Zoekresultaat: 92 artikelen

x
Artikel

Access_open WAMCA – exclusieve belangenbehartiger, inclusief complicaties

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2021
Trefwoorden WAMCA, concurrerende vordering, exclusieve belangenbehartiger, collectieve actie, collectief schadeverhaal
Auteurs Branda Katan en Marnix Wallinga
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs onderzoeken de figuur van de exclusieve belangenbehartiger in de WAMCA. De exclusieve belangenbehartiger treedt in een samengevoegde procedure op voor de belangen van alle personen voor wie de collectieve actie is ingesteld, en als vertegenwoordiger van de mede-eiseressen. Deze bijdrage verkent de knelpunten die zich kunnen voordoen bij conflicten tussen concurrerende belangenbehartigers en andere complicaties in verschillende fases van een collectieve procedure.


Branda Katan
Mr. dr. B.M. Katan is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marnix Wallinga
Mr. dr. M.W. Wallinga is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en verbonden aan het Groningen Centre for European Financial Services Law.
Artikel

Kroniek Vennootschapsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2021
Auteurs Lisette van der Gun en Rogier Wolf
Auteursinformatie

Lisette van der Gun
Lisette van der Gun is advocaat bij UdinkSchepel Advocaten in Den Haag.

Rogier Wolf
Rogier Wolf is advocaat bij UdinkSchepel Advocaten in Den Haag, universitair docent Ondernemingsrecht aan Maastricht University (ICGI) en lid van de advocatenredactie van het Advocatenblad.
Artikel

Lost in translation? Remedies voor schendingen van het slachtofferrecht op vertolking en vertaling naar Nederlands en Europees recht

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden slachtofferrechten, remedies, vertolking en vertaling, Slachtofferrichtlijn, recht op een effectieve remedie
Auteurs G.M. (Max) de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtspraktijk komen regelmatig schendingen van slachtofferrechten voor. Een vraag is welke remedies slachtoffers (zouden moeten) kunnen aanwenden tegen schendingen van hun rechten. In deze bijdrage bespreekt de auteur de remedies voor schendingen van het slachtofferrecht op vertolking en vertaling van artikel 51c lid 5 en artikel 51ca Sv. Er wordt betoogd dat de naar Nederlands recht beschikbare remedies niet voldoen aan het Europees recht, te weten het recht op een remedie van artikel 7 lid 7 Slachtofferrichtlijn en het recht op een effectieve remedie van artikel 47 Handvest.


G.M. (Max) de Vries
Max de Vries volgt de Master Rechtswetenschappelijk Onderzoek en de Master Nederlands Recht, specialisatie strafrecht, beide aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De homologatie van een akkoord onder de WHOA

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden insolventierecht, Faillissementswet, herstructurering, WHOA, homologatie
Auteurs Mr. dr. O. Salah
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de homologatie van een akkoord onder de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA). De WHOA trad op 1 januari 2021 in werking. In het eerste kwartaal van 2021 zijn er drie homologatiebeslissingen geweest. De auteur bespreekt deze eerste drie homologatiebeslissingen en schetst daarmee de contouren van de homologatie van een WHOA-akkoord in de praktijk.


Mr. dr. O. Salah
Mr. dr. O. Salah is als advocaat werkzaam bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Stroperige letselschadeprocedures: effectieve remedies tegen rechterlijke termijnoverschrijding?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden redelijke termijn, doorlooptijden, versnelling, Kudla/Polen, Severijnen c.s./Gem. De Bilt
Auteurs Mr. E.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat de (beknopte) neerslag van een studie naar de mate van effectiviteit van de bestaande nationale remedie bij een geconstateerde rechterlijke redelijketermijnoverschrijding in de civiele (letselschade)procedure. Op grond van de bevindingen van het verrichte onderzoek is met name de praktische effectiviteit van deze remedie bediscussieerd. De bijdrage bevat derhalve een gedachte-experiment van mogelijke (theoretische) denkrichtingen ter eventuele bevordering van de effectiviteit van de repressieve remedie.


Mr. E.A. de Vries
Mr. E.A. de Vries is junior juridisch medewerker bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Evelyne Groot
Mr. E.F. Groot is universitair docent Burgerlijk procesrecht & Insolventieprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Caribisch Nederland – gelijkwaardig maar niet altijd gelijkvormig

De eerste 10 jaar als bijzondere gemeenten direct onder Europees Nederland, van legislatieve terughoudendheid naar comply or explain

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Caribisch Nederland, Bonaire, Saba en Sint Eustatius, Legislatieve terughoudendheid, Openbaar lichaam, Bijzondere gemeente
Auteurs Mr. G. Simmons-de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    De eerste 10 jaar voor Saba, Sint Eustatius en Bonaire als bijzondere gemeenten direct onder Europees Nederland waren heel bijzonder. We zijn gegaan van een periode van legislatieve terughoudendheid naar comply or explain. In deze bijdrage blikken we terug naar dat moment van de ontmanteling van het land de Nederlandse Antillen, de beslissingen die toen zijn genomen, het beleid daarna over legislatieve terughoudendheid en het beleid met betrekking tot wet- en regelgeving voor de aankomende periode: comply or explain. Daarnaast wordt in deze bijdrage stilgestaan bij een selectie van een aantal bijzondere nieuwe wetten voor Caribisch Nederland, zoals de wet openbare lichamen BES en of de rol van de rijksvertegenwoordiger nog wel past in de huidige bestuurlijke verhoudingen, de wet financien BES en of de verdeelsystematiek van het BES fonds wel passend is bij de bijzondere eigenheid van elk eiland, en de tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius en de recente tijdelijke wet maatregelen Covid-19. Tot slot is een selectie van toonaangevende uitspraken voor de BES gemaakt die kort besproken worden.


Mr. G. Simmons-de Jong
Mr. G.B. Simmons-de Jong werkt als bestuursadviseur in Caribisch Nederland bij het openbaar lichaam Saba en is tevens rechter-plaatsvervanger bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Access_open Kroniek jeugdstraf(proces)recht: the good, the bad & the ugly

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden jeugdstrafrecht, jeugdstrafprocesrecht, IVRK, rechtsbijstand, tenuitvoerlegging
Auteurs Mr. drs. M. (Marije) Jeltes
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de belangrijkste ontwikkelingen vanaf juni 2019 met betrekking tot het jeugdstraf(proces)recht uit de doeken gedaan. Zo worden de wijziging van het Wetboek van Strafvordering na implementatie van Richtlijn 2016/800/EU en de Wet USB besproken. Daarnaast zal inzicht worden gegeven in beleid over onder meer DNA-afname, verblijf in politiecellen en de reprimande. Ook een nieuw General Comment van het VN-Kinderrechtencomité en een mondiaal onderzoek naar vrijheidsbeneming komen aan de orde. Vervolgens worden wetsvoorstellen besproken, gevolgd door een korte reflectie op deze ontwikkelingen in het licht van het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind.


Mr. drs. M. (Marije) Jeltes
Mr. drs. Marije Jeltes is docent en onderzoeker bij de afdeling Jeugdrecht van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Daarvoor was zij 13 jaar werkzaam als (jeugd)strafrechtadvocaat. Zij is tevens (kinder)rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Amsterdam en rechtbank Rotterdam en lid van de afdeling Advisering van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ).
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/121

HR 7 juli 2020, 19/02307, ECLI:NL:HR:2020:1158

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Wetenschap

Het wetsvoorstel wettelijke bedenktijd beursvennootschappen onderzocht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden bedenktijd, openbaar bod, bestuurstaak, Aandeelhoudersrichtlijn, beursvennootschap
Auteurs Prof. mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2019 is het wetsvoorstel over het inroepen van een bedenktijd door het bestuur van een beursvennootschap bij de Tweede Kamer ingediend. De voorgestelde wettelijke regeling behelst dat het bestuur op basis van het voorgestelde art. 2:114b BW de mogelijkheid heeft een bedenktijd van maximaal 250 dagen in te roepen. Hiermee krijgt het bestuur de tijd voor inventarisatie en weging van de belangen van de onderneming en de stakeholders als zich bepaalde omstandigheden voordoen. Daarnaast bevat het wetsvoorstel een codificerende aanvulling van de wettelijke omschrijving van de bestuurstaak in art. 2:129 lid 1 BW. In dit artikel onderzoekt de auteur dit voorstel.


Prof. mr. H. Koster
Prof. mr. H. (Harold) Koster is verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling Ondernemingsrecht) van de Universiteit van Leiden als hoogleraar Ondernemingsrecht. Hij is tevens verbonden aan de Universiteit van Dubai.

    Het Burgerlijke Procesrecht heeft zowel in Duitsland alsook in Nederland in de afgelopen decennia belangrijke wijzigingen ondergaan. Op een aantal punten kan een benadering worden vastgesteld. Maar er blijven ook kenmerkende verschillen. Deze bijdrage levert een korte schets van de Duitse civiele procedure in eerste aanleg en geeft daarbij ook aan waar met de Nederlandse procedure overeenkomsten zijn en waar nog steeds verschillen bestaan.


Eckhard Mehring
Mr. E.W. Mehring is Rechtsanwalt en advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten te Den Haag.

Mr. M.E.B. de Haseth
Mr. M.E.B. de Haseth is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Access_open De Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid

Meer mogelijkheden voor rechtspersonen tot het gebruik van elektronische communicatiemiddelen en het uitstellen van termijnen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden corona, algemene vergadering, ledenvergadering, verslaglegging, noodwetgeving
Auteurs Mr. S. Rietveld en Mr. L.E. Stroeve
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de op 24 april 2020 in werking getreden Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid. Deze wet geeft verschillende voorzieningen voor vergaderingen van bestuur en raad van commissarissen, algemene vergaderingen, ledenvergaderingen en verslaglegging door tijdelijke afwijkingen van en aanvullingen op Boek 2 BW toe te staan.


Mr. S. Rietveld
Mr. S. Rietveld is Staff Associate bij Stibbe te Amsterdam.

Mr. L.E. Stroeve
Mr. L.E. Stroeve is kandidaat-notaris bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

De procesinleiding

Het goede moment voor regie

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden moderne techniek, voorzittersbeslissing, dagbepaling, betekening, doorlooptijd
Auteurs Prof. mr. J.M. Reijntjes
SamenvattingAuteursinformatie

    De door de minister beoogde procesinleiding dreigt het aantal betekeningen sterk te verhogen. Verder blijven zijn voorstellen binnen de vertrouwde kaders; veel mogelijkheden van de moderne techniek worden onbenut gelaten.


Prof. mr. J.M. Reijntjes
Prof. mr. J.M. (Jan) Reijntjes is emeritus hoogleraar strafrecht aan de Open universiteit Nederland en de Universiteit van Curaçao, en lid van de Commissie Modernisering Wetboek van Strafvordering.
Artikel

Het fideicommis, (meer) temporele problemen bij de benoeming van verwachters en de toepassing van de vruchtgebruikbepalingen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden voorwaardelijke making, tweetrapsmaking, bezwaarde, erfgenaam onder opschortende voorwaarde, erfgenaam onder ontbindende voorwaarde
Auteurs Mr. dr. R.E. Brinkman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op temporele problemen die kunnen ontstaan bij (de formulering van) plaatsvervullingsclausules voor verwachters, naar aanleiding van een recent vonnis van de rechtbank Noord-Nederland. De vraag rijst namelijk ‘wie’ verwachters zijn als de benoeming tot verwachters ‘temporeel’ is geformuleerd. Anders dan de rechtbank betoogt, wordt hier beargumenteerd dat er bij een fideicommis (op één uitzondering na) hangende de voorwaarde altijd (primaire en soms subsidiaire) verwachters aanwezig zijn, die bevoegdheden moeten kunnen uitoefenen en jegens wie de bezwaarde zijn verplichtingen moet kunnen vervullen.


Mr. dr. R.E. Brinkman
Mr. dr. R.E. Brinkman is notaris te Hardenberg, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Access_open De Xeikon-beschikking van de Hoge Raad van 19 juli 2019: cassatie wegens vormverzuim

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2019
Trefwoorden Xeikon, enquêteprocedure, oproeping, vormverzuim, cassatie
Auteurs Mr. T. Drenth
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad casseert bij beschikking van 19 juli 2019 een deel van de (tweede-fase)beschikking en de daarop volgende verbeteringsbeschikking van de Ondernemingskamer met betrekking tot de enquêteprocedure inzake Xeikon N.V., kort gezegd wegens vormverzuim door de Ondernemingskamer. Deze bijdrage bespreekt de beschikking en de gevolgen daarvan.


Mr. T. Drenth
Mr. T. Drenth is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

Access_open De wettelijke bedenktijd: ter achtergrond

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden wettelijke bedenktijd, responstijd, agenderingsrecht, openbaar bod, corporate governance
Auteurs A. Duldar en Prof. mr. E.C.H.J. Lokin
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de achtergrond van het wetsvoorstel voor de invoering van een wettelijke bedenktijd. Na een korte schets van de afwijzende houding van de minister tien jaar geleden en de recente ontwikkelingen die alsnog hebben geleid tot het wetsvoorstel, benoemen de auteurs de meest prangende vragen die het wetsvoorstel oproept. Dit ter introductie van de andere bijdragen over de wettelijke bedenktijd.


A. Duldar
A. Duldar is masterstudent Recht & Onderneming aan de Universiteit Utrecht. Hij schrijft zijn scriptie over de wettelijke bedenktijd.

Prof. mr. E.C.H.J. Lokin
Prof. mr. E.C.H.J. Lokin is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Stibbe te Amsterdam en hoofdredacteur van MvO.

    Vanwege maatschappelijke onrust is de positie van de OR ten aanzien van beloning, benoeming en ontslag van bestuurders sinds 2000 aanzienlijk uitgebreid. De OR heeft informatierechten, standpuntbepalingsrechten en een adviesrecht zonder beroep. Recent is daar een overlegrecht over de beloningsverhoudingen bij gekomen. In deze bijdrage bespreekt de auteur deze bevoegdheden en vergelijkt ze deze met elkaar. Leiden al die bevoegdheden daadwerkelijk tot meer invloed van de OR op de beloning, benoeming en het ontslag van bestuurders?


Dr. I. Zaal
Dr. I. Zaal is universitair hoofddocent Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De digitale civiele procedure als onderdeel van een behoorlijke rechtspleging

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2019
Trefwoorden digitalisering, KEI, digitale procedure, digitaal systeem, toegankelijkheid, procesinleiding, oproepingsbericht, openbaarheid
Auteurs Dineke de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Digitaal procederen in civiele procedures is in ontwikkeling. In dit artikel wordt ingegaan op de digitaliseringsdoelstelling van de wetgever en op ervaringen die zijn opgedaan rondom de ontwikkeling van digitaal procederen in civiele vorderingszaken (dagvaardingszaken) over rechtsgevolgen ter vrije bepaling van partijen.


Dineke de Groot
Prof. mr. G. de Groot is werkzaam als vicepresident bij de Hoge Raad en bijzonder hoogleraar Rechtspraak en conflictoplossing aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Op 26 maart 2019 is bij de Tweede Kamer het Wetsvoorstel Spoedwet KEI ingediend. Dit wetsvoorstel is een vervolg op de Wetgeving van 2016. Naast de intrekking van de verplichting tot digitaal procederen bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland treden met het Wetsvoorstel Spoedwet KEI ook enkele procesvernieuwende bepalingen uit de Wetgeving van 2016 in werking. Deze bepalingen zien op de regiefunctie van de rechter en de verruiming van de mogelijkheden tijdens de mondelinge behandeling. In deze bijdrage staan de wijzigingen rondom de regiefunctie van de rechter en de mondelinge behandeling centraal. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met het huidige procesrecht om de vraag te beantwoorden of van werkelijke procesvernieuwingen sprake is of meer van een codificatie van een in de procespraktijk ontwikkelde werkwijze.


Pauline Ernste
Mw. mr. P.E. Ernste is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en onderzoeker bij het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Toont 1 - 20 van 92 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.