiek omtrent sfeer­overgang en sfeercumulatie binnen het zorgveld, terwijl juist het feit dat de IGJ als toezichthouder ook een opsporingstaak heeft bijzondere vraagstukken rondom het samenspel van toezicht en opsporing oproept. In deze bijdrage wordt toegelicht hoe de opsporingstaak van de IGJ is georganiseerd en welke juridische consequenties de tweeledige taak van de IGJ heeft. Gebleken is dat de juridische consequenties van het samenspel van toezicht en opsporing op het gebied van de gezondheidszorg beperkt zijn ten aanzien van de inzet van bevoegdheden, maar omvangrijk in het kader van gegevensuitwisseling.


Quirine Amelink
Mr. Q.J.M.A. Amelink is werkzaam als juridisch adviseur bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Lorraine Schleeper
Mr. L. Schleeper is werkzaam als senior juridisch adviseur bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).

Ian Leistikow
Prof. dr. I.P. Leistikow is werkzaam als coördinerend/specialistisch adviseur bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en is bijzonder hoogleraar overheidstoezicht op kwaliteit en veiligheid van de gezondheidszorg bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Marianne Hirsch Ballin
Prof. dr. mr. M.F.H. Hirsch Ballin is hoogleraar straf- en strafprocesrecht bij de Vrije Universiteit Amsterdam en werkzaam als advocaat bij Pels Rijcken.
Artikel

Verantwoording door toezichthouders

Lessen voor Nederland uit internationaal onderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2-3 2022
Trefwoorden verantwoording, internationaal onderzoek toezicht, onafhankelijkheid, netwerken gedrag
Auteurs Machiel van der Heijden, Sjors Overman en Thomas Schillemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Toezichthouders hebben onafhankelijkheid nodig om deskundig en ongebonden toezicht te kunnen uitoefenen. Deze noodzaak staat op enigszins gespannen voet met principes van de democratische rechtsstaat, waardoor passende vormen van verantwoording nodig zijn om de uitvoering van publieke taken door toezichthouders inzichtelijk te maken en op de noodzakelijke democratische controle toe te zien. Dit artikel bespreekt de kernthema’s en kerninzichten uit internationaal onderzoek naar verantwoording door inspecties en (markt)toezichthouders. Allereerst laten we zien dat er achter het schijnbaar eenduidige begrip ‘verantwoording’ een baaierd aan gerelateerde subbetekenissen schuil gaat. Door dit conceptuele landschap te doorgronden geeft het artikel een aantal handvatten waarmee actuele beleidsvragen over de positionering van toezicht, en passende verantwoording door toezichthouders, kunnen worden bezien. Op die basis bieden we vervolgens een overzicht van conceptuele aangrijpingspunten en empirische vraagstukken die in de internationale literatuur over toezicht en verantwoording naar voren komen. Drie thema’s staan hierin centraal: de spanning tussen verantwoording en onafhankelijkheid; de positionering van nationale toezichthouders in internationale netwerken en regelsystemen; en de groeiende inzichten in gedragseffecten en gedragsprocessen van (verantwoording door) toezicht.


Machiel van der Heijden
Dr. M van der Heijden is universitair docent publiek management aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap, Universiteit Utrecht.

Sjors Overman
Dr. S. Overman is universitair docent bestuurskunde aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap, Universiteit Utrecht.

Thomas Schillemans
Prof. dr. T. Schillemans is hoogleraar Verantwoording, gedrag en instituties aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap, Universiteit Utrecht.
Artikel

Bancaire zorgplicht versus contractsvrijheid

Een korte verkenning van het spanningsveld naar aanleiding van Yin Yang B.V. c.s./ING Bank N.V. (HR 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1652)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2022
Trefwoorden betaalrekening, contracteerplicht, belangenafweging, contant geld
Auteurs Mr. M. van der Beek en Mr. drs. H.J.Th. Kolstee
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad oordeelt dat banken, op grond van de zorgplicht tegenover derden, onder omstandigheden een betaalrekening aan ondernemingen moeten verstrekken . Afgevraagd wordt of dit past binnen het terughoudende karakter van voornoemde zorgplicht, en of ondernemingen die veel contant geld gebruiken daarbij gebaat zijn zonder dat zij kunnen afstorten.


Mr. M. van der Beek
Mr. M. van der Beek is advocaat bij BarentsKrans U.A. in Den Haag.

Mr. drs. H.J.Th. Kolstee
Mr. drs. H.J.Th. Kolstee is advocaat bij Clifford Chance LLP in Amsterdam.

Justus Reisinger

Ruud van Boom
Interview

Anarchist in streepjespak

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2022
Auteurs Kees Pijnappels en Sjoerd van der Hucht
Auteursinformatie

Kees Pijnappels

Sjoerd van der Hucht
Beeld
Toont 1 - 20 van 2904 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.